Mummy I found him….can I keep him?

Picture it. Repeldorp. Een willekeurige schooldag in 2012.
De Daltons spelen allemaal buiten.
Ik twitter lees een intellectueel boek.

De deurbel gaat.
Draakje (1m12cm hoog) staat aan de deur met iets dat hij heeft gevonden:
Een deur-aan-deur-verkoper van één meter negentig.
Ze staan erbij alsof de verkoper, een opgeschoten post-puber van 1 meter 90, een onzichtbare riem om zijn nek heeft.
Draakje heeft hem gevonden. Drie straten verderop.

De verkoper stamelt: “Ik moest perse van hem mee naar zijn mama!”
Hij lijkt oprecht ongemakkelijk met de situatie.
Niet omdat hij niet wil verkopen, maar omdat die vijfjarige hem de baas is.

Hij loopt van deur tot deur voor het goede doel.
Dat je je handtekening moet zetten en dat je dan elke maand automatisch iets overmaakt.
Wie kent ze niet en wie heeft ze niet geweigerd?

Deze jongen deed het voor Clini Clowns.
Draakje had de deur-tot-deur-verkopers geobserveerd en had ontdekt wat er gebeurde als het slachtoffer -die nietsvermoedend de deur opende- daadwerkelijk tekende….
Die kreeg een rode neus.

Dus. Plaatje is helder, mag ik aannemen.

Nu steun ik al voldoende goede doelen: ik steun er structureel 3 en ik wissel het pakket elk jaar. Van het adopteren van een hondenhok in het asiel tot natuurmonumenten tot Kika tot het Aidsfonds tot…Daarbij weiger ik weinig collectes, al was het alleen al vanwege die vrijwilliger die met die bus rond gaat. Je moet goed gedrag belonen, is mijn motto.
Maar goed, ik zat dus al vol. Maar ik keek van Draakje naar “Mister-Mummy I found him, can I keep him” en bedacht: het maakt me niet uit hoeveel er aan die strijkstok blijft hangen, elke cent die bij Clini Clowns  terecht komt is goed besteed.
Dus Draakje kreeg zijn zin ik tekende.

Maar toen kwam het mooie:
Ze bleken met z’n drieën te lopen en ze bleven straat per straat bij elkaar.
Een half uur nadat ik met bloed mijn handtekening had gezet, kwamen ze bij ons in de straat: de uit de kluiten geschoten post-puber had dus best kunnen wachten! Maar Draakje was mentaal sterker.
De twee collega deur-tot-deur-verkopers zwaaiden *breed glimlachend* uitbundig naar mij.
Dat waren twee dames: die konden de uitgekooktheid van mijn Draakje blijkbaar wel waarderen.

En als kers op de taart voor mij kwamen de drie Daltons thuis met alle drie een neus. Ze hadden van die deur-tot-deur-verkopers alle drie een neus gekregen.

Puntje bij paaltje:
– Daltons blij
– Deur-tot-deur-verkopers een leuke dag en mijn deur was geen dichtgegooide deur, sterker nog: een hilarische deur
– Clini Clowns heeft centen
– Zieke kindjes in een ziekenhuis hebben Clini Clowns
– Niet te vergeten: ik een goed gevoel over mezelf. Want daar doe je het ook voor….

Ik zie werkelijk geen negatief puntje in dit verhaal.
Ja, ik weet dat ik op fundamenteel niveau serieus een probleem heb met de overredingskracht van Draakje.
Dat en zijn “mostly harmless” uitstraling.

Vriendjes maken

Ergens vanavond viel het me op dat ik in 2012 een onderbewust gebaar heb ontwikkeld.
Als ik me ’s avonds omkleed in m’n “avondkloffie” en geen bh meer aan heb, pak ik af en toe onwillekeurig met mijn rechterhand mijn linkerborst vast.
Nee, vastpakken is niet het woord: Ik ondersteun mijn borst liefdevol met mijn hand. Ik til haar even. Ik draag haar.

Zwaar en gezwollen van de oedeem, geen pigment meer door de bestralingen, een trekkend litteken, maar toch zo belachelijk minder gehavend dan ik vreesde van te voren.

Zo gek. 14 jaar geleden werd ze “die tiet die niet meewerkte”.
Ik heb “het” 14 jaar lang gehaat en ik heb “dat ding” op afstand gehouden.
Maar “die tiet” zat aan me vast en de haat naar “dat ding” werd met elke operatie alleen maar sterker.
De term “die tiet” alleen al spreekt boekdelen over dat afstandelijke gevoel naar dat onderdeel van mijn lijf.

Maar ergens dit jaar heb ik weer vriendjes gemaakt met haar, ik snap niet hoe, maar het is gebeurd.
Ocharme, ze kan er toch ook niks aan doen….ze heeft zich kranig gehouden!
Zij vroeg er 14 jaar lang ook niet om, toch?

Ze is geen “het” en ze is geen “ze”, want ze is geen losse identiteit.
Ze is een onderdeel van mijn lijf dat ik in dit logje alleen maar met “ze” aanduid omdat het niet de kale “die tiet” is.

Ik heb vrede gesloten met een stuk van mijn lijf na een strijd voor mijn leven en dat is best verwarrend na 14 jaar.

Dat dus.

Per Saldo – Ondertitel ‘dikke vette winst’

Het is niet dat ik voor 2012 niks had meegemaakt.
Maar de term “….dan leer je je vrienden kennen” had ik nooit eerder toegepast.

Ik heb ontdekt dat ik dit jaar die term voor het eerst letterlijk en rücksichtslos heb toegepast.
Je mag verzaken, je mag steken laten vallen.
Maar soms niet.
Ik heb dit jaar serieuze strepen gezet onder mensen die mij EN de Bevelvoerder serieus in de steek hebben gelaten.
Ik heb mensen afgerekend. Voor altijd.

Maar hij en ik deden het samen: elke stap in 2012 hebben we samen gezet.
De winst van kanker.

Die dappere man van mij dealt een gezin, een zieke vrouw en een fulltime baan….en een studie.
Hij haalt zijn papieren terwijl ik ziek ben.
En een baan dealen, en kinderen moeten troosten met een zieke moeder….
….en overal in slagen….hij is nu Bevelvoerder voor het ecchie!

En toen, toen kwam er een pakje. Hij had dienst. Ik bel.
Ik: Er is een pakje bezorgd voor je
Hij: Die is voor jou
Ik *schuift toestel tussen kin en schouder en gaat open maken*: echt?

Hij: ” Ja, omdat we tijd hebben.”

Omdat we tijd hebben…

 

Somebody that I used to know -deel II-

Mijn peut is slechtziend.
Hence: the dog!

Maar stiekem verdenk ik haar van 5 dimensionale ogen.
Ik weet het zeker, ik kwam binnen die eerste keer, afgeleid door het hondje, en zij scande me ondertussen in die halve minuut van top tot teen en weer terug.
En toen al had ze me in de smiezen, volledig in de smiezen.
En nu geeft ze het me in hapklare brokken terug.
In brokken die ik kan verstouwen.

Heb ik weer: een topchirurg die snapt dat ik moet hardlopen om het feestje te kunnen overleven en die me above and beyond the call of duty post-operatie en pre-bestraling toch op weg naar de marathon schopt, een oedeemfysio die met me meedenkt en zorgt dat ik kan blijven hardlopen en zorgt dat ik zelf kan leren omgaan met mijn oedeemarm zonder afhankelijk te zijn van hulp…..en een peut die ik vertrouw, met wie het klikt en die zoveel slimmer is dan ik dat ik het van haar aanneem. Dus. Heb ik weer. Mazzel. Nee, ik ga niet loggen over mijn gesprekken met haar. Hooguit op meta-niveau du moment ik er zelf klaar mee ben. En dat zijn op dit moment twee inzichten die mijn leven een stuk eenvoudiger maken.

Inzicht 1: Daar waar ik eerst dacht dat ik er nu wel klaar mee had moeten zijn, weet ik nu dat er geen willekeurige donderdagochtend gaat komen dat ik ga opstaan en ga denken “ja, ik ben er nu wel totally klaar mee”. Niet alleen verlost mij dat van mijn home made druk op de ketel om weer 100% te zijn, nee, het levert me nog veel meer op:

Als ik er nu klaar mee zou zijn, zou ik alleen de prijs hebben betaald. Dat zou pas oneerlijk zijn! Het wordt nu tijd de vruchten te plukken. Die prijs heb ik nu wel betaald.

Waar zou ik na dit feestje en de everlasting afterparty in godsnaam nog bang voor zijn? Als ik iets nog eng zou vinden, hoef ik alleen maar terug te denken aan hoe ik daar lag in dat bestralingsapparaat met die slang in mijn mond, adem geblokkeerd, en pijn…pijn…pijn….nee: als ik dat kan, kan ik echt alles. Ik ben niet door de hel heen en weer geweest om nog dingen te pikken, of dingen niet te durven. Ik ga niet alleen de prijs betaald hebben. Hoe heerlijk om er niet klaar mee te zijn. Ik hoef alleen maar bepaalde beelden op te roepen om mij over ingesleten onzekere momenten te helpen, of over oude angsten. Dat geeft een kracht en een macht die bevrijdend werkt.

Inzicht 2: Bij het logje woordenloos kwam ik tussen de regels door uit de kast, maar nu voor het ecchie. Wijzemans is dus echt mijn spitting image. En blijkbaar ook qua intelligentie. Ik ken zijn getalletje, maar kan er voor mezelf (nog) geen getalletje aan hangen. Wie weet wil ik dat weten na de afterparty. Als die fokking afterparty ooit een einde gaat kennen! Voor nu is het voldoende te weten dat het zo is.  Ik wist natuurlijk dat ik pienter was, oh theoretisch fysisch chemicus ik, maar de laatste weken vielen vele stukjes oorverdovend op zijn plek. Ik lig naast Wijzemans, gepleurd van die schaal. Ik hoef het getalletje nog niet te weten, maar de handvatten die erbij horen geven me grip in dit feestje. Het helpt me en gek genoeg verwart het me ook omdat ik dingen uit het verleden waarvan ik dacht dat ik ze gearchiveerd had, opnieuw uit dat rek moet trekken en van een ander labeltje moet voorzien en in een ander rek moet archiveren. Terugplaatsen doe ik, want ik ga niet alles oprakelen, nieuw label is voldoende. Maar alles valt oorverdovend op zijn plek. Eerste en laatste keer dat ik de peut quote (toen ik haar letterlijk zei dat alles oorverdovend op zijn plek viel): er is dus blijkbaar voldoende om op zijn plek te kunnen vallen.

Ik wil niemand beledigen en ik wil niet shockeren, maar per saldo is kanker een kado geweest.
Na 14 jaar is het zwaard gevallen.
Het nieuwe zwaard dat ervoor terug hangt is scherper en echter en serieus enger, maar ik ben minder bang voor dat zwaard na dit feestje.
Kanker heeft me heel veel opgeleverd, jammer dat ik er kanker voor moest krijgen om die winst te pakken.

Dat gezegd hebbende heb ik morgen controle en ben ik bang.

 

Woordenloos, deel III

***Voordat ik overkan naar Somebody that I used to know deel 2, een Woordenloos deel 3, want die heb ik nodig voor de Somebody that I used to know deel 2***

Ik: Ik hou van je, wist je dat?
Hij: Ja, dat weet ik.
Ik *net alsof ik verbaasd ben*: Hoe weet jij dat?
Hij: Omdat jij mijn mama bent.

Hij (achterin de auto) tegen zijn broer: Wijzemans, ik vind jou belangrijker dan Jezus.

Hij: Mama, dit vind ik mooie banden. Later als ik een papa ben wil ik ook zo’n fiets.
Ik: Wanneer word je dan een papa?
Hij: Over duizendtachtig weken lang!

Hij: Mama, mag ik belletje druk spelen?
Ik: Jongen, als je het me niet had gevraagd had ik het niet geweten. Nu moet ik eigenlijk nee zeggen. Ga maar buiten spelen en als ik het niet weet, kan ik het ook niet verbieden.
Hij: Vet cool!