Zij die alle verschil maakt

De Wachtkamer.

De dag zelf duurde al een mensenleven voor het drie uur ’s middags was,
maar in de wachtkamer zelf lijkt de tijd nog verder te vertragen.
En uiteraard loopt het uit.

En toch kan ik deze plek niet haten.
Ik heb er de slechtste momenten van mijn leven beleefd, ja,
maar zij was er ook altijd.
Mijn oncologe de me een sms stuurde de avond voor de marathon in 2012: “Je kan het!”

Ik wacht en de seconden tikken als stroop.
Ik ben dood- en doodongelukkig en foeter op de Bevelvoerder omdat hij met zijn voet wiebelt.
Terwijl mijn voet zelf drie keer zo hard wiebelt.
De deur gaat open en ze roept mevrouw-zus-en-zo, al rondkijkend.
Ze ziet me en ze lacht: Repel! (met voornaam dus)

Mevrouw-zus-en-zo staat op en loopt met ongeruste blik naar voren.
Nog voor de dame haar hand heeft geschud zegt ze: ik heb goed nieuws.
De blik van opluchting doet ons goed.
Ons is de drie a vier vrouwen in de wachtkamer.

Ik herken een vrouw in de wachtkamer en spreek haar aan:
“Ik zag jou toch vorig jaar hier ook? Hoe gaat het met je?”
Zij herkent mij, zelfs zonder rolstoel.
We geven elkaar een knuffel.
Een andere dame zit hier met verse slechte uitslag en gaat het traject in.
We steunen haar.
De dame en ik die elkaar vorig jaar ontmoetten.

Het loopt een half uur uit.
Ik ben stik ongelukkig.
Maar dat zijn we allemaal hier.
Zij die alle verschil maakt steekt haar hoofd om de deur en roept me binnen.
Ze onderzoekt me.
Op de tast niks geks.
We hebben het *duh* over hardlopen.
Ze doet dit omdat het uitloopt.
Ze helpt me een kwartiertje verder.
De boodschap “Op de tast niks afwijkends” maakt dat ik een conversatie kan voeren.
Het is een heel bijzonder moment.
Ik vertel haar over Runner’s World, en dat ze staat in het interview.
We hebben het over haar oudste die is afgestudeerd.

De foto’s zijn even later pijnlijk as hell as usual en seconden kunnen nog trager gaan daarna.
Ik foeter weer op de voet van de Bevelvoerder als de tijd die ik moet wachten zo moeilijk is als de deur open gaat en ze mijn naam roept.
Niet mevrouw-zus-en-zo, maar “Repel”.
Nog voor ik bij de deur ben zie ik haar lach en ze zegt zacht: het is goed hoor, ik heb goed nieuws.

Dit. Went. Nooit.

Maar zij maakt al het verschil..

 

 

Advertenties

Hello darkness my old friend

Ik leef in een mannenwereld.
Qua werk.
Qua thuis ook, trouwens. Maar dat terzijde.

Ik ben gewend te functioneren tussen de mannen.
Ik voel me thuis op professioneel vlak als “mede man”.
Maar stiekem ben ik dat natuurlijk niet.
Ik ben geen man. “Duh”
Ik word niet behandeld als dame. Maar ook niet als man.
Ergens ben ik die “rare man/vrouw” onder hen.

Ik hou van ze, niet professioneel wellicht, maar het is wel zo.

En zij houden van mij.
Jongere zusje en soms moederrol. Met ballen en met kennis.
Point is dat er banden gesmeed zijn tussen ons die hecht zijn.

Een van mijn externe matties waar ik zo van hou heeft kanker gehad.
Ver voor mij.
Daarna is hij van 15 meter in een ravijn gedonderd en had hij een been in allerlei soorten van staal.
We hebben heel veel gesprekken gehad over kanker, wij onderling.
Nog voordat ik besloot met mijn been in een wielkast te gaan hangen.
Gesprekken die alleen lotgenoten kunnen snappen.
Toen ik in het ziekenhuis lag na het ongeluk belde hij me op: en nu moet je stoppen met me na te apen.

Vorig jaar werd ik in rolstoel naar de mammo gerold voor de eerste controle “een jaar na”.
Die controle was surreëel.
Bij een slechte uitslag zou ik werkelijk niet geweten hebben..nee: ik had een slechte uitslag werkelijk niet aangekund.
Over twee nachtjes komt de volgende controle.

Dinsdag. Mammo. Die kamer: Hello Darkness My Old Friend.

Mijn maatje van het ravijn kent de ervaring dat de controle een keer ook niet goed kan uitvallen. Hij is me nog steeds een stapje voor; het stadium “het kwam terug” kent hij wel. Ik (nog) niet.
“Het zal wel goed zijn” telt niet meer.
Mijn maatje zegt mij dat de laatste slechte uitlag jaren geleden is.
Maar elk jaar weer is de jaarlijkse controle hel.

Dankzij hem voel ik me geen idioot.
Hij zei me dat hij elk jaar vanaf een week voor de controle niet meer te genieten is.

Ik ben niet te genieten.