De Bevelvoerder heeft dienst.
Spelmaker heeft zijn broers uit school meegenomen en ik maak pita broodjes voor de lunch.
Pita broodjes met pindakaas. Dat is Dalton Style.
Ik baal ervan dat ik ze niet ging halen, maar ik geniet dat ik lunch kan maken. Zittend en trippelend vanuit de trippelstoel.
Ik maak lunch, en later maak ik appelmoes.
Ik doe en ik tuttel de hele middag.
Ik kan alweer zoveel!
Ik trippel me rot met mijn rechterbeen en mijn linkerbeen begint een mening te krijgen over het ‘niet omhoog liggen’ en het gebrek aan rust. Ik negeer dat been.
Spelmaker is ondertussen met Kind aan Huis naar de speeltuin.
Kind aan Huis is bijna 3 maanden ouder en door die timing zit hij in groep 8 en Spelmaker in groep 7.
Die twee. Niet op dezelfde school, niet in hetzelfde schooljaar. Niet in hetzelfde voetbalteam.
Desondanks zijn ze al jaren de beste vrienden. Van hetzelfde kaliber. Op veel fronten.
Ze zijn de categorie vrienden die je als moeder hoopt voor je kind: ze halen het beste in elkaar naar boven.
En elke woensdagmiddag spelen ze samen. Maar dit is vast het laatste jaar, want Kind aan Huis gaat volgend jaar naar de middelbare en Spelmaker naar groep 8.
Het schooljaar verschil gaat tellen. Meer en meer. Desondanks denken de moeder van Kind aan Huis en ik dat ze het gaan redden. Zelfs de aankomende brugklas en de brugklas daarop. Ze zijn van de buitencategorie.
De Moeder van Kind aan Huis en ik zijn overigens net als onze zonen: niet op dezelfde school, niet in hetzelfde jaar, en niet in hetzelfde team. En toch zijn we al jaren de beste vrienden.
De Moeder van Kind aan Huis arriveert ergens in de middag en zoals die dingen gaan blijven zij en Kind aan Huis eten.
Tijdens het eten vraagt Wijzemans aan mij wie Einstein was.
Kind aan Huis en Spelmaker springen al gaande in met vragen en antwoorden en….
….voordat ik het weet heb ik het over de lichtsnelheid, en het niet harder kunnen gaan dan dat. Over natuurkunde.
Trippelen en appelmoes maken is allemaal leuk en aardig, maar ik zit al bijna 9 weken mijn brein te verwaarlozen! Ik. Ga. Helemaal. Loos.
Over dat het bij natuurkunde geldt dat iets waar is totdat er iemand komt die zegt dat het anders is.
Dat Newton nog steeds gelijk heeft met zijn appel.
En Einstein nog steeds met zijn lichtsnelheid.
Maar dat Schrödinger en Heisenberg na Einstein kwamen en bewezen dat Einstein niet alles wist.
Dat Einstein het er daar moeilijk mee had: Heisenberg kon geen gelijk hebben, noch Schrödinger: “God dobbelt niet”
Terwijl ze aan hun derde pannenkoek stroop/suiker/zefgemaakte appelmoes/Franse stinkkkaas zitten (okay sorry, ik ben de enige die de stinkkaas op heur pannenkoek deed), leg ik uit aan Kind aan Huis hoe het een beetje kan.
Het kind hangt aan elk woord.
Spelmaker is wat stiller, die komt later wel. Het schooljaar verschil is nu aan het woord. Ik zie de bedachtzame blik en de raderen. Dit typeert de kracht van Spelmaker.
Ik leg uit, ik ben in mijn element en doe weer eens wat anders dan borduren en TLC kijken.
Wij kunnen die wereld van atomen en kleiner dan dat niet zien, niet aanraken en niet meten. Het is niet als een deur die we kunnen opmeten zonder hem aan te raken.
Wij kunnen de kleine wereld alleen indirect een rotschop geven en meten wat de reactie is, en die reactie proberen te vertalen naar wat er gebeurde.
We kunnen alleen energie stoppen in een apparaat en meten wat er daarna gebeurt en dat vertalen naar wat er werkelijk aan de hand is.
En de verklaring wat er aan de hand is klopt, tot er iemand komt die zegt dat het anders is…
Arme Einstein. Toen Schrödinger en Heisenberg met hun theorieën kwamen, was Einstein over zijn piek. Einstein wilde er niet aan. God dobbelt niet!
En dan zegt Kind aan Huis:
Maar kan het niet zo zijn dat er dan ook iets is veel groters is dan wij? Voor wie wij zo klein zijn dat we elkaar niet kunnen zien? Net zoals met elektronen?
Ik glimlachte heel erg breed. Het kind is een wetenschapper. Zoals je ze zelden ziet.
Wat hij begreep en tot welk abstractieniveau hij het kon doortrekken is heel bijzonder.
God dobbelt misschien wel.