Zelfs de bedrijfsarts waar ik werk is goud waard

k kijk Arthur aan.
(Na zoveel jaren “gedoe” zijn de bedrijfsarts en ik “on first name basis” uiteraard.) 
En ik stel een lange vraag in de zin van: Is dit normaal wat ik voel en qua energie en dat opbouwen hoe doe je dat het beste en is dit normaal? Dit is voor mij de eerste keer, zeg maar.
 
En hij heeft een lang antwoord waarin hij onder andere zegt:
 
Mijn recept voor terugkeer (naar werk) is altijd hetzelfde, ongeacht de kwaal. En dus heb ik het opgeschreven, ik heb een heel makkelijk beroep. (Hij overhandigt me een A4’tje.)
[…] Ik wil dat je me nu geen antwoord geeft (over de planning van nu tot volledig herstel), want dan geef je me een sociaal wenselijk antwoord. Ik wil dat je het meeneemt en me over een poosje antwoord geeft. De ervaring leert dat dat antwoord van jou dan het beste klopt.
[…] Het is de kunst van het begrenzen. Als je gaat tot “nu kan ik niet meer” ben je te ver gegaan.
[….] Een volkomen lege batterij is moeilijker op te laden dan een lage batterij.
[….] Zet laag in en maak een plan. Die mag je altijd aanpassen, plannen zijn er om aan te passen anders hoef je überhaupt geen plannen te maken.
[….] Ga vooral niet IJzeren Heinen.
[…] Accepteer dat het op en neer gaat en dat het soms minder gaat dan je denkt. En soms ook veel beter.
[….] Wat ik bij jou zie past volkomen bij het beeld van een acute overspanning: je middelt vrij snel weer uit naar jezelf, maar het kost wel tijd. Accepteer dat.
Nou. Dat dus. Ik liep volkomen happy zijn kantoor uit. Een beetje het tegenovergestelde als waarmee ik het inliep. Al had ik beter moeten weten.
Advertenties

Daar sta je dan, kankervrij

Het kostte enige moeite om uit te leggen aan de coördinatrice der donateuren des KWF’s dat ik wel wil lopen, maar echt niet meer in mijn oude wijkje, en na een minuutje of tien  begreep ze het geloof ik.

Dus vandaag liep ik voor het eerst in mijn nieuwe wijk. Voor de KWF. Nieuwe wijk in 4 jaar. Let’s go. Ik hou van collecteren. In een vorig leven had ik marktkoopman kunnen wezen! Kid you not.  Al die stuivers die kleine kindjes erin doneren en dat ik dan zeg “hoe zwaarder hoe beter!” Ik bel aan en ik geniet! Ik kijk in die keuken, ik zie een heel leuke theemuts en dan blijkt die theemuts ineens het bloesje van de bewoonster met een bochel. Poeha, hoe grappig. En dat je aanbelt op een onbekend huisnummer en je oude buurvrouw opendoet en zegt dat ze uit principe niet geeft. Kan ook. Ook best bitter.

Maar. Waar doe ik het voor? Voor mij. Voor jou. Voor mijn kinderen. Voor jouw kinderen Daar doe ik het voor . En ik ben er goed in.

Ik zeg nooit “heeft u iets over”, ik zeg altijd “goedenavond, ik collecteer voor het KWF.”

It’s all good fun, isn’t it.

Vanavond.

Ik bel aan. Ergens…..”Ik collecteer voor…..”
Hij (huilend): U heeft geen flauw idee waar u aanbelt
Hij huilt en er komt een jonge vrouw in de deuropening.
Ik pak zijn onderarm vast en de ophaalbus zit in de weg.

Ze loopt langs hem om naast mij. Ik pak ook haar vast.

Ze is heel jong, Begin 20. Ze pakken mij ook allebei vast.

“Mijn zus wordt ingeleid, nu, want onze moeder ligt heel slecht.”

Ze sprint de galerij af.

Ik sta met de collectebus aan mijn onderarm haar na te kijken.
Daar sta je dan, zelf vijf jaar kankervrij.
Daar sta je dan.

Ik loop naar huis en ben totally klaar met collecteren.

 

 

De prijs van een gebroken hart

Vanmiddag liep ik toevallig samen met de lieve Brompot van een paar deuren verder over de galerij. De man is getrouwd met een heel lieve dame die zo zoet is èn oogt dat hij nog brommeriger lijkt dan hij wil doen voorkomen. Met zijn borstelige zwarte wenkbrauwen bij die grijze bos haar en zijn vreselijk onverschillige sloffende tred. De eerste keer dat hij me zag wenste hij me veel geluk hier in de flat. “Huh, maar ik zou het niet gekocht hebben”, bromde hij erbij, “het is oud, die troep hier.” Maar hij wenste me wel geluk. Een andere keer zag hij me spinrag bij de voordeur en de kozijnen weghalen met een borstel. “Heeft geen zin!”, bromde hij, “Met de herfst wordt het alleen maar erger, komt door die lamp bij je deur.” Hij knikte erbij naar die lamp om aan te duiden welke lamp hij bedoelde, mocht ik het niet begrepen hebben. Die oude troep hier heeft namelijk van die typische galerij-lampen. Maar ik zag wèl dat hij zag dat ik geniet van mijn huisje. Dat zag ik. Dit is gewoon zijn manier van een geïnteresseerd praatje pot: een praatje Brom. Ik persoonlijk vind dat de man een enorm hoog knuffel-gehalte heeft. Maar dat doe ik niet. Anders krijg ik zo’n reputatie in de flat.

Maar goed. Lang verhaal kort. Vandaag liep ik toevallig met de lieve Brompot over de galerij. “Heb je dat hondje niet meer.”, bromt hij. Hier in de flat met 36 appartementen ziet en hoort iedereen uiteraard alles. Het is een mini-dorp in ons dorp. Ik leg uit wat er is gebeurd en waarom Fletcher hier niet meer woont maar is herplaatst. Hij luistert met een opgetrokken borstelige wenkbrauw. “Het is ook best een wildebras, één baasje is beter voor dat beest.”, bromt hij vriendelijk. Om er vervolgens van de weeromstuit achteraan te bulder-brommen: “En anders was ze álles in je huis gaan slopen van ellende!” Maar hij had oprecht aandacht voor mij en mijn verhaal, die lieve Brompot. Het doet wel weer zeer. Fletcher missen, ik voel het in mijn buik terwijl ik de voordeur opendoe.

Als ik even later terugkom from running another errand open ik beneden mijn brievenbus. Post van de dierenarts. “Die rekening komt later wel, ga maar naar huis voor nu.”, had hij gezegd. Drie weken voordat Fletcher naar het betere baasje ging, deden Luuk en ik onverwachts het enige humane dat we konden doen voor Miss Marple. Binnen 8 dagen weggevreten door kanker in haar lijfje. Ik maak de enveloppe open en kijk naar het bedrag dat lager uitvalt dan ik had gedacht. De man heeft werkelijk alle alle tijd voor ons genomen. “Dit kán zijn uurtarief en de chemicaliën niet dekken.”, denk ik belachelijk rationeel. Om erachteraan te denken dat ik nu weet wat het kost om je hart te breken. Best weinig.WhatsApp Image 2017-09-05 at 17.01.42

Over wit kort haar

Ik zit bij de bedrijfsarts omdat ik door mijn hoeven ben gezakt. Ik kijk naar zijn bekende gezicht. Zo’n olijke man om te zien dat je niet verwacht dat hij zoveel in huis heeft. Of juist wel. Anyway. Ik had hem eerder deze week overstuur gebeld vanaf kantoor en hij had mijn agenda gevonden om de afspraak te maken dus ik nam aan dat hij wist wie hij voor zich had.

Maar hij is uiterst formeel en kijkt naar zijn scherm en laat het me zelfs zien: “Nou, ik zie een uiterst blanco medisch verleden.” Ondanks mezelf schiet ik in de lach en ik schiet in mijn cynische “ik voer een toneelstukje op want daar ben ik beter in dan emoties”.

“Serieus? Ik heb hier toch héél wat keertjes gezeten met jou, wat zeg ik, ik rolde hier meestal naar binnen! Misschien herken je me beter met een rolstoel!” En ik doe met gebaren alsof ik in een rolstoel beweeg. Ik lach erbij alsof ik een grap maak maar ik vind het qudt. Daar vloog mijn dunne vertrouwen uit het raam. Ik weet dat hij er nog niet was met kanker maar ik weet ook dat hij weet dat het niet zo lang voor het ongeluk was. Hoezo, blanco medisch verleden? Moet ik hem nu echt, echt alles, álles, a.l.l.e.s. gaan uitleggen? Het liefst was ik weggelopen. Zoveel gesprekken met hem en nul is blijven hangen. Ik ben tot de tanden gewapend. Slecht intro als je aan probeert te geven dat je het niet meer trekt.

Hij kijkt me opnieuw aan. “Oh, Wendy C., je heet toch C?” Ik kijk hem aan: “Nou nee, dus niet meer en dat is een van de redenen dat ik je belde.” Hij kent mijn voormalige (getrouwde) naam dus blijkbaar wel op afroep. Van de duizenden patiënten die hij heeft. “Ja maar”, vervolgt hij, “je had ook kort wit haar en niet dit.”  En hij wijst naar mijn haar dat alweer redelijk lang is geworden.

Needless to say hadden we daarna een goed gesprek. Met tranen. De man met het olijkste uiterlijk had het beste advies. Nu alles uit handen laten vallen. Alles. Je hangt aan de rand van de cliff en je moet loslaten. Alles. Als je nu niet loslaat kom je hier over een paar weken nog steeds hangend aan de cliff en hebben we alleen maar tijd verloren. En loslaten is niet alleen werk he, niemand zakt alleen door werk door zijn hoeven.

Ga ik morgen nog dan wel die afspraak door laten gaan? Die is toch best heul heul belangrijk! En de telefoon mee dit weekend? Er waren toch best wel dingen die speelden.
Ik besloot Arthur te vertrouwen. Los. Los. Weg. niet alleen de afspraken werktechnisch. Ook de rest.

Vandaag met de jongens vertel ik hen op mijn manier dat ik naar huis ben gestuurd door werk. En ze snappen het. Volwassen worden betekent niet dat je het allemaal zomaar kan, alles.

 

De dag die ik wist dat zou komen is eindelijk hier.

Ik loop met Middelste naar het huis van hun vader, de andere twee zijn op de fiets.
Hij huppelt en springt en keuvelt over Turkije.
Ik loop naast hem en keuvel mee en voel me dubbel.
Nee, ik lieg. Ik voel me niet eens dubbel.
Ik vraag me af hoe ik in godsnaam 3 weken zonder hen kan overleven.
Nee, ik voel me wel dubbel, ze hebben zoveel zin in Turkije dat ik dat ook voor ze voel.
En ik heb zin in vrijheid. Ook.

Als we aankomen in de straat zien we andere twee net aankomen op de fiets.
Op de verkeerde kant van de weg, zonder handen, minimaal 300 euro aan verkeersovertredingen waardig……
Ik besluit er niks van te zeggen en gewoon te observeren. Voor vandaag.

Ik lever Middelste af aan de voordeur en loop nog even naar binnen om de andere twee te knuffelen die achterom zijn gearriveerd.

Ze zijn hyper en blij, blij papa te zien en zijn vriendin, en blij omdat ze morgen op vakantie gaan.
Ik ben ook blij voor ze. Ook voor hun papa.

Terug lopend naar huis laat ik een paar tranen.
Ik ben de hele avond aan het tuttelen en scharrelen en doen in mijn huisje en voel me thuis en rustig in mijn thuis. Rustig verdrietig en rustig blij. Toch dubbel, dus.

De agenda staat bol van de afspraken, maar mijn ogen blijven een beetje wateren de hele avond. Het gaan best wel lange weken worden.

Rouwen om een collega Repel Style

Ik werk er op een haar na 10 jaar.
Elke ochtend kom ik binnen en dan zitten er lui achter die balie.
Ik maak er een gewoonte van goeiemorgen te zeggen.
Ze zeggen allemaal goeiemorgen terug, maar sommigen enthousiaster dan anderen.
Ik zeg het vast ook enthousiaster dan anderen.

Je hebt die ene die ook loopt, en die weet dat ik date en die wil weten hoe het gaat.
Je hebt die ene die lijkt op het jongere broertje van de manager van de AH reclame.
Je hebt degene die altijd grapt dat ik gewone kleren aan heb en geen hardloop kleding.
Je hebt degene die altijd lacht en lief is en bijna flirt.
Je hebt degene die me altijd in de maling neemt en die er altijd in slaagt.
Je hebt degene die er op hetzelfde moment kwam werken als ik. Op de dag af.
Je hebt degene met die mooie sleeve tattoo.
Je hebt degene die…..nou ja, U snapt: ik ken ze…..allemaal

Op een moment heb ik ze ook allemaal “les gegeven” in mijn vak. Zij kennen mij ook.

Ik zie de nieuwe bril.
ik zie het nieuwe kapsel.
Ik wens ze een goeie dienst.
Ik maak een praatje.
Zeker als ik druipend van het zweet terug kom van een #rondjeindebaaszijntijd.
Zij lachen, ik lach.

Sommigen zijn me dierbaarder dan anderen.

Vanmorgen deed ik mijn computer aan en zag ik dat “een oud collega” was overleden.
Ik zag de naam en herkende hem niet.

“Vast van voor mijn tijd”, dacht ik, terwijl ik op de link klikte.

Bam. Die foto.

Hij.

Je hebt degene die altijd lacht en lief is en bijna flirt.
Als je ’s ochtends op werk komt en hij zit achter de balie is het okay.
Dn loop je naar je kantoor met een blij gevoel.
Tien jaar lang was hij een hoofd dat het fijn maakte op werk te komen.
Ik heb nooit geweten hoe hij heette.Maar hij was 10 jaar lang een constante blije factor.

Ik wist niet dat je twee maanden geleden was gestopt met werken. En nu ben je echt weg.

Een heel leuk oud wijf

Ik wil mijn flat in gaan als er net een hoogbejaarde dame met een klein hondje mijn flat uitloopt. Verhip, denk ik, die ken ik nog niet. Het hondje wil de flat-kat te lijf (die flat-kat is overigens voer voor een ander logje, maar dat terzijde), maar de hoogbejaarde dame geeft het hondje op z’n kop. Dat mag hij niet van mij, zegt ze.

Ze begint tegen me aan te ratelen en er is geen stoppen aan. Een half uur lang. Ze woont hier niet, ze was op bezoek bij haar hoogbejaarde vriendin. Anders was die maar zo eenzaam en het hondje heeft toch ook beweging nodig, niewaar. Ik knik meelevend, nee, dat is inderdaad helemaal waar. Maar dan neemt wat lijkt op het begin van een heel moeilijk “hoe kom ik hier in godsnaam weg” gesprek een plotselinge wending.

Ze vertelt dat ze 87 jaar oud is en dat ze het hondje uit het asiel had gehaald, omdat het zo doods en zo stil was in huis. Ja, als je 57 jaar samen bent geweest is het veel te stil zonder je man. En ze wilde [quote] geen nieuw oud mannetje [unquote], dus nam ze een hondje. En als oude mannetjes hoopvol aan haar vragen of ze alleen is, zegt ze “nee, ik heb een hondje”. Toen ze zei dat ze geen nieuw oud mannetje wilde, schaterde ik het uit van het lachen en de rest van het gesprek kon ik niet meer stoppen met lachen.

Ze vervolgt dat ze was getrouwd op haar 21ste, en dat vond ze achteraf best wel dom van zichzelf.  (Ik rekende snel uit dat dus al bijna 10 jaar weduwe is.) Ze zei: “Ik wist nog niks, het enige dat ik in mijn hele leven heb gezien is de p.iemel van mijn man. Best wel stom van mezelf.”

Ik schiet weer in de lach. “Ja”, zegt ze, “en mijn man was nogal donker, dus die van hem was natuurlijk ook nogal gekleurd, en toen ik bij die supermarkt was en die potloodventer met rood haar daar stond, wist ik niet wat voor wit ding hij in zijn handen had! Maar dat kon ik toch niet weten? Ik had alleen die van mijn man gezien. Vind je dat nou niet grappig?”

Ik moest op dat moment echt mijn buik vastpakken, zo hard moest ik lachen. Deze dame had op het podium moeten staan!

Mooi afscheid van een oude Indo

Toen ik 10 jaar geleden aan mijn nieuwe baan begon, ging ik met het OV.
Ik liep 500 meter naar mijn bushalte, stapte 5 kilometer later over op een ander OV en kwam dan standaard te laat op werk.

En vanaf dag 1, stapte die ene oudere Indo met mij op dezelfde bus op 500 meter van mijn huis in, en ook hij stapte over op 5 kilometer afstand op diezelfde andere OV, en ook op dat eindpunt stapten we samen uit. En als we het bont maakten, zo’n 3 keer per week, deden we dat op de terugweg nog een keertje. En ik had geen idee waar hij werkte. Hij liep weg in zijn meute en ik liep weg in mijn meute.

Maar. Na een x aantal dagen in je nieuwe routine, zit die man ook in je reis-routine.

Er komt een punt dat je “hoi” tegen elkaar gaat zeggen.
Er komt een punt dat je het gaat hebben over het weer.
Er komt een punt dat je weet dat zijn jongste dochter uit huis is, en dat mijn zoon voor het eerst naar school is.
Er komt een punt dat je standaard naast elkaar gaat zitten.

En dan ineens kom ik voor werk veel buitengaats en ga ik met de auto in plaats van met het OV.

En dan ineens ben je 10 jaar verder en woon je ergens anders.
Je gaat soms weer wat vaker met OV omdat, nou ja, lang verhaal. Veel meer buitengaats dan ooit, maar het OV lonkt. Alleen niet meer met de bus naar de overstap, maar met de fiets. Da’s dichterbij, in mijn nieuwe huis.

Picture it. Deze maandag.

Ik zet mijn fiets in de stalling en al lopend kijk ik naar het bord: nog 8 minuten. Ik ben ruim op tijd. Ik kijk voor me en zie hem ineens staan.
Ik heb eigenlijk sores aan mijn hoofd en wilde alleen zijn, maar sommige dingen kan je simpelweg niet over doen. Ik zucht inwendig en ga “de confrontatie” aan. Zo voelt het.

Ik loop op hem af en hij keek al die tijd al naar me, maar ik zie zijn blik langzaam veranderen in herkenning.
De glimlach van blijdschap die hij me geeft doet me heel veel goed!
We hebben ongeveer een kwartier, op weg naar onze eindbestemming.

Hij gaat met pensioen. Met 66.
Hij hoeft nog maar 7 dagen te werken tot 1 april.
Ik heb zijn vraag beantwoord met dat de reden dat ik hier opstap in plaats van “daar” komt omdat ik verhuisd ben en dat we co-ouderen. In 1 zin zeg ik alles. Hij stelt vijf heel lieve vragen die ik graag beantwoord.

We komen aan op eindbestemming en we nemen afscheid van elkaar. Wie weet zien we elkaar nog in de Albert Heijn.

Afscheid nemen hoort bij het leven. Deze voelt als weer een stapje afscheid van het oude huis en alle routines die daarbij hoorden. Dit afscheid was zo mooi dat het me vertrouwen geeft.

 

Goed wonen Repel Style

Als ik thuis kom pak ik mijn sleutel om het hok van de bergingen in te gaan als ik een nog voor mij onbekende flatbewoner uit de hoofdingang zie komen. Ze komt op me af met uitgestoken hand: “u moet de nieuwe buurvrouw zijn!” Met mijn fiets aan de hand maken we een praatje. Ze vraagt me of ik het hier naar mijn zin heb en ik roep volmondig ja, en dan blijkt dat zij deed wat ik deed, maar dan 6 jaar geleden. Drie kinderen, komend van een kilometer afstand, hier een appartement in de flat kopend, goed met de ex omgaand. Ze is net zo vriendelijk als de rest van de mensen in de flat. Ik ben keer op keer aangenaam verrast. Wat een heerlijke sfeer heerst er hier in dit complex.

Ik vertel haar mijn indruk van de samenstelling van de flat en zij beaamt dat: de flat is uit 1970 en is nu bevolkt met hoogbejaarde weduwen (die hierin kwamen als deel van een echtpaar 46/47 jaar geleden maar de mannen bliezen als eerste hun laatste adem uit) en als er weer een keer een bejaarde weduwe het loodje legt, stoppen ze er een gescheiden vrouw in met kinderen. We liggen dubbel.

Op dat moment gaat de deur van hoofdingang weer open en komt Tijn hard huilend naar buiten. Mijn buuv ziet aan mijn reactie dat het om een kind van mij gaat, ze pakt mijn arm even beet en zegt glimlachend “tot later he”.

Ik realiseer me binnen een seconde dat Tijn van mij de opdracht had gekregen de hond uit te laten en wat ik zie is een huilende Tijn en geen hond en ik schrik. Oh dear, de hond is ontsnapt. Nee, roept Tijn hard huilend: ik ben mijn sleutels kwij-hij-hij-hijt! Het kind is zo overstuur dat de gedachte dat die pokke-voordeursleutel bijna 20 euro kost plus 18 euro-nog-wat aan administratiekosten voor de VvE (iedereen moet er nog wat aan verdienen) me even geen ene moer kan interesseren. Maar die sleutel kan niet ver zijn. Kom Tijn, we lopen het rondje na dat je met de hond hebt gedaan. Al speurend in het gras stel ik hem gerust, maar hij blijft huilen. Nog geen 15 meter op weg passeren we een vrouw die met één blik snapt wat er aan de hand is en ze knipoogt naar me met een blik vol medelijden en steun. Grappig, wat een mens in een blik kan leggen.

We keren om waar Tijn met de hond ook omkeerde. Geen sleutel. Ik heb me er al bij neergelegd. En Tijn is gekalmeerd: weet je Tijn, het is prima, had hij maar geen sleutelbos moeten worden, we regelen gewoon nieuwe sleutels. Maar dan ineens hoor ik die vrouw die ons passeerde roepen en ik zie haar zwaaien naar ons aan het eind van het pas: ze staat er te zwaaien met Tijn’s sleutelbos in haar hand. Tijn rent op haar af.

Als ik naderbij kom zegt ze me dat de sleutel in de binnendeur van de hoofdingang zat. Haar ouders wonen in de flat. Hmmmm, een van de weinige echtparen, bedenk ik me, fijn voor ze. Maar de vrouw is lief en de flat blijft maar vriendelijker en vriendelijker worden.

Op de voetbalclub, subtitel: verrassende ontmoetingen en inzichten

Nu mijn leven weer langzaam op orde dreigt te raken, pik ik ook mijn kantinediensten bij de voetbalvereniging weer op. Sterker nog: ik ga ook de planning van die diensten weer oppikken. Ik ben weer zover. Weer zover op orde en weer zover in mijn leven.

Die voetbalvereniging waar wij zitten voldoet in weinig aan de cliché’s die horen bij een voetbalvereniging. En zelfs als het dat zou hebben gedaan, zou ik graag kantinediensten hebben gedraaid, want ik houd sinds ik een kleutertje was nog steeds onverminderd van “winkeltje spelen”, maar voor deze vereniging doe ik het dubbel zo graag.

Ik houd van contact met mensen, van interactie. Met veel verschillende mensen, Ik houd van verhalen en types die ik niet ken. Ik houd van kinderen. Dat er zo’n kleintje aan de bar komt en schuchter iets bestelt, een fristy of een zakje chips, of zo, en dat je het muntje van zo’n koter aanneemt en vraagt hoeveel wisselgeld ze dan krijgen. En als ze dan het goede bedrag noemen, je ze extra bij het wisselgeld zo’n 5 cent snoepje van de balie geeft met de woorden “een “wisselgeldsnoepje voor het goede antwoord”. En dan die blik in hun ogen.

Dat dus. Win-Win behalve de kassa die 5 cent misloopt.

Maar goed, zo blij ben ik daar dus. Anyway, vandaag stond ik met iemand die niet bij de vaste crew hoort, maar met een ouder die aangeleverd is door een team omdat elk team eens in de ugh tijd een ouder moet aanleveren. De man is humor technisch gezien totaal mijn type, dat merk ik meteen en we hebben al direct de grootste lol om futiliteiten. Maar op een moment geeft hij ergens een mening over. Hij begint een relaas, bijna een monoloog. De eerste 5 stappen ben ik het totaal met hem eens want zo zie ik het ook, maar al snel merk ik dat hij verder heeft nagedacht over het thema. En dat…..gebeurt me niet vaak.

We hadden het over dit: Op zaterdag als de jeugd speelt wordt er pas later dan normaal/wettelijk gezien mag, alcohol geschonken. Gewoon, omdat de jeugd speelt. We hebben het erover en ook over het doortrekken naar frikadellen verkopen om half 10 ’s ochtends aan kinderen en het rookverbod tot in het belachelijke. We hebben het over de subjectieve selectiviteit van regels.

Hij:

We maken steeds meer regeltjes omdat we elkaar niet meer durven aan te spreken op gedrag. Bij de tennisvereniging waar ik zit werden ooit regels ingevoerd voor leden. Prima, prima regels an sich. Maar toen werden er regels ingevoerd voor ouders en toen voor vrijwilligers en toen voor bezoekers aan de club.
Op zich stonden er echt geen rare dingen in de regels, maar er werden meer en meer regels ingevoerd tot op het belachelijke. Tot over de grens. Zonder dat de aard van de regels niet klopte.

Dit komt omdat we elkaar niet durven aan te spreken op normaal gedrag.

Maar nu bereiken we niet ons doel. Nu bereiken we dat we niemand meer kunnen aanspreken op gedrag.
“Oh ja, ik nergens staan dat dat niet mag! Huh! Rot op!”

Ik keek hem aan en kon alleen maar beamend knikken.
Kantinediensten bij onze voetbalvereniging zijn leuk!