Zondag later in de ochtend: lopersvolk

 

***Vervolg op mijn vorige logje***

Zondagochtend. Een uur of elf.
De Daltons zijn het gamen, het hondje is al een keer of vier uitgelaten.
Er draaien wassen, ik herstel kleding en ben enorm met mijzelf in mijn nopjes.
Oh ik Martha Stewart ik!
Nee, alle gekheid op een stokje; het geluksgevoel dat ik probeerde te vatten in mijn vorige logje -ondanks het onzalige tijdstip- is om me heen blijven hangen.
Ik vind het oprecht heerlijk dat Wijzemans zo blij is dat hij zijn nieuwe jas weer aankan waar Fletcher een winkelhaak in had gehapt.

Mijn werkmobiel gaat.
Een baas aan de lijn. Niet mijn baas, maar wel een baas.
Maar hij is niet alleen een baas…
…hij is ook die ene collega van het romantische hardlopen (<– dit is een linkje)

Hij: Hey Repel, met I! Stoor ik?
Ik: Hey I! Nee hoor, je stoort nul. Je klinkt alsof je in de auto zit?
Hij: Ja! Ik ben op weg naar Uithoorn naar het vierde loopje van het circuit en ik vroeg me af of je samen wilde lopen!
Ik: Och, wat had ik dat  graag gewild! Ik ben uiteraard ingeschreven maar de Bevelvoerder heeft dienst vandaag en kon geen vrij krijgen…..ik kan niet!
Hij: Wat jammer!

We babbelen nog een kwartier verder.
Ik hang in de keuken over mijn aanrecht en kijk de kamer in terwijl ik keuvel aan de telefoon.
We babbelen, die baas en ik.
Over de Den Helder – Maastricht Estafette (we zaten vorig jaar in hetzelfde team, man, wat schept dat een band!).
Over de training voor de marathon van Utrecht.
En over hardlopen in general.

Hij is in het gesprek geen baas en ik ben geen werkvloer.
We hebben het over de romantiek van het hardlopen.

We hangen op en ik hang glimlachend met de telefoon in mijn hand na-mijmerend over mijn aanrecht.
Wat leuk dat hij de moeite nam om me te bellen.
Ik ben dan wellicht wel die idioot met al die gadgets, en hij is die idioot van het ruiterpad, maar we zijn beiden lopers.

Goed volk, hardlopers. Goed volk.

Ik heb energie gekregen van het gesprek.
Ik roep de Daltons en de hond en besluit dat we voor een enorme wandeling gaan naar het park.
Iedereen gaat even serieus uitwaaien.

Advertenties

Zondagochtend

Half zeven. De wekker gaat.
Ik wil er niet uit. Mijn lijf wil er niet uit.
Maar ik weet dat er maar een manier is om er van af te zijn.
Ik ga zitten, rek mezelf heel groot uit en sta onmiddellijk op.
Ik trek mijn oudste joggingbroek aan onder mijn slobbernachthemd.
Ik pak een schoon badlaken uit de kast en loop naar beneden.
Ik had gelijk, dit is de enige manier om op te staan.
Als ik vijf minuten was blijven soezelen had ik me rotter gevoeld.

Beneden zit Fletcher rechtovereind in haar bench.
Ik maak de bench open, haal de natte handdoek eruit en leg de schone erin.
Ik pak de brandweerjas van de Bevelvoerder en trek zijn schoenen maatje 44 aan.
Het plaatje is compleet en het kan me werkelijk niet schelen.

Ik leg de vieze handdoek op de trap en pak de riem van de kapstok.
Kwispelend staat Fletcher naast me.
Ik draai de deur van het nachtslot en loop naar buiten.
Ik eerst, dan de hond. Dat snapt zij inmiddels ook.

Het is donker, ik ruik dat de vorst eraan komt.
Ik loop met Fletcher naar de groenstrook langs de sloot naast ons rijtje huizen.
Er is helemaal niemand. Niet eens andere lui die hun hondje uitlaten.
Ik voel mijn benen en voel geen stijfheid, geen spierpijn, niks.
Ik glimlach. Trainen gaat goed. Ik ga nooit tot het uiterste en het bevalt mijn lijf.

Ineens schiet er vanuit de villawijk aan de andere kant van de sloot een terrorist over de brug onze kant op.
De terrorist stopt abrupt midden op het voetpad als hij ons ziet en Fletcher stopt ook.
Ze kijken elkaar aan en de terrorist schiet na een paar seconden mijn wijk met rijtjeshuizen in.
Fletcher zet met een sprint de achtervolging in.
Na vijf meter is de riem op en word ik zowat uit mijn schoenen gerukt.

Fletcher is hevig teleurgesteld en blijft rukken aan de riem alsof haar leven ervan af hangt.
Rustig maar Fletcher, zeg ik, het is Watson maar.

Terug bij de voordeur kan het hondje niet wachten om naar binnen te gaan.
Als een dolle stier holt ze door de woonkamer, uitglijdend in de bochten over het laminaat.
Maar nee, geen Watson te bekennen.
Ik pak de snoepjes en met die beloning in het vooruitzicht stapt  Fletcher de bench in.

Ik kijk op de klok. Kwart voor zeven.
Ik loop de trap op en neem de vieze handdoek mee.
Ik leg de handdoek op de grond van de badkamer en loop de slaapkamer weer in.
Ik trek mijn joggingbroek uit en stap in bed en ga lepeltje lepeltje liggen met de Bevelvoerder.
Ik moet eruit, zegt hij.
Dan zeg je dat de brug open stond. Of dat de auto niet wilde starten.
Vijf minuten knuffelen lieffie.
Okay, ik douch wel op werk, zegt hij.
Om vijf voor zeven  hoor ik hoe de Bevelvoerder de deur achter zich dicht trekt.
Ik sluit mijn ogen.
Ik hoor de deur van Draakje.
Met Giraffe en Aapje in zijn armen staat hij naast mijn bed.
Mag ik komen liggen?
Kom maar hier lieffie.
Er kruipt een heel lekker warm mannetje naast me.
Hij ruikt zalig naar Draakje.

Een kwartier later loop ik naar beneden met de drie Daltons.
Wie wil er pap, wie wil een boterham?

De zondag is begonnen.

Live Another Day

Vrijdag 20 januari, middernacht.
Bevelvoerder heeft me wakker gehouden met smoesjes (jamaar ik wil slapen) en om middernacht krijg ik dit.
Seizoen 1 t/m 6. Jullie kennen me…De Repel was heul erg blij! Hondje ziek, maar ze doet wel jarig zijn!

Image Hosted by ImageShack.us

Vrijdag 20 januari, rond 1 uur ’s nachts.
Repel en Bevelvoerder liggen diep in slaap.

Wijzemans staat dan ineens aan mijn kant van het bed:
“Mama, het stinkt zo.”

Ik kom van heul ver uit dromeland, moet erg mijn best doen om mijn brein naar het wakkere te trekken, maar ik ruik wat hij ruikt.
Slaapdronken en gealarmeerd tegelijk. Rare gewaarwording. Een spagaat.

Ik sla de Bevelvoerder en roep iets naar hem en sprint naar beneden, gammel, struikelend, bang.
De trap af naar beneden, overkomt mij de overgang van Slaap naar Terror in 0,3 seconden.
De kamer staat vol rook.
Dik met rook.
Ik zie niks, behalve 1 flammende roodgloeiende pit op onze kookplaat.
En mijn borrelende gesmolten handtasje daarop.
En oh my god, die rook.
Nog net geen vuur.
Kennen jullie het concept flashover?
Holy Crap, oog van de naald.

Een paar minuten later staan voor- en achterdeur open.
Sta ik in de kamer.
Totaal ontredderd, in mijn hempie, door en door koud.
Ik ril onophoudend door kou en schrik.
Te verbijsterd om te huilen.
De Bevelvoerder is ondertussen aan het handelen.
De rookmelder in het trapgat deed het niet.

En net als wij denken dat alles onder controle is, gaat de rookmelder in de kamer van Wijzemans af.
We kunnen er nog om lachen ook.

Als Wijzemans niet over the top eigenwijs, dolgraag met zijn kamerdeur open had willen slapen, had dit wel eens heel anders kunnen aflopen.

Vrijdag 20 januari, 7 uur ’s ochtends.
Die verjaardag kan me gestolen worden.
Ik weet dat ik mazzel heb dat ik nog leef.
Op rationeel niveau.
En Wijzemans wordt gelauwerd en bejubeld.
Maar ik  kan mijn mazzel moment de hele dag lang niet pakken.
Ik heb de hele dag lang teveel last gehad van het feit dat de adrenaline besloot dat mijn lijf het niet meer nodig had.

I’m still alive. Repel, kom op meissie, je leeft nog…

Maar dat realiseer ik me nu pas als positief. Ik heb veel tijd nodig gehad om dat punt te bereiken.
Image Hosted by ImageShack.us

Schat, we nemen een hondje!

Ik moet enorm de neiging onderdrukken om dit logje defensief te schrijven; om te beginnen met het ontkrachten van eventuele vooroordelen of stellingnames die er misschien zijn.

Want nee, de komst van het hondje was niet impulsief. Daar discussieerden we al 5 jaar over.
En ja, het tijdstip van de komst van het hondje was weloverwogen.
Evenals het ras.
En de financiën.

Heb ik het stiekem toch gedaan he? Mezelf verdedigen.

Toen we het belletje kregen dat er een teefje uit een nestje voor ons was, jubelden we.
Maar stiekem diep in mijn hart schrok ik.
Kan ik dit wel? Kan ik een hond opvoeden?
Was dit het juiste besluit? Help?

Toen we het hondje op 15 oktober ophaalden was ik al #fliefd.
Fletcher stal ons hart vanaf dat moment.
Maar de rit naar huis was ik ongerust.
Oh hemel, kan ik dit wel.

Volgens de boekjes had ze binnen 2 weken zindelijk moeten zijn.
Maar we hielden moed.
Wij wisten wel beter, want we kenden haar, moedeloos als we soms waren.

Ik wist wel dat ze niet zo rap zindelijk werd als gehoopt, maar ik merkte niet dat er iets anders speelde.
Ik heb niet gemerkt dat het bergafwaarts ging met haar, zo sluimerend ging het.
En toen werd ze ziek.
Blaasontsteking, blaasgruis.
De ontsteking was de reden dat we onderliggende blaasgruis ontdekten.
Blaasgruis is een oude kater ziekte, geen puppy teefje van 4 maanden ziekte?

Stemmetje achter in mijn hoofd: hey Reeeeepel…..fout hondje Repel! Dit wordt je financiële ondergang en je kinderen kunnen niet meer zonder haar….hey Reeeeepel!
Hey Reeeeepel: voor altijd zal je haar elk uur moeten uitlaten zoals de laatste 2 maanden, hey Reeeeeepel: je bent gegijzeld door je hondje!
Hey Repel, weet je nog dat je twijfelde? Eigen schuld dikke dult Repel! Je had nooit een hondje moeten nemen!

Een aderlating verder en een aanslag op ons gezin verder gaat ging het beter met haar.
Tot vandaag.
Weer helemaal loos.
Bij het inleveren van de urine bij de dierenarts krijgen we de andere arts en de andere assistente en de adviezen en voeraanbevelingen en medicijngegevens staan haaks op elkaar.
Nee, niet eens haaks: ze zijn elkaars inversen.

Over een ding zijn ze het echter allemaal eens: er is iets goed mis met het hondje.

De Repel heeft een afspraak afgedwongen met de arts die ze wel vertrouwt.
De Bevelvoerder gaat daar morgen naartoe.
Dan mag ik een rondje gaan draven.
Voor mijn 41’ste verjaardag.

Ik ga net zolang draven totdat dat stemmetje mijn kop heeft verlaten:

Hey Reeeeeeepel, komt niet goed niet! Het is een aangeboren afwijking en ze moet geopereerd worden.
En zelfs daarna wordt ze niet zindelijk en blijft ze aan dieetvoer!
Hey Reeeepel, jullie moeten de komende 16 jaar elk uur naar buiten, en nooit meer samen met je man weg want je vind nooit geen oppas meer die op 3 kinderen en een onzindelijk hondje wil passen…

Ja maar….ik hou van haar.
Ze is een gezinslid.
Ze is Fletcher.

 

Mijn sleutelbos; sleutels versus meuk

Dit is mijn sleutelbos.

Image Hosted by ImageShack.us

En nee, de verhouding sleutels <–> andere zaken is alles behalve zoek. Ik zal het uitleggen aan de hand van de pijltjes.

Pijltjes met letters duiden functionele meuk aan. Zoals sleutels en andere huishoudelijk technisch gezien noodzakelijke zaken.

Pijltjes met nummers duiden andere items aan die aan mijn sleutelbos horen. Omdat ze belangrijk zijn voor mij. En omdat mijn sleutelbos dagelijks bij mij is, zijn deze zaken daarmee ook dagelijks bij mij. Het zijn voor mij de emotioneel noodzakelijke zaken. (Noodzakelijke Zaken die niet aan sleutelhanger kunnen hangen, zitten in portemonnee.)

1. De voordeursleutel van ons huis. Onder dat dak, achter die deur, wonen ik en de Bevelvoerder, en de drie Daltons en de drie katten en het hondje. En soms een dode muis als het Miss Marple blieft.
2. De achterdeursleutel van ons huis.  Naar onze achtertuin waar ons gras altijd groener is dan elders omdat het kunstgras is. En dat meen ik letterlijk en figuurlijk. En het hondje ook. Kunstgras rules, voor zover het ook de hond betreft.
3. De sleutel van onze kersverse Opel. De eerste gloednieuwe auto die we ooit hebben gekocht. Met onderhandelen en alles. Nu hebben we een Opel en een hondje. De hippe jaren liggen ver achter ons!
4. De sleutel van onze Smart. De enige auto die de Repel zonder problemen kan parkeren. Het ootootje dat *je zult het niet geloven* weekboodschappen voor een gezin van vijf met gemak kan herbergen.
5. Het muntje voor het winkelwagentje. Ik heb ze overal en nergens en toch ben ik ze du moment altijd kwijt. Gek he?
6. Zelfscannen bij de Appie. Het tijdsvoordeel is niet de rij bij de kassa, maar het al ingepakt hebben tijdens het shoppen. Op je eigen manier.
7. Een muntje van 2 euro, een muntje van 1 euro en een muntje van 50 cent. Noodreserve voor WC’s onderweg met betaling en dat soort zaken.

A. Oude werkgever. Wekelijks naar de MacDo voor een lunch. Toen ik daar wegging stopte die traditie. Lag het dan toch echt aan mij? Retorische vraag.  Op mijn verjaardag in 1996 trakteerde ik geen taart, maar MacDo. Ik at een Happy Meal en ik kreeg het kado van mijn collega’s. Dit was het kadootje dat er toen in zat.
B. Beste Vriendin en ik bleken ineens allebei te houden van dezelfde Franse artiest die hier totaal onbekend is. ( Je zult maar beste vriendinnen zijn!) Wij gingen na deze ontdekking samen naar een concert van hem in Wallonië. Met overnachting en al. Deze drukke werkende moeders gingen road trippin’ en alles en overnachtten in een chique hotel. Dit was onderdeel van de merchandise die werd verkocht.
C.  Relatiekadootje vanuit mijn oude werk. Functie aan bos is net name de vragen die het oproept.
D. Relatiegeschenk van een internationale kennis wiens Engels dermate triest was dat het tot zoveel hilariteit heeft geleid dat….ja, tot wat eigenlijk. De beste man was een kei, op zijn Engels na. Alles bij elkaar moest ik lachen en had ik diep respect voor hem en hij deelde maar drie van deze dingen uit. Damn’, ik was een van die drie in een gezelschap van bijna 400. Dit item staat voor mij voor respect.
E. Door het licht is het plaatje slecht te zien. Jammer. Het is de penning van de Rasvereniging voor Drentsche Patrijshonden. Verdere uitleg overbodig. Toch?
F. Dit zat aan de sleutel van de opel toen we hem ophaalden. Symbool totally unrelated to Opel…behalve…
Tattoo van Manlief staat symbool voor de drie-eenheid. Dit is een soort van…de remake voor vijf.

Ah! Tweede nummer 1 vergeten (foutje in de fotobewerking)…Dat is dus eigenlijk een G. Dat is een kadootje dat ik kreeg van mijn overbuurmeisje uit San Fransisco. Ik wilde alleen maar iets dat te maken had met het treintje en toen kreeg ik dit van haar. Aan de ene kant het treintje en aan de andere kant mijn naam.

Nooit is het hier rustig!

Ik keek de serie, ik had heb de lp.
In de jaren zeventig.
(Oma spreekt)

Bevelvoerder is van dezelfde generatie: hij had het boek!

Jullie kennen alleen opzij, opzij, opzij, ….wij kennen de rest.
En de rest is beter.

Opzij, opzij, opzij is wel de reden overigens dat ik altijd heb gedacht dat koetjesvoetbal één woord was.
(“….want over, koetjes, voetbal, en de lotto praten, nou gedag tot ziens adieu het gaat je goed…”) 

Maar goed, de rode draad van deze log….andere nummers van de plaat spreken nu veel meer  tot mijn verbeelding. Zoals deze.
Vandaag stond deze 10 keer op repeat.
(Ik heb de lp inmiddels uiteraard digitalisch in iTunes, dat moge duidelijk zijn.)
Onderaan de muziek….muziek en tekst matchen zo mooi.
*zucht* En op gitaar Harry Sacksioni, dan maak je de Repel sowieso blij.
Die tweede keer, met overslaande stem “moet dat nou?”…..Yep, 10 keer op repeat vandaag. 

Nooit is het hier rustig
Nooit is het hier stil
’t Is altijd overal herrie
Overal lawaai

Als ik eens wil lezen
Begint iemand te praten
Als ik rustig voor me uit wil dromen
Moet er altijd Jan en alleman
Heel toevallig op visite komen

Of iemand laat wat vallen
Of iemand slaat een deur
Of iemand moet zo nodig drie keer achter elkaar naar de w.c.
Nee het leven valt me zo af en toe niet mee

Kan ’t nu niet zachtjes
Kan ’t niet wat stiller
Moet dat nou
Waarom sta jij daar zo vreselijk hard te gillen

Waarom fluit jij altijd
Als ik een liedje fluit
Dat zelfde liedje mee

Exact 2 jaar, Knobbels, Haiti en Controle

13 januari 2012
We hebben een hondje dat ziek is. Maar het schijnt allemaal goed te komen.
Ik zie beren op de weg. Maar hey: what’s new! Beren op de weg zien is mijn grootste hobby.
Het hondje dat ziek is, is overigens momenteel het grootste probleem in ons gezinsleven.
Lees: het leven is mooi en fantastisch en we hebben de wind mee.

Ergens op de achtergrond echter, daar in mijn achterhoofd begint er wel een stemmetje te zeuren over 14 februari.
“Hey Reeeeeepel…hey Reeeeeepel luister eens: Echo en mammografietijd! Wordt het niet eens tijd dat je alvast gaat stressen en je zorgen gaat maken over alles wat er eventueel mis kan zijn? Het is alweer een jaar geleden Repel! Hey Reeeeeeeeepel! 14 februari wordt een nare dag, hey Reeeeeeepel!”

Ik denk er maanden niet aan, aan mijn Knobbels in Tiet (mijn KIT), maar richting controle begint dat irritante stemmetje zich te roeren. Gaat mijn hand onder de douche onwillekeurig richting de knobbels.
Yep, still there. Groter? Gelijk?

Ik was in december 2009 heel stellig tegen de arts: Weet je wat: Sloop ze maar, die bo.rsten, trek ze maar leeg: ik heb kindjes gehad, en dit is de derde keer dat de alarmbellen op donkerpaars gaan als ik weer eens een knobbel ontwikkel die na belachelijke stress goedaardig blijkt te zijn. Ruk de boel maar leeg! I don’t give a s.hit. Maar je laat het niet zitten met de boodschap: het is een zwaard van Damocles. Zo kan ik niet leven.

Hij keek me aan. Ik meende het, dat zag hij. Maar hij was tegen leegtrekken. We gingen voor het compromis. Ik zou een erfelijkheidsonderzoek krijgen.

13 januari 2010
De Repel zit voor het erfelijkheidsonderzoek op het ziekenhuis.
De Bevelvoerder is niet bij mij. Hij is exact op dat moment op weg naar Haiti.
De Repel hoort de uitslag van het erfelijkheidsonderzoek ene oor in, andere oor uit (niet extra erfelijk belast, geen reden om leeg te slopen) maar zit met haar kop bij de Bevelvoerder.
Gelukkig heb ik hem de uitslag kunnen overbrengen voordat hij uit bereik was: zonder zorgen het gebied in.

13 januari 2012
Ik denk terug aan 2 jaar geleden en aan de totale ontreddering die ik toen heb gevoeld.
En ik geniet even extra van wat ik heb.
En gek genoeg voel ik een stukje verdriet. Huh? Had ik het niet al helemaal verwerkt?
En ik luister even naar het stemmetje achterin mijn hoofd.
“Hey Reeeepel…..14 februari Repel!”

24 januari 2010
4 dagen na mijn verjaardag kwam hij thuis.
5 jaar ouder in 11 dagen.

Image Hosted by ImageShack.us