Genezen duurt lang

“En dan mag jij grote giraffe een week hebben mama”
Draakje komt ’s ochtends met zijn giraffe en de grote giraffe bij me liggen.
Hij legt grote giraffe bij me.
In ruil voor Ollie.
Dat was de trade off.

Grote giraffe ligt net zo lekker als een extra kussen.
Ik slaap graag met een extra kussen waar ik mijn arm omheen sla.
Maar een grote giraffe werkt ook.

Na een week krijg ik Ollie terug zoals beloofd.
Maar ik mag grote Giraffe nog één nachtje houden.
En na dat nachtje nog een nachtje.

Puntje bij paaltje is dat ik al een paar weken met grote giraffe slaap.

“Waarom mag ik grote giraffe zolang houden?”
“Omdat ik wil dat het goed gaat met je.”
“Maar het gaat toch goed met me?”
“Maar je kan wel eens pijn hebben.”
“Oh.”

Genezen kan best lang duren.

Loper 2.0 Under construction

Under construction
In transition
Upgrading
New release downloading

Dat ben ik nu.
Ik loop weer.
Ik loop.
Ik loop weer hard binnen de grote beperkingen van de pen.
Het mag van Dr. Bud.
Ik loop weer ruim 5 kilometer….gehinderd door de pen.
De plaat is groter, maar de pen loopt door mijn merg en hindert het meest.
Maar ik bouw conditie op.
Ik bouw spieren op.

Tweede week november gaat alles eruit.
7 schroeven
1 pen
1 plaat.

Ik blijf wakker, ik blijf bij.
Ik wil het bewust ervaren.
Met spatscherm en ruggenprik.

Daarna mag ik tempo gaan maken.
Mag ik serieus klappers maken bij het hardlopen.
Mag mijn bot de demping doen zonder die k.a.l.o.t.e.n. pen.

Mijn Dr. Bud, mijn fysio en zwemfysio hebben keihard gewerkt om mij zover te krijgen.
Nog steeds denk ik dat ze above and beyond hebben gehandeld.

Vertrouwen is hier.
Eerste inschrijving voor een loop is daar.
Prestaties van voor het ongeluk zijn wat ze zijn en ik ben trots op ze.
Mooiste gedachte is dat toen het einde nog lang niet in zicht was.
Toen kon ik nog veel meer…..
Dus nu ook!
Ik streep een mooie streep onder mijn PR lijstje van toen en ga voor nieuwe PR’en.

Ik ben loper 2.0.

Brief aan mijn zoon

Je belt ons om half elf ’s avonds op om te vertellen dat je jongste broertje ziek is geworden tijdens de logeerpartij.
Pas later begrijp ik dat opa en oma niet wilden bellen, maar dat jij erop stond omdat je je zorgen maakte.
De volgende ochtend bel je al om half tien om te informeren naar je broertje.

Bij de verjaardag van je beste vriend ga je mee buiten spelen met hem en zijn twee vriendjes uit de buurt, ook al mag je die jongens niet.
Je doet het voor je vriend.
Maar als die jongens eieren willen kopen en die naar binnen willen gooien bij mensen die de deur voor ze opendoen haak je af.
Je gaat niet mee, je gaat buiten op een bankje zitten.
Als jullie gezamenlijk naar binnen komen verraad je ze niet in de kamer vol visite.
Je vertelt het ons later.
Wat jouw vriend siert is dat hij het later opbiecht aan zijn moeder.
Je kiest mooie vrienden.

Als je op school je mediakring presentatie hebt, doe je hem zonder de juf te informeren dat je vreselijke hoofdpijn hebt.
Dat ik je in de lunchpauze besluit je ziek te melden op school en dat jij je afvraagt of je geen aansteller bent.

Ik ben trots op het feit dat jij mijn zoon bent.
Ik ben trots op het feit dat ik jouw moeder ben.
En nu wordt het tijd dat je gaat puberen, stout gaat doen.
Word eens brutaal!
Laat je spullen eens slingeren!
Oh wacht, dat doe je dan weer wel.
Het is de hoogste tijd dat je weer kind wordt zonder zorgen.
Zonder een overmaat aan verantwoordelijkheidsgevoel.
Is dat het gevolg van de laatste twee jaar?
Of zou je onbezorgd ook zo bijzonder zijn geweest?
Ga heen en ga lekker bijna 12 zijn.

What’s in a name

Ik heb al onze voornamen eens opgezocht en heb daar ook een logje over gemaakt. Wij hebben (op Draakje na) populaire namen, maar belangrijker: enorm populaire namen van onze leeftijd. Het geboortejaar van de Bevelvoerder was tevens het piekjaar voor de naam Edwin. En dat geldt ook voor de namen van onze kinderen. Zelfs voor Draakje, al werden er maar 17 geboren dat jaar, het was het piekjaar. De naam Wendy had zijn piek in 1976 wat mij een relatief oude Wendy maakt. Een straat verderop wonen speeltuinvriendjes van onze koters en de ouders heten ook Edwin en Wendy. Ik schat ze in als even oud als wij. Een normale Edwin en een oude Wendy.

Op het schoolplein ken ik vele schoolpleinmoeders wiens naam ik niet ken. Je ziet elkaar bij het halen en brengen van je kinderen en op de een of andere manier komt het er vaak niet van de naam te vragen. En na twee jaar doe je dat niet meer, want dat zou raar zijn. Een schoolpleinmoeder waar ik goed mee overweg kan blijkt een man te hebben die Edwin heet en een paar maanden geleden kwam ik erachter dat zij Wendy heet. Drie koppels die Edwin en Wendy heten binnen 500 meter. Ik hou van toeval.

Maar goed, ik begon over mijn “namen en piekjaar verhaal” en ze moest grinniken: zij is een hele normale Wendy. Lang niet zo’n oude Wendy als ik. Maar haar Edwin is dan weer een oude Edwin.

Eerder deze week stonden we, Wendy en Wendy, om kwart over drie bij school lekker te keuvelen. Ik vertelde dat ik zo had moeten lachen om Draakje, dat hij op zondag niesend uit het zwembad was gekomen met de woorden: “Ik denk dat ik allergisch ben voor streng!” Waarop Wendy zei: “Ik weet van wie hij dat soort taal heeft!”. En ze lacht heel hard en wijst met gestrekte arm naar mij.

Haar jongste dochtertje was aan het spelen, met haar hoofd gevaarlijk dicht op bots-afstand van de rekstok. Geregeld maande ze haar dochtertje om iets verderop te gaan spelen, zonder veel succes. Drie gespreksonderwerpen tussen haar en mij later is ze het beu en roept ze uit naar haar dochter: “Wat ben je toch eigenwijs!” Waarop ik het niet kan helpen. Ik schiet in de lach en wijs naar haar met gestrekte arm.

“Ik wist toen het mijn mond uit kwam dat dit zou gebeuren”, zegt ze lachend, “ooooooh, what’s in a name!”

Waarmee ik niet wil zeggen dat ìk eigenwijs ben. Dat moge duidelijk zijn. Ik ben namelijk een oude Wendy. Die zijn dat niet. Eigenwijs.