No happy ending

Op weg van ons huis naar ons winkelcentrum woont een ouder echtpaar.
Inmiddels bejaard.
Ik weet niet wanneer het is begonnen, maar wij groeten elkaar als we langs hun huis lopen.
Eerst met alleen maar Spelmaker als net-kunnen-lopende-dreumes.
Later met twee Daltons en nog later met drie Daltons.
Ja, zo is het vast begonnen: ze vonden Spelmaker een schattig kindje.
Ze lachen altijd zo vertederd naar de jongens…

Wij houden niet van week-boodschappen.
Wij doen bijna dagelijks boodschappen en lopen dus bijna dagelijks langs hun huis.
‘Wij’ is degene die thuis is met de kinderen.
En in het weekend wij allemaal.
En dan zwaaien we naar hen en zij naar ons.
Daar in hun woonkeukentje grenzend aan de straat.
Soms zijn ze bezig in hun voortuintje en groeten we ze daar.
Soms komen we elkaar tegen in het winkelcentrum en groeten we elkaar daar.

In die 12 jaar dat we hier wonen hebben we ze ouder zien worden.
Hij meer dan zij.
We hebben hem doof zien worden.
En tegenwoordig denk ik soms dat zij de enige is die ons nog herkent en dat hij groet omdat hij ziet dat wij hem kennen….maar ik vraag me wel eens af of hij ons nog kent.

We weten niet hoe ze heten en dat weten zij van ons niet.
Maar 12 jaar lang groeten we elkaar bijna dagelijks.
Zij hebben onze kinderen zien opgroeien.

Vandaag in de namiddag reden we naar huis van ons lang weekendje weg.
De Bevelvoerder dropte me bij het winkelcentrum en reed door naar huis.
Hij de koffers, ik even snel avondeten halen.
Ik loop met een bescheiden tasje boodschappen terug naar huis.
Het is al donker, ik geniet al lopend in mijn eentje na en ik geniet van donker en stil en alleen.

Ik loop langs het huis van het bejaarde echtpaar.
Hij staat te freubelen met een sleutel voor de deur.
Ik besluit geen “hallo” te zeggen omdat hij dat toch niet kan horen.
Ik ben al bijna voorbij gelopen als ik vanuit mijn ooghoek zie dat hij zich omdraait en blijft staan.

Ik zet nog een stap en twijfel.
Dit is raar.
Zal ik hulp aanbieden terwijl ik niet weet of het nodig is?
Doe ik daar goed aan?
Fuck it.

“Gaat het? Kan ik u helpen”
Ik weet nu heel zeker dat hij me niet herkent.
“Ik kan het niet zien”
Hij houdt de sleutel in de lucht en wijst naar het sleutelgat.
Zelfs zonder mijn bril kan ik het haarscherp zien.
“Kom, mag ik het voor u doen? Het is ook zo donker!”
Als hij me had herkend had hij het veilig gevonden: hij groet me al 12 jaar.
Nu ben ik een wildvreemde aan wie hij zijn voordeursleutel toevertrouwt.
Je kan zien dat hij twijfelt, maar hij “weet” dat hij geen keus heeft.
Hij levert weer een stukje “man van het huis” in en geeft een vreemde dame zijn sleutel.

Ik open de deur voor hem met de woorden dat het inderdaad verhipte lastig te zien is en hij bedankt me.
Ik loop door naar huis en geef mezelf een schouderklopje.
Niet omdat ik hem hielp; je moet een onmens zijn wil je niet helpen in zo’n situatie.
Ik geef mezelf een schouderklopje omdat ik de situatie juist inschatte en handelde.
Ik loop in eerste instantie door naar huis met een fijn gevoel.
Gelukkig liep ik langs.
Joost mag weten hoe lang hij voor zijn eigen dichte deur had gestaan als er niemand was langs gelopen.

Vijftig meter verder loop ik door met een triest gevoel.
De volle waarheid kwam ineens binnen.

Mama2.0

Ik weet niet wanneer het gebeurd is.
Maar er was een nacht
dat ik naar bed ging als mama
en opstond als dat spreekwoordelijke zeikwijf.

Spelmaker is keihard de pubertijd in geknald.
Van prepuber naar puber.
Zo maar ineens met een knip van de vingers.

Spelmaker en ik lijken op elkaar.
In onze onhebbelijkheden zowel als in onze onzekerheden.
En we kijken gelijk naar de wereld: we hebben dezelfde ergernissen.
Daarbij is Spelmaker enorm aan mij gehecht.
Niet mama’s kindje, maar wel heel close.
We hebben hadden aan een half woord voldoende.

Dus zet hij zich af tegen mij.
Moet hij zich het meest tegen mij afzetten.
Want pubertijd gaat om losmaken.
En je kan je niet losmaken van je moeder op weg naar volwassenheid zonder haar eerst
de spreekwoordelijke domme koe te hebben gevonden.
Dat is hoe het werkt.

En al helemaal niet als je je moet losmaken van het zorgen maken om die moeder.
Als je de verantwoordelijke oudste bent.
En dus niet eens spreekwoordelijk verantwoordelijk, maar voor het ecchie.
Zorgen vóór die moeder. Taken opnemen van die moeder.
De rollen omgedraaid.
Die twee jaar terwijl je collision course op weg bent naar het losmaken.
Teveel verantwoordelijk.

En omdat we onze onhebbelijkheden en onzekerheden delen,
gaat het hard tegen hard.
Want moeders pubert daarbij in de anti-vorm mee; zij verzet zich tegen het losmaken.
Tegen wil en dank.

Een willekeurige ochtend.
Ik ontplof omdat hij weer eens <vul iets puberigs in> doet of juist niet doet.
Iets dat voor mij ‘een dingetje is’. Steevast.
Ik raas en tier tegen hem en eindig furieus vanwege zijn onverschillig stilzwijgen:
En er kan geeneens een “sorry mama” vanaf?
Op het moment dat hij brutaal en heel rustig laconiek antwoordt “maar ik mag toch niet onderbreken?”
knallen bij mij de stoppen uit mijn oren en ontlaadt zich 4 bar overdruk.

Andere momenten zijn we gekalmeerd en maken we het goed.
Moeten we grinniken om onze domme en onvolwassen ruzies en uitbarstingen.
En hebben we weer aan een half woord voldoende.

En dan zijn er momenten van De Buitencategorie.

Dat je op weg bent naar een weekendje weg met Veronica-top-huppeldepup-aller-tijden op de radio.
Ik achter het stuur, ik hoor nummer 2 aangekondigd worden en ik knal het volume op 34.
Dat hij voor het eerst (Da fuck? Voor het eerst?) Bohemian Rapsody hoort.
En dat hij het nummer vet vindt in plaats van ouderwets wat hij normaal gesproken alles vindt wat ik luister.
Dat we een kwartier napraten over Bohemian Rapsody.
Ik was erbij toen hij Bohemian Rapsody op waarde schatte.

Dat hij me overhaalt om in de Freefall te gaan.
Hij wil met mij, hij wil degene zijn die me overhaalt.
Dat ik alle achtbanen durf, maar dit niet.
Daarom.
Hij is de enige die me kan overhalen.
Dat de Bevelvoerder mij achteraf met de slappe lach van de zenuwen op de plaat zet.

Dat ik ’s avonds vraag aan Spelmaker: gaan we morgen nog een keer?
En dat hij dan toegeeft dat hij niet meer durft.

Dat er dan een plasje Repel naast de bank ligt.

En morgen, of overmorgen knallen we weer. To the maxx.

Ik heb maar 1 wens voor de pubertijd:
Af en toe een moment.
En heel heel af en toe,
als het erom gaat,
een moment van de buitencategorie.

20131214-215349.jpg