De Redding van de Repel

De hele week op congres in het buitenland.
Circa 350 man.
En dan bedoel ik ook echt mannen.
Ik denk dat het aantal vrouwen op de vingers van een hand te tellen waren.

Inmiddels behoor ik daar tot the incrowd.
Ze kennen mij en ik ken hen.
Een week weg van huis is zwaar, maar door dit jaarlijkse festijn te doen ken ik de mensen die ik moet kennen. En zij kennen mij.
Ik ga het woord netwerken niet gebruiken, gewoon echt niet!

Ik ben one of the guys.
Ik ben net zo stoer als zij, ik zuip even hard mee met hen, en mijn grapjes zijn dankzij mijn opvoeding in de brandweerhumor even ruig.
One of the guys, ben ik. Op een verschil na.
Ik draag mijn panties, mijn rokjes en mijn hoge hakjes.
Ik krijg continu knuffels van de mannen maar die knuffels getuigen van respect.
Ik ben namelijk one of the guys: ik weet inhoudelijk waar ik het over heb, net als zij.
Nooit over de lijn.

Tot ergens een avond dit jaar.
Die ene buitenlandse gast stapt op me af en begint midden in de bar een halfbakken “hoe kan het dat we nog nooit hebben gebabbeld hier” en vervolgt met een letterlijke uitnodiging. Ik roep verbouwereerd een verontwaardigde “nee” waarop hij gewoon mijn ketting pakt, een stap dichterbij doet en over de hanger begint.
Ik ben zo verbaasd en beleefd en wil geen scene schoppen, maar ik ben totally unhappy met de situatie.

Wat ik niet weet, is dat T mij inmiddels heeft gespot.
Dat hij mij ziet staan met een gedachtenwolkje “help” boven mijn hoofd.
“W, come with me! Repel needs rescueing!”, heeft hij geroepen naar W, zo blijkt.
Ze zijn met z’n tweëen op ons af gehaast.

W stapte in de nauwe ruimte tussen mij en de Engerd in en begon enthousiast een gesprek met hem. In diezelfde halve seconde haakte T mijn arm en nam me in een vloeiende beweging mee naar veiliger volk.

De rest van de week was de Redding van de Repel de Running Gag.

Ik ben one of the guys. Da’s een prettig gevoel.

Advertenties

Atlas: mijn doel voor morgen

Ik vind het een van mijn beste eigenschappen; geven om anderen.
Maar het is tevens mijn valkuil.

De problemen van anderen vind ik soms zo erg dat ik er niet van kan slapen.
De Bevelvoerder noemt mij Atlas.

Soms is het even te zwaar. Zoals nu.
Door toeval zijn er ineens veel loved ones in de problemen.
En er wordt heel veel op me geleund.
De wereldbol wordt een beetje zwaar, moet ik zeggen.
Ik ben te moe, ik heb een griephoofd en ik draag het leed van anderen.

Maar vanavond ben ik ook met mezelf bezig.
Met mijn uitlaadklep. Mijn passie.
Ik tut en ik doe en ik voel de energie stromen.
Ondanks mijn griephoofd en mijn vermoeidheid voel ik het kriebelen.
Ik ben nerveus. Goed teken.

Morgen ga ik in 7 heuvelen in 15 kilometer een hoop zorgen achter me laten.
Dankzij mijn griephoofd hoef ik geen mooie tijd te lopen.
Dankzij mijn andermans zorgen hoef ik alleen maar mijn kop leeg te lopen.

Dat is mijn doel voor morgen: bij de finish heb ik alle andermanszorgen teruggebracht naar hun rechtmatige eigenaar.

Morgen bij de finish ben ik alleen maar blij omdat het mooi was met mooi weer.

Nu nog het lef hebben geen horloge of andere timingsgadgets mee te nemen….

Juffen met hoofden

Wijzemans van 6 is een lastig wezen om te begrijpen. Hij ontwikkelt zich anders dan de rest van ons stervelingen. Hij leert anders, hij denkt anders, hij functioneert anders. Daarbij kan hij ook echt alléén maar buiten de lijntjes denken. Hij zit met zijn gedachten vaak in zijn eigen wereld die wij niet begrijpen. Dat lijkt voor ons op dromen, maar hij hoort ondertussen alles. Emotioneel is hij ook nog maar een heel klein mannetje. We zitten nog steeds in het stadium dat zijn intellectuele bolletje oneindig veel meer begrijpt dan zijn emotionele bolletje kan bevatten. Hij snapt de vierde dimensie, hij snapt het concept “oneindig” en tegelijkertijd is hij oh zo blij dat het goed is gekomen met de intocht van Sinterklaas, zeg maar. Dat dus.

Spelmaker van op een haar na 10 is een indrukwekkend wezen om te begrijpen. Hij is een lieve populaire gast. Zonder uitsloverij. Een betrouwbaar typ. Pienter ook; een typische VWO-klant. Spelmaker is open en recht door zee. Ik kan met hem lezen en schrijven; voor mij is hij zo transparant als een net gelapte ruit. Spelmaker is verantwoordelijk en verstandig. En bizar gehoorzaam. Spelmaker is een rots waar je op kan bouwen. En dat doe ik ook. Soms teveel, hij is nog niet eens 10. Spelmaker is van een faalangstige kleuter uitgegroeid tot een vlotte positieve (bijna) tiener. Alle moeders van het schoolplein lijken Spelmaker te kennen: hij is een graag gezien speelvriendje. Wij worden er regelmatig letterlijk op aangesproken.

Wellicht is het omdat Wijzemans van de buitencategorie is, maar de school heeft het met hem altijd goed gedaan. Er was altijd tijd en extra capaciteit om hem te ondersteunen. Hij kreeg de juiste uitdagingen, de juiste stimulans en de juiste waardering. Het was voor de school eigenlijk altijd overduidelijk dat het kind bijzonder was. De uitslag van de testmevrouw vonden ze geloof ik ook wel stoer. Proef de cynische ondertoon mensen, proef de cynische ondertoon.

Wellicht is het omdat Spelmaker zo gehoorzaam is en niet klaagt, maar de school heeft het met hem altijd verkeerd gedaan. Hij is altijd onderschat en hij heeft nooit de juiste uitdagingen gehad. Dat het kind qua lesstof een jaar vooruit liep werd niet gezien: “ja maar, hij is nooit als eerste klaar”, dat soort voorbeelden. Toen de grote balletje-balletje-klassenhussel-truuk van vorig jaar plaatsvond, plaatste ik mijn eerste stomende #ikrukhaarhoofderaf tweets. Mijn voorspelling is uitgekomen: Spelmaker heeft het overleefd zoals ik het destijds de directrice met trillende stem van ingehouden tranen heb gezegd en trillende vinger van ingehouden woede: en dat heeft alles te maken met het karakter van Spelmaker en niks met de keuzes van de school.

Vanavond is het even anders.

Spelmaker heeft voor het eerst in zijn schooltijd een juf die hem op de korrel heeft. Vanavond kreeg ik van haar een verhaal te horen waarbij ik dacht: “Jeetjum, jij snapt het echt!” Daarbij bleek uit het verhaal dat Spelmaker opbloeit. Faalangst verdampt. Onzekerheid verdampt. En wat opkomt en opbloeit is enthousiasme en initiatief. Leergierigheid. De juf werd enthousiast bij het praten over hem. Ik keek naar haar hoofd. Het is een hele mooie dame, dat zei de Bevelvoerder ook al (al hij gebruikte een andere term). Ze is een juf met een mooi hoofd. Een juf met hoofd.

Wijzemans heeft voor het eerst in zijn schooltijd een juf die hem niet begrijpt. Dat zag ik al aan zijn rapport. #ikrukhaarhoofderaf. Maar tijdens het gesprek vanavond bleek dat ze met open vizier uitlegde dat ze tegen dezelfde problemen aanloopt als wij: Wijzemans is een lastig wezen om te begrijpen. Ze zoekt en ze worstelt, net als wij. Ze is net terug van zwangerschapsverlof en probeert binnen 2 maanden Wijzemans op de korrel te krijgen. En daar doet ze verschrikkelijk haar best voor. Ik keek naar haar hoofd. Het is een hele lieve dame met prachtige eerlijke grote ogen. Ze is een juf met een mooi hoofd. Een juf met hoofd.

Goed volk, die lopers. Goed volk.

Sommige dingen vandaag waren “as usual”.

Ik stapte met loopkloffie en TomTom in de Smart op weg naar mijn loopje.
Ik was retenerveus.
*but waai?* Ik weet het niet, maar ik was het wel. Zoals altijd. Want dat is normaal voor mij.
Ik had banaantjes bij me.
Ik was er klaar voor.
Een beetje, maar ik zou lui ontmoeten.
Ik was ook een beetje nerveus voor lui ontmoeten.

Sommige dingen vandaag waren “unusual”

Ik zou 4 lieden ontmoeten die ik alleen maar ken via twitter.
De een ken ik van 1 of 2 tweets,
de ander twee ken ik van een tweet of 10,
en de andere van een tweet of veel.
Het Feestvarken (wat uiteindelijk bleek) kende ik helemaal niet.

En allemaal draven ze veel harder dan ik.
En dat maakt niet uit; we stonden er allemaal met ons eigen doel.
Drie maal PR en eenmaal hazen.
Ik deed een andere afstand, maar ging ook voor de PR. Stiekem.
PR was het BUZ-woord, dus.

Sommige dingen vandaag waren NUCLEAR STRESS

Vlak voor de start ga ik nog even naar de wc voor de 20e keer.
Loopsters onder jullie zullen dit herkennen.
Maar ik was net even met de Bevelvoerder aan het whatsappen….
en legde de telefoon even neer.
En ik liep de wc uit zonder telefoon.

Ik ontdek het direct onderaan de trap.
Maar terug naar boven: Foon is pleite.

*picture 10 minuten stress en alles uit de kast halen en tranen en alles en zo*
*pal voor de start*
*we hebben net een auto gekocht we zijn blut!*
*ik wil huilen nu*

Telefoon bleek geretourneerd bij de organisatie.
Lopers zijn goed volk.

Sommige dingen vandaag waren zo mooi!

Ik finish met een PR.
Iemand van de organisatie (degene die mijn foon terugvond) spreekt me bij de finish aan: wat is je tijd?
Ik: Een PR!
Hij: Zie je nou wel! Die adrenaline had je nu net nodig voor een PR!
IK: ***BIGSTE SMILE EVUH!***

Ik loop de hal in en zie de anderen.
Een PR-feest alom.
En een superhaas

Ik ga met foon en pr naar huis..

Lopers zijn goed volk…

Ze doet rennen, net als haar vader

Mijn vader liep.
En mijn vader liep hard. Heel hard.
Ik was destijds te jong om te begrijpen hoe hard hij liep en hoe knap dat was.

Ik kan me herinneren dat ik een keer als klein meisje met hem meefietste toen ik een weekend bij hem was.
Ik kon hem bijna niet bijhouden.
Maar ik kon niet begrijpen hoe hard dat was, hoe knap dat was.

Ik kan me alleen maar herinneren dat hij liep en liep en liep. En liep.

Mijn vader liep 2’54” op de marathon.
Mijn vader liep de 10 subsubsubsubsub 40.
Pas nu zie ik hoe goed hij was.

Mijn vader is nu 68 jaar oud.
Mijn vader is trots op mij.
Ik heb al 2 keer een halve gelopen.

Mijn vader weet nog niet dat ik dit weekend 26 km heb gelopen.
Mijn vader weet nog niet dat ik snode plannen heb voor 2012.

Ik heb vandaag besloten dat ik ga regelen dat mijn vader aan de finish staat van mijn snode plannen.
Ik ga dat voor hem boeken.

Tsja…

Ik zit op werk. Mijn telefoon gaat.
Het nummer van de Bevelvoerder.
Hij: met mij, ik wilde je nog wat vertellen. Ik sprak vandaag op het schoolplein die ene moeder.
Ik: Welke?
Hij: Ja, hoe heet ze nou, haar dochter zat bij Spelmaker in de klas.
Ik: Welke? Welk meisje?
Hij: Ja, hoe heet ze nou. Die moeder is nogal groot en best fors.
Ik: ja, dat zijn er wel meer. Welke dan?
Hij: Jemig, hoe heet ze nou…die dikke vrouw!
Ik: Sorry schat, ik weet het echt niet, daar zijn er wel meer van.
Hij: Ze heeft hele grote borsten.

Op de achtergrond hoor ik Spelmaker direct roepen: De moeder van Kim!