Overdag heet zij Wendy….

We zitten in het kantoortje van mijn teamhoofd.
We plannen snode plannen voor het afscheid van mede-teamhoofd.
Nu weet ik dat mijn teamhoofd foute muziek niet schuwt.
Ik bedoel, lid worden van de Nederlandse Songfestival Vereniging om kaartjes voor Stockholm volgende week te scoren…is een dingetje!
Maar goed. (Dat wist zij overigens van mij niet meer dan tot een sociaal geaccepteerd pub quiz waardig niveau.)
We plannen een gepast cadeau en we plannen een lied. Een goed fout gepast lied.
 
Het cadeau wordt een verzamelbox: een anti-heimwee-doos.
Met pindakaas en hagelslag en Haagsche Hopjes, met een flesje èchte Hollandsche lucht en een flesje echt Schevenings zand. Met briefjes: “ga naar youtube en zet Andre Hazes op”, met een opdracht “wat mis je niet aan Nederland?”. Met een gebruiksaanwijzing voor de dosering a la apotheek: als de heimwee te erg wordt, mag een pakje worden geopend. Pas op voor overdosering, en zo.
 
En dan het lied.
De tekst moet gemaakt worden op het meest Amerikaanse nummer denkbaar. Fout Amerikaans. Diverse nummers passeren de revue. New York New York, Burning Ring of Fire, Working 9 to 5, …
(Ik interrumpeer omdat ik het niet laten kan en mijn baas kan de Jolene op 33 rpm echt wel waarderen, we staan er even bij stil.)
We besluiten uiteindelijk te gaan voor de Carpenters, Top of the World.
 
Ze zet het op en ik ga op de automatische piloot, het eerste couplet vanaf de eerste regel, de tekst uit mijn hoofd.
Haar ogen worden zo groot als schoteltjes en ze wijst naar me: “Jij! Jij! Dus jij Ook!!!!!”
 
Ik antwoord (zodra ik weer kan praten na de slappe lach) in mijn beste Jambers:
“Overrrdag is Wendy een Metal Head en luisterrt ze naar Thrash”
 
Mijn bazin vult aan zonder pauze in nog beter Belgisch:
“Maar ’s nachts luisterrt ze naarr Dolly Parton in haar bedje en biggelt ze een trraan.”
 
Er kwam weinig serieus meer uit ons daarna….

Whatsapp etiquette: duimsnelheid en blauwe vinkjesstress

Ik ga een boek schijven lui. Over whatsapp etiquete. Maar ik begin bescheiden met een logje. Maar deze log is dan wel direct mijn patent-aanvraag-in-de-dop. I kid you not.

Whatsapp etiquette mensen, daar wil ik het over hebben. De voor onze generatie ongekende gevoeligheden en ongemakkelijkheden waar onze kinderen ongetwijfeld minder last van zullen hebben.

Whatsapp etiquette voor dummies, wordt mijn vervolgproject.

Vandaag was ik met ik met mijn 45+ vriendinnen en we ervaren allemaal de duimen-stress in het dagelijks leven. Onze kinderen typen met duimen……wij niet. And we don’t care. Ware het niet dat. Het gros van ons gebruikt wijsvingers en dat moeten we horen. Van onze kinderen. Geen app zonder commentaar. Twee van ons doen het wel omdat we onder zware druk van onze kinderen zijn bezweken. Maar dan nog kunnen wij niet typen met de snelheid van 2 duimen zodanig dan het whatsapp waardig is in de ogen/vingers van onze kinderen.

En zo heb ik ook van die whatsapp contacten (ik noem geen namen) die langzaam typen. Dan stuur je bijvoorbeeld een berichtje, en ploep, komt die ander toevallig direct online en begint terug te typen. En weet je, je voelt je dan (althans ik) sociaal veplicht online te blijven. Als ik het niet zou doen, geeft dat mij het gevoel dat die ander zegt “aan het typen…” en ik roep gewoon terug “laatst gezien 1 seconde geleden”. Alsof je iemand die zijn zin start de rug toe keert. Not done.

Maar dan begint het. Het wachten. Er staat “aan het typen…” bij de status. Die springt dan even naar “online” en weer terug naar “aan het typen…”. Mijn scherm springt vervolgens op bijna donker. Even snel aanraken. Ik ben nog online. “aan het typen…..” Ik voel mezelf zinloos naar het scherm staren maar ik ben sociaal heel verantwoord bezig.

Bovenin beeld plopt een andere whatsapp op. Iemand met wie ik eigenlijk ook wil appen. Ik doe het gewoon, denk ik dan stoer, de ander is toch nog aan het typen.

Ik app en paar snelle tak-tak-tak berichten heen en weer, ik raffel het af op weg nar degene met wie ik als eerste in gesprek was, al was het een wisselgesprek en keer terug naar “is aan het typen…..”

Mijn toontje komt. Pling nieuwe whatsapp. De “aan het typen….” Is klaar met zijn bericht.

Er staat: “ok”.

Iets anders. Ik werd van de week gebeld door huiswerkbegeleiding dat mijn zoon nog niet was gearriveerd. Da fuq? Ik bel hem op (hoe deden onze ouders dat in onze tijd? Maar dat is een ander logje waar ik een mening over heb) en krijg uiteraard geen gehoor. Ik app. En ik krijg slechts 1 grijs vinkje. Ik ben INSTANTAAN ongerust. Het kind is niet waar het hoort te zijn en de app komt niet aan. Ik check elke 5 minuten. Plop: 2 grijze vinkjes, het moet niet gekker worden. Even later zijn de vinkjes blauw en ik bel hem op. En hij neemt niet op.

Ik heb op dat moment erg veel last van “blauwe vinkjes stress” ( Van Dale woord 2016?).

Ik heb nog minimaal 15 voorbeelden….

Dat boek? Gaat er komen!

S.eksuele Voorlichting Gone Totally Wrong

Aan tafel met mijn Daltons gaat het weer eens een keer over die hype van tegenwoordig.: De Challenges.

In mijn beleving begon het op school met de Deo Challenge nadat wij als volwassenen de Ice Bucket Challenge hadden gedaan. En nu zijn we via vele rare en enge challenges beland bij de C.ondoom Challenges. En de ene is nog gevaarlijker dan de ander.

Die ene C.ondoom Challenge kende ik: die waar je een c.ondoom vult met heel veel water en dan van een halve meter boven iemand’s hoofd laat vallen zodat hij over dat hoofd heen keert en die persoon een c.ondoom over zijn hoofd heeft. De andere kende ik niet: een c.ondoom door je neus hard naar binnen zuigen en door je mond weer naar buiten trekken. Als je dacht dat de eerste al gevaarlijk was…een c.ondoom die als een luchtdichte trechter vacuüm verkleefd zit in de adempijp van je kind, krijg je er echt met de Heimlich greep niet uit….zeg maar. Voor ouders die denken in beelden: sorry.

Het is mijn mantra: Als iemand tegen jou zegt “jij durft echt niet *vul maar wat in*….”, dan is het òf vies, òf illegaal, òf gevaarlijk, òf raar, òf denigrerend, òf iets anders dat niet normaal is en dat zomaar voor altijd op foto op film op internet zou kunnen rondslingeren.

Ik bedoel, niemand zal tegen jou zeggen: “jij durft echt geen glas water uit de kraan te drinken!” Het dapperste antwoord dat er is, is: “Nee, dat durf ik niet. Doe het eens voor?”

Ik had mijn kinderen (hopelijk) weer eens overtuigd. Don’t. Just……don’t.

Voor mijn gevoel had ik dit goed aangepakt. Maar toen….

Later zitten Draakje en ik in de auto op weg naar voetbaltraining :

Hij: Waar is een c.ondoom dan eigenlijk wel voor bedoeld?
(Het voordeel van een derde is dat je al twee keer eerder bent geconfronteerd met vragen waarvan je dacht dat ze nog even op zich zouden laten wachten, dus ik ben niet zo snel uit het lood geslagen.)
Ik steek van wal met een verhaal over nog even willen wachten met kinderen maar wel van elkaar willen houden, dat een c.ondoom over die p.iemel daar dus precies voor zorgt, en ik vertel dat handen wassen goed is tegen griep verspreiden en dat sommige ziektes helaas verspreiden via vrijen, dus een c.ondoom helpt daar ook tegen. Er zijn dus twee redenen om een c.ondoom te gebruiken.

Voor mijn gevoel had ik dit goed aangepakt. Maar toen….

Hij: Maar waarom hebben sommigen dan smaakjes?

Collecteren voor dummies

Deze week liep ik voor de tweede keer voor het KWF langs de deuren. Ik heb mijn eigen wijkje; drie straten. Dat kleine straatje waar nooit iemand thuis is behalve op de hoek, die grote straat waar rijke mensen wonen en dat grote appartementencomplex waar je kan zien dat de mensen elk dubbeltje moeten omdraaien. Het is gek, maar ik herken sommige mensen en sommige interieurs en ik verbaas me weer over een aantal zaken. Collecteren is een feest der clichés, daar ben ik nu al achter.

  • Mensen die willen geven lopen naar binnen om hun portemonnee te halen en laten de deur wijd open staan. Blind vertrouwen.
  • Achterdochtige mensen kijken eerst door het raam voor ze open doen, maar bij het zien van de bus van het KWF doen ze steevast open. Blijkbaar zijn sommige goede doelen goeder dan andere goede doelen.
  • In de “arme” flat doet het gros van de mensen de deur niet eens open. Ze turen zelfs niet door het raam.
  • In de “arme” flat hebben de mensen de dikste sloten en de grootste anti-inbraak beveiligingen. Het contrast met het jaren zeventig deurslot op de rijke huizen is schril.

Twee dingen bleven me deze keer bij, over schril contrast gesproken.
In het appartementencomplex bel ik aan bij een huis waarvan ik sinds vorig jaar weet dat het schoolvriendje van Draakje er woont. Destijds schrokken we toen de deur open ging  en we beiden een bekend gezicht zagen en was het voor beiden gênant dat ze nee moesten zeggen. Nu kwam hij aangelopen en hij zei verontschuldigend dat ze deze week erg krap zaten en dat ze geen geld hadden. Het was voor geen van beiden meer gênant, maar het was een neus op de feiten momentje.
In het rijke rijtje bel ik aan en een enigszins bekakte meneer met een “golf meets rotary”-outfit doet open. Hij heeft een glas wijn in de hand en zijn bekakt klinkt ook enigszins aangeschoten. Uiteraard (op z’n Wassenaars uitgesproken) heeft hij wat over voor de KWF. Hij loopt naar binnen en de deur blijft wagenwijd open. Ik zie een eettafel met allemaal enigszins bekakte mannen in een “golf meets rotary”-outfit en heel veel lege flessen wijn en heel veel half volle glazen. Ze zijn zeker weten half vol voor deze mensen. De enigszins aangeschoten bekakte meneer komt naar de deur en zegt met een enigszins dubbele tong “Ik geef je maar papier, anders wordt die bus zo zwaar om te dragen.” En hij stopt een tientje in de bus.

Ik bracht een zak met vuile was naar de baas van Ben

Ik zit in de mooiste wachtkamer van Nederland.
Maar ik zie Ben niet en zonder Ben is het bijna gewoon een wachtkamer.
Maar het is wel de wachtkamer van het Baasje van Ben.

Na een minuut of 5 wachten in de ruimte waar het Baasje van Ben me mentaal weer op de rails zette nadat kanker me had geprobeerd te ontsporen, en het ongeluk de shock proof van mijn rails probeerde te testen, drentelt Ben naar binnen.
Ik pretendeer dat hij me herkent, ik pretendeer dat hij net zo blij is om mij te zien als ik hem.
Hij drentelt naar binnen, hij kwispelt en hij legt zijn kop op mijn schoot.
Zoals hij elke week deed toen ik daar voor mezelf zat week in week uit. Om mentaal te helen na kanker. En daarna om mentaal te helen omdat je niet meer zou lopen (*inmiddels middelvinger opsteekt*) In de mooiste wachtkamer ter wereld als je alle wachtkamers van elk ziekenhuis al 10 keer hebt uitgekotst in de strijd tegen kanker die alleen maar lelijk is.

En dan komt het Baasje van Ben binnen.
Zij herkent mij wel. Dat weet ik dan wel weer zeker.
Ik nam destijds afscheid van haar met haar woorden: “het voelt alsof mijn dochter op kamers gaat….maar als je ooit een keer een zak met vuile was hebt, mag je hem altijd komen brengen.”

Dus nu zat ik er met een zak vuile was.
En het is de vuile was van mijn zoon. Mijn MiniMe.
I am worried. En ik wist God zij dank een plek waar ik mijn vuile was mocht brengen en zij en alleen zij krijgt mijn was hagelwit. Het Baasje van Ben.

Ik heb haar gemaild met het probleem dat ik voel met Wijzemans dus ik weet zeker dat we er snel in zullen schieten but we make small talk first. Ik weet dat Ben met pensioen is en ik wil eerst Freek ontmoeten. Freek is 3 en Freek moet bijzonder zijn. Niet elke hond kan èn slecht ziend geleide èn rolstoel geleide zijn. Ben kon dat wel. Maar Ben is met pensioen. En ik heb het genoegen met Freek kennis te maken. Freek is een jonge dolle hond en ik ben instantaan verliefd.

And then we talk.
Aan het eind van ons gesprek sta ik een mentale kamer met 35 open deuren. Enorm open deuren.
De reden dat ik haar hulp zocht was ineens vanwege een blijkbaar foute conclusie van mijn zijde. Maar binnen een half uur heb ik dankzij het Baasje Van Ben Freek mijn doel weer voor ogen.
Het Baasje van Ben Freek heeft met haar slechtziende ogen 9D-visie gezien wat er loos is met mijn MiniMe.

Binnen een half uur weet ze me te pakken want ze weet welke taal ik spreek en snap. Het gaat goed komen met Wijzemans. Het Baasje van Ben Freek did it again.

Het O Woord is gevallen

Eerder in juni
Als ik wegloop na een gesprek met een kennis die in de overgang zit op een leeftijd waarvan je het niet verwacht denk ik na over wat ze zei. En kwartjes vallen. Heel veel kwartjes vallen.
In de loop van de dagen die volgen valt er een ton aan kwartjes.

Eergisteren
De test die ik bestelde op internet is verpletterend positief.
En ik ben niet verbaasd. De nerd in mij wist uiteraard al hoe de test werkt nog voor het O Woord überhaupt viel en ik weet dat ik officieel over een week nog eens moet testen, maar ik heb dagenlang de tijd gehad om na te denken over een ton aan kwartjes dat is gevallen. De waarheid schreeuwt me al een jaar lang in mijn gezicht; ik had de test niet nodig. Daarbij zou deze test gezien mijn cyclus al negatief hebben moeten zijn.
De controletest over een week ga ik alleen maar doen om tegen de huisarts te kunnen zeggen “ja-ha, heb ik gedaan”. Een discussie-vermijdende-test, zeg maar.

Gisteren
Ik ben voornamelijk heel erg blij: alles valt op zijn plek, rationeel.
In the back of my mind probeert een soort van emotie te roepen dat ze er ook een negatieve mening over heeft, maar ik ben for the moment alleen maar heel erg blij dat ik ineens alles tot een jaar terug (anderhalf?) kan verklaren.

Als ex-kanker patient ben je bij elk pijntje niet echt snel geneigd te denken, “zal wel niks zijn”.
(Deze zin mag in het woordenboek onder het kopje “eufemisme”)
Ik heb mijn klachten een jaar (anderhalf jaar?) lang nooit gezien voor wat ze waren. Ik had het namelijk ook nog te druk met mijn been en leren lopen.
Maar ik blijk niet gek met rare verschijnselen. En ik heb geen uitgezaaide borstkanker. Ik ben gewoon in de overgang. Godzijdank. Ik heb gewoon last van heel veel onschuldige klachten.

Ik ben niet gek en onzeker; ik ben gewoon in de overgang!
Nee, ik droom niet sinds ruim een jaar (langer?) ineens heel raar bijna elke nacht zodat ik badend van het zweet wakker word. Wat ik al die tijd dacht.
Nee, ik word wakker van night sweats en onthoud daardoor wat ik droomde op dat moment.

Nee, ik ben geen über-piekeraar geworden sinds het been waardoor ik elke nacht uren wakker lig. Wat ik al die tijd dacht.
Cliché klacht my dear!

Nee, ik ben niet onzeker op werk sinds ik terug ben na het ongeluk, zodat ik continu gegeneerd in zweet uitbreek als een baas (of collega) wat tegen me zegt. Wat ik al die tijd dacht.
They are called “opvliegers” my dear!

Nee, ik ben niet anders gaan doe met eten. Maar ik kan hollen wat ik wil; die weegschaal groeit. En heel specifiek alleen die buik. Alleen die buik. Niet de maag, de buik. Ik begrijp er niks van! Kost me alle zeilen bijzetten om op gewicht te blijven.
Je lijf heeft de testosteron nodig uit je buikvet verderop in de overgang my dear. Da’s beter voor je gezondheid. Laat dat buikje maar komen.

Nee, je bent niet een rotmoeder en irritante echtgenote geworden die niks meer kan hebben. Wat ik al die tijd dacht.
Je veranderende hormonen hebben een grote invloed op je humeur en je lontje.

En die krullen die ik ineens sinds een jaar heb.
En die jeugdpuistjes die ik ineens sinds een jaar heb.
Mijn belabberde geheugen sinds een jaar.
The list goes on and on and on.

Eigenlijk is een veranderende cyclus werkelijk het énige symptoom dat ik niet heb als je alle lijstjes bekijkt. Dat het nog maar een dag duurde in plaats van 5 dagen sinds een jaar nam ik als freebee zonder consequenties.

Mantra
De kans dat ik een nieuwe tumor krijg in mijn oh zo 3-times gehavende linker-, danwel mijn intacte rechterkant dropt van 40% (voor de overgang) naar 14% (na de overgang).
De kans op oud worden met kleinkinderen is bizar vergroot aan de overkant van de horizon die overgang heet.
60% kans op niet krijgen wordt 86% kans niet krijgen.
Bring. It. On.

Vandaag
Ik kijk in de spiegel.
Ben ik nog wel vrouw na de overgang?
Ben ik nog wel sexy?
Gaat de Bevelvoerder anders naar mij kijken sinds Het O Woord is gevallen?
Onzekerheid takes over en ik krijg spontaan een opvlieger.

Ik kijk langer in de spiegel.
Drie maanden geleden had ik sjans op straat en toen was ik al in de overgang, zonder het te weten.
Drie maanden geleden voelde ik me vrouw terwijl ik al in de overgang was.
Drie maanden geleden vond de Bevelvoerder mij mooi en vandaag nog steeds.
Ik ga naar 86% kans om het niet opnieuw te krijgen.
Ik ga het mijn oncologie niet vertellen omdat ik bang ben niet meer jaarlijks op controle te mogen.
Kanker blijft leading in mijn leven.
Dat is de echte erfenis van kanker.

Voorlopige conclusie, onder voorbehoud
Ik ben niet onverdeeld positief, the jury is still out, maar ergens vind ik de overgang een avontuur dat ik aanga en ik ben nieuwsgierig.
Ik blijf per slot van rekening een wetenschapper puur sang!
En ik ga liever voor mezelf zijn: ik ben niet raar, ik ben gewoon in de overgang.
Het vrouw-zijn dingetje ben ik nog niet over uit.
De klachten ga ik wat aan doen. Ik heb de afgelopen jaren genoeg geknokt met en voor mijn lijf en ik vind dat ik een break verdien. Trek de farmaceutische la maar open. Al verhoogt het mijn kans weer met wat procenten, 40% zal het niet meer worden, wat het geweest zou zijn tot mijn 50ste onder statistische omstandigheden.
Als mijn cyclus nu ook nog de conclusie overgang zou trekken en compleet weg zou blijven ben ik spekkoper.
Denk ik.
En toch is er een stemmetje in min achterhoofd dat een mening heeft.

 

 

Over hoe ver het was en hoe warm

Deze halve was aan alle, ALLE kanten fout vandaag.

Ik besloot blind mee te lopen met de ballonnen die zeiden “2 uur” zonder op mijn klokje te kijken. Lopen op standje gedachteloos en me niet laten leiden door de tijden en rekenen, maar als een hersenloze een stel ballonnen volgen leek me een goed idee. Twee uur blank was met mijn training en mijn been te doen: op het randje tussen relaxed en ambitieus.

Maar het voelde van meet af aan al kilometers lang veel te rap. Ben ik dan zo slecht in vorm?
Na 7 km kijk ik op mijn horloge: iets boven 38 minuten. Ik schrik. Sorry dames en heren pacers: dat is een sub 1.55, geen 2.00.
Ik ben een beetje boos op mezelf: Vertrouw nou eindelijk gewoon eens op je gevoel en op je gadgets en niet op die ballonnen! Dit was de laatste keer dat je niet naar jezelf luisterde, okay?

Het is niet warm, maar de zon in mijn snufferd heeft kracht en met de wind in de rug is het warm. Erg warm. Het loopt niet lekker. Ik loop mijn eigen tempo inmiddels, maar het kwaad is (tussen de oren) al geschied. Ik ben bang voor wat ik heb opgeblazen voor het einde en hoe ik over de finish ga komen. Elke seconde te hard in het begin lever je 10 keer zo hard in aan het eind. En ik heb het warm met die zon. En mensen om me heen ook, zie ik.

De toestand tussen mijn oren verslechterd als ik hongerklop krijg. Ik voel het. Te weinig gegeten de dag ervoor. Mijn goede ontbijt kan de dag ervoor niet goed maken. Ik wacht wel op de volgende drankpost met de stukjes banaan. Maar welke drankpost ik ook passeer, geen banaan te bekennen. Mijn benen zijn pap en mijn maag is wee. En mijn hoofd ontploft in de zon.

Wacht, denk ik, bij 16 kilometer staan mijn Daltons er weer, net als vorig jaar en dat gaat me een emotionele boost geven! Maar als ze er niet blijken te staan weet ik echt even niet hoe ik door moet. Ik sta op het punt te stoppen en naar huis te lopen. Maar ik weet dat Frank terug komt voor me na zijn finish om me op te halen en ik kan hem niet laten zakken, dus ik ga door met een sacherijn die zijn weergave niet kent.

Thank God, bij 19 kilometer: banaan! Ik besluit te stoppen om een beker energy drink en een stuk banaan tot me te nemen om mezelf te herpakken. Het blijkt me maar een halve minuut te kosten. Mijn lijf ABSORBEERT de energie met hoofdletters en ik ga door.

Daar waar ik Frank verwacht is hij er niet. Qudt. Maar ik zit op 19-komma-nog-wat kilometer. Nu kan ik echt niet meer stoppen. En dan zit hij er uiteraard wel, een paar honderd meter later. Ik ben zo kapot dat ik niet kan praten, niet eens wil. Ik ben wel heel erg blij dat hij naast me loopt. Ik ga het alleen niet kunnen laten merken. Ik ben niet meer alleen. We komen samen de finish over.

Ik finish in 2.02.46. Gemiddeld 5’46 de kilometer.

De tijd staat haaks op mijn gevoel.
Ik voel me onwaarschijnlijk slecht en wil het niet echt laten merken, ik zeg het wel, maar ik laat niet merken dat ik wel kan janken. Na het ongeluk mag ik namelijk alleen maar van geluk spreken, toch? Ontevreden zijn over lopen is not done als je nooit meer zou kunnen lopen.

Aan het eind van de avond, na de BBQ ben ik pas tevreden en blij. Deze halve was harder bevochten dan mijn pre-ongeluk-niet-te-vergelijken PR. Het kostte me tijd om dat tussen de oren te krijgen. Kapot gaan zag ik terug in mijn km-tijden net en ik ben ben een beetje trots op mezelf. Als dat kapot gaan is…
Maar! Ik zou genieten van elke centimeter. De grootste fout die ik maakte vandaag is dat niet te doen.

Alleen maar passend dat ik een medaille overhoud aan deze loop met een verkeerde datum erop.

Facebook vraagt me wat ik aan het doen ben

Wat ben ik aan het doen vraagt Facebook?

Ik heb gewoon een gesprek met mijn 9 jarige over het bestaan van dampkringen van planeten, voorwaarden dat er leven op planeten is, over zwarte gaten, en extra dimensies in relatie tot zwarte gaten. Over het uitdijende heelal en het begrip oneindig.

En hij weet meer dan ik.

Wat mij het meest aangrijpt is zijn gemak in het omarmen van het bestaan van begrippen als oneindig en meer dimensies die zijn 9 jarige lijfje van nog geen 1meter40 aan zou moeten kunnen, hier op dit kleine planeetje ergens draaiend om een nietig sterretje in een nietig melkwegje in het heelal. En dat hij me verrukt aankijkt omdat hij het omvat. Hij ziet kansen in het bestaan van zwarte gaten.

Hij kreeg een onvoldoende voor rekenen van de juf omdat hij de helft niet had ingevuld. Na 3 van de 9 rijtjes in de orde grootte “3+3= ” was hij het zat.

Dat ben ik aan het doen Facebook.

SuperMom

Soms de meest dankbare taak

Deze moederdag ging ik naar de supermarkt met Draakje, wetende dat Wijzemans aan het buiten spelen was met een vriendje. Hij was met de fiets en ik had hem verteld dat ik even weg was en dat er een kans was dat ik er nog niet zou zijn als hij thuis kwam, maar dat Spelmaker er ook nog was.

Ik begin hem langzaam wat los te laten. Zoveel als ik durf. Ik ben het meest beschermend naar hem. Instinctief weet ik dat dat nodig is. Van de drie loopt hij de minste kans om  fysieke builen en wonden op te lopen, maar hij is wel degene die emotioneel het meest kwetsbaar is.

Dus, hij was weg met een vriendje en ik liep in de supermarkt. En terwijl ik Draakje zoveel mogelijk in het gareel probeer te houden, gaat de telefoon. Anonieme oproep. Ik neem op met “met mama” en ik hoor een Wijzemans huilend en gillend en compleet overstuur en over de rooie proberen zijn verhaal te doen. En ik versta er geen woord van. Ik probeer hem zo lief mogelijk te kalmeren om te zorgen dat ik hem ga verstaan. Andere mensen kijken naar me, maar het kan me niet schelen. Ik probeer wanhopig zo kalm en geruststellend over te komen als ik kan,  maar inwendig ben ik in paniek: hij is afschuwelijk gewond, er is iets heel ergs gebeurd, de hond is dood, mijn oudste is dood, hij heeft onder een auto gelegen, zijn vriendje is door het glas gevallen en bloedt dood, de Wii controler is door de tv gegaan, de kamer staat blank onder 10 centimeter water….als ik nu naar huis race, ben ik er over 5 minuten maar dan is iedereen al verdronken of is het huis al tot de grond afgefikt.

Op het moment dat hij eindelijk verstaanbaar kan vertellen wat De Erge Gebeurtenis is, moet ik opgelucht en ontroerd glimlachen:
Hij is de Minecraft sleutelhanger van zijn grote sleutelhanger-bos verloren. En hij had hem net gisteren van zijn vader gekregen. Ze hadden de volledige weg terug nog eens nagelopen maar hij was ècht ècht kwijt. Hij was niet verdrietig, hij was kapot van verdriet. Ik kon naar mijn mening als moeder maar een ding doen. Midden in de Albert Heijn.

In tijden als deze is moeder zijn de meest dankbare taak die er is. Ik zei hem dat er geen probleem was. We gaan morgen gewoon een nieuwe Minecraft sleutelhanger kopen. Dat een sleutelhanger vervangbaar is, dat het alleen maar geld is en dat we geld genoeg hebben om een nieuwe te kopen. Dat hijzelf niet vervangbaar is en dat het feit dat hij okay is het meest belangrijke is. Ik zei hem dat ik was geschrokken toen hij zo overstuur belde en dat ik zo opgelucht ben dat hij okay is. En dat ik ook snapte hoe belangrijk die sleutelhanger voor hem was. Dus kopen we morgen gewoon een nieuwe.

Ik had kunnen zeggen dat hij beter op zijn spullen moet letten. Maar dat deed ik niet. Je zou kunnen zeggen dat ik hem verwen. Ja, dat doe ik, ik verwen hem zonder een verwend nest van hem te maken. Ik wil dat mijn kinderen zich speciaal en veilig voelen. Ik geef ze alles wat binnen mijn mogelijkheden ligt terwijl ik ze ook de waarde van kleine en grote dingen probeer bij te brengen. Ze weten dat we veel hebben en ze weten dat we relatief rijk zijn. Don’t take it for granted. Ik leer ze te delen en dat doen ze. Wees dankbaar voor wat je hebt en deel.

Toen ik thuis kwam zei ik hem dat ik zo blij was dat hij me had gebeld toen hij zo overstuur was. En of hij dat alsjeblieft alsjeblieft alsjeblieft altijd wil blijven doen.

Deze moederdag was ik in staat alles goed te maken. Met een knip van mijn vingers maakte ik als een Super Mom alles beter. Er zijn zat Erge Gebeurtenissen geweest in de moeilijke jaren die achter ons liggen waar ik dat niet kon. De Erge Gebeurtenis van vandaag was het beste moederdagkado dat ik me kon wensen.

Utrecht was just an end to a means

Van heel veel mensen krijg ik de vraag wat ik post-Utrecht ga doen.
Of ik niet bang ben dat ik in een zwart gat ga vallen nadat ik mijn Hogere Doel heb gehaald.

Nee, ik heb geen plannen
Behalve het hazen van Ineke naar haar eerste halve marathon.
Behalve het lopen van Zandvoort Circuit Run (inmiddels vorige week).
Behalve uitkijken naar Leiden marathon en de 10 km die ik daar wil lopen en de BBQ met al mijn maatjes achteraf.
Behalve het lopen in London als ik daar een congres heb, en in Duitsland en in Denemarken.
Behalve het lopen in Kroatië op vakantie.
Behalve het plannen van nieuwe loopjes in het najaar.
Weer eens het Zorg en Zekerheid Loopcircuit doen?

Utrecht was altijd een ultiem doel.
Een baken.
Als ik Utrecht 2012 kon, kon ik de bestralingen aan.
Om mijn leven te redden.
Als ik Utrecht 2015 kon, kan ik weer normaal leren leven.
Dingen afsluiten.
En doorgaan. Echt doorgaan.

Ik tel geen fysio meer
Ik check niet meer in op four square op mijn zebrapad.
Ik loop gewoon hard, omdat hardlopen een essentieel onderdeel van mijn leven is.
Daar was Utrecht 2015 voor bedoeld.

Het nog hogere doel:
Ik ben een werkende moederkloek, een liefhebbende echtgenote.
Ik meen empatisch te zijn, bevlogen en optimistisch.
Ja, ik ben een vechter. Maar ik ben na het doel van Utrecht, vanwege het doel van Utrecht weer meer dan degene die alles overwon.

Ik ben ook een faler die ruzie maakt met de verkeerde, die afspraken vergeet, die op slakken zout legt en snauwt tegen haar echtgenoot als die 1,2 minuten te laat thuis komt, die uit haar slof schiet tegen haar kinderen. Die te vaak op de weegschaal staat en haar wallen telt. Die onattent is en altijd kaartjes krijgt en nooit stuurt. Die mooi weer speelt ook als het geen mooi weer is.

Ik had een sokkel nodig om te kunnen revalideren. Utrecht had ik nodig om mezelf weer van die sokkel te krijgen.

Zwart gat my ass. Utrecht had ik nodig om weer Repel te worden