En toen was er geen vuurwerk

Niet genetisch.
Mijn eierstokken mogen blijven zitten, mijn beide borsten ook.
We gaan geen Dr. Bibber met mijn lijf spelen.
Mijn zonen krijgen niet per definitie kanker en ze geven ook per definitie niks aan hun dochters door.
Ik mag de tijd nemen het nieuws door te geven (doe ik dat en hoe) aan de zus met wie ik gebrouilleerd ben: zij en haar dochters lijken in de clear.
Och natuurlijk heb ik het laten weten….

Or are we? In the clear…
We hebben sowieso 25% kans, mijn zus en ik. Zij om het te krijgen, ik om het opnieuw te krijgen.

De artsen vermoeden daarbij in families als de onze een derde gen waarvan ze het bestaan nog niet weten.
Met nieuwe DNA technieken gaan ze aan de slag en ze hopen met 3 tot 5 jaar iets te weten.
Dat is belangrijk voor de generatie van onze kinderen en de kinderen na hen.

Ik ken, al wachtend in de wachtkamer, dit scenario allang.
Ik ben namelijk uiteraard enigszins bekend met het onderwerp.

Ik weet ook dat het andere scenario inhoudt dat ik het eufemisme van een medisch heel zwaar circus inga.
Met heel veel operaties en nul garanties.
En mijn zonen.
En hun kinderen.
En mijn zus, met wie ik gebrouilleerd ben.
En haar kinderen.

Al wachtend in de wachtkamer op dit nieuws rinkelt mijn werktelefoon te hard en te veel op de trilstand en ik besluit tegen wil en dank op te nemen.
En te antwoorden.
En te reageren.
En te handelen.
Voor, tijdens én na de uitslag.
En zoals dat gaat…..
De uitslag is goed.
Werk wordt (uiteindelijk) ook opgelost.

En ik?
Ik hoor alles aan.
De uitslag.
De boze telefoontjes.
De teleurgestelde reactie van mijn Bevelvoerder: we gingen toch nu iets vieren?
Hij had bijzonder verlof, om samen het nieuws te vieren.

Sinds de uitslag ben ik aan het huilen. En ik kan niet stoppen.

En geen hond die het begrijpt.

 

Dat het maar duidelijk is

Een week geleden. Het Gesprek.
Draakje (5 jaar): Ik ben van papa!
Ik: En van mij?
Draakje: Nee. Van papa.
Ik: Maar je komt uit mijn buik!
Draakje: Ik vind het niet eerlijk dat alle kindjes uit de buik van mama’s komen. Ik ben van papa!
Ik: Ja maar, je komt uit mijn buik!
Draakje: Maar papa heeft mij in jouw buik gestopt!!
“Sexuele voorlichting geven” af kunnen vinken in mijn brein.

Een week later, gisteren. De Monoloog.
Draakje: Ik ben van papa! En als papa niet thuis is ben ik van de Spelmaker. En als de Spelmaker niet thuis is ben ik van Wijzemans. En als Wijzemans niet thuis is èn er is niemand anders in huis, dán ben ik van mama. En als mama niet thuis is ben ik van de mama van Kind aan Huis.

Volkomen tevreden knuffelde hij mij met de meest ondeugende lach die hij in huis had, volkomen overtuigd van de onvoorwaardelijke knuffel die terug komen zou. God, wat houd ik van dat onverschrokken kind dat niet van mij is maar van papa.
Wijzemans zegt dat hij van mij is. Want anders vindt hij het zielig voor me. Het typeert mijn middelste zoon. God, wat houd ik van dat kind dat met zijn bijzondere brein geacht werd moeite te hebben met wederkerigheid, maar meer empathie in zijn donder heeft dan menig ander.
Spelmaker zegt dat hij van mij en van zijn vader is, want dan is het eerlijk en voor niemand zielig. Ik quote letterlijk. En dat typeert mijn grootste zoon. God, wat houd ik van het kind dat mij moeder maakte, het kind met het morele kompas van Koning Salomo.

De Bevelvoerder en ik ondertussen vinden dat ze alledrie evenveel van ons allebei zijn, hoe verschillend ze ook zijn. Alleen met alle drie samen zijn wij compleet.

Oei, ik groei!

Mensen die mij kennen (of mijn log al heel lang lezen) weten dat ik de meest fantastische gesprekken heb met mijn tandarts. En dat ik sowieso de meest fantastische tandarts heb. Maandag was het voor ons tandartsdag en nadat de Daltons waren geweest en ze de tandarts en zijn assistente een grote “kusknuffel” hadden gegeven, werden ze naar school gebracht door de Bevelvoerder. Ik bleef achter voor een bakkie koffie en een goed gesprek, die tanden zouden later wel komen. Zo werkt mijn tandarts en er is geen betere remedie tegen angst voor de tandarts kan ik vertellen. Draakje had na drie keer in de stoel “tandjes geteld” te hebben zelfs geklaagd dat hij nog steeds niet aan de beurt was geweest (je kan het altijd proberen!). Patiënten die haast hebben en niet tegen die manier van werken kunnen (een afspraak om 8 uur kan zomaar inhouden dat je pas om half 10 aan de beurt bent omdat het veel te gezellig is), kiezen een andere tandarts.

Maar goed. Het gesprek. Mijn tandarts heeft een wat moeizame relatie met een dame die -zo begreep ik uit zijn woorden- heel erg hard geluk aan het najagen is. En het is nooit genoeg. En gelukkig is ze ook niet en al helemaal niet gelukkig genoeg. Toen realiseerde ik me dat het baasje van Ben mij allang drie treden hoger dan dat heeft getild. Ik ben namelijk wel gelukkig. Ik heb een heel gelukkig leven. Want: er is heel veel naars gebeurd in 2012, ik heb pijn gehad en ik ben bang geweest en er is in me gesneden en ik ben gebombardeerd met radioactieve straling. En nog steeds ben ik bang. En er gebeuren nare dingen en die zullen blijven gebeuren in het leven: shit happens, heus. Dat betekent dus dat je moet genieten van de gelukkige momenten op een dag die zomaar voorbijkomen. Binnen is binnen, scoren dat geluk, vanmiddag gaat die plensbui wel weer vallen, maar voor dat moment is het mooi. Ja, na zonneschijn komt wel weer regen, maar als het dan een keer chocoladehagelslag regent ben je verplicht je boterham buiten te houden. En verdomd als het niet waar is: ik voel het zo en ik leef het oprecht zo.

In Berlijn ging ik een rondje hollen met iemand in een park met de mooiste herfstkleuren. Er is hommeles in mijn leven, maar op dat moment was er niks mooiers dan lopen in een herfstbos. Ik was totaal gelukkig. Ik sta niet meer waar ik stond begin dit jaar. Ik sta minimaal 3 treden hoger. Oei, ik groei. Als ik jou een bos bloemen wil geven doe ik dat, ongeacht of je ze op tafel zet of dat je ze weggooit omdat je niet van afgesneden voortplantingsorganen houdt. Da’s mijn nieuwe mantra. Mijn autonomie. Dat werkt bevrijdend en daar word ik ook gelukkig van.

**KLIK** Rondje Berlijn **KLIK**

Leven anno nu

Het is november 2012 en ik kan niet anders concluderen dan dat ik me weer druk maak om een gebroken nagel, bij tijd en wijle. Ik heb blijkbaar weer de ruimte en de energie.
Het is november 2012 en ik kan niet anders concluderen dan dat ik een veel te kort lontje heb, bij tijd en wijle. Ik heb blijkbaar nog niet de ruimte noch de energie.

I have come a long way. Daar mag ik trots op zijn. Maar ik zie waar ik vandaan kwam en waarvan ik niet weet of ik dat ooit nog ga halen en ik puf en zucht. Blijven knokken is best zwaar….

Ik zie ook hoe een positieve houding tegen je kan werken. Optimistisch zijn, blijven, headfirst de wereld in kijken is hoe ik wil zijn. De wereld ziet dan echter te weinig hoe kapot je je huis binnen strompelt soms en opgerold je bed in rupst. De opmerkingen die het oplevert kunnen enorm kwetsend zijn. Ik creëer mijn eigen onbegrip. Lang leve de boemerang!

Dit is de Afterparty in zijn Bitterste Vorm.

Het is november 2012 en de wereld heeft geen geheimen meer.
De wereld en mensen erin hebben allemaal hun true colours, hun ware aard laten zien.

Van een beresterk huwelijk, tot een ‘je hoeft maar op de knop te drukken’, tot een ‘ik ben blij dat je er weer bent’, tot een ‘je bent een kanjer’, tot een ‘ik leef mee’. Och, ik doe teveel mooie mensen tekort in deze opsomming.

Tot een ‘het is voor jou ook nooit genoeg he?’ (Van dezelfde persoon die bij een bestraling mocht zijn en na afloop *letterlijk* zei ‘nou, dat viel toch best wel mee?’), tot een ‘wees een grootte meid excuus krijg je niet’ (ja letterlijke woorden, anders zou het er zonder taalfouten hebben gestaan) en een ‘I support breastcancer’-posting (no kidding? hoe dan? iig niet naar degene die het trof! je houdt gewoon van roze?) door close by-mensen die alles hebben gedaan behalve diegenen bij te staan die het daadwerkelijk trof. Och, ik doe teveel mensen tekort in deze opsomming.

Ik leer leven met angst en ik leer leven met de true colours. En ik ben godverdorie zo blij met mijn headfirst instelling, ik blijf extravert en positief. Meer builen dan dit kan ik niet vallen. Als dit alles is? Ja, het doet pijn, maar oh mensen….die andere kant…

Ik kijk naar de weegschaal. Man oh man. Wat slaat hij mooi uit.