Loodrecht

14 februari 2012 de foute mammo.
4 februari 2013 het ongeluk.

En met ‘februari’ stoppen dan vervolgens ook echt alle overeenkomsten.

Nu een pijnniveau dat sinds het ongeluk volcontinu in het rood ligt. In verhouding tot elkaar valt die van vorig jaar weg in de ruis.
Toen de overheersende angst. In verhouding tot elkaar valt die van nu weg in de ruis.
Nu lichamelijk beperkt tot het uiterste. In verhouding tot elkaar valt die van toen weg in de ruis.
Toen emotioneel niet in staat te functioneren. In verhouding tot elkaar nu afgerond naar boven totaal wel, maar lichamelijk afgerond naar beneden totaal niet.
Toen een serieus afgetopt energieniveau. In verhouding tot elkaar nu afgerond naar boven een volle batterij.
Toen vocht ik tegen kanker in mijn hoofd naar herstel. Nu vecht ik met mijn lichaam naar herstel.
Toen was ik super fit en gezond en maakte de genezing van het onzichtbare me ziek.
Nu ben ik vleugellam en moet de genezing me weer doen vliegen.

Ik kan me niet verplaatsen in de hoofden van anderen, maar ik heb wel een onwillekeurige interpretatie van de reactie van familie, vrienden, collega’s en kennissen toen en nu. En die interpretatie is door sommigen zelfs uitgesproken.

Oh wacht. Er is nog een overeenkomst, behalve ‘februari’.
De ongelofelijke steun en onverwachte steun en lieve steun van iedereen in mijn leven. Toen en nu. Op uitzonderingen na. De onverwachte steun even onverwacht als de uitzonderingen. Toen en nu.

Maar binnen die overweldigende steun is er wederom een levensgroot verschil tussen toen en nu.

Toen overkwam mij iets waarvan men niet denkt ‘dit kan mij overkomen’, maar iets waarvan men hoopt ‘laat het in Godsnaam mijn deurtje voorbij gaan’.
Toen overkwam mij iets dat onzichtbaar en ontastbaar is, waarvan de geneeswijze bestraling zelfs nog onzichtbaarder en ontastbaarder is dan de kwaal. Een sluipmoordenaar.

Nu maak ik iets mee waarvan men zich met schrik realiseert ‘dit had mij kunnen gebeuren’.
En dan met name de lopers onder ons.

Met borstkanker beleef ik niet iedereen’s nachtmerrie, aangereden tijdens het hardlopen op het zebrapad wel.

Verwerken – Wijzemans’ Style

Ruim drie weken lang heeft Wijzemans zich stil gehouden volgens de Bevelvoerder. Aan niks kon je merken dat hij zijn moeder miste of dat hij moeite of last had met de situatie. Hij at, hij sliep, hij ging naar school en hij speelde. Hij ging zelfs uit logeren. Maar hij was zoals altijd op zijn eigen wijze introvert en in zichzelf. Zo kennen wij hem. In zijn spel, in zijn game, in zijn hoofd. Onbereikbaar. Schijnbaar. En oh zo anders dan de rest van ons stervelingen. Op bezoek in het ziekenhuis leek het gedurende drie weken alsof Wijzemans het concept stoïcijns had uitgevonden. Onverstoorbaar. Onbereikbaar. Onaangetast. Schijnbaar.

De laatste dagen van het ziekenhuis echter, zocht Wijzemans op bijzondere wijze toenadering. Begon hij me dingen te vertellen over zijn game op de iPad. Ik vond dat heel bijzonder, want eigenlijk vertelde hij me een stukje over de binnenkant van zijn bolletje. Met de uitleg van wat hij aan het doen en creëren was in zijn virtuele wereld in zijn game, leek het net of hij me inzicht probeerde te geven in een stukje van de wereld in zijn hoofd.

Toen ik gisteren thuis (THUIS!) kwam, pakte de Bevelvoerder mijn spulletjes uit. Dat, en alle kaarten en kado’s die ik had gekregen. Een immense berg. Wijzemans’ oog viel op de velours bloem met vrolijke kleuren en het smiley gezichtje waarvan ik helaas niet meer weet van wie ik hem kreeg. Hij keek er helemaal verliefd naar. Ik riep hem bij me en vroeg of hij hem wilde hebben. Ik gaf hem met de woorden dat hij voor hem was omdat ik zo lang was weggeweest. Wijzemans trippelde direct heel vrolijk naar boven, al roepend “lub joe!” om zijn bloem een mooi plekje op zijn slaapkamer te geven.

‘s Avonds toen hij allang op een oor had moeten liggen kwam hij met tranen in zijn ogen naar beneden met zijn dierbare wasbeer. Die gaf hij aan mij, omdat ik mijn bloem niet meer had. En ik had toch iets nodig voor mijn been. Met knuffels en geruststellingen dat de Daltons echt alles zijn wat ik nodig heb, bonjourde ik hem naar boven mèt wasbeer èn de bruine teddybeer die ik ook had gekregen voor mijn been. Wijzemans kon de extra teddybeer vast gebruiken voor die nacht, die zou ik morgen wel terug krijgen.

Vanmorgen veel te vroeg, veel te ver voor de wekker kwam Wijzemans onze kamer in. Hij kwam de teddybeer alvast terugbrengen. Hij wilde heel zachtjes doen en voorzichtig voor mijn been. Maar teddybeer moest wel in het hoekje van mijn bed.

De Bevelvoerder merkt het continu op: Wijzemans is blij dat ik weer thuis ben, hij merkt het aan alle kanten. Ik kijk naar de Bevelvoerder en merk op dat zijn zoon niet de enige is.

21 down, x to go

Ik krijg het niet voor elkaar te schrijven wat 21 dagen hier in een ziekenhuisbed met me hebben gedaan. 21 dagen in dezelfde houding liggen, slapen, eten en praten. Niet eens één keer op je andere zij kunnen gaan liggen, niet eens één keer je benen over elkaar kunnen leggen. Het aantal keren uit bed op de vingers van een vuurwerkslachtoffer kunnen tellen. Op een anti-doorligmatras. Overgeleverd aan het regime van verpleegkundigen en artsen die al dan niet het beste met je voorhebben, die al dan niet een mens tegenover zich zien, die zich al dan niet realiseren dat er achter die mens een vrouw schuilt. Een regime dat fouten maakt en waarin je continu ook zelf moet waken dat het goed gaat, dat de overdracht goed gaat. Ik weet niet hoe het komt dat ik het niet kan opschrijven. Oh wacht. Dat lieg ik. Dat weet ik wel. Vorig jaar kon ik namelijk wel alles opschrijven; toen was ik serieus levensbedreigend ziek, maar was ik wel mens. 21 dagen immobiel en volslagen afhankelijk van Those Who Hopefully At Least Professionally Pretend To Give A Shit hebben me bijna (but not quite) gestripped van de kern van mijn mens zijn.

Oh wacht. Ik kan het dus wel. Opschrijven wat 21 dagen hier in een ziekenhuisbed met me hebben gedaan.

Een (on)gewisse toekomst

Het moment dat de auto me raakte gingen er heel veel gedachten tegelijk door me heen. Ik maakte alles heel bewust mee, tot op de milliseconde.

Een ongeluk? Dit is een auto.
Een zebra, dit is een zebra!
Nee, de marathon, 14 april!
Kom ik eronder? Ga ik leven?
Bevelvoerder, ik moet de Bevelvoerder bellen!

Toen de klap op het asfalt en de pijn en de instantane wetenschap. Ik keek om en zag mijn been in de wielkap. “Wat moet ik doen, wat moet ik doen?” De chauffeuse gilde in paniek. Ik gilde terug dat ze achteruit moest. Toen kon ik mijn been uit de wielkap halen en die als een harmonica op het asfalt leggen. Toen gilde ik het uit van de pijn. Hoe het been daarvoor in die wielkap zat was zo niet verenigbaar met de anatomie dat ik geen pijn ervoer bij dat buitenaardse beeld. Maar toen. Mijn been, mijn been…MIJN BEEN! Kermend, creperend. Ik gilde met mijn lippen tegen het asfalt. Waarom val ik niet flauw, deze pijn kan niet. Kan ik niet. Is onmogelijk.

Ik besloot te kalmeren en helder na te denken. Ik zette mijn loophorloge uit en keek of mijn iPod het nog deed. Ik deed mijn heuptasje open en belde de Bevelvoerder. “Ik ben aangereden…” En ik wilde aanvullen met “en ben wat later thuis”, maar voor ik die kans kreeg pakte iemand mijn telefoon af. “Uw vrouw is aangereden en de ambulance is onderweg.” Ik werd boos: geef mijn telefoon terug, mijn been, mijn been! De vrouw deed streng en ik moest kalmeren. Het was als olie op het vuur gooien. Mijn been, wat is er over. Mijn enkel, mijn knie? Wat is er nog meer kapot behalve de harmonica die ooit mijn onderbeen was? Dit wordt opereren, maar hoe erg? Kan ik ooit nog lopen, wandelen überhaupt? De Bevelvoerder arriveerde toen ik al op de plank geïmmobiliseerd in een nekbrace lag. Ik peilde zijn blik toen hij naar mijn been keek. Zijn blik verried niks.

Een week later lig ik nog hier. In het ziekenhuis. Als we even niet nadenken over hoe erg het had kunnen zijn (dood, coma) is het zo erg als ik dacht. En erger. Een onmogelijke breukencombinatie met onmogelijke pijn. Een operatie die langer duurde dan verwacht en een opname die langer duurt dan verwacht. Open botbreuken. Open wonden. Pijn. Pennen, krammen, zwellingen, morfine. Complicaties en een heel lange weg. En afschuwelijke pijn. De beelden in mijn hoofd van het ongeluk. De dromen. Het wakker liggen. En de pijn. De angst voor de toekomst. De wondverzorging, de komende weken gehandicapt thuis.

Mijn been. Hardlopen. Een jaar uit de roulatie. Op z’n minst. En nu is er iets heel geks. Ik voel me niet genaaid en ik voel niet alsof er iets is afgepakt. Mijn been is er zo erg aan toe dat ik alleen maar gedreven ben om te herstellen. Daar waar ik vorig jaar gedreven was om de marathon te lopen om met kanker te kunnen dealen, ben ik nu alleen maar gedreven om te herstellen. Uit de pijn te komen. Dan weer kunnen wandelen, dan weer kunnen fietsen en dan weer kunnen lopen.

En plotseling blijkt de wereld voor me open te liggen. Ik kan aantoonbaar hardlopen en als ik ga opbouwen vanaf 0 kan ik alles wat ik wil. Ik kan een aantoonbare snelle tien kilometer (49 minuten) en ik kan een marathon lopen (een maand na borstkanker mijn eerste in 4uur14). Ik heb nu geen grenzen en ik heb geen beperkingen. Alle zelfopgelegde barrières en richtingen zijn weg. Ik mag opnieuw beginnen met de wetenschap dat ik alles kan wat ik kies tegen de tijd dat ik weer alles mag kiezen wat ik wil. Ik heb tegen die tijd een pit in handen, ik mag troef maken en ik mag nog uitkomen ook.

Ik probeerde Wijzemans uit te leggen dat hij niet bang hoeft te zijn. Mama ligt dan wel weer aan draadjes en naalden liggen en aan toeters en bellen, maar het probleem is alleen maar mechanisch. Heus. Mama kan gewoon even niet meer hardlopen. Hij keek me aan met glinsterende oogjes. Hij vroeg me letterlijk: “je gaat dus niet meer uren weg in het weekend?” Mijn antwoord toverde zijn mooie Wijzemans’ lach op zijn smoelwerk. Hij heeft mama terug in de weekenden.

Nu de kinderen nog klein zijn, kan ik me bijvoorbeeld gaan toeleggen op de tien kilometer binnen 45 minuten. Of de vijf rond de 20 minuten. Tegen de tijd dat Wijzemans 15 is gaat hij me vragen of ik in Godsnaam een paar uur wil gaan lopen in het weekend. Het liefst nog langer. Dan wil hij chillen met zijn vriendin. Dan ga ik voor de marathon in 3uur40. Tegen die tijd heb ik nog jaren marathonleeftijd voor de boeg. Of niet. Wie weet ga ik toch voor Rotterdam 2014 en traint Wijzemans op de fiets met me mee.

Ik heb niks te bewijzen. Tegen de tijd dat ik weer mag, kan ik alles kiezen wat ik wil. Want dat ik het kan weet ik al. Opbouwen vanaf nul is zelfs iets om naar uit te kijken.

Ik ga herstellen. Dat is het hogere doel. Lopen komt daarna. Want dat ik weer ga lopen staat buiten kijf. Het herstellen wordt de uitdaging.

Buddyrun

Zaterdagmiddag. Moeder van vriendje van Wijzemans brengt haar zoon voor een logeerpartijtje bij ons.

Zij: Als ik hem morgen kom halen, heb je dan tijd dat ik een kopje thee blijf drinken?
Ik: Nou, ik ben er dan zelf niet; ik ben dan naar Leeuwarden om een rondje te lopen met een vriend van me.
Zij: Je gaat naar Leeuwarden om een stukje te lopen?
Ik: Ja?

Ja natuurlijk begreep ik haar verbaasdheid, maar ik vond het gewoon leuk om het zo vanzelfsprekend mogelijk te brengen. En natuurlijk ga ik niet voor iedereen 171 kilometer heen en 171 kilometer terug om een stukkie te hollen. Maar we hebben het over Bud.

Hij is iemand die in de loop der tijd getransformeerd is van virtuele kennis naar een kennis in het ecchie. We zijn samen naar een aantal concerten geweest en we hebben elkaar gezien bij een loopje met twittermaatjes. Hij en Spelmaker kenden elkaars virtuele naam op de PS3. En ondertussen maar lol hebben op twitter. Gedeelde humor, gedeelde looppassie (elk op zijn eigen niveau (lees: als ik twitterde “I ran 12 km”, twitterde hij “I ran 76 km”, maar we liepen dan wel weer virtueel samen)), gedeelde muzieksmaak. En ergens ook een vergelijkbare kijk op mensen/twitter/wereld. Ook op het internet heb je mensen met wie je meer contact hebt dan met anderen. En Bud was daar een van. Een waardevolle.

Maar toen kwam 2012 en zoals ik eerder heb geprobeerd te formuleren, telde alles in 2012. Niemand deed mee voor spek en bonen. De mensen die het hebben laten afweten in die tijd, hebben het laten afweten op het moment dat het er toe deed. En dat wordt nooit meer vergeten. Dat is geen belofte, maar een gevoel dat blijkbaar “is”. Een conclusie die ik heb moeten trekken omdat het zo voelt onder de streep. En de mensen -sommigen uit onverwachte hoek- die er waren, staan voor altijd op de goede bladzijde van mijn schriftje. Ook dat is niet meer uit te gummen. Ook aan de goede kant werkt het zo. 2012 was voor het ecchie. En dan…heb je die paar die above and beyond serieus een verschil hebben gemaakt.

Bud is daar een van. Zijn Budhumor heeft me op cruciale momenten door emotionele momenten en crisis situaties geleid. Pats: keer op keer op het juiste moment en met de juiste toon. Bud Style, humor style. Exact wat ik nodig had, elke keer juist als ik het nodig had. Lees me goed: ik bedoel dus echt niets af te doen aan de essentiële knuffels en liefde en troostende armen die ik kreeg van zoveel anderen die ik net zo hard nodig had, moet ik het echt toevoegen als disclaimer? Nee toch?

Dus. Zondag gingen we eindelijk, eindelijk samen een rondje doen. In Leeuwarden. En voor Bud rij ik dus wel 171 km heen en 171 terug om samen te lopen en vervolgens samen met Mevrouw Bud een hapje te eten!

Bud stippelde de toeristische route uit. Langs het monument van de 11 steden, en de start van de 11 steden, de scheve toren in het centrum, het bruggetje met de tegeltjes van alle finishers van de 11 steden en de finish bij de Bonkervaart en door de straat waar Mevrouw Bud bijna klaar was met werken.

Een kleine 22 kilometer met mijn Bud. Gevolgd door een paar uurtjes bij hem en mevrouw Bud thuis. Ik heb zelden zo’n leuke, zo’n ontzettend leuke zondag gehad. Nike zou zeggen: Make It Count.

I did!

buddyrun

BBo-3MrCUAA-7Iv.jpg-large

De Ober en de Spelmaker….verjaardag Repel Style!

Dus.
Wij zitten elke zondag in die Brasserie, met die knutseldames.
Deze zondag ook. Maar deze zondag is speciaal. Feyenoord speelt tegen Ajax.
Wij zullen Spelmaker alleen maar meekrijgen als hij kan kijken.

Gewapend met iPad en de juiste duur betaalde app zitten wij er.
Er loopt veel personeel rond, maar Ober is een vaste.
Hij herkent ons.
Hij ziet de iPad…..en dan het beeld.
Hij maakt er een geintje van, maar hij is verdacht veel bij ons tafeltje.
Hij kijkt veel mee.
Hij dolt met Spelmaker.
Hij is echt erg vaak bij ons tafeltje.
Ober is voor Ajax, heel erg voor Ajax.
Spelmaker is voor Feyenoord, heel erg voor Feyenoord.
Maar de Ober van in de twintig behandelt mijn Spelmaker als volwaardige vent.
En mijn Spelmaker van 11 kan het spel volledig aan.

Ondertussen druppelen mijn vrienden binnen.
Niet gepland, spontane actie.
Ik had de beste verjaardag EVER, ondanks medisch gedoe.
Omringt door lui die de sneeuw trotseerden voor mijn marathon leeftijd!

Feyenoord staat achter.
Spelmaker heeft de hele wedstrijd lang veel geplaag verduren gekregen.
Van Ober.
Vanuit de keuken kreeg hij steun van de kok…..ik vond het hilarisch!

Feyenoord verliest.
Mijn oudste, mijn grote lieve zoon geeft de Ober een hand en zegt gefeliciteerd.
Holy fuck, ik ben zo trots! Wat een mooie zoon heb ik!!!
De Ober trakteert mijn zoon op een cola.
Holy fuck, wat een goeie gozah!

Seriously, de beste verjaardag EVER!!

Ten voeten uit

Spelmaker was 5 toen het begon.
Mama, mag ik een hondje?
Vijf jaar lang heeft hij het volgehouden en toen werd het lange zeuren wachten beloond. Voor zijn tiende verjaardag kreeg hij een hondje.
Mama, zullen we hem Swaffel noemen?
Die werd dan wel weer keihard gevetood, maar dat verhaal heb ik al eens verteld.

Toen we de beslissing namen dat er een hondje kwam, had de hele wereld er allerlei meningen over. Zowel positief als negatief.
Maar hoe dan ook, ik kan me niet voor de geest halen dat iemand het NIET heeft gezegd:
Ja, ja: zijn hondje, maar uiteindelijk draaien jullie ervoor op!
En heel stiekem hielden we rekening met dat scenario, al hadden we verwachtingen bij  onze verantwoordelijke jongen.

We hebben onze Fletch nu ruim een jaar.
Wij vragen Spelmaker geregeld een rondje met het hondje te doen, ook op momenten dat hij aan het gamen is of met een vriendje.
Ik kan naar waarheid zeggen dat hij het altijd doet….sterker nog:
Hij heeft nog nooit ook maar gemopperd dat hij geen zin had of dat hij niet wilde.
Geen enkele keer.
Spelmaker, ga jij een rondje doen met Fletch?
Okay mam!
Ik ken geen trouwer baasje dan Spelmaker.

Spelmakerdec12

Dit was er nodig om mij weer aanspreekbaar te maken

De woorden van de lui bij de spoedeisende hulp hebben de weg van mijn buis van Eustachius tot het rationele gedeelte van mijn brein niet gehaald.
Daarvoor was ik teveel in paniek.

Pas de volgende dag, bij het baasje van Ben, landden de woorden.
Uiteraard bij het baasje van Ben. Zij redt mijn leven keer op keer op keer…

Borstkanker zaait niet uit naar darm. Bijna per definitie.

Ik ga een nieuw medisch circuit in.
Misschien ben ik een zeldzaam geval van begin 40 dat in korte tijd twee primaire tumoren ontwikkelt die totally unrelated zijn (tijd om een staatslot te kopen?),
misschien is het tweede gevalletje zelfs totally harmless.

Ik heb een paar dagen nodig gehad om het te kunnen plaatsen.
Paniek voelen is niet nodig, Repel. Sterker nog:
Paniek is improductief.
Paniek zou betekenen dat ik zou moeten handelen.
Maar ik kan deze realiteit niet veranderen.
Paniek is nuttig als er een leeuw op je af komt.
Of als je kind onder een auto dreigt te komen.
Nu heb ik gedaan wat ik kan: ik ging naar de dokter.
Voor de rest kan ik niet veranderen wat is:
paniek is useless.

Ik kwam sterker uit 2012.
Dat is niet onwaar gegeven nu.
Ze mogen zij aan zij bestaan.

Ik ga door op mijn nieuwe pad.
Hier heel verdrietig om zijn maakt dat ik nog meer waardeer hoeveel ik heb gewonnen in 2012.

Ik heb op 15 januari 2013 weer ervaren wat het is om doodsangst te voelen.
En ik had zo gehoopt dat gevoel zoveel jaren te mogen uitstellen.

True.

11 Februari ga ik Niemandsland weer in.
Een werkdag of 5 tot 7 later weet ik wat ik headfirst ga doen.

14 april staat mijn tweede marathon…..jullie mogen 1, één, EEN keer raden wat ik wil…..

Twilight Zone

Zondagochtend, rond vijf uur. Ik schrik wakker van…
Ik heb geen idee waarvan, maar ik ben geschrokken.
Ik kijk op de wekker aan de kant van de Bevelvoerder. Het is 05:05 uur.
En dan zie ik ineens dat de plek van de Bevelvoerder leeg is.
Ik probeer terug te denken aan gisteravond. Nee, hij had geen dienst. Hij was thuis.
Ik kijk naar zijn kleding. Ik zie zijn trui liggen.
En zo slaapdronken als ik ben, meen ik ook zijn broek te zien.
Zijn pieper is weg. Maar zijn uitrukkleding ligt er.
Hij is toch niet in zijn t-shirt en onderbroek weg?
Misschien snurkte ik en ging hij in een andere kamer liggen.
Ik loop alle kamers af. Hij is nergens.
Ik pak mijn telefoon. Leeg.
Maar die had ik gisteren opgeladen.
Wat is er aan de hand?
Ik loop naar beneden. Daar ligt zijn sleutelbos.
Wat? Hè? Waar is hij?
Het is zijn andere sleutelbos, maar ik ben om 5 uur ‘s ochtends observatie technisch gezien niet op mijn sterkst.
Ik pak de vaste lijn en bel hem. Geen gehoor.
Ik begin steeds ongeruster te worden. Maar ik hoorde zijn telefoon niet: die heeft hij dus meegenomen.
Wel zijn telefoon en pieper mee, maar zonder kleding en zonder sleutels.
Ligt hij ergens doodgevroren?
De hond zit in de bench, die is er wel. “Het”, is dus niet tijdens het uitlaten gebeurd.
Wat “het” ook is.
Ik krijg een idee en ik kijk op internet op P2000 naar de uitrukken van de brandweer.
Rond 4 uur twee uitrukken: een in Repelbuurdorp en een wat verder weg.
Niks in Repeldorp.
Nu vind ik het echt niet leuk meer.
Ik bel nog een keer. Geen gehoor.
Ik maan mezelf tot rust. Repel, niks aan de hand, er moet een logische verklaring zijn.
Ik heb pijn in mijn buik.
Into thin air.
Ik kijk naar de voordeur: niet op het nachtslot.
Ik trek een jas over mijn nachthemd aan en loop naar buiten.
De smart is weg. Dat lijkt een goed teken, gek genoeg.
Ik bel nog een keer. Hij neemt op.
Waar ben je?
Op de kazerne, we hadden een brand, we zijn net terug.
Maar er staat niks op P2000.
Jawel, om kwart over twee.
Ik kijk op het scherm, en inderdaad: ik had niet ver genoeg teruggekeken naar 02:19 uur.

Als hij thuiskomt heb ik twee mededelingen:
Wij moeten een teken verzinnen, een bordje of zo waardoor ik weet dat je een uitruk hebt, dit is niks. En daarbij: als jij thuis bent, is het veilig om de deur in het nachtslot te draaien, maar als ik alleen ben zonder man in huis is het een stuk veiliger om de deur open te laten?

Waarom is het zo dat als je zo opgelucht bent, je geïrriteerd reageert? Althans, waarom doe ik dat?

Ik kan nog nog niet tegen een stootje, maar ik heb hele lieve mensen om me heen!

Bericht van mij heen.
(waarheidsgetrouw, op namen na)

Beste TreenerT,

Gisteravond was ik heel erg verdrietig over werkgerelateerde zaken (grote baanonzekerheid) en het feit dat lopen niet liep. En later realiseerde ik me: ik ben op weg, maar ik ben er nog niet. En ook al ben ik er, ik heb nog lang geen reserves en ik heb geen buffertje: ik kan nu nog niet tegen een stootje. In 2012 had ik lopen nodig als baken om door de hel te komen. Gisteravond realiseerde ik me dat het niet meer zo sterk is als dat, maar dat het nog steeds geldt: met lopen kan ik dealen met dingen. Lopen is nog veel te veel mijn buffer, mijn stootkussen. Als lopen niet lekker gaat is dat enerzijds een item op de stapel dingen die spelen en anderzijds ben ik mijn steuntje kwijt. Het telt dubbel. En toen ineens toen ik de Bevelvoerder aan de lijn had klikte het: ik wil mijn lopen terug. En toen ik me dat bedacht voelde ik me zo opgelucht! Dan maar niet de marathon onder de 4 uur, maar ik wil terug wat het voor me deed. Mijn Bud probeerde me nog tegen te houden (ik vroeg hem om advies) maar hij zei op het laatst dat ook al is het schema betere voorbereiding, en de eigenlijke manier om het te doen, ik wellicht nog te vroeg ben, teveel aan mijn hoofd heb. Lopen is mijn boei en ik heb geen zwemdiploma. Daarbij werk ik weer fulltime, we hebben wisseldiensten, 3 kinderen met sport, dieren, ik werk veel uithuizig….lopen wanneer ik wil, wat ik wil is logistiek ook de betere optie. Ik word daar een lievere mama en een lievere echtgenote van. Ik liep vandaag van werk naar huis helemaal op mijn eigen manier als test en toen wist ik dat ik dit mailtje moest schrijven.

Sorry dat ik opgeef, maar het voelt voor mij niet als opgeven. Het voelt als iets terugvinden. Dank je wel voor de moeite die je in me hebt gestoken. Ik zal mede in dat licht dit jaar weer meedoen aan een Run for Kika en Lopen Tegen Kanker.

Ik hoop niet dat je boos bent.
Bedankt en liefs,
Repel

Toen kreeg ik dit antwoord.
(waarheidsgetrouw, op namen na)

Hoi Repel,

Eigenlijk wist ik dit al wel. De laatste zin van mijn mailtje van gisteren
hield dat al in.
Gewoon je ding doen met lopen zoals je altijd gedaan hebt. Lopen zien als
een bevrijding van al je beslommeringen, om je gezin, om je werk, om je
gezondheid. Dat is zeker voor nu het beste medicijn en dan idd. niet jezelf
ook nog vastpinnen op een schema dat dan alleen maar werkt als een keurslijf
dat je geen ruimte laat.

Boos? Ben daar maar niet bang voor. Er moet heel wat meer gebeuren om mij
boos te krijgen. Jammer? Ja.. dat wel omdat ik je zo graag mee onder die 4
uur geholpen zou hebben. Ben er nog steeds van overtuigd dat dat ruim binnen
je (loop)mogelijkheden ligt.
Ik hoop je binnenkort nog eens ergens te ontmoeten bij wat voor gelegenheid
dan ook.

Mocht je ooit nog loopvragen hebben en je denkt dat ik daar een antwoord op
zou weten dan weet je me te vinden.

Maak er een leuk weekend van.

Groetjes TreenerT