Ken je dat?

Ken je dat?
Dat je je boodschappenlijstje in je kop hebt en dan toch dat ene vergeet?
Dat je je afvraagt of je je sleutels bij je hebt?
Of de pas van je werk?
Dat je in de auto stapt en je je afvraagt of je de voordeur wel op slot hebt gedraaid?
Of dat je je afvraagt of je het gas hebt uitgedraaid?
Dat je in bed ligt en dat je je afvraagt of je de verwarming laag hebt gezet?
En of de kat wel binnen is?
En dat je dat in (bijna) alle gevallen gewoon wel hebt gedaan?
Maar dat je het je niet herinnert?
Omdat je het op auto pilot doet?
Of omdat je teveel ballen in de lucht moet houden in je eigen spitsuur zo af en toe?

En soms: ken je dat?
Dat je op de plaats van bestemming bent aangekomen en dat je een heel stuk van de rit niet bewust hebt meegemaakt?
Zo’n bizar “ben ik hier al?” gevoel?
En dat je je dan afvraagt of je überhaupt wel hebt gekeken op de kruispunten?

Ken je dat?

In mijn geval: ken je dat?
Dat je op de snelweg rijdt naar werk ergens in 2008 en dat je ineens een stemmetje hoort vanaf de achterbank:
“mama, moet ik niet naar de crèche?”
Dat je je te pletter schrikt?
Dat je op auto pilot op weg naar werk bent?
Dat je niet eens weet hoe je op de snelweg bent gekomen?
Dat je niet eens de kruispunten bewust kan herinneren op weg naar dat punt op de snelweg, maar dat je 1 ding wel zeker weet:
Dat je bent vergeten je kinderen op de crèche te droppen?

Dat laatste kent u vast niet, maar ik durf te zweren de rest wel.
Ik heb me overigens MAANDEN intens en intens schuldig gevoeld…..
…maar ik wist ook dat ik nooit meer zou oordelen.
Ik ben geen slechte moeder, dat is één ding dat ik zeker weet in dit leven.
Maar ik had ook met een beetje meer pech in de krant hebben kunnen staan, denk ik dan.

Ergens snap ik gewoon dat dit soms gebeurt. Of ben ik nou zo slecht?
Ik snap het.
Oordelen is oh zo makkelijk!

En namens een militair *tevens import Fries* die ik toevallig een beetje ken, wil ik nog een triest feit bijvoegen als nabrandertje:
Zou het erbij hebben gestaan als hij postbode was geweest?

 

 

Interviewen is, zeg maar, niet helemaal mijn ding

Ik ken hem via twitter; hij is een van de virtuele loopmaatjes.
Bij de 20 van Alphen zag ik hem voor het eerst en we hit it off (lees: hij kletst net zo veel en enthousiast als ik).
De tweede keer dat ik hem zag was op het 10 kilometerpunt bij de marathon van Utrecht.
Hij kwam naast me fietsen en vroeg hoe het ging. Hij bleef een kilometertje bij me rijden.
Na de finish zag ik hem weer; hij was blijven hangen om te kijken in welke toestand ik over de finish was gekomen.

En net in de fase dat mijn interesse in andere logjes uitermate beperkt is, stuit ik op een logje van hem over zijn tiende marathon.
Ik reageerde met een vraag: welke was de leukste.
En voor we het wisten, was het idee geboren: ik zou hem voor de log gaan interviewen over de 10 marathons die hij heeft gelopen.
Over de moeilijkste, de leukste, en over degene die hem het meeste is bijgebleven.

En wat blijkt? Ik kan kletsen en kan een beetje schrijven…maar interviewen kan ik niet. Het werd geen Q&A.
Maar dat bleek ook helemaal niet erg. Zijn loopverslagen van de marathons op zijn eigen log zijn boeiend en beeldend…daar kan ik weinig aan toevoegen met een letterlijk verslag (de linkjes naar de logjes over zijn marathons staan onderaan dit logje!). Veel leuker is het meta-verslag van een avond kletsen met John over hardlopen en marathons lopen.

Want hoe zit dat? Waarom ga je een marathon lopen. Wat maakt dat je als hardloper ergens dat besluit neemt om die 42,195 kilometer te gaan lopen? Het blijft een magische afstand en de eerste keer dat je hem loopt is magisch. En de moeilijkste ook: het is onbekend terrein. In John’s geval had het na enkele jaren hardloopervaring iets te maken met 42 worden. Het leuke is dat hij al looptrainer was voor hij zijn eerste marathon liep. Iets kunnen en iets kunnen overbrengen zijn twee verschillende dingen. Maar in 2009 liep hij dus zijn eerste marathon. De marathon van Rotterdam. En die liep hij nog twee keer daarna. Want Rotterdam is bijzonder, Rotterdam is mooi. Rotterdam moet je een keer gedaan hebben volgens John. Die opmerking heb ik dus in mijn oren geknoopt! Hij liep er zijn eerste “sub 4” in 2010. Voor de niet-lopers onder jullie: sub 4 betekent onder de vier uur. Ook die gedachte heb ik in mijn oren geknoopt. Zijn PR staat overigens niet in Rotterdam: die staat in Terschelling: de tweede keer dat hij de Berenloop deed in 2011 knalde hij ruim 20 minuten onder zijn PR naar 3.28. Pas als je zelf loopt gaan die getallen betekenis krijgen: “sub 4 op de marathon” en “20 minuten van je PR af” zijn feiten die zelden landen in je omgeving der niet-lopers. Er zijn ook een heleboel dingen te vertellen over 3 marathons die hij liep 2011, maar opvallendste vond ik dat die marathons geen doelen op zich waren, maar lange duur”trainingen” op weg naar de 60 klometer van Texel. Ergens na het besluit om die 42,195 kilometer te gaan lopen, kwam dus het besluit om 60 kilometer te gaan lopen. Ik vraag me ook af hoe een niet-loper aankijkt tegen het verschil tussen 42,195 en 60 kilometer. Ergens na het besluit om 42,195 kilometer te gaan lopen komt dan het besluit om sub 3.20 te gaan lopen. In Boston, of all places. En waarom? Omdat je je voor Boston moet kwalificeren, da’s speciaal. En de marathon van Boston is geen rondje, maar gaat van A naar B.
En wat voor mij als een rode draad door zijn verhaal van de 10 marathons loopt, is het sociale aspect van de zogenaamde individuele sport hardlopen. Met wie hij over de finish kwam en waarom. Het samen beleven van een marathon. Met zijn loopmaatje, of als haas voor een maatje, of met zijn trainer van destijds…en wat ik heel mooi vond: met zijn meissie tijdens haar droomdebuut op de marathon van Berlijk in 2011. En met die gedachte gaat hij ook voor de Goofy Challenge in Florida: op zaterdag de halve marathon samen met zijn vrouw en op zondag de hele.

Voor we het wisten hadden we een hele avond wegekletst en al bladerend door zijn blog besloot ik dat het totaal niet erg is dat ik niet kan interviewen. Dit logje is veel meer Repel Style. Ik zou dat best vaker willen doen, er zijn nog zat lopers die ik een keer het hemd van het lijf zou willen vragen. Maar deze keer ging het over John, die ik zag vlak voor mijn operatie en die ik zag op de marathon die ik liep en voor mij symbolisch was.

In maart dit jaar bij de 20 van Alphen
Image Hosted by ImageShack.us

Een hardlopend stel en hun schoenen…
Image Hosted by ImageShack.us

De marathons van John:

http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2009/04/i-finished-2009-rdam-marathon-john.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2010/04/een-pr.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2010/11/bereloop-beregoed-en-beregezellig.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2010/12/spijkenissegeslaagd.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/02/dit-keer-wel.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/03/akrm-ultradebuut.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/04/mijn-derde-rotterdam-marathon.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathon-1.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathon-2.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathon-3.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathonde-ontknoping.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/haar-eerste-42.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/11/berenloop-berengoed-pr.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2012/06/geslaagde-slachtemarathon.html

Somebody that I used to know -deel I-

Een verregende vakantie heeft ook zo zijn voordelen. Zo heb je de kans om te babbelen met je eega over de roerige tijd die bijna achter je ligt. Heul veul kans tijdens de vele avonden opgesloten in je huisje zonder enige afleiding omdat je zo stom was de dvd-box van alle House seizoenen te vergeten die je had gekregen voor je verjaardag en je alleen maar kinder dvd’s als Thomas de Trein bij je hebt.

We wisten het al, maar zo “veroordeeld” tot elkaar in een “rot”vakantie als deze werd het glashelder: we zijn elkaar niet kwijtgeraakt in de storm. Sterker nog: we zijn closer geworden. En dat gaat niet van nature; dat is een prestatie, kan ik verklappen. Want ik ben niet meer wie ik hiervoor was. Maar hij ook niet. En toch zitten we nog steeds op hetzelfde spoor. Niet op hetzelfde spoor als voorheen, maar samen op een ander.

Niemand zou hetzelfde zijn na een gevecht als dit. En voor mijn gevoel liep ik 14 jaar lang met mijn getrouwe vijand, dat zwaard van Damocles boven mijn hoofd en is hij na drie generale repetities definitief gevallen bij de vierde keer. Eindelijk, zou ik bijna toevoegen. En het zwaard viel een soort van tegelijkertijd net naast me, net in me. En nu ben ik niet alleen niet meer wie ik was voor dit gevecht, ik ben voor het eerst in 14 jaar ook zonder zwaard. En ik kende dat zwaard langer dan ik de Bevelvoerder ken! Het nieuwe zwaard ken ik nog niet en mijn brein is in afwachting van het erfelijkheidsonderzoek nog niet aan een kennismaking met hem toe. Hoe ziet dat nieuwe leven eruit? Je bent 14 jaar bang voor iets en dan gebeurt het. En dan ga je de hel in en weer uit en dan is het “over”. Or is it? En nu? Now I’m just somebody that I used to know.

Er gaat aldus behoorlijk wat door je kop en als je niet oppast, doe je dat in splendid isolation. Het is namelijk heel verleidelijk om dit in je eentje te door te maken en te verwerken. Maar ergens wist ik al heel vroeg in dit feestje: weet je, dit monster gaat me niet ook nog mijn huwelijk kosten. Al heel vroeg besloot ik heel bewust dat ik me niet onbewust ging opsluiten en afsluiten van mijn lief.

Dat wij in deze verregende kaloten-vakantie in dat kankerjaar 2012, bot boven op elkaars lip in een huisje nog nul keer ruzie* of mot* hebben gehad, betekent dat we iets ergens heel erg goed hebben gedaan samen in dit traject.

* geen ruzie of mot, maar wel s.ex en dat is bijna too much information, #tmi . Maar toch ook ergens juist helemaal niet too much information want het mag gezegd worden: ik heb dan wel primair geknokt voor behoud van mijn leven, maar tegelijkertijd expliciet ook voor behoud van mijn huwelijk, mijn sexualiteit, mijn hardlopen, mijn humor en een kern van mijn oude ik. And beleive me: behoud daarvan is voor geen van alle voor kankerpatienten makkelijk of vanzelfsprekend! Daar moet je serieus voor knokken. Want voor je het weet is in het woud van ziekenhuisafspraken en onderzoeken niet alleen je tumor, je borst, je lijf, maar zelfs je hele wezen vermedicaliseerd, geanonimiseerd en gestripped tot niets dan kankerwezen met een streepjescode.

Ik heb mijn peut pas 2 keer gezien en elk woord uit haar mond is raak. “Het was voor jou al die tijd niet de vraag of het je zou overkomen, maar wanneer. En het werd 2012.”
Mijn grondvesten trillen nog na van deze en een aantal andere van mijn waarheden waar ze de vinger op wist te leggen, “hence” de toevoeging deel I in de titel van deze log. Deel II zit al in mijn kop, maar zoals altijd loopt mijn brein met 10 gedachtenprocessen tegelijk ver voor op mijn gevoel. En dat is precies waar dat logje over zal gaan. Maar dat logje ligt dus nog even in een sopje in te weken.

Hoe dan ook is het bijzonder om te moeten beseffen dat kanker me een aantal hele mooie dingen heeft gebracht.

Lopen is. Punt.

Het leek me zo leuk: lezen op vakantie.
En ik had voor mij het ideale boek meegenomen. “Eenzame uren” (Jolanda Linschoten). Over de zoektocht waarom ze hardloopt en specifieker: waarom ze ultralange afstanden loopt.

En nu zit ik hier op vkaansie met mijn boek en ik ben nu al zes keer begonnen aan de achterkant en/of aan de inleiding, maar ik krijg het echt niet voor elkaar. Ik kom niet verder dan de achterkant en de helft van de inleiding. Ik leg het telkens met tegenzin weg. Al zes keer. Dit boek ga ik in deze fase van mijn leven niet gelezen krijgen.

De vraag waarom ik voorheen liep, staat niet meer ter discussie. Die is totaal irrelevant geworden. Wat telt is dat ik het deed, hardlopen. Ik vond het leuk. Bijkbaar was het ook belangrijk genoeg voor me in mijn oude leven. Wat telt is dat ik het deed. Daardoor beschikte ik over de conditie en de benen om te gaan hardlopen voor mijn leven.

Op 14 februari 2012 werden alle kaarten van mijn leven met één grote veeg van tafel geveegd. Toen stond ineens mijn leven openlijk ter discussie. En toen liep ik ineens om letterlijk en figuurlijk op de been te blijven.

En ik weet nu, in deze nieuwe fase van mijn leven, een heleboel dingen niet. Ik ben niet helemaal meer wie ik was en ik sta niet meer helemaal in het leven zoals ik er voorheen in stond. Maar als ik één ding wel weet, dan is het dat ik me niet afvraag waarom ik loop.

Lopen is een gegeven in mijn leven. Niet alleen maar vanwege kanker maar wel mede dankzij kanker. Lopen zit geïntegreerd in wie ik nu ben. Lopen ist. Punt. Het is geen kwestie van schema’s moeten lopen, of wel of geen zin hebben. Net zo min als dat ik me afvraag waarom ik van mijn gezin houd, vraag ik me af waarom ik loop. Lopen ist. Nee, ik krijg dit boek niet gelezen. Ga ik het weggeven, of ga ik het opbergen voor later?

Heul triest

Dat je boos zijn op mij belangrijker vindt dan

de verjaardag van een 7 jarige

kan ik niet begrijpen.

Wijzemans hoopte op een telefoontje, kaartje, berichtje.

Ik heb hem getroosd, maar kon het niet uitleggen,

want ik snap het zelf ook niet.

 

Als er geen alternatief is, is er ook geen probleem: Het Kikkerdilemma

Wij hebben een serieus probleem.
Nou eigenlijk.
Eigenlijk hebben we technisch gezien geen probleem, want er is geen alternatief.
En als je geen alternatief hebt, heb je ook geen probleem.
Dan heb je een nare situatie.
En wij hebben een heule nare situatie.

Onze Miss Marple is een halfbloed Maine Coon.
Een dotje; heel lief.
En bloedmooi.
En ze jaagt.
Soms op muizen, maar haar favoriet zijn

kikkers.

Wij moeten elk etmaal 1 à 2 kikkers vangen en buiten zetten.
Ze leven namelijk altijd nog. Geen schrammetje hebben ze.
Behalve als Watson er eentje te pakken krijgt.
Of als Fletcher met haar lompe poten erop gaat springen.
Toen ontdekten we dat kikkers kunnen krijsen in doodsangst.
Heel naar.

Enfin, wij redden dus kikkers. Elke dag weer.
Meestal uit de huiskamer, maar soms uit de slaapkamer.
En binnenkort gaan we 14 dagen op vakantie.
Als we thuiskomen zitten er dus met een beetje pech tussen de 14 en 28 kikkers in huis.

Dat je de voordeur open doet en dit tafereel in je woonkamer aantreft.

 

Dat dus.