Het verraderlijke brein

De Bevelvoerder en ik laten vroeg in de avond samen het hondje uit; even een momentje samen.
Ik heb last van brandwonden en misselijkheid.
Eventjes samen, qualitytime.
Ik zit op mijn hurken en roep Fletcher die losloopt.
Ze komt in volle vaart op me af, ik lach.
Ze is zo doldriest dat ze niet op tijd kan remmen en ze speelt me omver.
Ik kom lelijk terecht op mijn hand.
Als ik het even later niet vertrouw, bel ik de huisartspost.
De dame aan de telefoon verzekerd me dat als ik op het topje van de vinger kan tikken, het niet gebroken is.

De volgende dag blijf ik vreselijk pijn houden.
Als vriendin komt eten zegt ze dat hij gebroken is: haar zoon kon ook op het topje tikken maar mooi dat hij wel gebroken was.
Ik bel de huisartsenpost en kan langskomen.
Vriendin gaat mee.

Ik had 3 dagen geen ziekenhuis gepland….de misselijkheid lijkt psychisch, ik word overspoeld door een golf van misselijkheid.
Ik wil hier niet zijn, ik kan geen ziekenhuis meer zien!
De arts stuurt me linea recta door naar de eerste hulp.
En dan wachten, wachten, wachten.
Ik breek na twee uur en zie het niet meer zitten.
Daar waar ik headfirst 14 bestralingen heb ondergaan, nekt die vinger me.
Ik zie het totaal niet meer zitten.
Vriendin besluit iemand te halen.
En dan mag ik ineens tussendoor.

De arts zegt dat ik gips krijg over de hele onderarm.
Nee! Ik moet hardlopen, Anders kan ik die bestralingen niet aan, ik moet, ik moet, ik MOET hardlopen.
De arts kijkt me aan.
Goed, ik haal de gipsmeester erbij en we leggen iets speciaals aan.
Dit heb ik niet gezegd hè, dat ik je raad geef om toch te gaan lopen, maar als je hebt gelopen moet je je arm goed hooghouden tegen de zwelling.
Goed in een mitella houden.
Weer ben ik eigenwijs:
Draakje is net enigszins gerustgesteld omdat mama weer kan tillen, ik ga hem niet de stuipen op het lijf lagen met een mitella.
De gipsmeester komt en we gaan naar een speciale kamer waar ze een kunstig klein gipsje aanlegt: loopgips, zogezegd.

Nu vanmorgen heeft het me een paar uur gekost om mijn cool weer te herpakken.
Daar waar ik strijdlustig de kanker bevecht, heb ik moeite met deze pijn, en de beperking die het me oplevert.
Hoe moet ik nu naar die bestralingen toe? Hoe moet ik douchen?  Hoe? Help!
Ik heb het concert van vanavond moeten afzeggen, evenals twitterrun-loopje van morgen.
Ik vind dit zoveel meer oneerlijk dan de kanker!

Het brein is verraderlijk…

Image Hosted by ImageShack.us

La la la la, life goes on, deel -III-

Een logje met deze titel kan maar een ding betekenen: deel zoveel in de Giraffe Saga!
Voor degenen met teveel tijd: 2 ter zake doende logjes als achtergrond:

la la la la deel 1
Dat dus.

Voor de samenvatting en cut to the point onder jullie: We hebben Giraffe en Grote Giraffe. De über-knuffels van Draakje. (Waarbij die behaalde status van Grote Giraffe best bijzonder is!) Wat wij ook hebben, kan ik jullie nu verklappen, is ons grote geheim. Ons verzwegen, geheim gehouden, achtergestelde kind. Onze “he who shall not be named”.

“Reserve Giraffe”

De identieke giraffe die we kochten om een drama te voorkomen mochten we Giraffe ooit kwijtraken. Die dus. Maar Draakje had al heel snel in de gaten dat Reserve Giraffe niet zijn Giraffe was, hoe wij ook ons best hadden gedaan om ze van meet af aan dagelijks/wekelijks af te wisselen in het kader van “gelijkmatig slijten”. (We hadden geleerd, dachten wij, van “Lapje” en “Reserve Lapje” van Wijzemans en van “Kikker” van Spelmaker!).

Wij weten nu aantoonbaar bewezen na nummer 3: hoe je je best ook doet…..speciale knuffels kennen geen reserve.

Any-who…Reserve Giraffe lag dus unloved in een hoek. Tot Grote Giraffe kwam. En mama ziek was.

Toen kreeg mama Reserve Giraffe van Draakje, heel ceremonieel. Als speciale knuffel. En dagelijks zorgt Draakje dat Reserve Giraffe bij mij in bed ligt. Hij zorgt voor mijn Speciale Knuffel. Hij heeft er letterlijk een dagtaak aan.

En dus slaap ik vol trots met 41 jaar met een knuffel. Mama’s speciale knuffel. Ik vrees dat ook voor deze knuffel geen reserve bestaat. Ik snap nu hoe dat werkt.

Image Hosted by ImageShack.us

Ze doet knokken

Negen bestralingen gehad, nog zeven te gaan.

Ik ben misselijk (ooooooh lucky few met die bijwerking!), ik ben moe en heb een verbrande huid. Het worden nog zeuven heule lange keren met heul veul tegenzin.

Nog 9 van de 7 klinkt als over de helft. Maar…

De bestralingen zijn slechts het eind van de rit.
Ik en mijn tiet hebben al best veel meegemaakt (sinds de shit begon in 1998, sprak ze bitter….sloop de boel maar leeg, sprak ze bitter, toen al….)
Het aantal ziekenhuisbezoeken, het aantal naalden, het aantal foto’s, het aantal handen op mijn borsten…..ik kan het niet meer tellen. Oh wacht, dat kan ik wel! Ik kan wel het aantal naalden en het aantal onderzoeken en het aantal mensen buiten de Bevelvoerder dat aan mijn borsten heeft gezeten tellen! Want ik wist al heel snel in dit traject dat ik dat nou juist wel wilde weten. En dus heb ik een dagboek.

Jullie dachten dat ik (te) veel lul over log, twitter, faceboek? Whah! Jullie zouden mijn dagboek eens moeten zien. Met foto’s en alles. Geen grappige zinsnede’s, wel de botte waarheid. Met pen. En Inkt en op Papier. Met foto’s en uitgeprinte logies ter illustratie.

Nog maar 7 van de 16 klinkt als over de helft…

Met de pijn die ik nu heb, ben ik bang voor “nog 7”
Holy Moly, wat een pleuris end te gaan nog.
Met pijn die erger wordt.

Maar ik kom al van zoooooooo ver.
Ik heb al zoveel achter de rug!
Dit zijn de laatse loodjes….
Ik loop op 38 km….toen, toen bij die Dom, toen kon ik het ook.

Als ik 42,195 kan, kan ik dit ook

Achter een Repel staan 4 sterke Daltons

En hoe gaat het dan met de Daltons? Met alle vier?

De Bevelvoerder is een bevelvoerder in hart en nieren. Hij doet het op zijn brandweers. Hij is sterk en een spuitgast. Ja, hij heeft het moeilijk bij tijd en wijlen, uiteraard, maar hij is ook nu de Bevelvoerder. Hij en ik doen het eigenlijk hetzelfde. We vragen elkaar hoe het gaat, we doen dit samen. En stiekem genieten we ergens ook van het feit dat ik ziek ben: we zijn ZOVEEL samen. Saampjes de kindjes naar school brengen, saampjes naar huis wandelen hand in hand. Dat hebben we nodig.

Spelmaker en Wijzemans weten dat ik kanker had, dat het met de operatie eruit gesneden is en dat het door de bestralingen niet meer terug gaat komen. Zo gaat het met hen. Ik ben zo dicht mogelijk tegen de waarheid gaan hangen. Ik vond echter wel dat zij niks hebben aan de onzekerheid van “waarschijnlijk niet”, “verhoogde kans” en statistieken. Het komt niet terug. Punt. Da’s genoeg voor nu, nu we met zoveel te dealen hebben. In de klas van Spelmaker is er uitgebreid stilgestaan bij kanker. Zijn klasgenootjes vinden mij bere-interessant! Ik bijna, soort van, cool. Zeg maar. Ik ben eerlijk geweest en heb gezegd dat ik tijdens het beter worden ook zieker kan worden, maar dat dat erbij hoort. Da’s niet om te schrikken. Spelmaker is net zo stoïcijns als zijn vader en Wijzemans doet het op zijn manier; met zijn intelligentie. Ik heb wel de voetbal, de judoschool en de zwemles geïnformeerd: of ze een beetje op ze willen letten en als ze afwijkend (of onwenselijk) gedrag gaan vertonen dat ze ons dan even inseinen.

Maar Draakje. Draakje heeft er van alle Daltons de meeste moeite mee. Hij is te jong om het te snappen maar hij maakt wel alle emoties mee en dat maakt het voor hem enorm onveilig. Hij weet ergens dat het menens is, dit ziek zijn. En nu is hij een enorme zwaan-kleef-aan. Ik mag sowieso niet weg en als ik binnenkom vliegt hij me om de nek. Hij hangt letterlijk en figuurlijk aan me.

Na de operatie kon ik hem niet tillen en nu heeft hij “hem niet kunnen tillen” gekoppeld aan “het gaat niet goed met mama”. Van dat hele bestralen begrijpt hij natuurlijk ook helemaal niks. “Je moet, …,hoe heet dat ook alweer mama?” En elke dag als ik thuiskom uit de bestraling moet ik hem optillen en dan slaat hij zijn armpjes heel strak om mijn nek en dan is hij gerustgesteld: het gaat goed met mama, want ik kan hem nog tillen. En als ik hem naar school breng, moet ik hem op het schoolplein optillen en dan slaat hij zijn armpjes heel strak om mijn nek en dan zegt hij “kijk eens, mama kan mij tillen!”.

Ik weet niet of ik het goed doe. Ik til hem zoveel als ik kan en ik knuffel hem. En ik zeg dat het goed met mama gaat. Mama is weer beter. Maar Draakje is niet overtuigd zolang ik elke dag “gestraald” moet worden. Elke dag volgt even zijn check: kan mama hem nog tillen.

Image Hosted by ImageShack.us

The Pros and Cons of Cliche Cancer

Het nummer speelt al dagen door mijn hoofd.
The pros and cons of hitchhiking.
Omdat ik de pros and cons of cliche cancer ervaar.

Nu ik #metzonderborstkanker ben, ben ik verbaasd over mijn affiniteit met de teksten van Roger Waters.

Sleeping with the enemy, ook van hem, stond al vaak in mijn speellijst als ik ging lopen.
Maar nu standaard. Bij elke keer.
En de enemy is niet de Bevelvoerder, dat moge duidelijk zijn.
Het nummer motiveert me, en zweept me moeiteloos naar 5 minuten de kilometer als ik doe wat ik het liefste doe.

The pros and cons of cliche cancer.

Dankzij de statistieken zijn de behandelingen afgestemd op een steekproef waarbij n indrukwekkend groot is.
Miljoenen gingen mij voor in mijn cliché kanker.
En dat gaat mijn leven redden.

De keerzijde is dat de “Cons van Cliché Cancer” er ook zijn.
Ik heb al zoveel verhalen gehoord.
Van zoveel
(buur)vrouwen
(schoon)zusjes
(schoon)moeders
vriendinnen
collega’s
dat ik het beu ben*
*lotgenoten zijn uitgesloten van dit beu-gevoel

Enorm beu.

Ik doe het slechter/beter/anders.
En ik ga na X tijd voor Y procent weer aan de slag.
En ik ben na X tijd niet meer moe.
Ongetwijfeld zijn er talloze buurvrouwen, nichten, collegas die het slechter/eerder/anders deden.

Ik heb cliché kanker, maar ik ben niet hen!
Ik loop een marathon, maar er zijn momenten dat ik alleen maar Draakje kan knuffelen, meer niet.
Ik heb cliché kanker die prima te genezen is, maar mijn verhaal is uniek, mijn. Mijn situatie.

Ik begin langzaamaan pijn te krijgen van de bestralingen.
Volgens het boekje veel te vroeg.
Joepie, ben ik toch niet cliché.

Het script

Ik ken het script na drie van de zestien keer al uit mijn hoofd.

Ik leef het per keer vier keer. Twee keer om de instellingen van het apparaat te controleren en de lijnen bij te tekenen en twee keer voor het ecchie.
Twee keer zijn ze in de ruimte aanwezig, twee keer hoor ik het script door de intercom.

Blote borsten, plat op mijn rug, armen omhoog in de beugels, klem op mijn neus, slang in mijn mond, prismabril op mijn neus, knop in mijn hand.
De positie is intimiderend.
Het apparaat en zijn gezoem en zijn lasershow zijn intimiderend.
Hij beslist mijn ademhaling.
Enorm intimiderend!
De verpleegkundigen zijn lief en verzorgend.
Zij leiden mij door het script van netto 4 keer 35 seconden.

Mevrouw Repel, als u er klaar voor bent en mij hoort, drukt u de knop even kort in.
De lijn op de monitor die ik zie door mijn prismabril verandert van blauw naar rood als ik de knop indruk.
Prima.
Als u er  klaar voor bent, drukt u de knop in en houdt hem ingehouden.
Dan volgt nu de eerste rustige ademhaling.
En dan de tweede rustige ademhaling.
Dan haalt u nu diep adem.
Ik zie mijn ademhaling via mijn prismabrilletje op de monitor door de grens gaan en de slang blokkeert.
Ik kan geen adem halen.
De teller in het scherm telt terug van 35 naar 0.
Het apparaat zoemt als een wekker uit de jaren negentig.
Als de teller op 14 seconden staat, stopt de zoem, hoor ik een slurpend geluid, en start de zoem weer.
Seconde 4.
Mevrouw Repel, adem maar door.
Ik laat de knop los.
Het apparaat draait van positie.
Mevrouw Repel, als u er klaar voor bent drukt u de knop in.
Prima.
Dan volgt nu de eerste rustige ademhaling…

Als ik wegga zet ik mijn symbolische oogkleppen weer op.
Ik wil al die andere veel te zieke patiënten namelijk niet zien.

Netto 4 maal 35 seconden.
Bruto van deur tot deur meer dan een uur.
Mentaal is niet uit te drukken.

You can bet your…

En ineens is het dan 9 april geworden. Ik won mijn startbewijs voor de marathon van Utrecht in december bij Ronald. Toen wilde ik deze marathon lopen om (voor mezelf en de goegemeente) te bewijzen dat ik, een druk werkende moeder met drie kleine kinderen “echt wel” een marathon kan lopen. En dan ineens is het 9 april geworden en loop ik hem met een groter doel.

In de hal van de jaarbeurs ontmoet ik dankzij het berichtje van Frank hardlopend twitterland, de rest van mijn timeline bombardeert me twitterend plat. Hun steun is overweldigend. Ik ben wel een beetje nerveus, maar ik kan ergens ook niet geloven dat ik hem niet ga uitlopen. De exacte statistieken wisselen een beetje, maar iedereen die er een heeft gelopen is het erover eens: een deel is vorm en training, een deel is zuiver mentaal. Wilskracht.  Ik neem me voor dat ik, op momenten dat ik het moeilijk ga hebben, zal denken aan de sms die ik de avond van tevoren kreeg: Heel veel succes morgen! Je gaat jezelf verslaan. Ik zal aan je denken. Groet.  J de B. Mijn arts. De arts die me het slechte nieuws moest geven en die me bleef motiveren te blijven lopen.

Al in de eerste 2 kilometer sluit ik me aan bij een groepje dat het tempo loopt dat ik hoop vol te houden: 6 minuten de kilometer. Een groepje van 3 dat bij elkaar hoort en nog 2 “losse” anderen. En dan op 3 kilometer raakt een veter los. Dat is me nog nooit gebeurd. Ik vloek inwendig…..ga ik hem vastmaken ja of nee. Ik wil mijn clubje niet kwijtraken. Maar los laten is ook geen optie: ik moet nog 39 kilometer! Ik strik hem snel en maak even tempo om weer bij mijn clubje te komen. Ik laat mezelf tot rust komen: Repel, je gaat borstkanker overleven, maak je niet druk om een veter!

Op 9 kilometer zie ik ineens een bekend hoofd. Marek uit mijn timeline. Hij kwam voor zijn broer, maar hij stond daar ook voor mij. Support langs de kant geeft vleugels.

Image Hosted by ImageShack.us

Rond 10, 11 kilometer komt er een fietser naast me. Hij blijft eventjes naast me fetsen. Hoe gaat ‘tie? John. Hij zit bij de organisatie en ik zag hem voor het eerst bij de 20 van Alphen. Support langs de kant geeft vleugels.

We draaien rond 14 kilometer Het Lint op en ik zie uit naar het moment dat ik Nesrine zal zien. Ik weet niet waar ze zal staan. Ik loop inmiddels steady naast Walter; een van de losse lopers van het clubje. Ik ken de beste man niet, maar er staat Walter op zijn startnummer. Ik ben zo gefocussed op het zoeken naar een hoofd met lang donker haar dat ik stom verbaasd ben als ik een hoogblonde dame zie met een paraplu en een heel bekend gezicht die uitbundig naar me zwaait. Yvette! Mijn nicht! Wat doe jij hier? Ik woon hier gekkie! Op haar hakken loopt ze een stukkie mee. Ik lach. Support langs de kant geeft vleugels.

Tussen 20 en 21 kilometer zie ik Nesrine. Ook zij loopt een stukkie met me mee en ze maakt foto’s. Ik verspil vast veel energie met lachen en praten, maar ik geniet. Nesrine zegt: nog eventjes, en dan ben je een marathonner! Support langs de kant geeft vleugels.

Image Hosted by ImageShack.us

Op 22 kilometer staat Marek er weer.

Image Hosted by ImageShack.us

Op 30 kilometer kijken Walter en ik elkaar aan. Gaat goed he? Die man, die met die hamer, die staat hier toch ergens? We lachen. Ik weet wel dat ik me bij de 30 van Schoorl fitter voelde dan nu. Die operatie heeft toch wel wat gedaan: de lichamelijke impact is relatief klein, maar dat is niet hetzelfde als twee zwaluwstaartjes. En dan op 33 kilometer gebeuren er 2 dingen: ik zie Yvonn, Yvonn die speciaal naar Alphen kwam en nu ook speciaal naar Utrecht. Dat, en Walter ontdekt dat hij over heeft en versnelt. Ik heb niet over. Ik ga steady door. Ik heb Walter nooit meer teruggezien. Maar Yvonn was er. Support langs de kant geeft vleugels.

Op 35 kilometer komt Sven naast me lopen. De externe relatie waar ik sinds kort een “loopband” mee heb. Die zo meeleeft. Die speciaal voor mij is gekomen. Hij stopt 2 gelletjes (mijn merk, mijn smaak) en een powerbar in mijn handen. Niet praten, zegt hij, spaar je energie. Hij wilde op 32 kilometer gaan staan, maar koos voor 35 omdat het vanaf daar zwaar wordt. Je loopt Utrecht weer in, zegt hij, het wordt weer drukker. Succes! Support langs de kant geeft vleugels.

En dan komt 38 kilometer. Mijn benen vinden het nu wel welletjes. Ik moet erg mijn best doen om het vol te houden. Ik denk aan de sms van mijn arts. En dan daar, daar bij die Dom staan Ellen en Marco. Helemaal uit Zwitserland. Marco zet me op de plaat nog voordat ik ze zie.

Image Hosted by ImageShack.us

En dan zie ik Ellen. Support langs de kant geeft vleugels.

Image Hosted by ImageShack.us

De laatste 3 kilometers zijn loodzwaar. sms van J, je gaat jezelf verslaan. Mijn benen hebben er zo’n mening over! Wat een takke-end is dat zeg, die marathon. En dan zie ik de Bevelvoerder. What a sight for sore eyes! Support langs de kant geeft vleugels….maar de Bevelvoerder draagt me.

Image Hosted by ImageShack.us

Bij de finish wordt ik overspoeld door mijn emoties. Ik krijg mijn medaille en ik zie Wendelien en haar lachende gezicht. Ik jank en ik lach naar haar. En dan kijk ik weer in de ogen van de Bevelvoerder. En dat moment legt Marco op de plaat. Vlak voordat ik nog harder ging huilen. Dit is hoe je eruit ziet als je je eerste marathon hebt afgelegd die je moest lopen omdat het je mentale baken was in je strijd tegen borstkanker.

Image Hosted by ImageShack.us
Ik kus Ellen, Wendelien en ik raken elkaar door de tralies aan. Op weg naar de hal zie ik John weer, en Fabiola. En weer moet ik huilen als ze me een knuffel geeft. De Bevelvoerder helpt me andere schoenen aan te trekken: ik kan niet meer bukken of mijn benen optrekken. Hij tovert klein flesje wijn tevoorschijn. Ik schiet in de lach. Just what the dokter ordered.

Ik ben een hardwerkende moeder met drie kleine kinderen.
Ik ben niet lid van een atletiekvereniging.
Ik ben een maand geleden geopereerd.
Ik sta een dag voor de bestralingen.
YOU CAN BET YOUR GODDAMN’ ASS I CAN RUN A MARATHON!

4 uur, 14 minuten, 37 seconden

*Pauzelogje*

Ik wacht op maandag. De marathon van Utrecht was mijn mentale stip op de horizon. Mijn baken om door het doolhof te komen. En nu alle obstakels uit de weg zijn, nu alle medische obstakels uit de weg zijn, kwam ineens gisteren de realisatie: “Kak, nu moet ik hem echt gaan lopen ook!” Hij was zo symbolisch geworden als baken, dat ik was vergeten dat ik 42 godvergeten kilometer ga hardlopen. En 195 meter. Toen werd ik nerveus: help….kan ik dit? Ik weet nu wel twee dingen in dit leven heel zeker. Zonder de Bevelvoerder zou ik verdwaald zijn tussen 14 februari en nu. Zonder het baken van de marathon op 9 april op een andere manier ook. Nu moet ik hem “gewoon maar even uitlopen”. En de Bevelvoerder staat bij de finish.

Ik wacht op dinsdag. De eerste dag van de bestralingen. De tattoo-stippen, de bakens voor het apparaat, staan op mijn lijf. Met de strepen eromheen die de Bevelvoerder elke dag bijtekent. We maken lol: Hij mag me elke dag bodypainten. De volgende achtbaan is bijna hier. Ken je die bordjes in de Efteling en Disney Parijs? Hoeveel minuten de wachtrij nog is? Ik heb het laatste bordje bereikt. Het is geen Niemandsland, maar ik sta wel op pauze. Ik wacht.

Dus vandaar: een pauzelogje. In het kader van La La La La Life Goes On. Een logje dat nergens over gaat. Omdat ik met mijn vingers ongeduldig aan het tappen ben. Omdat mijn brein alleen maar aan maandag en dinsdag kan denken. Ik slinger nutteloze na nutteloze tweet de wereld in. Ik ben slecht in wachten.

************************

Ik kon Angry Birds weerstaan.
Ik kon Wordfeud weerstaan.

En toen kwam Drawsome.
Dat kon ik weerstaan tot ik een keer mee keek met de Bevelvoerder en toen ging ook ik voor gaas.
Wat had ik graag willen zeggen dat ik alles kon weerstaan!
Maar drawsome is TE leuk…ik doe niet altijd heel erg mijn best op een tekening, maar soms ga ik compleet uit mijn bol.

Je blijft chemicus….

Speel ik nou echt tegen iemand van (nog geen) 10? hoe dan ook, deze vond ik leuk van mezelf!

Vogeltjes en wolkjes totally irrelevant…zo leuk om te doen!

Witbier is een collega van de Bevelvoerder….weet hij wie ik ben? Geen idee!

 

Ik ken het beste mens niet, maar we drawsommen veel….drawsommen is het nieuwste werkwoord van 2012…

UITERAARD speel ik ook met de Bevelvoerder…

Deze is nog niet geraden door (de 14 jarige?) waar ik mee speel. Deze tekening vond ik zo leuk om te maken!

Tussen twee ritjes in

Toen de Bevelvoerder in Haïti zat, was ik erg ongerust over de emotionele belasting voor hem. Overbuurman, een collega van hem, kwam een babbeltje met me maken. Hij zei: “Een brandweerman lost een probleem op. Hij komt aan, doet een klus, en gaat weer weg. Nare dingen werken niet op hem in, want hij lost een probleem op: hij handelt. Er ontstaat pas een mentale belasting als hij tijdens het losknippen van een bekneld persoon bijvoorbeeld door de ambulancebroeder wordt gevraagd even te wachten omdat er een infuus moet worden aangelegd. Dan moet hij een pas achteruit doen en toekijken en wachten en dan kan de situatie achter het op te lossen probleem op hem in gaan werken.”

En dat is hoe het is. Nu snap ik dat.

Op 14 februari werd ik een achtbaan in geslingerd en ik maakte looping na looping. En zoals dat is in een achtbaan, gilde ik op de momenten dat ik de G-krachten voelde. Nu ben ik uit die achtbaan en sta ik in de rij voor de volgende verplichte achtbaan. Ik heb een pas achteruit gedaan en kijk naar de achtbaan waar ik uit ben gekomen en de situatie begint nu serieus op me in te werken. En dat is meer dan G-krachten. Het hele grote overweldigende begint op me in te werken. Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. Borstkanker. Kanker. Percentages. Genezingspercentages en overlevingspercentages. Kanker.

En nu in de rij voor het volgende ritje. Dat bestralen wordt ook weer een heel circus. Met toeters en bellen waar ik geen weet van had. En ook na dat ritje komt er een periode dat ik een pas achteruit doe van dat ritje en naar die achtbaan moet kijken en dat het op me in gaat werken.

Ik snap nu de woorden van de arts: de lichamelijke impact is relatief klein. En daarmee bedoelde ze niet twee zwaluwstaartjes, zoals ik het destijds opvatte.