Ontslagkans

Jezelf voornemen het je het te niet te laten raken is een ding.
Het je dan ook niet te laten gebeuren is een tweede.

Je hebt geen functie meer.

Als je ergens werkt waar een procentje of wat weg moet #enjeweetnietniethoeveelenjeweetniethoeoud…

Bottom line is gewoon angst en onzekerheid.

Door alle gangen van het gebouw.
Al heel lang.
En de zekerheid komt nog lange niet, nog lange niet.

Ik heb er letterlijk 1 nacht slaap om verloren.
Ik heb me er letterlijk 1 etmaal druk om gemaakt.

Als je 16 maal in dat stralingsding hebt gelegen met 2 maal 34 seconden geblockte adem,
en je besluit vervolgens met je been in een wielkast te gaan liggen…

….dan ben je niet meer bang

voor niks.

Rot maar op met je reorganisatie: IK LEEF!!!!!

Ik kan het negatieve gekrakeel niet meer aan.

Ik leer lopen. Ik leef.

Advertenties

Leren lopen

Ik loop.
Op en neer gewoon.
Op en neer knieën omhoog.
Op en neer hakken-billen.
Op en neer zijwaarts.
En dan nog een keer dit rijtje.
De spiegel helpt me om symmetrisch te lopen.

Rudi loopt naast me voor als ik mijn evenwicht verlies.
Wat nog wel eens gebeurt.

Ik loop in een tempo van lik me vestje, maar ik kan niet harder.
Ik heb moeite met mijn coördinatie en kan alleen praten als ik gewoon mag lopen.
Anders val ik. Het kost me al mijn concentratie om te hakken-billen.
Dat, en de pijn is killing me.
Hey Rudi, zeg ik.
Vanmorgen probeerde ik sneller te lopen, even aan te zetten,
Net even een tandje rapper. Niet eens hardlopen, maar gewoon iets harder wandelen.
En dat lukte niet. Gewoon “niet”, zo raar?

Nee, zegt Rudi, dat klopt.
Dat ben je kwijt.
Niet alleen je spierkracht, maar ook de aansturing vanuit je brein.
Het zit er nog wel ergens, maar het gaat tijd kosten om het terug te halen.

Stukje bij beetje, dat gaat tijd kosten.

Dat ben je kwijt. Het galmt een beetje na in mijn hoofd.

Even later zit ik op de Leg Extension.
Google maar op afbeeldingen.
Drie keer 20 keer 15 kilo.
Ik kijk naar de dame in de zaal die bij Debby over hekjes van 20 cm moet stappen, van zacht wiebelkussentje naar zacht wiebelkussentje.
En dan op één been op een wiebelkussentje moet staan.

Hey Rudi, zeg ik, zou ik dat kunnen?
Nee, zegt Rudi heel eerlijk en heel direct.
Hij kijkt me lief glimlachend aan.
Nog lang niet.
M
aar dat komt wel weer.
Eerst de controlefoto voor ik gekke dingen met je ga doen.

Ik concentreer me op de Leg Extension.
Het branden van mijn spieren overheerst de pijn in mijn onderbeen.
En dat is het punt dat ik het lekker ga vinden.

Even later bij de Leg Press.
Hey Rudi, zeg ik.
Heeft je makelaar nog gebeld.
Ja, zegt hij, ik heb een bod.

De rest van de sessie hebben we het over huizen en slimme beslissingen.
Morgen ben ik bij Debby in het zwembad.
Woensdag en vrijdag weer bij Rudi.

Ik ben ook ergens Kind aan Huis.

Mijn therapeutische tandarts met zijn veel te grote handen

Ik loop bij mijn Tandarts-Zonder-Wachtkamer binnen.
Zonder te bellen.

Zijn spreekkamer is een L. Met aan beide einden van de L een stoel met een matglazen semi-afscheiding ervoor.
Er staat een hele lange tafel met stoelen in de hoek van de L.
Daar zit iedereen.
Met koffie.
En de assistente.
En met hem.

Ik kom binnen en de Grote Man torent over me heen en geeft me drie zoenen.
Ik kus blij terug en lach naar Co, de assistente.
Mijn god, de man is echt groot en hij heeft hele grote handen en hij heeft boren.
En ik gaten in mijn kiezen.
Tegen wil en dank ben ik bang.
Ik ben van oudsher bang voor De Tandarts.
Al ken ik Wim al lang genoeg.
Hem en zijn grote handen.

Hij loopt heen en weer tussen de stoelen en soms zijn de stoelen leeg
omdat hij kletst hij met iedereen.
En dan zit iedereen aan die lange tafel.
Zo gaat dat, bij hem.
Bij hem loopt het minimaal altijd een half uur uit.
En als je daar niet tegen kan, zoek je maar een andere tandarts, zegt hij.
Bij hem ben je niet bang voor de tandarts.
Het truukje van het vak ken ik al, zegt hij.
De tandarts is over de 60.
Ik kan daar geen lol meer uit halen.
Ik doe het voor de mensen.

Vandaag had ik een afspraak om half 10.
Ik was er 10 voor half 10.
Ik werd pas geholpen om, ik denk, kwart voor 11.

We hadden het druk met praten.
Over de echt serieuze zaken des levens.
Op een moment was ik dan toch echt de Sjaak en kreeg ik de verdoving die moest inwerken.
En hij zei, kom even terug aan tafel, kletsen we door.
Ik kreeg nog een kop koffie.
Met een rietje.
Want ik kwijlde.
Ik dronk koffie uit een rietje bij mijn tandarts op weg naar serieus boren.
Dat is mijn tandarts.

Maar lullen konden we wel.
Met de spreekwoordelijke dikke lip.
Hij vroeg mijn mening.
Over iets met zijn vriendin.
De man kan mijn nerd-kijk op het leven waarderen.
Ik deelde ook mijn leed en genoot van zijn visie op mijn leven.

We praatten en ik voel aan mijn neus.
Wim, ik voel mijn neus niet.
Hoe krijg je dat voor elkaar, pijnloos verdoven.

Wim snapt mij.
Schat, dat is liefde. Zei hij.
Als ik in je verhemelte verdoof, zit er geen ruimte tussen je huid en je bot.
Dan scheur ik met mijn verdoving je botvlies los van je bot en dat doen pijn.
Jij weet als geen ander hoeveel pijn botvlies doet.
Nergens voor nodig, in je verhemelte.
Ik verdoof in je wang.
Da’s losmazig bindweefsel.
Als ik langzaam spuit, sijpelt dat zonder pijn naar binnen.
Als ik de injectie snel zet, spuit ik de boel kapot en dat doet pijn.
Nergens voor nodig.

Jij begint te wennen aan het feit dat ik je geen pijn doe.
Vervolgt hij.
Maar je ligt daar in een hulpeloze houding, in een stoel met je mond open en je kan geen kant op.
Daarom blijft de tandarts eng.

Even later zit ik in de stoel.
Hij komt met die boor met zijn veel te grote handen.
Hij wrijft met zijn ringvinger over mijn neus en hij zingt mee met de radio.
La-da-die-la-da-da.
Hey Co!
Roept hij tegen zijn trouwe toeverlaat die uiteraard meekletste met ons gesprek en
met wie ik ook zoveel heb.
Maak jij over twee weken even een afspraak met Wendy voor die andere kies en zorg dat ze om half twaalf komt; Kan ze daarna lekker met ons mee lunchen!
Lieve schat, die andere vulling doen we de volgende keer.

Ik krijg een dikke pakkerd op mijn wang met die tampon nog in mijn wang en dat slurp-ding nog in mijn mond.

Hij en Baasje van Ben zitten in dezelfde straat.
Ik ben wetenschapper genoeg om te genieten van toeval!

Hij en ik. Ik en hij. Wij.

Wat vooraf ging….
Ik kocht Wreck this Journal al vier keer.
Drie keer heb ik het weggegeven aan iemand van wie ik dacht dat hij of zij het fantastisch zou vinden.
En dan kocht ik een nieuwe voor mezelf.
Al vier keer krijg ik het niet voor elkaar er zelf in te beginnen.
Ik lees ik blader, ik geniet van het boek maar krijg het niet voor elkaar te starten.
Ik stond op het punt om deze weer weg te geven aan iemand waarvan ik wist dat hij het fantastisch zou vinden.

Hoe het verder ging….
Ik zit bij het Baasje van Ben en we hebben het over Wijzemans.
Wijzemans die te vaak aan mij vraagt of het goed met me gaat.
Die te vaak zegt dat hij wilde dat ik geen ongeluk had gehad.
Die nu pas weer kan lachen nu ik zonder krukken loop.
Die het leven moeilijk vindt. Heel moeilijk.
Heel zorgwekkend moeilijk.
Die de omgang met de groep moeilijk vindt.
Die in paniek aan me vraagt waar ik ben, waar ik naartoe ga, als ik de gang in loop.
Die de grootste knauw van Kanker en Ongeluk heeft gekregen.
Misschien nog wel meer dan ikzelf.

Dankzij Baasje van Ben weet ik dat we hetzelfde zijn.
Meer dan alleen in uiterlijk.
Ik ben net zo letterlijk als hij, en net zo vreselijk slecht in sarcasme.
Ik heb geleerd om om te gaan met de groep.
Cognitief, maar ben van binnen nog net zo bang als hij.
Ik snap het niet. Die groep.
Ik ben net zo faalangstig als hij omdat
ik net als hij niet ben gewend om fouten te maken.
En sinds haar weet ik dat dat allemaal komt omdat ik net zo van die schaal val als hij.
Hij snapt niet dat zij (de groep) hem niet snappen, ik heb mezelf geleerd dat te snappen.
Maar ik ben 42 en hij is 8.

Ik vroeg Baasje van Ben hoe ik hem kan helpen.
Zij valt nog verder van de schaal dan Wijzemans en ik.
Samen bij elkaar opgeteld keer twee.
Als iemand het weet is zij het.
Ze gaf me handvatten en ineens wist ik het.
Wreck this Journal. Dat moet hij hebben.
Wat jammer dat het in het Engels is.
Maar dan vertaal jij het toch in het Nederlands en tweak je het voor kinderen?
Zei Baasje van Ben.
Je bent er creatief genoeg voor.
Bloos.

Dus ik schreef een brief aan de schrijfster, of ik haar boek mocht vertalen en een beetje mocht tweaken voor slimme kindjes.
Een dag later kreeg ik dit antwoord:

Hi Wendy,
Thanks very much for your email.  I am so glad you are enjoying the book!  Wreck this Journal has already been translated into Dutch.  You can see it here:
http://www.bol.com/nl/p/wreck-this-journal/1001004008492721/

The version that exists is very popular with children already, so I am not sure how I would tweak it for them, or for the gifted.  Both groups are already working with it.
I think the book works so well because it is very simple, and because it is open to interpretation by the person who uses it (they essentially bring themselves to it).  

Hope that helps!
Tot zines (not sure if the spelling is correct).  I love the netherlands!
best,
Keri

Wat er toen gebeurde…
Dus ik kocht Wreck this journal voor Wijzemans in het Nederlands.
Hij pakte het uit en ik legde uit wat de bedoeling was.
En toen begon hij heel hard te huilen.
Hij wilde het Journal helemaal niet Wrecken.
Hij begon erin te bladeren en vond het fantastisch, maar uitvoeren wilde hij het niet.
Kon hij niet, hij wist dat hij dat niet wilde.

wreck3

Wat ik nu heel zeker weet…
Ik had het moeten weten.
Ik wilde het zelf toch ook niet?
Mijn Journal Wrecken?
Ik ben 42 en hij is 8.
Uitingsvorm is anders, het sentiment is hetzelfde.
Hij en ik. Ik en hij.
Wij zijn hetzelfde.
Dat weet ik nu echt heel zeker.
Dus: wij kunnen elkaar helpen.
Ik kon beginnen in mijn Journal toen Wijzemans zei dat hij wel wilde, maar niet alles.
Zelf kiezen wat wel en wat niet.
En we doen het samen.
Elke dag dezelfde pagina.

wreck1wreck2