Laagjes afpellen “to the max”

Vanmiddag bij het verlaten van werk had mijn Vriendin Loopmaatje dienst in de portiersloge.
Ze schoot me aan. Hoe het ging.
En ze was vol complimenten.
Want ik had dan wel geluk gehad hè, maar niks gaat goed zonder de juiste instelling.
Want ik ben zo’n knokker en ik laat de moed niet zakken.
Anders was ik nooit zo ver gekomen.
Gutteguttegut, eerst kanker en dan een ongeluk.
En dan nog zo lachen en knokken.

Ja ja. Ik ben me er eentje.
Ik probeerde te praten over haar blessure, maar dat lukte slecht. Nee nee, dat was niet vergelijkbaar.

En ik vond het lief en was blij met het compliment en het is ook waar wat ze zei en het kwam uit de grond van haar hart.
Maar.
Het zat niet lekker.
Ik liep verdrietig weg en begreep niet goed waarom.

Ik had de grootste moeite mezelf naar de fysio te slepen later de middag.
Moe. Pijn. Beu. Geen zin meer.
Maar ik deed het weer en ik stond er met een lach.
Ik kom van ver, ja ja, en ik blijf knokken.

Ik kan het verhaaltje wel uitkotsen.
Pijn of geen pijn.

Voordat ik kanker kreeg, voordat ik het ongeluk kreeg, was ik nog wel eens wat anders.
Dan had ik een goede smaak in kleding.
Och, slecht voorbeeld. Excuus.
Toen was ik een goede collega en deed ik het goed op werk.
Toen had ik humor als ik het over thuis had.
Toen genoot men van mijn passie over lopen.
Toen was ik een nerd, een moeder, een vrouw.
Toen was ik een vriendin.
Toen was ik de vrouw die zo onevenredig uit de bocht kon vliegen.
Die #ikrukhaarhoofderaf riep over de juffen.

Nu ben ik iemand met die retegoeie instelling met al die tegenslag.
En bijna niet meer dan dat.

Ik ben 1 tint Repel momenteel.
Ik kan oh zo knap knokken.
Ik liep verdrietig weg vanmiddag omdat ik ooit 50 tinten Repel was.
En voor mijn gevoel nog steeds ben.

Advertenties

Twitter

Het schoolplein van de lagere school.
Je kan er heerlijk spelen.
Je maakt er vriendjes en vriendinnetjes.
Omdat je allebei houdt van spelen in de zandbak, of allebei graag op het klimrek speelt.

Er zijn veel groepjes spelende kinderen.
En zoals het gaat op de lagere school maak je makkelijk nieuwe vriendjes.
En kinderen gaan van groepje naar groepje.
De ene dag heb je geen zin in schommelen, maar wil je hinkelen met dat andere groepje.
Soms gaat een vriendje naar een ander groepje omdat hij liever met iemand anders speelt.
Daar kunnen kinderen best heel verdrietig over zijn.
Of boos.

Je hebt kinderen die wat meer op zichzelf zijn.
Die spelen alleen in de zandbak en kijken alleen maar naar de andere groepjes.
Je hebt verlegen kinderen en kinderen die heel hard schreeuwen en lachen.
Je hebt kinderen die er wel zijn, maar liever spelen in hun eigen speeltuin na school, met hun andere vriendjes uit de straat. Omdat dat betere vriendjes zijn.
En je hebt kinderen die spelen op het schoolplein het leukst vinden van de hele dag.
Voor wie het schoolplein heel belangrijk is.
Je hebt kinderen die het moeilijk hebben thuis en op het schoolplein even zichzelf kunnen zijn en zich uiten.

Je hebt kinderen die naast elkaar spelen zonder dat ze in de gaten hebben dat ze eigenlijk hetzelfde deden en al de hele pauze samen aan het spelen waren.
Je hebt kinderen die vriendjes worden, met 2 of met meer en dit kan vriendschap voor het leven blijken.

En typerend voor de lagere school is er makkelijk ruzie.
En wordt er gescholden.
Kinderen op de lagere school kunnen heel hard zijn en vreselijke dingen zeggen.
Je hebt Bully’s en degenen die altijd worden gepest.
Je hebt populaire kinderen en buitenbeentjes.
Soms wordt iemand weggepest.
Die wil niet meer spelen op het schoolplein.
Je hebt kinderen die bang zijn voor de Bully’s en kinderen die zich heel goed afzijdig kunnen houden zonder dat iemand het erg vindt.
Je hebt ruzies tussen groepjes, maar linksom of rechtsom heeft iedereen toch vriendjes.
De Bully’s, de populairen, de verlegen, de extraverte.

Aan het eind van de dag ga je naar huis en speel je thuis verder met je broertjes en je zusjes en je vriendjes uit de straat.
Soms overlappen die met je schoolpleinvriendjes, maar als je thuis komt en je moeder maakt een kop thee voor je is het schoolplein vergeten.
Thuis begint je eigen leven en kan je jezelf zijn, zonder de houding die je op het schoolplein inneemt in de grote groep.

Rauw

Ik werd uit het ziekenhuis ontslagen met een verwijsbrief voor de fysio.
De eerste 2 weken kwam hij aan huis.
Beetje littekens boetseren.

Toen moest ik naar hem.
De Bevelvoerder reed mij 3 keer per week naar hem toe,
en hij leidde mij naar de wachtkamer.
Tot ik het zelf kon.

De fysio leerde/trainde/leidde mij van okselkrukken naar gewone krukken.
Van twee krukken naar 1 kruk.
Van een kruk naar los lopen.

Van los lopen naar bewegen.
Vanaf hier naar november: metaal uit mijn been.
9 maanden, 4 keer fysio per week.

*********

Ik zie haar vaak in de wachtkamer.
Zij zit er (dus blijkbaar) ook 3 keer per week.
Minimaal.
Ze is ouder dan ik.
Ik gok minimaal 10 jaar, maar haar ziekte kan me in de maling nemen.
Graatmager.
Grijs geverfd haar.
ALTIJD opgemaakt.
De staart is slordig, het eyeliner lijntje is STRAK.

Zij heeft Parkinson.

Toen ik begon bij mijn fysio zag ik haar dingen doen waarvan ik dacht ze nooit meer te kunnen doen.

Nu revalideer ik en zie ik haar achteruitgaan.

En we komen elkaar 1 en soms 2 keer week tegen bij de fysio.
En we vragen elkaar hoe het gaat.
Ik zie haar lijf dat aan het falen is.
En dat bizar strak mooie eyeliner lijntje rond haar ogen.

En ik ga vooruit.

kak.

Geluk

We lopen het kantoor van Dr. Bud in.
Hoe gaat het, vraagt hij.
Zenuwachtig antwoord ik dat hij degene is die me dat nu moet gaan vertellen.
Dr. Bud lacht. Hij kijkt blij.
De breuken zijn dicht, zegt hij.
Ik kijk hem aan met ogen als schoteltjes.
Dr. Bud begint nog breder te lachen en laat de foto zien.
En hij laat zien waar de breuklijnen weg zijn, waar ze vervagen en waar er nog een miniem breuklijntje te zien is.
In november halen we de pen er uit. En eigenlijk wil ik de plaat er dan ook meteen uithalen. De breuken zijn zo goed herstelt dat dat kan.
Ik kijk nog net wat blijer dan hij.
Ja, je mag alles mee naar huis nemen, vervolgt hij zowat grinnikend.
Zo grinnikend als een chirurg kan.
Het is onwaarschijnlijk snel gegaan. Er staat een jaar voor.

Ik denk dat als de pen eruit is is alle belemmeringen weg zullen zijn.
Ik denk dat je er niks aan overhoudt.
Nu weet ik het zeker: hij kijkt echt blij.
Trots op zijn werk, ja.
Maar ik weet zeker dat hij ook blij is voor mij.
Er is een topskiër geweest die na een vreselijk ongeluk gewoon weer terug is gekomen op zijn oude niveau. Er is geen enkele reden dat je niet zou kunnen hardlopen.
Breed lachend schudden we elkaar de hand.
Tot november.

Exact 6 dagen later loop ik het kantoor van mijn oncologe in.
Je loopt, zegt ze blij.
Dat had ik zo gehoopt!
We kletsen een half uur over hardlopen.
Ik vertel haar dat alles goed gaat komen.
Dan kunnen we elkaar de hand schudden, zegt ze.
Haar hamstring blijkt te zijn afgescheurd in maart en ze revalideert, net als ik.
De borstcontrole verloopt vlekkeloos, alles is goed en ik ben weer voor een half jaar goedgekeurd.
We schudden elkaar de hand en beloven elkaar dat we volgend jaar bij de Marathon Leiden zullen lopen.
Welke afstand weten we nog niet. Maar daar gaat het niet om.
We zullen herstellen voor 95%.
Maar voor 90% hadden we ook getekend.
We lachen naar elkaar.

Ik moet denken aan Dr. Bud.
Hij regelde zomaar een second opinion met de beste van het land.
Hij heeft onwaarschijnlijk zijn best gedaan op de tweede operatie.
Ik hoorde van de andere arts dat ze dat niet hadden gedaan als ik niet een loper was geweest en iets ouder.
(En ik dacht erachteraan: ook omdat ze net had gevochten tegen kanker.)
Ik moet denken aan mijn oncologe.
De avond voor de marathon kreeg ik een sms van haar.
Ze stond de dag na de laatste bestraling met bloemen op de stoep.
En nu was ze zo blij dat we weer gaan lopen.
Ik moet denken aan het baasje van Ben.
Die vaak in het ziekenhuis langskwam met Ben en een kop echte koffie, voor haar werkdag uit.
Die haar elektrische rolstoel uitleende aan me.
Omdat er een lineair verband is tussen immobiliteit en depressiviteit.

Soms moet je een beetje geluk hebben in het leven.
En wat een enorm geluk heb ik met de professionals die mij oplappen en beter maken.

11 september

En de volgende controle foto is 11 september. En dan maken we een plan, zei Dokter Bud in juli na een voor mijn gevoel slecht nieuws gesprek, voor zijn gevoel je doet het goed gesprek.

In juli was er botaangroei (#galgjewoord) te zien en positief en duimen omhoog maar verre van voldoende.
Het is een groot bot met grote vierkante centimeters breukvlakken in al die breuken en er leunt een lichaamsgewicht op, bij lopen zelfs meer, laat staan bij hardlopen.
Er staat een jaar voor.
Voor die pen.

Ik ondervind nu wat Dr. Bud me destijds voorspelde: dat jaar ga je niet redden.

Want die pen gaat pijn doen.
Ik heb pijn.
Ja uiteraard heb ik pijn, “duh”, ik heb sinds 4 februari elke dag pijn, maar nu voel ik de penpijn. Erbij. Steeds meer.

De pen belemmert de revalidate.
De pen veroorzaakt pijn.
De pen maakt mijn knie kapot.
De pen veroorzaakt bloeduitstortingen vanwege de schroeven.

Maar dankzij de pen kan ik lopen terwijl mijn bot geneest.

Ik heb een haat/liefde verhouding met die pen.

De plaat is groter, meer schroeven, immenser.
Maar die voel ik niet.
Die mag blijven zitten tot ik er last van krijg.
(het klonk als een disclaimer)

Maar als ik tegen de plaat druk, drukken de schroeven van de plaat tegen de pen.
En dat doet pijn.
De pen doet pijn.

11 september maken we een plan, heeft hij beloofd.

Over exact 12 uur zit ik tegenover Dr. Bud die dan de uitslag heeft van de controle foto van morgenochtend vroeg.