14 maart 2013

Het loopt uit. En ik ben an emotional wreck.
Als deze uitslag niet goed is, weet ik werkelijk niet hoe ik dat moet gaan processen.

De eerst mammo na een jaar.

Ik ken de routine goed genoeg dus ik kan de vertraging uitrekenen aan de dames voor mij.
Vrouw naar binnen, 1e keer, gesprek en een knijponderzoek.
Vrouw terug naar wachtkamer.
Vrouw naar binnen voor 2e keer, de 4 foto’s.
Vrouw terug naar wachtkamer.
Vrouw naar binnen voor 3e keer, de uitslag.

De vrouwen in de wachtkamer kijken naar mijn rolstoel en mijn been en kijken verongelijk of verdrietig. Ik heb het blijkbaar makkelijk, zo interpreteer ik hun blikken. Ik kan het wel uitschreeuwen: de memmenpletter is het enige apparaat hier, ik kom hier ook voor mijn tiet, ik ben net zo bang als jullie, mijn been is bijzaak! ik zal nooit meer lopen, nooit meer Running Repel, boeien, als deze uitslag slecht is ga ik dood.

De vrouw net voor mij is zolang binnen voor de foto’s dat de Bevelvoerder terug naar huis moet. Een uur vertraging hebben we niet kunnen opvangen en ik moet dus alleen de foto’s dealen zodra ik eindelijk aan de beurt zal zijn. En, daar waar ik de hele nacht al wakker van lag: alleen de uitslag moeten aanhoren.

Ik zit in mijn rolstoel met de krukken paraat, ik vraag me af hoe ik die memmenpletter moet gaan dealen met dat been en ik vervloek haar. Die vrouw voor mij. Ze is oud. Minimaal 18 jaar ouder dan ik. Ik haat haar. Haar man zit in de wachtkamer. Hij leest iets en is zich totaal niet bewust van het feit dat ik zijn vrouw wel kan wurgen.

Die vrouw komt terug met een rood hoofd en heeft pijn. En ze klaagt. Tegen haar man. De foto’s lukten niet. Ik vind haar een watje. Ik ben boos.
En ik zit er nog een half uur lang. Net als zij. Ik wachtend op de foto, zij wachtend op de uitslag.
Zij met haar man, ik alleen.
Zij huilend, ik haar hatend.
Ik zit er godverdomme in een rolstoel jij stomme oude taart! Zeur niet! What do you know?
Maar ik zeg niks en ben een onbereikbare ijsberg.

Ze zegt tegen haar man dat het uitloopt.
Ik antwoord ongevraagd dat ik al 5 kwartier zit.
Ze geeft antwoord en voor ik het weet komt ze naast me zitten.
Om me te troosten.

En dan.

Zij is ook terug voor de eerste controle na exact 1 jaar.
Zij had ook borstkanker vorig jaar.

En ineens ben ik niet die sjachereinige bitch meer die iedereen dood kijkt en is zij niet meer die oude taart. We knuffelen elkaar.
En ik troost haar. De foto’s deden haar teveel pijn met het littekenweefsel.
Ze was zoooo bang voor de controle.
En de foto’s deden zoveel pijn. Teveel pijn.
Ik was de eerste vrouw die ze zag die hetzelfde meemaakte.
Ze heeft zoveel pijn gehad…

Na de foto’s met de speciale memmenpletter-rolstoel (ja! die bestaat!) komt een mammo-pleeg me lastig vallen:
Sorry, ik moet het vragen: heb je die marathon nog gelopen vorig jaar?
Dat ik nog met blote tieten zit boeit me niet; ik laat met trots mijn tattoo zien.
De datum van de marathon.
Een maand na de operatie.
Maar ik ben met stomheid geslagen. Dat weet je nog? Ja, zegt ze, sommige gevallen vergeet je niet.
Die opmerking heb ik voor altijd in mijn zak gestoken!

De pleeg die me van de speciale memmenpletterstoel in mijn rolstoel helpt zegt me:
Het is de taak van de arts om je te zeggen, maar het is goed.

Mijn lieve arts geeft me de goede uitslag en raadt me aan te zwemmen tot ik weer kan lopen.
Dat ik watervrees heb, durf ik niet te zeggen.

Ik rol mezelf met moeite richting lift en whatsapp de Bevelvoerder.
Hij belt terug en ik sta even stil met de rolstoel met krukken lekker onhandig.
De receptioniste blijkt net op weg naar het toilet en grijpt mijn rolstoel.
“Oh, lieffie….je kan naar de invalidenplek komen, ik word ernaar toe gerold!”

9.12.1999

Picture it, Repelbuurdorp, 9 december 1999. Een Kroeg.

Ik was single, mijn Dinnetje was single. Allebei enorm hard op weg richting 29, allebei met de spreekwoordelijke rammelende eierstokken. Allebei al jaren vrijgezel. Ik ging mee naar de foutste kroeg die ik kende omdat zij iemand had ontmoet…en die moest gekeurd worden. Sterker nog: daar moest mee gedate worden. Ik zou meegaan, al zou ik liever niet eens dood gevonden willen worden daar in die kroeg! Maar ik ging.

We zaten aan die bar in hoekvorm, en ze wees hem aan: hij stond “daar”.  En ik deed mijn best, maar mijn blik werd afgeleid door die gast die daar aan de andere hoek van die bar zat, midden tussen mijn blikveld tussen hem en hem. En ik zag alleen maar die ogen van die gene aan de bar. Die in de weg zat tussen hem en hem. Die ogen.

We hebben gekletst met elkaar. Ik hoorde dat hij een brandweerman was. Ik vroeg niet hoe hij heette. We namen afscheid zonder elkaar ooit aangeraakt te hebben. Zonder elkaars naam te kennen! Maar wel met de gein van een volgende afspraak.

Ik had geen flauw idee waar dit toe ging leiden….

 

Per Saldo – Ondertitel ‘dikke vette winst’

Het is niet dat ik voor 2012 niks had meegemaakt.
Maar de term “….dan leer je je vrienden kennen” had ik nooit eerder toegepast.

Ik heb ontdekt dat ik dit jaar die term voor het eerst letterlijk en rücksichtslos heb toegepast.
Je mag verzaken, je mag steken laten vallen.
Maar soms niet.
Ik heb dit jaar serieuze strepen gezet onder mensen die mij EN de Bevelvoerder serieus in de steek hebben gelaten.
Ik heb mensen afgerekend. Voor altijd.

Maar hij en ik deden het samen: elke stap in 2012 hebben we samen gezet.
De winst van kanker.

Die dappere man van mij dealt een gezin, een zieke vrouw en een fulltime baan….en een studie.
Hij haalt zijn papieren terwijl ik ziek ben.
En een baan dealen, en kinderen moeten troosten met een zieke moeder….
….en overal in slagen….hij is nu Bevelvoerder voor het ecchie!

En toen, toen kwam er een pakje. Hij had dienst. Ik bel.
Ik: Er is een pakje bezorgd voor je
Hij: Die is voor jou
Ik *schuift toestel tussen kin en schouder en gaat open maken*: echt?

Hij: ” Ja, omdat we tijd hebben.”

Omdat we tijd hebben…

 

The Afterparty – deel I

Na de operatie sloeg ‘gefeliciteerd’ als een tang op een varken, want ik had De Uitslag nog niet.
Nu, na de bestralingen slaat ‘gefeliciteerd’ wel als een tang op een varken want het is klaar.
Ik ben klaar.

Or am I?

A. Ik ken mijn kansen als het gaat om dit feestje nog een keer meemaken; en ik word daar niet blij van.
B. Ik ben nog niet klaar met verwerken. Sterker nog: ik ben nog niet eens begonnen!

Tot nu toe was ik bezig met overleven.
Nu ben ik gezond (gek he, ik voelde me voor 14 feb gezond en nu voel ik me ziek, oh de ironie!).
De rest van mijn leven. Metzonderangst.
En de percentages die daarbij horen.

Ik en mijn omgeving met mij hebben ontdekt dat het vernislaagje dun is.

Het gaat goed, ik ben klaar, ik ben kankervrij…de komende jaren. Hoop ik.
Ik kan alles met de littekens, de brandwonden en de gipsen hand.
Heus echt alles, ik doe alles weer.
Ik kan het alleen niet….een hele dag lang.
Mijn energie heeft er een mening over.

En oh my lord, er moet ook geen grasspriet dwarsliggen want dan slaat de blinde paniek toe en kan ik niks meer.

Een bijzondere dag eindigt met: Auto Ongeluk Managen Repel Style

Aan het eind van een bijzondere dag scheur tuf ik midden in de nacht in de Smart op weg naar huis.
Ik denk na over de dag en de emoties en alles flitst door mijn hoofd.
Kwart voor 1 ‘s nachts.

Ik zit stiekem nog een beetje op mijn iPhone te spelen met iMessage.
Maar dan komen de werkzaamheden en de wegversmallingen.
Ik kwak mijn foon weg en laat gaspedaal los.
Twee versmalde rijbanen en ik rijd zonder bril.
Veilig thuis, Repel, veilig thuis.

Allerlei lussen in de weg.
Ik zie het dan ineens voor mij gebeuren, soort van in slow motion, maar ook meteen wetende wat gaat gebeuren….
De auto voor mij schaaft de rechter bumper,
knalt naar de linker bumper,
ik laat het gas los.
Als een bal in een flipperkast kaatst hij weer naar rechts en naar links.
Hij kantelt op twee wielen, “die gaat om” denk ik, en ik ga vol in de ankers.
Maar de auto valt niet om richting mij, maar knalt 90 graden rechtsaf het talut op.
Mat een vaartje van 100, 120?

Ik stop. Op een afstand van 50 meter, denk ik.
Ik bel 112, vertel waar ben, wat er is gebeurd, zet alarmlichten aan.
Stap uit.
Zet auto op slot (!)

En ik hoop dat het gezicht dat ik ga zien er niet uitziet als pizza.
Ik ben blij dat ik iemand aan de lijn heb terwijl ik naar die auto loop.

Ik loop naar het wrak en zie een knul in een shirt “stommelem” om zijn auto heen.
Ik ben direct streng: “Waar is je jas! Het is -15! NU jas aan, en in je auto, zitten, ze komen eraan. Kijk me aan: hoe gaat het met je?”

De jongen doet verstrooid zijn verhaal, ik heb 112 nog aan de lijn.
Ik mag ophangen en voor hem zorgen en ze komen er aan.

Na 10 minuten chillen is de politie er, maar dan bedoel ik ook oprecht CHILLEN bij gevoelstemperatuur -50!
De een wil mijn legitimatiebewijs, de ander lult met het gassie.
Die begint over wegtakelen en zo.

Ik onderbreek ze allebei: Lui, ik zie geen airbag….hij reed snelwegsnelheid. Hij heeft het stuur in zijn romp, of zijn riem. Bel de ambulance! We hebben het over hoog energetisch letsel.
Ik kan ergens niet geloven dat ik dit moet regisseren.

De een regelt de ambulance, de ander vertelt me hoe ik moet invoegen.
Eerst snelheid maken en dan pas de snelweg op.
Ik kan ergens niet geloven dat dit het advies is dat ik krijg.
Neem een lekkere borrel als je thuiskomt, daar had ik meer aan gehad.
Ik weet hoe ik in moet voegen. Ook als ik stijf sta van de adrenaline.

De Maizenapapje Generatie Repel Style: Een Experiment!

Ik ben van ’71. Januari. Dus mijn bouwjaar is ’70.
En als ik mensen spreek van mijn generatie hebben we een aantal zaken gemeen. Uiteraard. En een belangrijke gemene deler is…helaas…maizena.

Wij aten onze witlof, andijvie, bloemkool, kortom: onze doorgekookte groente, steevast met een maizenapapje.
Broccoli bestond nog niet toen ik klein was, maar als het had bestaan, had ik het ongetwijfeld ook gegeten met een maizenapapje.

Wij koken “tegenwoordig” anders, uiteraard, en daar zullen onze kinderen op hun beurt terecht een mening over hebben als ze later zelf voor hun gezin koken.
(“Blegh, die eeuwige rauwe zooi!”)

Maar goed.
Maizena.
Maizena is maar goed voor 1 ding, en dat is een experiment.

Benodigd:
1 pak maizena
1 kom
koud leidingwater

What to do:
Gooi net zoveel water bij de maizena tot je een dikte hebt die lijkt op pannenkoekenbeslag.
En dan net wat dikker.

What’s the big deal:
Beweeg rustig een vinger door het mengsel: het is fluide, doe het snel, je komt er niet doorheen.
Schep langzaam een handje “vast spul” uit de kom, dat lukt: als je hand niet meer beweegt, loopt het tussen je vingers vloeibaar weer door.

You gotta love physics…..toch?