Salomo

Je kan onmogelijk elke dag stil staan bij je eigen geluk.
Je kan (mag!) ook niet bij elk verdriet (groot of klein) relativerend kijken naar grotere verdrieten dan het jouwe. Zo werkt het niet.
Soms echter, wordt je met je neus gedrukt op feiten.

Spelmaker: “Mam, R. moest vandaag huilend afscheid nemen”
Deze ontaarde moeder weet weer van niks en haar hoofd verandert in een groot vraagteken.
Spelmaker: “Hij is al eens blijven zitten en nu gaat het ook niet en hij moet naar een speciale school.”
Ik: “….”
De brok in mijn keel was groot.
Spelmaker: “Hij hoorde vandaag dat hij weg moet en hij moest huilen in de klas.”

Mensen, moeder worden heeft een heel groot nadeel:
Als je moeder wordt, word je stiekem een beetje moeder van alle kindjes. Dat is heel gek. Leed van andere kindjes wordt ook een beetje jouw leed.
Ik moest dus ook een beetje (boel!) huilen voor R. Hemel….dan ben je 9/10, keihard pre-puberend en dan moet je weg. En op zijn leeftijd weet hij dondersgoed waarom hij weg moet en dat de rest dat ook weet. En huilen in de klas? Dat is op hun leeftijd shear hell! Tot op deze seconde heb ik een *pling* van pijn in mijn buik als ik aan R. denk.

Spelmaker ondertussen, komt alleen maar met 10’en thuis.
Rekenen, topo, whatever…alleen maar 10’en.
Ik ben niet verbaasd: hij leerde zichzelf in groep 2 (1?) rekenen met negatieve getallen. Hij had zelf verzonnen dat ze bestonden.
Ik weet dat Spelmaker een typische VWO-klant gaat worden.
Ik ben niet verbaasd, maar na incidentje R. ben ik met mijn neus op de feiten gedrukt.
****ik mag van geluk spreken***

Wijzemans is een ander verhaal
Een “zorgenpostje”.
Zo slim dat dat een probleem is.
Maar school snapt hem.
De juf zei (mijn samenvatting van ons gesprek):
“Hij kan alles al, en (maar) hij kan alleen maar buiten de lijnen denken.
Hij is al klaar met alles. Dat is prachtig.
Dit jaar gaan we hem leren dat hij af en toe verplicht ook binnen de lijnen moet kunnen functioneren, als dat van hem gevraagd wordt.”
Want zo werkt de wereld en die wereld moet hij snappen.
****ik mag van geluk spreken***

De school doet het niet altijd okay met onze kinderen #ikrukhaarhoofderaf, maar Spelmaker redt het wel (“ma-ham!”) en bij Wijzemans doen ze het goed naar hem. Ik heb hem nog nooit zo zien stuiteren als dit jaar. Draakje functioneert ook als een tierelier op school.

* Kindje 23 maanden van collega is bijna een jaar dood.
* Liefste vriend kan geen kinderen krijgen.
* Ik heb drie miskramen gehad.
Wie durft Salomo te zijn?

Je kan niet elke dag leed op een weegschaaltje leggen.
En zeggen wat erger is.
zo werkt het niet.

Je kan wel, heel verstandig, dingen koesteren.
Dat zou Salomo hebben gedaan.

Advertenties

I most likely killed him

Ik heb een keer in een grijs verleden, drie banen geleden, in een simulatie mogen schieten met een semi-automatisch wapen. We hadden als onderzoekslab wel wat te maken met die toko en ik en een paar mede wetenschapper-nerds hadden het voor elkaar gekregen dat te mogen doen met een paar collega’s. Ben vergeten of we het nou ter verantwoording teambuilding of cursus noemden, overigens. En denk nou niet aan mij als een Abby uit NCIS, maar denk meer in de richting van Tiet Chritulaer die uitlegt hoe chill de PS3 is. Dat dus. Dan heb je wel een plaatje.

Enfin. We schoten niet met proppenschieters, nee, we schoten met heuse d.iemaco’s. *gepaste stilte*  We schoten uiteraard ook niet met kogels: er kwam een snoertje uit het wapen dat van alles registereerde op de computer. En dat vonden wij als wetenschappers dan weer chill.

Het “plot” was dat we ergens in de duinen lagen te loeren als heuse snipers. En uit de zee kwam een zooitje m.ariniers. De boodschap was vast “land verdedigen” of zo, maar eigenlijk moest je ze gewoon neerknallen. Daar kwam het feitelijk op neer.

Mijn mede wetenschappelijke nerds (allemaal mannen) ontpopten plots waar oergedrag en duizelig van de testosteron gingen ze als bezeten tekeer. Wat nou single shot? Knallen en maaien was ineens het devies. Maar ik lag daar heel stil, mikte, *poef* en schoot een schot. Weer mikken, *poef*, weer eentje. En bijna elke keer zag ik de computer een rood vlekje creëeren om aan te tonen dat ik raak had geschoten.

Aan het eind van het liedje had ik verreweg de meeste doden gemaakt. Ik had zelfs opvallend veel doden gemaakt. Gemiste carrière opportunity? Ik had daarbij het minste aantal kogels gebruikt. (Milieu en bezuinigingen mensen, milieu en bezuinigingen…) Mijn mede wetenschapper-nerds zaten weer terug in de kast en ik was (op mijn uiterlijk na) gepromoveerd tot Lara Croft.

Jaren later begin ik dit verhaal te vertellen (we hebben het uiteraard over de setting “in een kroeg”) als blijkt dat een van mijn toehoorders, van wie ik op zich wel wist dat hij ooit m.arinier was geweest, gespeeld heeft in die bewuste scene van de simulatie: hij was een van die lui die dat strand opkwam. Er was een hele dag geoefend en getraind en gedaan en gefilmd met heel veel camera’s. Hij vertelde in geuren en kleuren hoe leuk die kant van het verhaal was geweest.

Ik kon alleen maar opmerken: “de kans is groot dat ik je heb omgelegd”

 

Dam tot Dam Repelstyle

Eerst de administratie op orde brengen. Loopje nummer 29.

Image Hosted by ImageShack.us

Het was niet mijn eerste 10 EM.
(10 EM = 10 Engelse Mijl = 16,1 km)
Het was ook niet de eerste keer dat ik voor het eerst iemand uit de log/twitterwereld voor het eerst in het ecchie ontmoette.
Het was ook niet de eerste keer dat die ontmoeting aan alle verwachtingen voldeed. Sterker nog #aboveandbeyond, in dit geval...
Het was ook niet de eerste keer dat ik regen heb gehad tijdens een wedstrijdloop.
Het was wel de eerste keer dat ik onweer had pal boven mijn hoofd.
Het was ook de eerste keer dat ik de Dam tot Damloop deed.

Ik ben gewend lui in te halen tijdens een duurloop en ik ben gewend ingehaald te worden door lui tijdens een duurloop. En lopers hebben daar gedragsregels voor, dat inhaal-gedoe.
Ik ben gewend aan de inhaal-regels en aan de ingehaald-worden-regels.
Ik ben gewend dat heul veul lopers zich niet houden aan die regels en ik ben gewend aan die irritatie.

*Vandaag*

Het was de eerste keer dat ik werd ingehaald, een keer of 4, door lui met hetzelfde t-shirt als ik.
Het was de eerste keer dat ze me inhaalden *volslagen tegen de inhaalregels in*, dat ze me tikten op mijn schouder en me minimaal 1 duim omhoog gaven: “lekkerjoh”/”gaattiegoed?”/”hey”.
Het was de eerste keer dat ik na de finish werd aangesproken door lui met hetzelfde t-shirt.
Het was de eerste keer dat ik deze tijd liep met weersomstandigheden als dit.

Lieve Irène, 275 euro verzameld voor onderzoek.
Lieve Irène, stiekem ben ik niet altruistisch en deed ik het niet zuiver voor NCFS.
Ik ben ook blij voor mij.

Vandaag was mooi.
En ik heb er een echt loopmaatje bij.
Mooie loop.
Mooie vriendschap morphed van net naar real.
Mooie tijd gelopen.

Lewis is daarboven /daaronder vast enorm pissig: mijn modderschoenen zijn kopjesgevenswaardig!

Waarom wij het over een Hondjewafje hebben

Draakje heeft een *kuch* sterke persoonlijkheid.
Hij is ook *kuch* eigenwijs.
Hij durft alles en…
luistert niet.
Draakje heeft maling aan “omdat het zo hoort”
en heeft nog meer maling aan “zou er een vangnet zijn”.
Die combinatie is op z’n minst angstaanjagend.

Er is maar één argument waarom hij niet “creepy” is.
En dat is dat er geen enkele kwaadaardige vezel in zijn lijf zit.

Hij is gevaarlijk, hij is doodeng.
Hij is ondeugend, hij is Pietje Bell.
Maar allemaal omdat het leuk is. Humor is. Grappig is.
Er zit geen kwaadaardige vezel in zijn lijf.
Alles is….gewoon….leuk…

En hij heeft een mening over, eeeehm, alles.
Ook zijn slaapliedjes werden onderworpen aan zijn *kuch* mening.

Het liedje “hondje waf” (couplet nummer zoveel van poesje mauw) werd door hem afgekeurd, en ingevuld door zijn eigen versie.
Toen hij 2 was.
Hij verzon “Hondjewafje”.

Vanavond nam ik het op en die rot-parg doet op de film ineens alsof hij verlegen en schattig en onschuldig en vertederend is. Of zo.

Hij is het niet! Vertederend en lief en zo. Echt niet!

Ik was er nooit helemaal “bij”

Wanneer was Tsjernobyl, wanneer werd Olof Palme vermoord? (Footnote aan het einde van deze log!)

Er zijn onderzoeken die hebben aangetoond dat je een “tijd” moet optellen bovenop je educated guess. Het is namelijk meestal langer geleden dan je denkt dat het was. En dat is zelfs onderzoekstechnisch uitgesplitst naar periodes: tussen nu en 5 jaar geleden moet je er zo-en-zoveel bij optellen (als je denkt dat het vorig jaar was, was het vast al 2 jaar geleden, of zo), als de gebeurtenis tussen 5 en 10 jaar geleden was, vond het vast x jaren eerder plaats dan je dacht en ga zo maar door….
Ik ken de getallen helaas niet meer, maar jullie snappen vast mijn punt. En uiteraard hebben we allemaal onze eigen voorbeelden.

Er zijn echter uitzonderingen. Er zijn er vast meer, maar elke moeder (en ook vader?) onder ons, weten het: wereldschokkende gebeurtenissen die samenvallen met zwangerschappen of (bonuspunten!) bevallingen weten wij feilloos in de tijdslijn van het grotere plan der dingen te plaatsen.

11 september 2001
Ik ben hoogzwanger van Spelmaker. Ik zit vast in cursus en weet van niks. Om 6 uur lokale tijd loop ik naar de lobby van het hotel waar het zwart staat van de mensen om de teletext-tv (remember, 2001: geen smartphones, geen standaard wifi…).
Mijn eerste *dummie* reactie: Is er wat gebeurd dan?
Mijn tweede *dummie* reactie: Wat is het WTC?
Mijn derde *zwangere* reactie *mijn buik letterlijk grijpend*: Oh mijn hemel, in wat voor een wereld zet ik dit kind?
“naain-ieleven” viel bij mij een beetje in het niet, want ik was zwanger van mijn eerste kind…mijn wereldbeeld stond haaks op het wereldbeeld van de rest.

2 november 2004
Tegen de tijd dat ik op werk ben, druppelt het nieuws binnen. Theo van Gogh. Ik roep och en ach en oh wat erg , maar ik fake. Inwendig jubel ik. Wat zeg ik: ik ben euforisch! Ik heb namelijk diezelfde ochtend over een staafje gepiest en ik zag een plusje. Na miskraam-nummer-zoveel, pies ik weer een plusje. Theo wie? Who cares? #2 groeit in mijn buik!

7 juli 2005
Ik kijk naar het nieuws. 52 mensen opgeblazen in de metro van London. Ik kijk het nieuws in bed, want mijn #2 is op 4 juli geboren en ik moet nogal bijkomen van alles. De kraamhulp komt mijn slaapkamer in op het moment dat ik het nieuws van de ontplofte bus zie. Er is telefoon van het asiel. De kat die ik weg heb moeten doen wegens huisplassen heeft op mijn aanwijzingen een schitterend huisje gevonden bij iemand anders. Die iemand anders belde na 2 maanden op of het asiel mij wilde laten weten dat het zo goed met de poezel ging. Ik schaam me wel dat ik het moet zeggen, maar in mijn wereldbeeld boeiden 52 doden mij…op dat moment wederom…nul weinig.

Footnote
Ik ben een rare, want ik dacht dat Olof Palme eerder was dan Tsjernobyl. Ik wist wel dat Challenger en Tsjernobyl hetzelfde jaar waren….maar ik wist niet dat Palme ook in 1986 was! Ik koos per ongeluk een leuk voorbeeld.

Wat dachten jullie?

Het polygoon journaal van zondag 11 september 2011

Na enen zware werkweek voor den twee hardwerkende mannen, gingen hun twee gehoorzame huischvrouwtjes gehoorzaam en jubelend akkoord met hun idee om met den twee gezinnen gezamenlijk naar het bosch te gaan.

De mannen discussieerden over de ingewikkelde zaken des levens waar vrouwmenschen zich niet mee dienen te bemoeien. De gehoorzame huischvrouwtjes hielden zich bezig met het eerzaam en deugdzaam opvoeden van den kinderen, die in het bosch hun dure zondagsche kledij niet mochten bevlekken.

Na afloop werd de zondagsche rust geëerbiedigd en gingen de twee gezinnen vroom en in alle stilte gezamenlijk een sober maal dineren.

Edoch, vlak voor het diner mocht het oudste jongmensch noch even naar den radio luisteren. Zijn favoriete stichtende radioprogramma kwam in den ether. Hij zou het zoo spijtig hebben gevonden de belerende boodschap van het programma te hebben moeten missen! Heur man gehoorzamend, pakte de gastvrouwe heur fotocamera en legde zij het deugdelijke jongmensch vast op den gevoelige plaat. Vertederd en trotsch van zoveel deugdzaamheid en dankbaar naar heur vriendin, glimlachte de moeder van het betreffende jongmensch trotsch en vouwde zij vroom heur handen in heur schoot.

Het was enen schoone dag.

{{{Yo Plofje! Gaan we naar Repelbos zondag? Na afloop pannenkoeken bij ons? Deal! Eeeeehm Plofje: ze zijn allemaal doorweekt en zwart van de modder. Ach, ze krijgen wel wat van ons aan. *Kwebbel, kwebbel, kletserdeklets* He Techneut: zijn die pannenkoeken nu nog niet klaar? *gloe-gloe-gloe-wijn* Jemig Spelmaker, niet zo zeuren! We zijn nu fijn met elkaar, even geen eredivisie live. Ja ik weet dat Feyenoord speelt. Nou, je hebt mazzel dat Plofje zo lief is om de radio in de keuken voor je aan te zetten! *Bij gebrek aan TV en teletekst en dergelijke, luistert het kind naar radio 1 en OH MY GOD wat is dat spannend!}}}

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Mijn oorlel was het minst van mijn zorgen?

Donderdag keek ik verbijsterd naar het wattenstokje waar grote bloedkorsten op zaten. “Ze hebben echt alleen maar naar mijn oorlel gekeken…wat slecht?” Ik was te verbijsterd om boos te zijn.

De dagen na mijn klapper evalueerde ik alleen de schade aan mijn oorlel dagelijks (uurlijks? minutenlijks?) en minitieus. Gat nummer 2 van de 5 (tellend vanaf de binnenkant) was eerst horizontaal naar boven uitgescheurd en vervolgens zijwaarts omlaag tot “compleet door”. Een klassieke indrukwekkende winkelhaak. Gaten nummers 3 en 4 waren aan de voorkant intact, maar aan de achterkant wel uitgescheurd. Het was dus niet zo gek dat bij de eerste aanblik van mijn oor in die spiegel, mijn oorlel voor mij meer weghad van rundertartaar dan van de mooie lel die ik was gewend met 5 mooie bellen.

Aan mijn hoofdpijn besteedde ik niet zoveel aandacht. Dat hadden ze op de eerste hulp namelijk ook niet gedaan. Sterker nog, “Mag ik de Ladies Run nog lopen vanavond?”, had ik gevraagd. De dokter had gezegd dat dat voor mijn dijbeenspier nog niet eens zo’n slecht idee zou zijn, want daar was net een tetanus in gezet. Die zou wel eens stijf kunnen worden. Ik liep niet die avond, maar jeetjum: als ik die avond 10 kilometer mocht draven van de arts van de eerste hulp, dan kan ik moeilijk met droge ogen verkopen dat ik het rustig aan ga doen. Toch? Dus de volgende dag was ik de gastvrouwe op het verjaardagsfeestje van mijn zoon en liep ik als een bezig bijtje rond. Met bloedkorsten op mijn knieen en ellebogen. Pas later ontdekte ik mijn hoofdwond, de beurse plekken op schouder, heup en de pijn in mijn nek en pas veel later ontdekte ik mijn hoofdpijn. En zes dagen na mijn smakker zakte ik met een bijna verwaarloosde hersenschudding door mijn hoeven.

Toen de hechtingen na acht dagen uit mijn lelletje werden gehaald, kon ik het resultaat bewonderen van de noeste arbeid van een trauma-arts die later vast een briljant plastisch chirurg gaat worden. Mijn lel is schitterend. Maar van trauma heeft die arts denk ik, met alle *kuch* respect, iets minder verstand. De dienstdoende arts van de hechtingen controleerde acht dagen na mijn doodssmak mijn nekwervels. “Goh,”, merkte ik droog op, “het was wellicht slimmer geweest als ze dat hadden gedaan toen ik die vrijdag binnenkwam…nu heeft het denk ik niet zoveel zin meer!” Ze keek me aan met de volleerde blik van iemand die zijn collega niet afvalt.

En een paar dagen later komen er dus als bonus op donderdag ineens een paar flinke bloedkorsten uit mijn oor. Blijkbaar was er dus ook van alles kapot aan de binnenkant van mijn oor. Ik kijk in de badkamer verbijsterd naar het wattenstokje en kijk mezelf aan in de spiegel. “Djiez.” Je evenwichtsoorgaan zit daar toch ook ergens? Ik ben die middag volkomen daas na mijn doodssmak in mijn dooie uppie alleen naar de eerste hulp gefietst…en daar werd gezegd dat alles voorrang kreeg boven een oorlel. De eerste hulp had blijkbaar een fettish met mijn oorlel, want er is naar geen enkele andere millimeter van mijn lijf gekeken dan naar de rundertartaar die ooit mijn oorlel was.

Ik heb gezegd dat ik fietsend, met mijn kaak, oor en nek tegen een geparkeerd busje ben geklapt en vervolgens ben gevallen. Ik heb gezegd dat het busje geen schade had omdat mijn kaak en nek zachter waren dan de hoek van het busje. Zelfs met een trauma probeer ik grappig te doen. Ik heb gezegd dat er niemand bij was en dat ik na een poosje ben opgestaan en ben weggefietst. Ik heb me zodanig debiel gedragen dat elke willekeurige toiletdame moet hebben kunnen zien dat het serieus mis had kunnen zijn, sterker nog: mis was. Ik met mijn geschuddelde grijze massa zag dat niet en hey, ik mocht die avond 10 kilometer draven…wat kon er mis met me zijn behalve een lel als rundertartaar?

Image Hosted by ImageShack.us Ja. Het is every woman’s nightmare, een uitgescheurde oorlel. Maar mijn slechte-arts-slash-briljante-plastisch-chirurg-in-spe heeft zodanig mooi werk verricht dat het zelfs met de allerslechtse belichting een rood litteken is dat nog gaat vervagen. En ik, wellicht nog steeds daas van de schuddels, heb een belletje gepakt en voorzichtig geprobeerd. En verdomd als het niet waar is: alle gaten zijn nog intact.

My earlobe was the least of my worries…Voor de rest heb ik denk ik heel veel geluk gehad.