De steentjes in de krater van Lanzarote

Op Lanzarote staat een krater.
Oh wacht. Correctie:
Op Lanzarote staan heel veel kraters. Sterker nog: Lanzarote bestaat feitelijk uit alleen maar kraters, maar er staat één specifieke krater die heel speciaal is.
En dat is deze.

krater1

In deze krater leggen mensen de stenen die er liggen in patronen.
Sowieso liggen er die mooie concentrische cirkels rond het middelpunt van de krater zelf.
Maar er liggen ook boodschappen. Namen.
In 2008 werd er een belangrijke boodschap voor een belangrijke jongen gelegd die op dat moment jarig was. Daar in die krater op 28 december 2008.
Hij zit daar, precies in het centrum van de cirkels.
Zie je hem?

krater2

 

Toen in 2008 waren we er samen, in die krater.
Mijn vader, zijn vriendin en wij.
Mijn vader en zijn vriendin komen er nog elk jaar.
Elk jaar zijn ze 5 lange maanden weg.
En elk jaar op 28 december ligt er een nieuwe boodschap in die krater.
Dit jaar kreeg ik deze foto.
Gemaakt op 28 december 2012.

luuk11

Advertenties

Dat je ineens bij Xander zit. Dat dus.

Picture it, Repeldorp, donderdagmiddag namiddag, ergens in december.

Dinnetje en ik hangen met een wijntje aan het aanrecht. Onze zonen spelen boven. Wij kletsen over serieuze en minder serieuze zaken. De Bevelvoerder kondigt aan dat hij nog een kratje bier moet kopen, waarop Dinnetje roept dat hij naar de C1000 moet gaan want dan maak je kans op kaarten voor een privéconcert van Xander Buisonje diezelfde avond nog: slechts 75 mensen kunnen 2 kaarten winnen. We maken nog grapjes: het zou wel typisch voor de Bevelvoerder zijn als hij zou winnen! De Bevelvoerder vertrekt en wij kletsen door over serieuze en minder serieuze zaken. Ik hou van die namiddagen met Dinnetje.

De Bevelvoerder komt even later terug (ik was het Xander gebeuren allang weer vergeten) en drukt een CD in de handen van Dinnetje. Gesigneerd. “Voor Dinnetje, X Xander”. Dan drukt hij mij een CD’tje in mijn handen. Gesigneerd. “X Xander”. “Ja,” verklaart hij, “jij houdt toch niet van die muziek, dus die hoefde niet met naam!” Ook dat is typisch Bevelvoerder.  Wat hou ik van die man. Je kan je afvragen of Xander het leuk had gevonden te signeren met mijn naam en een kruisjekusje, maar okay, dat terzijde. En vervolgens doet hij zijn jas open en blijkt hij volbehangen met key cords met iets eraan. Hij kocht twee kratten en had dus twee maal kans op 2 kaarten. Hij kreeg van degene voor hem in de rij ook twee maal kans omdat die persoon aankondigde toch niet te kunnen die avond. De Bevelvoerder liep naar het scanapparaat om te kijken of hij had gewonnen en hij scande raak- raak- raak- raak. Alle vier de kansen waren raak en zo zaten wij ineens met acht kaarten voor Xander die avond. Wat zeg ik: acht kaarten voor een concert binnen drie uur. Dat…en geen oppas. Van een rustig wijntje-momentje aan het aanrecht waren wij ineens een ops room geworden en moesten er dingen geregeld worden. Met spoed.

Drie uur later stond ik dus ineens bij een mini-privéconcert tussen de vleeswaren van de C1000. Een heel aparte ervaring kan ik verklappen! Op een meter afstand van een artiest die het eigenlijk ook wel heel leuk vond om weer even kleinschalig te zijn, geloof ik. Wat een leuke vent is dat en wat deed hij het leuk! Nee, nog steeds niet mijn muziek, maar met nieuwe waardering voor de artiest. Oma pastte op (een druk op de knop ver weg, priceless) en wij hadden wat mensen kunnen optrommelen om te gaan.
Nee, ik lieg. Niet “wat mensen”. Bevelvoerder: Weet je, de zus van mijn ex is wezenloos van hem. We zouden haar kunnen vragen. Zus van ex: Ik heb geen vervoer maar Ex wil me wel rijden. Ik: maar dan komt zij toch ook? Uiteindelijk ging de Bevelvoerder geflankeerd door 5 vrouwen (waaronder zijn vrouw en zijn ex) naar Xander.

Het is niet mijn muziek, maar wat was het een leuke avond! Ik genoot. Toen “Zeg dat je niet hoeft te gaan schat” kwam, was ik even vervuld van een geluksgevoel. Daar stond ik met mijn man, genezen, kankervrij en er sterker uitgekomen, te genieten. Genieten van het leven. Genietend van het moment op dat moment, binnen is binnen: ellende gaat heus wel weer komen, maar nu ben ik even perfect gelukkig met dit onverwachte uitje, met mijn lief die van me houdt en met wie ik samen 2012 heb overleefd. En dat is wat gelukkig zijn inhoudt. Ik moest een beetje huilen; de tranen (de zogenaamde happy tears) biggelden over mijn wangen.

En toen wees de Bevelvoerder me op die camera van SBS6 Shownieuws die me van twee meter afstand VOL in mijn huilende smoelwerk aan het filmen was. Oh My God. Oh. My. God. OH. MY. GOD! De blinde paniek die zich van mij meester maakte verliet mijn brein pas toen de avond daarop bleek dat ik vakkundig uit Shownieuws was geknipt. Mijn kop heeft de eindredactie niet overleefd….een mens moet een beetje geluk hebben in het leven…

Ten voeten uit

Hier in Repeldorp staat een heel leuke Brasserie in ons dorpse parkje. Daar kan je heerlijk borrelen en lunchen en dineren. En deze Brasserie heeft een fantastisch concept bedacht (of ontdekt, of gevallen voor, dat weet ik niet): op zondagmiddag huren ze een tweevrouwsbedrijfje in (hetidee.nl) dat aankomt met knutselspul en al. Als je als gezin met teveel 3 kinderen daar op zondagmiddag binnenkomt, gooi je je kinderen met een elegante gier breng je je kinderen naar die dames. De kinderen zijn vervolgens de hele middag onder de pannen en ze knutselen wat af en jij en je echtgenoot kunnen *hips* gezellig borrelen *hips* en onderling babbelen zonder kleine potjes met grote oren en zonder het repeterende “mama ik verveel me”.

GOUDEN GREEP, kan ik u verklappen. De Brasserie betaalt de dames en krijgt daarvoor retour een klandizie die al jaren op hen zat te wachten en vice versa: ouders met teveel kinderen die zo graag een keer uit willen! De omzet van de Brasserie op de zondagse middag is verveelvoudigd, zij blij, tweevrouwsbedrijfje blij…..en Casa Repel en Casa’s zoals de onze blij!

Afgelopen zondag knutselden de Daltons cupcakes en deurhangers. Ja, zelfs de Spelmaker knutselde mee want per knutselende zondag is er een sticker te behalen en daar valt iets mee te verdienen. Het tweevrouwsbedrijfje is marketingtechnisch zo goed, dat ze zelfs een op een haar na 11 jarige weten te binden!

Maar goed. De deurhangers. Want daar gaat dit logje eigenlijk echt over. De deurhangers die ze maakten, typeren mijn Daltons tot op het bot. Als ik moet uitleggen hoe mijn Daltons zijn, hoef ik alleen maar de deurhangers te laten zien.

1. Spelmaker staat op de grote hoge 10 meter duikplank op weg naar puberschap. Hij is al van de lage duikplank geweest en ook de hoge duikplank durfde hij. Nu weifelt hij op de 10 meter plank. Het concept privacy hoort erbij.

2. Wijzemans kijkt naar zijn oude broer. Is slim genoeg om dingen te snappen en dus maakt hij dezelfde hanger, maar twijfelt of dat nou wel kan en of dat nou wel zo lief is. Dus hij maakt een achterkant. Met de tegenovergestelde boodschap. Hij wist niet dat het bestond, maar hij heeft eigenstandig het Do Not Disturb bordje van het hotel verzonnen….

3. Draakje vindt het allemaal best wel geinig en heeft ook een boodschap voor op het bordje.

deurhanger

Een dingetje blijft nog hangen…

1998: maar we gaan wel opereren want gezien je genetische aanleg kan het kwaadaardig worden
2002: maar we gaan het wel opereren want gezien je genetische aanleg kan het kwaadaardig worden
2009: maar we gaan niet opereren want het komt zo vaak voor maar gezien je genetische aanleg kan het kwaadaardig worden dus ga je jaarlijks op controle

Ik: sloop maar leeg, dit kan ik niet meer, genoeg is genoeg
2009: doen we niet
Ik: niet acceptabel
2009: we sturen je naar genetica om je over te halen, want we gaan niet naar je luisteren

2009, zij van genetica: dus theoretisch geen verhoogde kans op papier, lekker laten zitten en je hoeft niet eens op controle omdat je geen verhoogde kans hebt en wat je hebt komt zo vaak voor

2012: en we gaan opereren en bestralen en je gaat nu voor de volle DNA want de kaarten liggen nu anders: zelfs als het niet genetisch is, is je kans verhoogder dan verhoogd

2012, diezelfde zij van genetica: oh, ik zie het, jij bent het. Dus toch gekregen. Jeetje. hoe kwam je er achter?
Ik: toevallig, tijdens de jaarlijkse controle

Zij van de genetica, volslagen met grote ogen en al verbaasd en totaal oprecht: Ja maar, ik had toch gezegd dat dat niet hoefde?

Ze zei dus eigenlijk: Het gaat allemaal om de statistiek en die heeft gelijk en waarom heb jij niet geluisterd? Jij moet gewoon dood gaan omdat de statistiek zegt dat je het niet zou krijgen! In plaats daarvan luister je niet, blijf je leven en ruïneer je daarbij mijn beeld van de statistiek! Moet ik weer gaan herberekenen!

En weet je: dat je het vindt is één ding…..maar dat je het zegt tegen de vrouw met kleine kinderen tegenover je die het daadwerkelijk kreeg en dood zou zijn gegaan ergens binnenkort als ze wel had geluisterd in 2009 is een tweede.
Daar kan ik gewoon niet over uit.
Als zij van de statistiek en zij van de controle in hetzelfde ziekenhuis hadden gewerkt had ik wellicht niet op controle gemogen en was ik doodgegaan.
Daar kan ik gewoon niet over uit: “Ik zei toch dat je niet hoefde?”
Dat en hoe ze het woord borstkanker uitsprak.
Dat was wellicht nog ergerlijker. Met die r van d’r.

Het roer om: een tweede hardloopleven

In de zomer dat Draakje twee werd, pakte ik voor de tigste keer het hardlopen weer op. En omdat Draakje de Benjamin zou blijven, zou het lopen nooit meer worden onderbroken door zwangerschappen, zwangerschapskilo’s of babyperikelen. Ik loop sindsdien alleen maar gestaag verder en harder, fanatieker en fanatieker en ik haal er steeds meer plezier uit. Ik heb het nodig. En sinds het me heeft geholpen om 2012 te overleven, sinds het mijn steun is geweest tijdens kanker, is hardlopen en geïntegreerd onderdeel van mijn systeem geworden. Alsof het een karaktereigenschap is: iets wat ik ben. Hardlopen ist. Het voelt letterlijk niet als overdrijven als ik dat zeg. I run for life.

Ik liep altijd alleen. Dat was heilig voor me. I walk alone. Tot ik een paar keer met mijn collega van het romantische hardlopen ging trainen op weg naar de grote Den Helder-Maastricht estafette. En tot de twitterloopjes kwamen en de duoloopjes met loopmaatjes. Ik loop graag alleen met mijn muziek, maar ik heb de lol van het samenlopen, het sociale hardlopen, ontdekt. En ik geniet ervan. Ik vind het ook wonderlijk hoe kerels die 15 klassen rapper zijn dan ik het leuk vinden om een rondje te doen met mij. Maar wat zijn dat leuke duoloopjes! Ik kijk er zelfs altijd naar uit.

Ik ren altijd op de bonnefooi. Zonder schema’s. Zonder theorie. Zonder op tempo te letten. Gewoon: veel. Alleen maar kilometers sparen en rapper worden. Minimaal drie keer per week mijn vaste rondjes met mijn vaste muziek. Op mijn manier. En met een doel. Na de 10 wilde ik een keer de 15 kunnen. Na de 15 wilde ik een keer een halve lopen. Maar verder zou ik niet gaan. De halve was lang genoeg om een keer gedaan te hebben. Maar anderhalf jaar na de halve wilde ik één keer een hele marathon lopen. Ook die deed ik Repel Style: ik had een schema uitgeprint van het internet en deed zo ongeveer wat er stond, maar dan op mijn manier. Niet alleen heb ik de diensten van de Bevelvoerder, maar ik heb ook last van eigenwijzigheid. Trainen naar een marathon deed ik zonder coach en met eigen schema. Ik, een werkende moeder van drie kan dat. Het werd zelfs een soort erekwestie om het zo te doen. Uiteindelijk bleek het feit dat ik hem exact één maand na mijn operatie tegen borstkanker liep de werkelijke prestatie. Niets zal de symbolische waarde van die marathon in mijn leven evenaren. De datum dat ik hem liep, staat in mijn zij getatoeëerd naast de tatoeagestip van de bestralingen.

Ik ben genezen, maar lopen blijft. Ik doe geen uitspraken meer over wat ik nooit zal doen. Nu ik ook een trail van ruim 21 kilometer door de sneeuw heb gedaan gecombineerd met mijn track record, lijkt me dat geen goed idee. Ik zal nooit iets doen wat in de buurt komt van ultralopen. Ik ga wel de marathon van Rotterdam doen. En die gaat binnen vier uur. Althans, dat ga ik proberen. En ook dat zou ik weer helemaal Repel Style gaan doen.

Maar toen verpulverde ik mijn pr op de 15 en toen vernietigde ik mijn pr op de halve. Als ik dit kan op mijn manier, met trainen niet gehinderd door enige kennis: wat kan ik dan als ik train zoals iemand die er verstand van heeft vindt dat het ook kan? En toen trok ik de stoute schoenen aan. Ik stuurde een bericht naar iemand waarvan ik weet dat hij hardloopcoach is. Ook online. “Ik ben een beetje eigenwijs en ik kan alleen maar volgens een onregelmatig schema lopen, maar….” Dus nu heb ik een schema voor de eerste 6 weken dat maandag ingaat. En ik moet allemaal gekke dingen doen die zo’n beetje de inverse zijn van wat ik ooit heb gedaan. Ik ga bijvoorbeeld x minuten hardlopen in tempo y, in plaats van een x aantal kilometers plannen en we zien as we go wel hoe de benen aanvoelen in welk tempo ik loop! (Zo hard mogelijk, dat sowieso.) Ik ga lopen niet zoals ik doe als een metronoom in één tempo, maar in verschillende zones met versnellingen en pauzes. En ik ga langzamer lange afstanden lopen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

Ik ben eigenwijs, maar ik ben ook vastbesloten: ik ga dit doen on the Road to Rotterdam.

 

L’histoire stikt er maar in: die gaat zich dus echt niet répèten!

Vanavond bij het naar bed brengen kwam ineens die waterval. Met zijn bedachtzame (op het randje van ongeruste) grote wijze ogen die me niet aankeken maar heen en weer flitsten omdat zijn brein het te druk had met teveel gedachten die versnellen. Soms zochten zijn ogen me op om mijn blik te peilen. En deze avond zag ik telkens die flits van geruststelling die te snel verdween omdat die radertjes weer versnelden. En voor het eerst sinds ooit? sinds ik weet niet hoe lang sprak hij open en vrijuit en kwam er een waterval.

Ik ben naast zijn bed op de grond gaan zitten en heb met hem gepraat zoals ik nog nooit heb gedaan. Niet alsof hij 7 was, maar op mijn eigen toon. Repel Style.

En dan blijkt dat je hoogbegaafde van de schaal gepleurde kind gepest wordt op school. Ongelukkig op school is hij ook, in den brede.
Hij is anders. En dus wordt hij gepest. Om die simpele reden. En hij is nu oud genoeg om zich te realiseren dat hij anders is. Dus naast het pesten ziet hij ook nog de oorzaak van het pesten die, als je het niet uitlegt, voor een zeven jarige ook nog wel eens als legitiem kan worden uitgelegd. En hij gaat uiteraard anders om met alles dan de rest van ons stervelingen. En dus zagen wij het niet.

Het was de hoogste tijd. Hij is mij en ik ben hem. Hij is mijn kloon. Dat hij wordt gepest op die leeftijd is alleen maar een “duh-huh!” momentje. De tijd was aan alle kanten rijp. De moeder in mij had heel veel pijn. Het leed van je kind voel je namelijk minimaal zo hard in je eigen hart en daarbij voel je je verantwoordelijk. Het kind ondertussen voelde zich begrepen, dat zag ik in zijn ogen. Ik zag een geruststelling. Ik zag ook zelfbevestiging in zijn ogen: dit nu vertellen aan mij was de goede optie. God, wat moet hij gepiekerd hebben. Eerder had zijn moeder het te druk met andere zaken. Ik vroeg bij de nachtkus alleen maar “hoe gaat het op school”….

Hij is mijn kloon.
Niet alleen qua uiterlijk.
Ik moest 41 worden om dat te begrijpen.
Hij heeft dat ingewikkelde randje dat hoogbegaafden hebben.
En dat is mijn grootste angst.
Gelukkig heb ik dit jaar een heleboel lessen geleerd.
Ook op het vlak van van de schaal vallen.
En van randjes.
Ik snap zijn ogen die je niet aankijken en zijn versnellende radertjes.
Omdat ik nu pas die van mij snap.

L’histoire stikt er maar in: die gaat zich dus echt niet répèten.

9.12.1999

Picture it, Repelbuurdorp, 9 december 1999. Een Kroeg.

Ik was single, mijn Dinnetje was single. Allebei enorm hard op weg richting 29, allebei met de spreekwoordelijke rammelende eierstokken. Allebei al jaren vrijgezel. Ik ging mee naar de foutste kroeg die ik kende omdat zij iemand had ontmoet…en die moest gekeurd worden. Sterker nog: daar moest mee gedate worden. Ik zou meegaan, al zou ik liever niet eens dood gevonden willen worden daar in die kroeg! Maar ik ging.

We zaten aan die bar in hoekvorm, en ze wees hem aan: hij stond “daar”.  En ik deed mijn best, maar mijn blik werd afgeleid door die gast die daar aan de andere hoek van die bar zat, midden tussen mijn blikveld tussen hem en hem. En ik zag alleen maar die ogen van die gene aan de bar. Die in de weg zat tussen hem en hem. Die ogen.

We hebben gekletst met elkaar. Ik hoorde dat hij een brandweerman was. Ik vroeg niet hoe hij heette. We namen afscheid zonder elkaar ooit aangeraakt te hebben. Zonder elkaars naam te kennen! Maar wel met de gein van een volgende afspraak.

Ik had geen flauw idee waar dit toe ging leiden….

 

Dubbel blind

Ik omschrijf Draakje bijna altijd als een karikatuur van zichzelf omdat ik hem zo fantastisch vind. Ik omschrijf hem in kreten, in typerende termen. “Voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang”, “bloedspoed om zijn broers in te halen”, “ongeleid projectiel”, “doldriest maar met geen vezel kwaad in zijn donder”, “slim wellicht, maar sowieso Streetwise as Hell!”.

Wat ik natuurlijk ook weet is dat hij stiekem enorm kwetsbaar is.
Dat onder al die bravour een kwetsbare kant zit die stiekem best groot is.

Net als bij zijn moeder.

Vandaag ontdekte ik met een schok dat ik een belangrijk aspect van Draakje compleet heb gemist.
What happened? Picture it. Zwemles. Wij op weg naar het zwembad, broertje gisteren net geslaagd voor B, hij voor het eerst alleen.

Ik: Volgens mij is het kijkles, vind ik leuk!
Hij: Waarom?
Ik: Ik wil je graag zien zwemmen, ik wil zien hoe het met je gaat!
Hij (letterlijke (letterlijke!) woorden): Ik zal het je alvast maar vertellen, ik heb moeite met het plankje.

Het kind van 5 bezigt de woorden “moeite hebben met”.
Maar erger…..daar waar de faalangst er bij de oudste twee nog drie vingers dik op lag, heeft de derde het zorgvuldig verstopt kunnen houden onder een laag bravour.

Net als zijn moeder.

Tot nu. Ik moest er alvast maar even rekening mee houden dat hij niet perfect zou zijn.

Net als zijn moeder.

Dus. Nummer 3 is ook slim en heeft ook faalangst.
Maar….daar waar de oudste zich ooit op de kleuterschool twee dagen ziek meldde om te verhullen dat hij iets niet durfde uit faalangst, heeft de jongste toch Streetwise Kick-Ass Attitude genoeg om het te durven zeggen.
En ik heb dankzij het feit dat hij de derde is enige ervaring met het coachen van zonen met faalangst en ik geloof dat ik denk dat ik er goed mee omging.

Dat gezegd hebbende…