Juffen met hoofden

Wijzemans van 6 is een lastig wezen om te begrijpen. Hij ontwikkelt zich anders dan de rest van ons stervelingen. Hij leert anders, hij denkt anders, hij functioneert anders. Daarbij kan hij ook echt alléén maar buiten de lijntjes denken. Hij zit met zijn gedachten vaak in zijn eigen wereld die wij niet begrijpen. Dat lijkt voor ons op dromen, maar hij hoort ondertussen alles. Emotioneel is hij ook nog maar een heel klein mannetje. We zitten nog steeds in het stadium dat zijn intellectuele bolletje oneindig veel meer begrijpt dan zijn emotionele bolletje kan bevatten. Hij snapt de vierde dimensie, hij snapt het concept “oneindig” en tegelijkertijd is hij oh zo blij dat het goed is gekomen met de intocht van Sinterklaas, zeg maar. Dat dus.

Spelmaker van op een haar na 10 is een indrukwekkend wezen om te begrijpen. Hij is een lieve populaire gast. Zonder uitsloverij. Een betrouwbaar typ. Pienter ook; een typische VWO-klant. Spelmaker is open en recht door zee. Ik kan met hem lezen en schrijven; voor mij is hij zo transparant als een net gelapte ruit. Spelmaker is verantwoordelijk en verstandig. En bizar gehoorzaam. Spelmaker is een rots waar je op kan bouwen. En dat doe ik ook. Soms teveel, hij is nog niet eens 10. Spelmaker is van een faalangstige kleuter uitgegroeid tot een vlotte positieve (bijna) tiener. Alle moeders van het schoolplein lijken Spelmaker te kennen: hij is een graag gezien speelvriendje. Wij worden er regelmatig letterlijk op aangesproken.

Wellicht is het omdat Wijzemans van de buitencategorie is, maar de school heeft het met hem altijd goed gedaan. Er was altijd tijd en extra capaciteit om hem te ondersteunen. Hij kreeg de juiste uitdagingen, de juiste stimulans en de juiste waardering. Het was voor de school eigenlijk altijd overduidelijk dat het kind bijzonder was. De uitslag van de testmevrouw vonden ze geloof ik ook wel stoer. Proef de cynische ondertoon mensen, proef de cynische ondertoon.

Wellicht is het omdat Spelmaker zo gehoorzaam is en niet klaagt, maar de school heeft het met hem altijd verkeerd gedaan. Hij is altijd onderschat en hij heeft nooit de juiste uitdagingen gehad. Dat het kind qua lesstof een jaar vooruit liep werd niet gezien: “ja maar, hij is nooit als eerste klaar”, dat soort voorbeelden. Toen de grote balletje-balletje-klassenhussel-truuk van vorig jaar plaatsvond, plaatste ik mijn eerste stomende #ikrukhaarhoofderaf tweets. Mijn voorspelling is uitgekomen: Spelmaker heeft het overleefd zoals ik het destijds de directrice met trillende stem van ingehouden tranen heb gezegd en trillende vinger van ingehouden woede: en dat heeft alles te maken met het karakter van Spelmaker en niks met de keuzes van de school.

Vanavond is het even anders.

Spelmaker heeft voor het eerst in zijn schooltijd een juf die hem op de korrel heeft. Vanavond kreeg ik van haar een verhaal te horen waarbij ik dacht: “Jeetjum, jij snapt het echt!” Daarbij bleek uit het verhaal dat Spelmaker opbloeit. Faalangst verdampt. Onzekerheid verdampt. En wat opkomt en opbloeit is enthousiasme en initiatief. Leergierigheid. De juf werd enthousiast bij het praten over hem. Ik keek naar haar hoofd. Het is een hele mooie dame, dat zei de Bevelvoerder ook al (al hij gebruikte een andere term). Ze is een juf met een mooi hoofd. Een juf met hoofd.

Wijzemans heeft voor het eerst in zijn schooltijd een juf die hem niet begrijpt. Dat zag ik al aan zijn rapport. #ikrukhaarhoofderaf. Maar tijdens het gesprek vanavond bleek dat ze met open vizier uitlegde dat ze tegen dezelfde problemen aanloopt als wij: Wijzemans is een lastig wezen om te begrijpen. Ze zoekt en ze worstelt, net als wij. Ze is net terug van zwangerschapsverlof en probeert binnen 2 maanden Wijzemans op de korrel te krijgen. En daar doet ze verschrikkelijk haar best voor. Ik keek naar haar hoofd. Het is een hele lieve dame met prachtige eerlijke grote ogen. Ze is een juf met een mooi hoofd. Een juf met hoofd.

Empathie van de Bovenste Plank

Zondagmiddag. Casa Repel. Picture it.
Ik heb een loopje gedaan.
Spelmaker is naar Kind aan Huis, Bevelvoerder is met Wijzemans naar zwemles.
Draakje kijkt tv en ik doe de was.
Zondagser dan dit kàn je ons bijna niet aantreffen.

Mijn iPhone gaat en ik zie het smoelwerk van Mi in mijn scherm.
Ha fijn, denk ik nog, was gisteren nog zo gezellig, ze gaat vast vragen of Spelmaker mag blijven eten. Nog voordat ik opneem besluit ik dat mijn antwoord ja zal zijn.

Ik neem de telefoon niet op met “met Repel”, maar met “Heeeeey! Mi! Hoe is het?”
Ik krijg een huilend antwoord.
“Hey Reep, niet zo goed. Eigenlijk helemaal niet.”

Later is ze bij ons. Telefonetisch aan haar kladden door de glasvezel getrokken, zeg maar.
We bonjouren onze oudste *veel te wijze* jongens weg: Mi en ik willen babbelen, dit is onze wereld: ik mag jou geen afscheidskus geven op het schoolplein, en vergelijkbaar met dat mag jij hier niet bij zijn!
Zij praat. Ik praat. Op haar in.
Maar hoewel mijn troost en steun wel helpen, mijn woorden landen niet.
Ik praat te rationeel en te analytisch.
Moet ik nog toelichten aan de lezertjes dat ik heus wel vol emoties was op dat moment? Nee toch? Huilen deed ik later in bed.

De Bevelvoerder praatte totally unlike his usual self mee.
Hij sprak niet op haar in. Hij brak af en toe in, en legde kil en ragfijn bloot over wat voor een oetlul we het eigenlijk hebben. From a good man’s point of view.
En die woorden landden wel.

Mi is de nacht nauwelijks doorgekomen.
De oetlul heeft haar die nacht via de telefoon geestelijk bijna, maar nog net niet helemaal, gesloopt.
Tot ze bij haar huisarts terecht kon, whatsappte ik me het apelazerus met haar.
Ik en een paar anderen hielden haar de ochtend overeind.
Op het moment dat ze even uit de lucht was, zat ik met rokende hakken op de fiets naar haar, zo ongerust was ik.

Vanavond kwam ze gelukkig weer eten.
Ze was bij de huisarts geweest.
De blinde radeloosheid en paniek hebben plaatsgemakt voor een murw soort van verdriet. En een übervermoeidheid die aan alle kanten van haar afstraalt.
Emotioneel bont en blauw geslagen en beyond.
Dat ik die toestand herken, maakt dat ze bij me durft te komen.

“Die gekke moeder van jouw vriend, hè?!”, verontschuldigt ze zich met rode ogen en een halfbakken glimlach naar Spelmaker.
Spelmaker kijkt niet op of om, maar zegt met dezelfde matter of fact toon van zijn vader:
“Jij bent niet gek! Je bent lief!”
Hij zei het met een toon zodat iedereen direct van hem aanneemt dat het een natuurwet is.
Mi mocht hem toen wel een knuf geven, want we waren niet op het schoolplein. of zo.

Later tijdens het eten komt Wijzemans ineens out of the blue (let wel: hij was niet eens aanwezig bij bovenstaand incident, sterker nog: hij was aanwezig bij geen van de gesprekken, hij heeft alleen Mi en haar gezichtsuitdrukking gezien:):

(tussen de happen door)
“Mi?
Ik vind jou en Kind aan Huis een beetje lief.
Nou. Eeeeehm. Eigenlijk niet een beetje.
Eigenlijk gewoon heel veel.”

Laat gezegd zijn dat Spelmaker een hele wijze bijzondere prepuber is.
Wat een lef om dit te zeggen.
Petje diep af. Heel diep.
Wat gaat hij een mooie bijzondere grote kerel worden.

Maar….Wijzemans, met 6.
Wijzemans zou autistisch zijn? Zei iedereen?
Testmevrouw had het heel goed in de smiezen: dat je “best wel” laat bent met false belief wil niet zeggen dat je niet empatisch bent.

Best wel niet.

Mi komt de rest van de week bijna elke avond eten.
Ik hou mijn waffel, ik knuffel haar alleen maar.

Mijn 4 Daltons doen de rest.