Het loopt uit. En ik ben an emotional wreck.
Als deze uitslag niet goed is, weet ik werkelijk niet hoe ik dat moet gaan processen.
De eerst mammo na een jaar.
Ik ken de routine goed genoeg dus ik kan de vertraging uitrekenen aan de dames voor mij.
Vrouw naar binnen, 1e keer, gesprek en een knijponderzoek.
Vrouw terug naar wachtkamer.
Vrouw naar binnen voor 2e keer, de 4 foto’s.
Vrouw terug naar wachtkamer.
Vrouw naar binnen voor 3e keer, de uitslag.
De vrouwen in de wachtkamer kijken naar mijn rolstoel en mijn been en kijken verongelijk of verdrietig. Ik heb het blijkbaar makkelijk, zo interpreteer ik hun blikken. Ik kan het wel uitschreeuwen: de memmenpletter is het enige apparaat hier, ik kom hier ook voor mijn tiet, ik ben net zo bang als jullie, mijn been is bijzaak! ik zal nooit meer lopen, nooit meer Running Repel, boeien, als deze uitslag slecht is ga ik dood.
De vrouw net voor mij is zolang binnen voor de foto’s dat de Bevelvoerder terug naar huis moet. Een uur vertraging hebben we niet kunnen opvangen en ik moet dus alleen de foto’s dealen zodra ik eindelijk aan de beurt zal zijn. En, daar waar ik de hele nacht al wakker van lag: alleen de uitslag moeten aanhoren.
Ik zit in mijn rolstoel met de krukken paraat, ik vraag me af hoe ik die memmenpletter moet gaan dealen met dat been en ik vervloek haar. Die vrouw voor mij. Ze is oud. Minimaal 18 jaar ouder dan ik. Ik haat haar. Haar man zit in de wachtkamer. Hij leest iets en is zich totaal niet bewust van het feit dat ik zijn vrouw wel kan wurgen.
Die vrouw komt terug met een rood hoofd en heeft pijn. En ze klaagt. Tegen haar man. De foto’s lukten niet. Ik vind haar een watje. Ik ben boos.
En ik zit er nog een half uur lang. Net als zij. Ik wachtend op de foto, zij wachtend op de uitslag.
Zij met haar man, ik alleen.
Zij huilend, ik haar hatend.
Ik zit er godverdomme in een rolstoel jij stomme oude taart! Zeur niet! What do you know?
Maar ik zeg niks en ben een onbereikbare ijsberg.
Ze zegt tegen haar man dat het uitloopt.
Ik antwoord ongevraagd dat ik al 5 kwartier zit.
Ze geeft antwoord en voor ik het weet komt ze naast me zitten.
Om me te troosten.
En dan.
Zij is ook terug voor de eerste controle na exact 1 jaar.
Zij had ook borstkanker vorig jaar.
En ineens ben ik niet die sjachereinige bitch meer die iedereen dood kijkt en is zij niet meer die oude taart. We knuffelen elkaar.
En ik troost haar. De foto’s deden haar teveel pijn met het littekenweefsel.
Ze was zoooo bang voor de controle.
En de foto’s deden zoveel pijn. Teveel pijn.
Ik was de eerste vrouw die ze zag die hetzelfde meemaakte.
Ze heeft zoveel pijn gehad…
Na de foto’s met de speciale memmenpletter-rolstoel (ja! die bestaat!) komt een mammo-pleeg me lastig vallen:
Sorry, ik moet het vragen: heb je die marathon nog gelopen vorig jaar?
Dat ik nog met blote tieten zit boeit me niet; ik laat met trots mijn tattoo zien.
De datum van de marathon.
Een maand na de operatie.
Maar ik ben met stomheid geslagen. Dat weet je nog? Ja, zegt ze, sommige gevallen vergeet je niet.
Die opmerking heb ik voor altijd in mijn zak gestoken!
De pleeg die me van de speciale memmenpletterstoel in mijn rolstoel helpt zegt me:
Het is de taak van de arts om je te zeggen, maar het is goed.
Mijn lieve arts geeft me de goede uitslag en raadt me aan te zwemmen tot ik weer kan lopen.
Dat ik watervrees heb, durf ik niet te zeggen.
Ik rol mezelf met moeite richting lift en whatsapp de Bevelvoerder.
Hij belt terug en ik sta even stil met de rolstoel met krukken lekker onhandig.
De receptioniste blijkt net op weg naar het toilet en grijpt mijn rolstoel.
“Oh, lieffie….je kan naar de invalidenplek komen, ik word ernaar toe gerold!”



