Zondagochtend

Half zeven. De wekker gaat.
Ik wil er niet uit. Mijn lijf wil er niet uit.
Maar ik weet dat er maar een manier is om er van af te zijn.
Ik ga zitten, rek mezelf heel groot uit en sta onmiddellijk op.
Ik trek mijn oudste joggingbroek aan onder mijn slobbernachthemd.
Ik pak een schoon badlaken uit de kast en loop naar beneden.
Ik had gelijk, dit is de enige manier om op te staan.
Als ik vijf minuten was blijven soezelen had ik me rotter gevoeld.

Beneden zit Fletcher rechtovereind in haar bench.
Ik maak de bench open, haal de natte handdoek eruit en leg de schone erin.
Ik pak de brandweerjas van de Bevelvoerder en trek zijn schoenen maatje 44 aan.
Het plaatje is compleet en het kan me werkelijk niet schelen.

Ik leg de vieze handdoek op de trap en pak de riem van de kapstok.
Kwispelend staat Fletcher naast me.
Ik draai de deur van het nachtslot en loop naar buiten.
Ik eerst, dan de hond. Dat snapt zij inmiddels ook.

Het is donker, ik ruik dat de vorst eraan komt.
Ik loop met Fletcher naar de groenstrook langs de sloot naast ons rijtje huizen.
Er is helemaal niemand. Niet eens andere lui die hun hondje uitlaten.
Ik voel mijn benen en voel geen stijfheid, geen spierpijn, niks.
Ik glimlach. Trainen gaat goed. Ik ga nooit tot het uiterste en het bevalt mijn lijf.

Ineens schiet er vanuit de villawijk aan de andere kant van de sloot een terrorist over de brug onze kant op.
De terrorist stopt abrupt midden op het voetpad als hij ons ziet en Fletcher stopt ook.
Ze kijken elkaar aan en de terrorist schiet na een paar seconden mijn wijk met rijtjeshuizen in.
Fletcher zet met een sprint de achtervolging in.
Na vijf meter is de riem op en word ik zowat uit mijn schoenen gerukt.

Fletcher is hevig teleurgesteld en blijft rukken aan de riem alsof haar leven ervan af hangt.
Rustig maar Fletcher, zeg ik, het is Watson maar.

Terug bij de voordeur kan het hondje niet wachten om naar binnen te gaan.
Als een dolle stier holt ze door de woonkamer, uitglijdend in de bochten over het laminaat.
Maar nee, geen Watson te bekennen.
Ik pak de snoepjes en met die beloning in het vooruitzicht stapt  Fletcher de bench in.

Ik kijk op de klok. Kwart voor zeven.
Ik loop de trap op en neem de vieze handdoek mee.
Ik leg de handdoek op de grond van de badkamer en loop de slaapkamer weer in.
Ik trek mijn joggingbroek uit en stap in bed en ga lepeltje lepeltje liggen met de Bevelvoerder.
Ik moet eruit, zegt hij.
Dan zeg je dat de brug open stond. Of dat de auto niet wilde starten.
Vijf minuten knuffelen lieffie.
Okay, ik douch wel op werk, zegt hij.
Om vijf voor zeven  hoor ik hoe de Bevelvoerder de deur achter zich dicht trekt.
Ik sluit mijn ogen.
Ik hoor de deur van Draakje.
Met Giraffe en Aapje in zijn armen staat hij naast mijn bed.
Mag ik komen liggen?
Kom maar hier lieffie.
Er kruipt een heel lekker warm mannetje naast me.
Hij ruikt zalig naar Draakje.

Een kwartier later loop ik naar beneden met de drie Daltons.
Wie wil er pap, wie wil een boterham?

De zondag is begonnen.

Advertenties

20 thoughts on “Zondagochtend

  1. Brrrrrr . . . . . dapper van je hoor, als ik dit lees weet ik ook weer gelijk waarom er hier geen hond in huis is. “s Ochtends in de kou naar buiten, ook als het sneeuwt en regent, hagelt of onweert, dan blijf ik toch echt het liefste binnen.
    Verder lijkt het me wel een leuk begin van de dag, hier alleen twee poezen die me verwelkomen beneden, of eentje die me al om vijf uur wakker maakt (als hij op ons bed heeft geslapen) Manlief komt er op zondag pas uit als hij de koffie ruikt en eventueel het bakken van de verse bolletjes.

  2. Het is even lastig om er zo vroeg uit te komen, maar dan kun je ook echt even genieten. Ik zou er zelf niet zomaar weer in kunnen kruipen. Ik begreep niet helemaal waarom je Watson een terrorist noemde, en het duurde ook even voordat ik dat door had.

    Mijn zondagochtend: kwart voor 6 staat een jochie van precies 6 naast het bed, of hij zijn cadeautjes al open mag maken, en vervolgens komt hij elk kwartier terug tot kwart voor 8 aan toe. Aangezien papa dan zijn bed uit moet geven we maar toe.

  3. En toch.. toch heeft het wat om zo in alle vroegte s’morgens buiten te staan!
    Hoewel jip hier zindelijk is, heeft ze de gewoonte om s’morgen in alle vroegte uit te moeten niet afgeleerd ‘-)
    Ach iets met ochtend.. heeft goud in de ……

    Alhoewel het koud was buiten, komt de warmte van binnen er ver bovenuit!
    Liefs,

  4. ‘Heerlijk’ die vroege rondjes… ik liep een uurtje later, maar ging niet meer terug naar bed. Trek alleen we altijd mijn eigen schoenen aan, want zou m’n nek breken in maatje 48… 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s