Gezocht: mentale archivaris

Mei 2012 duurt nog 5 hele dagen.
Ik heb er voor mijn gevoel al een wereldreis op zitten.
Dit was de langste maand van mijn leven.

Na de laatste bestraling op 2 mei was het ineens ‘klaar’.
En ik keek alleen maar verdwaasd met mijn armen in een “ik begrijp er niks van”-houding (je weet wel, zo met je onderarmen opzij en je handpalmen omhoog en je schouders opgetrokken) alsof er iets met 200 km per uur voorbij is geflitst en ik pas na 3 seconden verbijsterd achterom kijk, denkend, what the fuck just happened!?!

La la la la, life goes on, en life goes ook ontzettend on, maar ondertussen bevind ik me in de scherpe realisatie dat ik fase II in ga.
Correctie: dat ik er al in zit.
Realisation kicking in.
The Afterparty.
Bizar.

Die draad. Die rode draad, die draad van het leven, mijn leven, ons leven.
Die draad ligt hier ergens op de grond, ik weet het zeker.
Maar ik tol nog teveel op mijn benen om scherp te kunnen kijken.
Ik kan hem nog niet goed vinden.
Ik meen te weten waar hij ligt, maar het is een beetje te blurry om hem nu goed en stevig te kunnen pakken.
Met name als ik buk om goed te zoeken begint de aarde te kantelen.
Ik grijp een beetje mis soms, en soms glipt hij uit mijn vingers.
Van de week fietste ik naar werk.
En dat was iets zo bizar normaals, dat ik het als surreëel ervaarde.
Ik kon niet bevatten dat ik na 79 dagen levend in de omgekeerde wereld iets deed wat normaal was.

Daarbij begint de emotie van de scan op 25 februari (of een van die andere scans, foto’s of naalden) pas nu echt op me in te werken.
En de angst voor de uitslag van 16 maart krijgt nu pas serieus ruimte om naar buiten te komen.
Of anders gezegd: om bij me binnen te komen.

En daarbij komt het pas nu bij de kinderen naar buiten.
Met name bij de Middelste en mijn hart breekt.
De jongens hebben het lastig.
En sommige van hen heul lastig.
En ze zoeken weer vertrouwen, vastigheid. Veiligheid.
Fundament. Heel stevig fundament.
En ik heb het nog niet altijd in huis.
Mama kan weer tillen, maar mama heeft regelmatig een kort lontje en lekkende ogen.

La la la la, life goes on. Terwijl ik nog niet klaar ben met verteren wat me is overkomen.

Hoezo dapper?
Ik heb 79 dagen lang alleen maar gedaan wat van me werd gevraagd: verschijn op je ziekenhuisafspraak anders brengen we het wegblijftarief van 45 euro in rekening.
Dat is niet dapper, dat is Hollandsch. Met S.C.H.
Dat doe je gewoon omdat het moet.
Omdat de trein van 33 afspraken in 79 dagen doordendert.
Omdat je dood gaat als je het niet doet.

Pas nu ga ik ondervinden wat dapper is.
Doorgaan aan de andere kant.
Onderdeel daarvan is een beetje hulp vragen om dit op een rijtje te zetten, te categoriseren en te archiveren in mijn computertje onder mijn schedeldak.
Gezocht: mentale informatiemanger en archivaris.

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Wachtkamerzingen

Ik zat ooit eens in de bus toen het me opviel dat werkelijk alle passagiers zo ontzettend sacherijnig keken. Ik twitterde een ludieke tweet de lucht in: Wat kijkt iedereen sjachereinig. Zal ik een liedje inzetten? Vervolgens twitterde ik: Ik heb een poooooootje met vet. Al op de taaaaaaaaafel gezet. Voor de lol, het ging nergens over. Maar ik kreeg leuke tweets terug en ik was die ene glimlachende passagier in de bus der sacherijnigen.

Tijdens de bestralingen had ik de meeste moeite met de wachtkamers. Op weg naar mijn wachtkamer, passeerde ik drie andere waar mensen zaten die ik niet wilde zien. Te zieke mensen met draadjes en slangetjes uit plekken die je niet wilt weten. Mensen met gaten op plekken die je niet wilt weten. Mijn wachtkamer was gevuld met vrouwen zoals ik, alleen was ik op de meeste dagen verreweg het jongste broekie. We deelden de wachtkamer met oude heren van een ander apparaat. Prostaat, gokte ik. Ook die heren liepen vaak rond met driepoten waar dingen aan hingen die ik niet wilde weten.

Ik ontwikkelde virtuele oogkleppen voor die wachtkamers. Maar die stilte, die serieuze gezichten, dat bleef. En ik was ook zo’n sacherijnig gezicht. Erger nog dan de stilte was als er twee patiënten met elkaar gingen praten en ziektebeelden gingen uitwisselen. Op een kwaad moment twitterde ik radeloos recalcitrant: Wat kijkt iedereen sjachereinig. Zal ik een liedje inzetten? Vervolgens twitterde ik: Ik heb een poooooootje met vet. Al op de taaaaaaaaafel gezet. De reacties op twitter deden me glimlachen, maar van een iemand kreeg ik een videobestand. Van @Salvatius. Ik zette het aan en een potje met vet was ineens te horen in de hele wachtkamer. Mensen keken op en ik blooste en haalde verontschuldigend mijn schouders op. Maar er waren glimlachjes te zien. Ik twitterde zingend terug: Dat was het eerste couplet.

De volgende dag krijg ik weer een video in de wachtkamer. In de maaaaaneschijn, in de maaaaaneschijn. Van @Salvatius uiteraard. Er zijn andere en dezelfde wachtenden in de wachtkamer, maar het aantal glimlachjes wordt groter. Ik lach zelfs uitbundig. De volgende dag film ik mezelf in de wachtkamer: ik film mijn gipsen hand terwijl ik hoofd, schouders knie en teen zing. Ik ga door tot puntje van mijn neus. Ik geneer me niet, maar doe het uitbundig. Er wordt gelachen in de wachtkamer. Ik verkondig dat ik dit iemand had beloofd. De mensen lachen.

In de wachtkamer zit op dat moment  een kale chemo-moeder met een heel klein dochtertje. De vader zegt me dat het dochtertje meedeed. Ik ben trots, ontroerd maar ook ontsteld. Dit is best confronterend. Als ik de volgende dag kom, zit diezelfde moeder er weer. Ik besluit een liedje met het meisje te doen. Ik film mezelf met haar en we doen klap eens in je handjes. Maar we doen het niet samen: de hele wachtkamer zingt mee. @Salvatius en ik hebben een hele wachtkamer aan het zingen en lachen gekregen. “Kippenvelmomentje” klinkt cliché, maar dat was wel exact wat het was!

En nu is er iemand die ik ken op twitter die een week of 5 op mij achterloopt. Als ik het goed heb, gaat zij vandaag voor bestraling nummer drie. En ik weet hoe laat ze moet. En ik ga een liedje voor haar opnemen en twitteren. Reken maar dat we die wachtkamer in Rotterdam ook aan het zingen kunnen krijgen!

Wachtkamerzingen. Lui, als je even de kans krijgt om het te introduceren: doe het! Dealen met de wachtkamer was een stuk beter te doen met het vooruitzicht van wachtkamerzingen.

Estafette Revisited

Ik heb al een keer beschreven hoe het voelt na afloop van een Den Helder – Maastricht estafette. Dat was hier dus.
Ik las het bewuste logje vanavond terug en kreeg acuut writer’s block.
Want wat er staat klopt nog steeds en ook nu ben ik net net als vorig jaar te moe en te wakker tegelijkertijd om te slapen.
Ik bedacht me ook dat ik weinig heb toe te voegen aan vorig jaar en dat ik vorig jaar nog leuker schreef dan nu, dat ook nog nog eens een keer.

Niks toe te voegen? Dat is niet helemaal waar…
Dit jaar was ik heel blij dat ik weer kon inschrijven toen bleek dat we hem weer gingen lopen.

Maar toen kreeg kanker er een mening over.

Ik had Utrecht en de Den Helder – Maastricht estafette op de planning.
De estafette zei ik direct definitief vaarwel, maar voor Utrecht ging ik vrezen en knokken en hopen.
Pas bij de planning van de bestralingen bleek de estafette datumtechnisch toch mogelijk, gezien het aantal bestralingen.
Onder. Voorbehoud. Van. Mijn. Gesteldheid.

En toen kreeg ik er een mening over!
Eerst Utrecht, dat eerst.
En na Utrecht bleek ineens de estafette de volgende stip op de horizon.
Een stip na de bestralingen.
Een punt om overheen te kijken.

****

Den Helder – Maastricht is geen Roparun en geen Beneluxrun. Het is een klein broertje.
Klein in de zin van kleinschalig: minder kilometers maar ook minder teams en minder commercie.
Ervaren Roparunners in ons team zeggen dit ergens leuker te vinden: echter, minder poeha.

Het blijft mooi en bizar….je loopt langs een heel land van Noord tot Zuid…

‘s Ochtends in Noord-Holland,
lopen langs het IJsselmeer,
de dijk,
langs Amsterdam,
busje, lopen, busje,…

‘s Middags lopen in Brabant,
het hele Brabantse land door,…

Ineens ben je in Limburg,
langs de velden met asperges..
En voor je het weet de Cauberg en de heuvels daarna.

****

En dan heb je een Olaf die dit jaar vastlegt op de plaat.

Nooit meer windje tegen

I walk alone. Dat is de basisregel.
Ik alleen met mijn gadgets en mijn muziek.

Als ik goed graaf in mijn geheugen is mijn toevallige anonieme pacer van mijn eerste 10 kilometer ooit met een “buiknumer” de eerste met wie ik samen liep.
Maar die telt niet echt.
Mijn collega van het romantische hardlopen. Dat was eigenlijk echt de eerste. Met hem heb ik mijn eerste kilometers hardlopend babbelend doorgebracht.
We waren toen aan het trainen voor de Den Helder – Maastricht estafette.
Ook dat telde dus niet echt mee, want dat was speciaal voor de estafette.
Daarna liep ik namelijk gewoon weer alleen. I walk alone, want dat is de basisregel.
Ik alleen met mijn gedachten, en al dan niet met mijn zorgen en beslommeringen.

Maar toen deed ik een duoloopje met Nesrine. En toen met Ronald en toen liep ik met Marcel’s clubje mee in Schoorl.
En ineens zoek je elkaar op voor de start van een prestatieloopje. Je loopt daar wel je eigen tempo gedurende de race, maar je ziet elkaar voor en achteraf,en soms gedurende.
I walk alone werd heel geleidelijk de praktische trainings-basisregel. Maar als het ff kan of uitkomt, doe je een duoloopje, al dan niet virtueel.
Dat kan namelijk ook nog, zo ontdekte ik. Ook al loopt de Zuid-Hollander 7,5 km en de Fries 15 km. Maar wel al twitterend tegelijkertijd.

Gisteren zou ik een duoloopje gaan doen in Mijdrecht. Maar omdat ik met een hand in het gips niet mag autorijden, vroeg ik of hij mijn kant op wilde komen.
Ik heb namelijk hier mijn vaste rondje dat niet alleen verdacht veel op een echt rondje lijkt (in de zin van cirkel), maar dat daarbij van mijn deur terug tot aan mijn deur ook nog eens nagenoeg, zonder stiekeme extra bochten her of der, ook nog eens, exact 16,1 km is. Bizar! (Voor de niet lopers onder jullie: 16,1 km is een echte loopafstand….beter bekend als de 10 Engelse mijl. De 10EM. Een heerlijke afstand!)

Hij vond het prima en hij stelde voor Diesel mee te nemen.
Dat is namelijk naast hardlopen iets dat we delen: hij doet het met zijn Diesel en ik wil het ooit gaan doen met mijn Fletcher…
Hardlopen met je hond, canicross, canine running, canirun.

Ik ben geen avondloper en mijn energie had er gisteren überhaupt al een mening over. En het was warm. Maar ik wilde de afspraak toch niet afzeggen. En het was daarbij de laatste training voor mijn tweede Den Helder – Maastricht estafette komend weekend….en dus een soort van full circle idee als het gaat om duoloopjes.
Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen: ik voelde de hele avond al een stroperigheid in mijn lijf en toch een vastberadenheid.

*** ik zou een logje aparte kunnen dichten over het hoofdstuk “Fletcher ontmoet een andere hond in haar huis: Diesel kwam binnen.”***

We gingen op pad.
Hij met Diesel aan de buikriem.

Ik merkte dat ik moe was, maar lopen was fijn.
Babbelen was fijn.
En ik snoof op hoe het is te lopen met een hondje.
Hondje duikt af en toe een plas in.
Om te drinken, of te koelen, of gewoon, omdat het lekker is.
En het hondje moet ook wel eens plassen.
Interval Aparte!

Op bijna 10 km (rondje ken ik op mijn duimpje),
kreeg ik Diesel van hem. Mijn god, wat vond ik het eng!
Maar Diesel vond het prima.

Toen we startten aan het rondje wist ik al dat we de tweede helft windje tegen zouden hebben.
Ik ken mijn rondje.
Ik was moe, maar precies toen kreeg ik Diesel.
Met Diesel heb je nooit windje tegen, weet ik nu.
Met Diesel lopen, speel je een beetje vals.
Diesel trekt je prettig vooruit. Niet onderuit, no way, maar prettig vooruit…

En aan het eind van het rondje had ik meer energie dan toen ik begon. Zo werkt het met ziek zijn.

Image Hosted by ImageShack.us

Alleen lopen blijf ik doen.
Maar zodra Fletcher een jaar oud is, loop ik geheid een stuk minder alleen.

The Afterparty – deel I

Na de operatie sloeg ‘gefeliciteerd’ als een tang op een varken, want ik had De Uitslag nog niet.
Nu, na de bestralingen slaat ‘gefeliciteerd’ wel als een tang op een varken want het is klaar.
Ik ben klaar.

Or am I?

A. Ik ken mijn kansen als het gaat om dit feestje nog een keer meemaken; en ik word daar niet blij van.
B. Ik ben nog niet klaar met verwerken. Sterker nog: ik ben nog niet eens begonnen!

Tot nu toe was ik bezig met overleven.
Nu ben ik gezond (gek he, ik voelde me voor 14 feb gezond en nu voel ik me ziek, oh de ironie!).
De rest van mijn leven. Metzonderangst.
En de percentages die daarbij horen.

Ik en mijn omgeving met mij hebben ontdekt dat het vernislaagje dun is.

Het gaat goed, ik ben klaar, ik ben kankervrij…de komende jaren. Hoop ik.
Ik kan alles met de littekens, de brandwonden en de gipsen hand.
Heus echt alles, ik doe alles weer.
Ik kan het alleen niet….een hele dag lang.
Mijn energie heeft er een mening over.

En oh my lord, er moet ook geen grasspriet dwarsliggen want dan slaat de blinde paniek toe en kan ik niks meer.

Dealen met borstkanker Repel Style

Dinsdag 14 februari 14:55 uur – woensdag 2 mei 12:24 uur:

79 dagen
28 keer naar het ziekenhuis
33 afspraken
1 operatie
5 uitslagen
14 keer geprikt (infuus, verdoving, peildraad, punctie, biopsie, tattoos)
18 röntgenfoto’s
5 echo’s
1 CT scan
32 keer de piep van het bestralingsapparaat
70 keer 35 seconden adem geblokkeerd

maar ook tussen 14 februari en 2 mei:

52 keer gelopen
541, 53 km afgelegd
1 marathon

I SERIOUSLY EARNED THESE!
LIVESTRONG NIKE FREE RUN 3

Image Hosted by ImageShack.us

Vandaag is de eerste dag van de rest van mijn leven!
Bevrijdingsdag valt op 2 mei dit jaar.

Het verraderlijke brein

De Bevelvoerder en ik laten vroeg in de avond samen het hondje uit; even een momentje samen.
Ik heb last van brandwonden en misselijkheid.
Eventjes samen, qualitytime.
Ik zit op mijn hurken en roep Fletcher die losloopt.
Ze komt in volle vaart op me af, ik lach.
Ze is zo doldriest dat ze niet op tijd kan remmen en ze speelt me omver.
Ik kom lelijk terecht op mijn hand.
Als ik het even later niet vertrouw, bel ik de huisartspost.
De dame aan de telefoon verzekerd me dat als ik op het topje van de vinger kan tikken, het niet gebroken is.

De volgende dag blijf ik vreselijk pijn houden.
Als vriendin komt eten zegt ze dat hij gebroken is: haar zoon kon ook op het topje tikken maar mooi dat hij wel gebroken was.
Ik bel de huisartsenpost en kan langskomen.
Vriendin gaat mee.

Ik had 3 dagen geen ziekenhuis gepland….de misselijkheid lijkt psychisch, ik word overspoeld door een golf van misselijkheid.
Ik wil hier niet zijn, ik kan geen ziekenhuis meer zien!
De arts stuurt me linea recta door naar de eerste hulp.
En dan wachten, wachten, wachten.
Ik breek na twee uur en zie het niet meer zitten.
Daar waar ik headfirst 14 bestralingen heb ondergaan, nekt die vinger me.
Ik zie het totaal niet meer zitten.
Vriendin besluit iemand te halen.
En dan mag ik ineens tussendoor.

De arts zegt dat ik gips krijg over de hele onderarm.
Nee! Ik moet hardlopen, Anders kan ik die bestralingen niet aan, ik moet, ik moet, ik MOET hardlopen.
De arts kijkt me aan.
Goed, ik haal de gipsmeester erbij en we leggen iets speciaals aan.
Dit heb ik niet gezegd hè, dat ik je raad geef om toch te gaan lopen, maar als je hebt gelopen moet je je arm goed hooghouden tegen de zwelling.
Goed in een mitella houden.
Weer ben ik eigenwijs:
Draakje is net enigszins gerustgesteld omdat mama weer kan tillen, ik ga hem niet de stuipen op het lijf lagen met een mitella.
De gipsmeester komt en we gaan naar een speciale kamer waar ze een kunstig klein gipsje aanlegt: loopgips, zogezegd.

Nu vanmorgen heeft het me een paar uur gekost om mijn cool weer te herpakken.
Daar waar ik strijdlustig de kanker bevecht, heb ik moeite met deze pijn, en de beperking die het me oplevert.
Hoe moet ik nu naar die bestralingen toe? Hoe moet ik douchen?  Hoe? Help!
Ik heb het concert van vanavond moeten afzeggen, evenals twitterrun-loopje van morgen.
Ik vind dit zoveel meer oneerlijk dan de kanker!

Het brein is verraderlijk…

Image Hosted by ImageShack.us

La la la la, life goes on, deel -III-

Een logje met deze titel kan maar een ding betekenen: deel zoveel in de Giraffe Saga!
Voor degenen met teveel tijd: 2 ter zake doende logjes als achtergrond:

la la la la deel 1
Dat dus.

Voor de samenvatting en cut to the point onder jullie: We hebben Giraffe en Grote Giraffe. De über-knuffels van Draakje. (Waarbij die behaalde status van Grote Giraffe best bijzonder is!) Wat wij ook hebben, kan ik jullie nu verklappen, is ons grote geheim. Ons verzwegen, geheim gehouden, achtergestelde kind. Onze “he who shall not be named”.

“Reserve Giraffe”

De identieke giraffe die we kochten om een drama te voorkomen mochten we Giraffe ooit kwijtraken. Die dus. Maar Draakje had al heel snel in de gaten dat Reserve Giraffe niet zijn Giraffe was, hoe wij ook ons best hadden gedaan om ze van meet af aan dagelijks/wekelijks af te wisselen in het kader van “gelijkmatig slijten”. (We hadden geleerd, dachten wij, van “Lapje” en “Reserve Lapje” van Wijzemans en van “Kikker” van Spelmaker!).

Wij weten nu aantoonbaar bewezen na nummer 3: hoe je je best ook doet…..speciale knuffels kennen geen reserve.

Any-who…Reserve Giraffe lag dus unloved in een hoek. Tot Grote Giraffe kwam. En mama ziek was.

Toen kreeg mama Reserve Giraffe van Draakje, heel ceremonieel. Als speciale knuffel. En dagelijks zorgt Draakje dat Reserve Giraffe bij mij in bed ligt. Hij zorgt voor mijn Speciale Knuffel. Hij heeft er letterlijk een dagtaak aan.

En dus slaap ik vol trots met 41 jaar met een knuffel. Mama’s speciale knuffel. Ik vrees dat ook voor deze knuffel geen reserve bestaat. Ik snap nu hoe dat werkt.

Image Hosted by ImageShack.us

Ze doet knokken

Negen bestralingen gehad, nog zeven te gaan.

Ik ben misselijk (ooooooh lucky few met die bijwerking!), ik ben moe en heb een verbrande huid. Het worden nog zeuven heule lange keren met heul veul tegenzin.

Nog 9 van de 7 klinkt als over de helft. Maar…

De bestralingen zijn slechts het eind van de rit.
Ik en mijn tiet hebben al best veel meegemaakt (sinds de shit begon in 1998, sprak ze bitter….sloop de boel maar leeg, sprak ze bitter, toen al….)
Het aantal ziekenhuisbezoeken, het aantal naalden, het aantal foto’s, het aantal handen op mijn borsten…..ik kan het niet meer tellen. Oh wacht, dat kan ik wel! Ik kan wel het aantal naalden en het aantal onderzoeken en het aantal mensen buiten de Bevelvoerder dat aan mijn borsten heeft gezeten tellen! Want ik wist al heel snel in dit traject dat ik dat nou juist wel wilde weten. En dus heb ik een dagboek.

Jullie dachten dat ik (te) veel lul over log, twitter, faceboek? Whah! Jullie zouden mijn dagboek eens moeten zien. Met foto’s en alles. Geen grappige zinsnede’s, wel de botte waarheid. Met pen. En Inkt en op Papier. Met foto’s en uitgeprinte logies ter illustratie.

Nog maar 7 van de 16 klinkt als over de helft…

Met de pijn die ik nu heb, ben ik bang voor “nog 7″
Holy Moly, wat een pleuris end te gaan nog.
Met pijn die erger wordt.

Maar ik kom al van zoooooooo ver.
Ik heb al zoveel achter de rug!
Dit zijn de laatse loodjes….
Ik loop op 38 km….toen, toen bij die Dom, toen kon ik het ook.

Als ik 42,195 kan, kan ik dit ook

Achter een Repel staan 4 sterke Daltons

En hoe gaat het dan met de Daltons? Met alle vier?

De Bevelvoerder is een bevelvoerder in hart en nieren. Hij doet het op zijn brandweers. Hij is sterk en een spuitgast. Ja, hij heeft het moeilijk bij tijd en wijlen, uiteraard, maar hij is ook nu de Bevelvoerder. Hij en ik doen het eigenlijk hetzelfde. We vragen elkaar hoe het gaat, we doen dit samen. En stiekem genieten we ergens ook van het feit dat ik ziek ben: we zijn ZOVEEL samen. Saampjes de kindjes naar school brengen, saampjes naar huis wandelen hand in hand. Dat hebben we nodig.

Spelmaker en Wijzemans weten dat ik kanker had, dat het met de operatie eruit gesneden is en dat het door de bestralingen niet meer terug gaat komen. Zo gaat het met hen. Ik ben zo dicht mogelijk tegen de waarheid gaan hangen. Ik vond echter wel dat zij niks hebben aan de onzekerheid van “waarschijnlijk niet”, “verhoogde kans” en statistieken. Het komt niet terug. Punt. Da’s genoeg voor nu, nu we met zoveel te dealen hebben. In de klas van Spelmaker is er uitgebreid stilgestaan bij kanker. Zijn klasgenootjes vinden mij bere-interessant! Ik bijna, soort van, cool. Zeg maar. Ik ben eerlijk geweest en heb gezegd dat ik tijdens het beter worden ook zieker kan worden, maar dat dat erbij hoort. Da’s niet om te schrikken. Spelmaker is net zo stoïcijns als zijn vader en Wijzemans doet het op zijn manier; met zijn intelligentie. Ik heb wel de voetbal, de judoschool en de zwemles geïnformeerd: of ze een beetje op ze willen letten en als ze afwijkend (of onwenselijk) gedrag gaan vertonen dat ze ons dan even inseinen.

Maar Draakje. Draakje heeft er van alle Daltons de meeste moeite mee. Hij is te jong om het te snappen maar hij maakt wel alle emoties mee en dat maakt het voor hem enorm onveilig. Hij weet ergens dat het menens is, dit ziek zijn. En nu is hij een enorme zwaan-kleef-aan. Ik mag sowieso niet weg en als ik binnenkom vliegt hij me om de nek. Hij hangt letterlijk en figuurlijk aan me.

Na de operatie kon ik hem niet tillen en nu heeft hij “hem niet kunnen tillen” gekoppeld aan “het gaat niet goed met mama”. Van dat hele bestralen begrijpt hij natuurlijk ook helemaal niks. “Je moet, …,hoe heet dat ook alweer mama?” En elke dag als ik thuiskom uit de bestraling moet ik hem optillen en dan slaat hij zijn armpjes heel strak om mijn nek en dan is hij gerustgesteld: het gaat goed met mama, want ik kan hem nog tillen. En als ik hem naar school breng, moet ik hem op het schoolplein optillen en dan slaat hij zijn armpjes heel strak om mijn nek en dan zegt hij “kijk eens, mama kan mij tillen!”.

Ik weet niet of ik het goed doe. Ik til hem zoveel als ik kan en ik knuffel hem. En ik zeg dat het goed met mama gaat. Mama is weer beter. Maar Draakje is niet overtuigd zolang ik elke dag “gestraald” moet worden. Elke dag volgt even zijn check: kan mama hem nog tillen.

Image Hosted by ImageShack.us