Forensdiversiteiten

Ik woonwerkforens op veel manieren.
Ik loop, ik fiets, ik brommert, ik ga met de auto, ik ga met de bus.
Een en ander afhankelijk van mijn agenda, zijn agenda, de hoeveelheid zin en mijn loopschema.

Ik kan kiezen uit een route of 5.
Hoe dan ook, er zijn routines.
Lopend, neem ik meestal die ene route, fietsend meestal altijd die andere.
Ik ben wellicht nog meer dan de meesten bij uitstek een gewoontedier.
Als ik loop, weet ik bijvoorbeeld op welke kilometer ik welk refrein kan verwachten op de iPod.
Dat vind ik fijn.

Maar ik wil het nu hebben over andere routines.
Routines die ik zie, en de rest niet.

Zo is daar Mijn Boertje.
Hij zwaait naar mij als ik fiets.
En ik zwaai terug.
Al 5 jaar lang.
Maar hij zwaait alleen als ik fiets.
Hollend, of brommerend ziet hij mij niet.
Hij weet niet dat ik het ben.
Dat hij 20 jaar geleden dagelijks zwaaide naar mijn vader die daar dagelijks liep, weet hij niet.
Mijn vader en ik wel.
Mijn vader kent mijn boertje.

En dan is daar die ligfietser.
Al 5 jaar lang ziet hij mij fietsen.
En ik zie hem, al 5 jaar lang.

Hij ziet me als ik fiets.
Dan kijkt hij me aan.
Hij glimlacht niet, hij vertrekt geen spier.
Al 5 jaar lang.

En g*dver, ik maak een knikje van herkenning, elke keer. Hij gaat mij niet  mijn manieren laten verliezen!
Al 5 jaar lang niet.

Maar ik zie hem ook keer op keer als ik loop naar huis. Hij op die ligfiets, ik hardlopend.
Hij heeft nog nooit een blik richting die hardloper geworpen.
Hij  weet niet dat ik het ben, die fietser.
Hij weet ook niet dat ik het ben, die brommeraar,

Ben ik nou zo gek dat ik alle huizen ken onderweg, en alle tegemoedkomers?
Ik zie ze wel…

Advertenties

14 thoughts on “Forensdiversiteiten

  1. Nou je het zegt… Vroeger had ik vaste tegemoetkomers (vroeger is wel 25 jaar geleden) en nu eigenlijk niet. Terwijl ik 4 dagen per week dezelfde route afleg. Wel ken ik de omgeving, de huizen, de kerkklokken die altijd op hetzelfde moment beieren als ik langsfiets. En ik kom op weg naar het station altijd dezelfde bus tegen. Maar mensen herken ik niet. (behalve Arie Boomsma, haha die herkende ik wél) Ik ben teveel in gedachten denk ik en ook nogal kippig natuurlijk.

  2. Ik weet het nog wel van mijn openbaar vervoer tijd, onbekende mensen werden echt een soort goede kennissen. Dacht ik dan he. Niets zeggen, wel elkaar missen als ze er een dag niet zijn!

  3. Ja… dat herken ik wel. Ik had ook een meneer die mij altijd om zeven uur ’s ochtends al zat op te wachten als ik met de fiets langs kwam om de trein te nemen naar Den Haag om naar mijn werk in Scheveningen te gaan. Ook mijn zus zwaaide naar die meneer, alleen dan om tien voor acht in de ochtend… Een aantal jaren later ging manlief, die toen bij mij thuis inwoonde om half acht met die fiets langs die meneer om de trein te nemen naar Rotterdam waar hij studeerde… Zo kan het dus ook, dat diverse mensen dezelfde route nemen en zwaaien naar zo’n oude meneer die vanaf héél vroeg in de ochtend de mensen die langskomen toezwaait… op weg naar school of werk…

  4. Ik kom op de brug altijd dezelfde vrouw tegen. Een jaar of 55, met lang blond haar. En sinds kort weet ik haar naam. Want ik kwam haar tegen op de plaatselijke nieuwssite. Kan ik nu naar haar roepen.
    Ik las: mijn broertje, mijn broertje. En ik denk: huh. Ik lees nog een keer: aha, mijn boertje. 😉

  5. Wat schrijf je toch weer bijzonder, leuk en herkenbaar over hele gewone dingen! Ik moet dan vooral denken aan een autistische jongen die ik altijd tegenkwam als ik naar een patiëntje liep drie keer per week. Aan waar ik hem tegenkwam wist ik of ik vroeg of laat was. Ik zou die ligfietser DWINGEN om me gedag te zeggen, op wat voor manier dan ook. En het tekent je dat je je goede manieren niet af laat nemen!

  6. Naar mijn werk ga ik met de auto, geen ov komt daar langs (trouwens als het wel zo was nam ik ook de auto) Met de biebbus rijden we altijd een vaste route en daar zitten ook een paar zwaaiers voor het raam, maar inmiddels ken ik die mensen ook van naam en is er eentje die ’s zomers eens een fles frisdank naar ons toe kwam brengen. Als hij niet voor zijn raam zit, dan zou ik me zorgen maken.
    Hier op het dorp waar ik woon, kennen de mensen elkaar bijna allemaal, zeker van zicht, dus dat is vaak een praatje maken als ik, op weg naar de super, langs loop.
    Even snel een boodschap is er dan ook vaak niet bij. Alleen in de zomer zijn er veel onbekende passanten.

  7. Tegenwoordig ga ik altijd met de auto en ik moet zeggen, het komt herhaaldelijk voor dat ik achter dezelfde auto door de polder rij. Maar we zien elkaar dan niet natuurlijk.
    En die rare ligfietsers, soms krijg je daar het gevoel van dat ze denken dat ze de keizer van het fietspad zijn. Met vooral het bewustzijn dat ze uniek zijn.
    Maar het is leuk om langzaam mensen te herkennen tijdens de routineuze zaken.

  8. Vanmorgen fietste ik langs een brede doorgaande weg in Repeldorp. Ik zag jou, maar jij mij niet. Simpelweg omdat je mij niet kent.
    Knap hoor, dat je zelfs met deze kou blijft hardlopen. Sterkte met de marathonvoorbereidingen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s