Wij beloven plechtig…

Draakje was blij dat hij het niet was met zijn broertjes.
Wijzemans wilde er niet meer over praten.
Spelmaker liet ons beloven dat wij dat nooit zouden doen.

Wij hebben vandaag met ze gepraat.
Dat wij het ook niet begrijpen hoe het kan, waarom.
Wij begrijpen het ook niet.
Hoe kan iemand dat doen?
Nee, wij beloven plechtig dat wij dat nooit zouden doen.
Het liefst zouden we alle kindjes willen beschermen tegen kwade en nare dingen, maar dat kunnen we niet.
Wij kunnen alleen jullie 3 beschermen en dat zullen we voor altijd doen.
Beloofd is beloofd.

Wij wisten ook niet wat we anders moesten zeggen.
Hebben we het goed gedaan?

Dood grijs

Ik heb nog een kwartier voor ik de deur uit moet om de jongens te halen.
Ik zit op de bank.
Coach Potato,
Al weken op de bank.
En ineens valt er een kwartje.

Het is lekker weer. Ik kan ook gewoon de deur uit gaan.
Naar buiten.
Ik kan ook gewoon een ‘ommetje’ gaan maken.
Het idee popt op als een Eureka.
Voor het eerst sinds heel heel heel heel erg lang geleden neem ik de pijn en neem ik de moeite om de deur uit te gaan zonder doel.
Niet omdat het moet, maar omdat ik het kan.

Het voelt heel bizar om buiten te zijn zonder dat ik een ziekenhuis gerelateerde afspraak heb. Zonder dat ik ergens naartoe moet. Zonder doel.
Ik rij naar school via een grote omweg en ben er dan nog dermate vroeg dat ik de klas nog zie buiten spelen.
Ik lach me inwendig te pletter om Draakje. Ik geniet. De klas gaat naar binnen en ik zit nog even in de zon te wachten tot de school uit gaat.

Ik begroet Draakje en zie tot mijn schrik dat zijn voortand donkergrijs is. Dood grijs.
Zo grijs als alleen een dode tand kan zijn.
Ben je gevallen?
Ja, en toen was mijn tand even weg en kwam toen heel snel weer terug.
Oh shoot oh shoot oh shoot, dat klinkt heel verkeerd!
Met die beschrijving zou de grote mensentand eronder ook nog wel eens kapot kunnen zijn!
Ik ben enorm geschrokken en vraag me af of ik naar de tandarts moet.
En hoe ik daar dan kom.
En waar ik de rest van de kinderen dan laat.
Oh shoot oh shoot oh shoot.
Ergens verbind ik mijn briljante idee van het ommetje met dit: ik word meteen gestraft voor het feit dat ik iets leuks ging doen.
Voor dat ommetje.
Ik kan wel janken.

Oh wacht.
Mijn brein stopt even met paniekeren.
Met zo’n klap verwacht je tranen.

Ik rij naar de leraar.
Ik ben een haardikte verwijderd van boos worden.
Is Draakje gevallen vandaag?
Ik zie hem denken
Niet dat ik weet?
Hij heeft een grijze tand, heeft hij niet gehuild?
Nee, hij heeft de hele dag niet gehuild.
Hij klinkt heel resoluut.

Ik rij naar Draakje.
Laat je tand eens zien?
Ik kijk heel goed, ik tuur, ik staar, ik draai hem naar het licht.
Het lijkt wel….

Heb jij op je tand getekend met potlood?
Draakje forceert zijn IkProbeerErOnderuitTeKomen Tranen.
Het was de schuld van Annabel!

God dobbelt niet!

De Bevelvoerder heeft dienst.
Spelmaker heeft zijn broers uit school meegenomen en ik maak pita broodjes voor de lunch.
Pita broodjes met pindakaas. Dat is Dalton Style.

Ik baal ervan dat ik ze niet ging halen, maar ik geniet dat ik lunch kan maken. Zittend en trippelend vanuit de trippelstoel.
Ik maak lunch, en later maak ik appelmoes.
Ik doe en ik tuttel de hele middag.
Ik kan alweer zoveel!
Ik trippel me rot met mijn rechterbeen en mijn linkerbeen begint een mening te krijgen over het ‘niet omhoog liggen’ en het gebrek aan rust. Ik negeer dat been.

Spelmaker is ondertussen met Kind aan Huis naar de speeltuin.
Kind aan Huis is bijna 3 maanden ouder en door die timing zit hij in groep 8 en Spelmaker in groep 7.
Die twee. Niet op dezelfde school, niet in hetzelfde schooljaar. Niet in hetzelfde voetbalteam.
Desondanks zijn ze al jaren de beste vrienden. Van hetzelfde kaliber. Op veel fronten.
Ze zijn de categorie vrienden die je als moeder hoopt voor je kind: ze halen het beste in elkaar naar boven.
En elke woensdagmiddag spelen ze samen. Maar dit is vast het laatste jaar, want Kind aan Huis gaat volgend jaar naar de middelbare en Spelmaker naar groep 8.
Het schooljaar verschil gaat tellen. Meer en meer. Desondanks denken de moeder van Kind aan Huis en ik dat ze het gaan redden. Zelfs de aankomende brugklas en de brugklas daarop. Ze zijn van de buitencategorie.
De Moeder van Kind aan Huis en ik zijn overigens net als onze zonen: niet op dezelfde school, niet in hetzelfde jaar, en niet in hetzelfde team. En toch zijn we al jaren de beste vrienden.

De Moeder van Kind aan Huis arriveert ergens in de middag en zoals die dingen gaan blijven zij en Kind aan Huis eten.
Tijdens het eten vraagt Wijzemans aan mij wie Einstein was.
Kind aan Huis en Spelmaker springen al gaande in met vragen en antwoorden en….

….voordat ik het weet heb ik het over de lichtsnelheid, en het niet harder kunnen gaan dan dat. Over natuurkunde.
Trippelen en appelmoes maken is allemaal leuk en aardig, maar ik zit al bijna 9 weken mijn brein te verwaarlozen! Ik. Ga. Helemaal. Loos.
Over dat het bij natuurkunde geldt dat iets waar is totdat er iemand komt die zegt dat het anders is.
Dat Newton nog steeds gelijk heeft met zijn appel.
En Einstein nog steeds met zijn lichtsnelheid.
Maar dat Schrödinger en Heisenberg na Einstein kwamen en bewezen dat Einstein niet alles wist.
Dat Einstein het er daar moeilijk mee had: Heisenberg kon geen gelijk hebben, noch Schrödinger: “God dobbelt niet”

Terwijl ze aan hun derde pannenkoek stroop/suiker/zefgemaakte appelmoes/Franse stinkkkaas zitten (okay sorry, ik ben de enige die de stinkkaas op heur pannenkoek deed), leg ik uit aan Kind aan Huis hoe het een beetje kan.
Het kind hangt aan elk woord.
Spelmaker is wat stiller, die komt later wel. Het schooljaar verschil is nu aan het woord. Ik zie de bedachtzame blik en de raderen. Dit typeert de kracht van Spelmaker.
Ik leg uit, ik ben in mijn element en doe weer eens wat anders dan borduren en TLC kijken.

Wij kunnen die wereld van atomen en kleiner dan dat niet zien, niet aanraken en niet meten. Het is niet als een deur die we kunnen opmeten zonder hem aan te raken.
Wij kunnen de kleine wereld alleen indirect een rotschop geven en meten wat de reactie is, en die reactie proberen te vertalen naar wat er gebeurde.
We kunnen alleen energie stoppen in een apparaat en meten wat er daarna gebeurt en dat vertalen naar wat er werkelijk aan de hand is.
En de verklaring wat er aan de hand is klopt, tot er iemand komt die zegt dat het anders is…
Arme Einstein. Toen Schrödinger en Heisenberg met hun theorieën kwamen, was Einstein over zijn piek. Einstein wilde er niet aan. God dobbelt niet!

En dan zegt Kind aan Huis:
Maar kan het niet zo zijn dat er dan ook iets is veel groters is dan wij? Voor wie wij zo klein zijn dat we elkaar niet kunnen zien? Net zoals met elektronen?

Ik glimlachte heel erg breed. Het kind is een wetenschapper. Zoals je ze zelden ziet.
Wat hij begreep en tot welk abstractieniveau hij het kon doortrekken is heel bijzonder.
God dobbelt misschien wel.

 

Senses

Ik ben beter in gezichten dan in namen. Ik ben heel visueel ingesteld. Ik ben altijd degene die ziet of iemand een nieuwe bril heeft en ik kan me met alle gemak deze kamer waarin ik nu zit op z’n kop voorstellen. Of binnenstebuiten.
Ik heb geen richtingsgevoel, geen interne kompas. Ik weet hoe het er hier uitziet en ik weet hoe het er in Repelbuurdorp uitziet, maar negen van de tien keer weet ik niet hoe ik van hier naar daar kom. Ik zie de weg ertussen niet. Volkomen blanco.
Ik ben slecht in het onthouden van geuren. Ik kan me met de beste wil ter wereld mijn favoriete parfum nu niet voor de geest halen, noch de geur van vanillevla.
Ik ben goed in geluiden, ik kan geluiden en stemmen goed onthouden en ik ben muzikaal. Maar ik kan informatie niet goed tot me nemen zonder visuele ondersteuning. Zonder ‘plaatjes’.
Ik zou niet meer weten hoe kiespijn aanvoelt. Ik kan het me niet meer voorstellen terwijl ik het toch echt serieus heb gehad. En toen de eerste wee van kindje nummer twee zich aandiende, realiseerde ik me met ultiem afgrijzen oh my holy kak, zo voelde dat….oh for the love of God what have I done?

Volgens mij ben ik hierin volkomen normaal. En Spelmaker is net als ik. Hij mist ook richtingsgevoel op dezelfde maffe wijze als ik en hij is beter in het ene zintuig dan in het andere, maar niets springt er op een aparte manier uit.

Wijzemans echter, is heel gevoelig voor stemmen. Het stemgeluid van iemand, het timbre, is voor hem allesbepalend of hij iemand aardig vindt, of hij de informatie tot zich kan nemen en zelfs bijna bepalend voor zijn stemming. Als je stem hem niet aanstaat maakt het niet uit wat je zegt. Uit je stemgeluid leidt hij af wat je voor hem voelt, of je het meent en of hij bereid is naar je te luisteren. “Lieverd, hoe is je nieuwe juf?” “Ze heeft een mooie stem.”

Draakje is gevoelig voor geuren. “Ik ruik iets!”, hoor je hem vaak zeggen. Maar ik zeg het verkeerd: hij is volgens mij niet gevoelig voor geuren, hij ruikt gewoon heel erg goed. Ik denk namelijk dat hij meer ruikt dan wij. Op een dag kwam hij thuis uit school. De Bevelvoerder deed de deur open en toen riep hij “Oma is er!” Ze was onverwachts langsgekomen en hij had in de deuropening, in de hal, nog half buiten al geroken dat ze er was. En nee, oma werd vanuit de woonkamer niet omringd door een wolk van parfum.

In de dierentuin bepaalt de geur wat hij van de dieren vindt en hoe lang hij ergens wil blijven. Is het wellicht zo dat als hij inderdaad beter zou kunnen ruiken, dingen ook eerder zullen stinken voor hem? Vanwege de overkill?
Toen ik gisteren een mail kreeg van een moeder die het uitje naar de boerderij had begeleid, was ik dan ook totaal niet verbaasd door de foto die ze meestuurde. Tot het bot ontroerd was ik wel. Dat dan weer wel.

20130328-120745.jpg

Taking it to the next level

Draakje en ik voeren minimaal twee keer per week (soms *uch keer*) het volgende gesprek:

Ik: je bent van mij
Hij: nee, ik ben van papa
Ik: nee, je bent van mij
Hij: IK BEN VAN PAPA!
Ik: maar je komt uit MIJN buik!
Hij: MAAR DAAR HEEFT PAPA MIJ IN GELEGD!

De eerste keer was ik door deze punchline met stomheid geslagen, maar inmiddels geniet ik van ons routinegesprekje. Het is voor ons een soort van “ikhouvanjouikookvanjou”, maar dan DraakjeRepel Style. Dacht ik. Dacht ik echt.

Maar vandaag.

Hij: MAAR DAAR HEEFT PAPA MIJ IN GELEGD!
Hij loopt triomfantelijk weg, als usual, maar komt vervolgens weer terug.

Hij: Waarom heeft papa mij daar in gelegd als hij mij ook had kunnen houden?

Hij loopt weg zonder op antwoord te wachten. Ik had ook geen antwoord klaar, eerlijk gezegd.

5 jaar……

Ten voeten uit

Spelmaker was 5 toen het begon.
Mama, mag ik een hondje?
Vijf jaar lang heeft hij het volgehouden en toen werd het lange zeuren wachten beloond. Voor zijn tiende verjaardag kreeg hij een hondje.
Mama, zullen we hem Swaffel noemen?
Die werd dan wel weer keihard gevetood, maar dat verhaal heb ik al eens verteld.

Toen we de beslissing namen dat er een hondje kwam, had de hele wereld er allerlei meningen over. Zowel positief als negatief.
Maar hoe dan ook, ik kan me niet voor de geest halen dat iemand het NIET heeft gezegd:
Ja, ja: zijn hondje, maar uiteindelijk draaien jullie ervoor op!
En heel stiekem hielden we rekening met dat scenario, al hadden we verwachtingen bij  onze verantwoordelijke jongen.

We hebben onze Fletch nu ruim een jaar.
Wij vragen Spelmaker geregeld een rondje met het hondje te doen, ook op momenten dat hij aan het gamen is of met een vriendje.
Ik kan naar waarheid zeggen dat hij het altijd doet….sterker nog:
Hij heeft nog nooit ook maar gemopperd dat hij geen zin had of dat hij niet wilde.
Geen enkele keer.
Spelmaker, ga jij een rondje doen met Fletch?
Okay mam!
Ik ken geen trouwer baasje dan Spelmaker.

Spelmakerdec12

Ten voeten uit

Hier in Repeldorp staat een heel leuke Brasserie in ons dorpse parkje. Daar kan je heerlijk borrelen en lunchen en dineren. En deze Brasserie heeft een fantastisch concept bedacht (of ontdekt, of gevallen voor, dat weet ik niet): op zondagmiddag huren ze een tweevrouwsbedrijfje in (hetidee.nl) dat aankomt met knutselspul en al. Als je als gezin met teveel 3 kinderen daar op zondagmiddag binnenkomt, gooi je je kinderen met een elegante gier breng je je kinderen naar die dames. De kinderen zijn vervolgens de hele middag onder de pannen en ze knutselen wat af en jij en je echtgenoot kunnen *hips* gezellig borrelen *hips* en onderling babbelen zonder kleine potjes met grote oren en zonder het repeterende “mama ik verveel me”.

GOUDEN GREEP, kan ik u verklappen. De Brasserie betaalt de dames en krijgt daarvoor retour een klandizie die al jaren op hen zat te wachten en vice versa: ouders met teveel kinderen die zo graag een keer uit willen! De omzet van de Brasserie op de zondagse middag is verveelvoudigd, zij blij, tweevrouwsbedrijfje blij…..en Casa Repel en Casa’s zoals de onze blij!

Afgelopen zondag knutselden de Daltons cupcakes en deurhangers. Ja, zelfs de Spelmaker knutselde mee want per knutselende zondag is er een sticker te behalen en daar valt iets mee te verdienen. Het tweevrouwsbedrijfje is marketingtechnisch zo goed, dat ze zelfs een op een haar na 11 jarige weten te binden!

Maar goed. De deurhangers. Want daar gaat dit logje eigenlijk echt over. De deurhangers die ze maakten, typeren mijn Daltons tot op het bot. Als ik moet uitleggen hoe mijn Daltons zijn, hoef ik alleen maar de deurhangers te laten zien.

1. Spelmaker staat op de grote hoge 10 meter duikplank op weg naar puberschap. Hij is al van de lage duikplank geweest en ook de hoge duikplank durfde hij. Nu weifelt hij op de 10 meter plank. Het concept privacy hoort erbij.

2. Wijzemans kijkt naar zijn oude broer. Is slim genoeg om dingen te snappen en dus maakt hij dezelfde hanger, maar twijfelt of dat nou wel kan en of dat nou wel zo lief is. Dus hij maakt een achterkant. Met de tegenovergestelde boodschap. Hij wist niet dat het bestond, maar hij heeft eigenstandig het Do Not Disturb bordje van het hotel verzonnen….

3. Draakje vindt het allemaal best wel geinig en heeft ook een boodschap voor op het bordje.

deurhanger

Dubbel blind

Ik omschrijf Draakje bijna altijd als een karikatuur van zichzelf omdat ik hem zo fantastisch vind. Ik omschrijf hem in kreten, in typerende termen. “Voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang”, “bloedspoed om zijn broers in te halen”, “ongeleid projectiel”, “doldriest maar met geen vezel kwaad in zijn donder”, “slim wellicht, maar sowieso Streetwise as Hell!”.

Wat ik natuurlijk ook weet is dat hij stiekem enorm kwetsbaar is.
Dat onder al die bravour een kwetsbare kant zit die stiekem best groot is.

Net als bij zijn moeder.

Vandaag ontdekte ik met een schok dat ik een belangrijk aspect van Draakje compleet heb gemist.
What happened? Picture it. Zwemles. Wij op weg naar het zwembad, broertje gisteren net geslaagd voor B, hij voor het eerst alleen.

Ik: Volgens mij is het kijkles, vind ik leuk!
Hij: Waarom?
Ik: Ik wil je graag zien zwemmen, ik wil zien hoe het met je gaat!
Hij (letterlijke (letterlijke!) woorden): Ik zal het je alvast maar vertellen, ik heb moeite met het plankje.

Het kind van 5 bezigt de woorden “moeite hebben met”.
Maar erger…..daar waar de faalangst er bij de oudste twee nog drie vingers dik op lag, heeft de derde het zorgvuldig verstopt kunnen houden onder een laag bravour.

Net als zijn moeder.

Tot nu. Ik moest er alvast maar even rekening mee houden dat hij niet perfect zou zijn.

Net als zijn moeder.

Dus. Nummer 3 is ook slim en heeft ook faalangst.
Maar….daar waar de oudste zich ooit op de kleuterschool twee dagen ziek meldde om te verhullen dat hij iets niet durfde uit faalangst, heeft de jongste toch Streetwise Kick-Ass Attitude genoeg om het te durven zeggen.
En ik heb dankzij het feit dat hij de derde is enige ervaring met het coachen van zonen met faalangst en ik geloof dat ik denk dat ik er goed mee omging.

Dat gezegd hebbende…

Dat het maar duidelijk is

Een week geleden. Het Gesprek.
Draakje (5 jaar): Ik ben van papa!
Ik: En van mij?
Draakje: Nee. Van papa.
Ik: Maar je komt uit mijn buik!
Draakje: Ik vind het niet eerlijk dat alle kindjes uit de buik van mama’s komen. Ik ben van papa!
Ik: Ja maar, je komt uit mijn buik!
Draakje: Maar papa heeft mij in jouw buik gestopt!!
“Sexuele voorlichting geven” af kunnen vinken in mijn brein.

Een week later, gisteren. De Monoloog.
Draakje: Ik ben van papa! En als papa niet thuis is ben ik van de Spelmaker. En als de Spelmaker niet thuis is ben ik van Wijzemans. En als Wijzemans niet thuis is èn er is niemand anders in huis, dán ben ik van mama. En als mama niet thuis is ben ik van de mama van Kind aan Huis.

Volkomen tevreden knuffelde hij mij met de meest ondeugende lach die hij in huis had, volkomen overtuigd van de onvoorwaardelijke knuffel die terug komen zou. God, wat houd ik van dat onverschrokken kind dat niet van mij is maar van papa.
Wijzemans zegt dat hij van mij is. Want anders vindt hij het zielig voor me. Het typeert mijn middelste zoon. God, wat houd ik van dat kind dat met zijn bijzondere brein geacht werd moeite te hebben met wederkerigheid, maar meer empathie in zijn donder heeft dan menig ander.
Spelmaker zegt dat hij van mij en van zijn vader is, want dan is het eerlijk en voor niemand zielig. Ik quote letterlijk. En dat typeert mijn grootste zoon. God, wat houd ik van het kind dat mij moeder maakte, het kind met het morele kompas van Koning Salomo.

De Bevelvoerder en ik ondertussen vinden dat ze alledrie evenveel van ons allebei zijn, hoe verschillend ze ook zijn. Alleen met alle drie samen zijn wij compleet.

Logica Dalton Style

Zondag werd ik weer eens volkomen achterover geblazen door verkeerd begrepen logica van mijn kinderen. En daarmee bedoel ik dat ik hun logica niet begreep hè, niet dat hun logica niet klopte. En je zou toch zeggen dat ik voldoende ervaring zou moeten hebben in de Logica Dalton Style.

Picture it. Repeldorp, ergens in 2005. Wij zijn niet bepaald preuts in Huize Repel, dus Spelmaker had zijn moeder wel onder de douche gezien. En noem ons gek, maar ik doe de badkamerdeur niet op slot als ik op het toilet zit, dus hij was ook wel eens binnengekomen met een “oh, hij is al bezet”.
Hij: Zit je te poepen
Ik: Nee, ik zit te plassen
Hij (volkomen verbaasd): Huh? Maar jij hebt toch geen p.iemel?
Geen p.iemel hebben, had hij 1-op-1 gekoppeld aan niet kunnen plassen, want wees eerlijk: waar is dat ding anders voor!

Een paar weken later kwam hij helemaal in shock terug uit het zwembad: hij had een meisje gezien dat zich aan het omkleden was en “die had daar plat”, net als ik! Hij had geen p.iemel hebben 1-op-1 gekoppeld aan het concept “mama”, niet aan de regel “mannen wel, vrouwen niet”!

Kortom: ik had beter moeten weten.

Picture it. Repeldorp. Vorige week zondag. Ik zit met mijn faalangstige hoogbegaafde zoon in de auto. De hoogbegaafde die van de schaal is gepleurd en moeite heeft met het feit dat zwemmen niks met begrijpen te maken heeft, maar dat dat je dat moet leren. En iets moeten leren, daar is hij niet zo goed in. Dat is hij niet gewend want hij snapt en ziet en doorziet alles altijd in een keer. En dus is hij faalangstig met dingen die hij moet leren en begint er bij voorkeur maar liever helemaal niet aan.
Hij: Mama, ik mag van de zwemmeester geen foutjes maken
Ik: Wat een onzin, foutjes maak je niet expres, foutjes gebeuren en van foutjes leer je
Ik: Je moet je best doen en als jij je best doet en je doet alles fout ben ik vreselijk trots op je omdat je je best hebt gedaan. Meer kan ik niet van je vragen. Sterker nog; meer kan je van jezelf niet vragen!
Hij (matig overtuigd): Oh
Ik: Als het volgende week weer gebeurt, ga ik wel met meester S praten, maar ik weet zeker dat hij het zo niet bedoeld heeft.
Hij (nog steeds matig overtuigd): Oh

Dus, deze zondag zaten we weer in de auto op de terugweg van zwemles.
Ik: Hoe ging het?
Hij: Goed
Ik: Heb je je best gedaan?
Hij: Ja
Ik: Wow, ik ben echt trots op je! Heb je foutjes gemaakt?
Hij zwijgt.
Ik: Lieffie, iedereen maakt fouten! We zijn toch niet perfect? Ook de minister maakt fouten!
Zijn ogen werden een fractie groter en hij keek me voorzichtig aan.
Hij: Ook de burgemeester?
Ik: Ja natuurlijk! En ook de koningin!
Hij keek voor zich uit en ik zag allerlei kwartjes vallen bij hem. Hij mocht foutjes maken had hij 1-op-1 gekoppeld aan “hij” en “foutjes”, niet aan de regel “iedereen” en “foutjes”. Hij dacht dat hij de enige was en was daarom totaal niet gerustgesteld met het feit dat wij het wel oogluikend zouden toestaan, dat foutjes gebeuren.
Hij: Wie is belangrijker, de burgemeester of de koningin?
Ik (wetend wat voor hem het betere antwoord zou zijn): Hier in Repeldorp de burgemeester en die maakt ook foutjes, daar leert hij namelijk van!
Ik arriveerde thuis met een kind van wiens schoudertjes zichtbaar een enorme last was gevallen.

Dus vanaf nu gaan we geregeld thuiskomen met verhalen wat er allemaal niet fout is gegaan, vandaag op werk. En wat we allemaal niet hebben geblunderd met hele boze bazen en zo.