Italy 2014: Sometimes all a woman has left is being a bitch

Picture it.
Italy, May 2014.
Adriatische kust.

We zitten in een humongeous vakantiepark aan de kust. En die hele kust is een aaneenschakeling van vakantieparken. Bij ons op het park hangt een heel groot bord dat je nu kan boeken voor 2015.

Het is hier een complete industrie, dat toerisme. Ik vermoed dat het hier dé industrie is. Er is niet veel te zien in de omgeving, de omgeving is niet heel bijzonder. Ik kan niet anders dan concluderen dat men hier komt voor de kust en het klimaat.

In Italië kennen ze geen meivakantie dus het is extreem rustig op het park. Bijna geen huisje is bezet. Aan de grootte van de supermarkt, de zwembaden, het restaurant en het aantal paaltjes aan het strand waar parasols in geprikt gaan worden, krijgen wij een goede indruk van hoe druk het moet zijn hier in het hoogseizoen. En wij concluderen dat wij hier dan niet willen zijn. Het is zo groot en kolossaal, dat is niet leuk meer. Nu? Heerlijk. Mooi….rustig. Och, en de accommodatie roels!

Enfin. Mijn rode draad, waar is hij. Het is dus extreem rustig en dat is aan het personeel te merken. Ze zijn professioneel en vriendelijk en dat is fijn maar ze hebben daarbij van hun bazen overduidelijk een opdracht gekregen: ze hebben de omzet nodig. Er staat personeel dat betaald moet worden, evenals water en licht; men heeft betalende klanten nodig. En wij concluderen dat we die keizerlijke behandeling in het hoogseizoen waarschijnlijk niet gekregen zouden hebben. Sterker nog…

De avond dat we arriveren regent het. We zijn moe van de autorit die het einde van het geduld van ons alle vijf heeft gehaald. We gaan niet koken, niet uitpakken…we gaan uit eten. We zijn de eersten in het restaurant. Uiteindelijk zijn er die hele avond drie tafeltjes bezet. Er is de eigenaren -mijn conclusie- alles aan gelegen dat wij nog een keer terugkomen: verlies draaien ze toch in deze tijden…elke betalende klant is welkom.
Personeel is here for us.

In het restaurant ligt pal over de drempel een handdoek over de entreemat. Ik stap er wat op om de onderkant van mijn schoenen te drogen. De serveerster glimlacht enorm vriendelijk. Ik zie dat Spelmaker en Wijzemans mijn voorbeeld volgen, maar Draakje dendert door en maakt vieze voeten op de vloer. Ik roep hem: “Draakje!” Ik zeg niks en wijs naar de doek. Draakje loopt een stap door. Ik herhaal: “Draakje!” en wijs naar de mat. Draakje komt terug en droogt de onderkant van zijn schoenen.

En dan spreekt Zij.
Gruella de Ville.
Ze observeerde mijn actie.
Ze kijkt naar Draakje en de hele mooie oudere dame zegt met doorrookte stem drie octaven lager dan de rest en een “glimlach”:
“Buona mama”
~fonetisch~
Het klonk meer als een dreigement dan als een compliment.

Ik zie haar en weet instantaan 4 dingen heel zeker:
1. Als ze scheidsrechter zou zijn geweest bij het betaalde voetbal, zou geen voetballer ooit nog een overtreding maken, sterker nog, het zou geen voetballer ooit nog een redelijke optie lijken, al staat de winst van de Champion’s League op het spel.
2. 100% van toepassing: You can never be too rich or too skinny.
3. She ownes the place. Ze moge dan op papier wellicht niet de eigenaar zijn, but she ownes the place.
4. 100% van toepassing: Sometimes all a woman has left is being a bitch.

We hebben een heerlijke avond en het eten is voortreffelijk en we glijden uit de lange autoritstress in de vakantiesfeer. Aan het eind van het diner wordt mijn fooi door de bediening geweigerd en mag ik alleen maar het echte bedrag afrekenen. Mijn creditcard wordt in een apparaat geprikt en ik toets mijn pincode in.
En dan gaat het mis.

Het duurt en het duurt en het duurt.
En dan produceert het apparaat een aantal piepjes waaruit je kan opmaken dat iets niet in de haak is.
Hij spuugt een bonnetje uit met in het Italiaans wat het euvel is.

Ik weet dat er voldoende saldo op mijn rekening staat.
Ik weet dat het mijn kaart is, niet gestolen van iemand anders.
Ik weet dat allemaal.
Maar toch voel ik me net als bij de Albert Heijn bij random controle bij de zelf scan:

Oh kak. Wat heb ik fout gedaan en wat heb ik gejat?

De serveerster kijkt op het bonnetje en legt uit dat de verbinding is verbroken omdat het te lang duurde, hun schuld. Iets met trage verbinding.
We proberen het nog een keer.
Ik steek mijn kaart weer in het apparaat en het duurt en duurt…

Gruella de Ville is ondertussen aan komen lopen.
De trage verbinding kan haar een potentiële terugkerende klant kosten.

En ik zweer het, ze komt aan, kijkt naar het apparaat, buigt zich voorover….
Het apparaat zweet en trilt bijna letterlijk onder haar blik en besluit binnen een milliseconde tot akkoord over te gaan.

De serveerster grapt terwijl ze het bonnetje aanrijkt: “That look, it’s the look!”

De serveerster staat blijkbaar op een geheim lijstje van mensen die ermee wegkomen, dat te zeggen.
Dat lijstje is vast 1, hooguit 2 mensen lang.
En geschreven in bloed. Dat lijstje.

Vandaag leefde ze nog…die serveerster.

Later thuis zal blijken of het apparaat echt verbinding had met mijn bank thuis, of dat het eieren voor zijn geld koos onder dwang van haar blik.
Als het bedrag nooit wordt afgeschreven geloof ik het ook.

 

 

 

Advertenties

Het 2 minuut 17 seconden gevoel

Sinds de (oneerbiedig het was veel meer) Kanjertraining voor Hoogbegaafden begint Wijzemans een idee te krijgen van hoe dat werkt, dat groepsgedrag.
Het komt uiteraard verre van natuurlijk, maar hij begint zijn brein er langzaam omheen te krijgen.
Dat is hoe het werkt voor hem: hij gaat het met zijn brein bevatten en tackelen in tegenstelling tot instinctief aanvoelen.
Hij is gelukkiger en zelfverzekerder dan voorheen, het is niet meer alsof we allemaal Chinees praten voor hem.
Hij is niet meer een mens tussen Aliens, of erger: een Alian tussen de mensen.

Maar toch, als we dan bij de brandweer zijn met pasen om er te eten met de dienstdoende ploeg en het is druk en iedereen praat luid en de groep vindt elkaar in voetbal en de ene Feyenoorder valt over de andere Ajaciet onder heel veel grapjes en lawaai….
…dan vindt hij dat te druk. Dat….en het gaat hem ver boven zijn pet.
Iets teveel groepsgedrag voor het mooie, zeg maar.

Dus neem ik zijn computer mee en sluit ik hem aan op de Wifi en gaat hij Mindcraften.
Oefenen met functioneren in een groep is een ding, dit van hem verlangen is het equivalent van Rijexamen-Vrachtwagen-Met-Oplegger-Of-Je-Leven na een eerste proefrijles in een Peugeot 206. Zeg maar.
Gewoon niet willen, niet doen, niet forceren. Sterker nog: niet kapot maken.

We zitten buiten en Spelmaker leert Draakje voetballen. Iets met de wreef en kort houden.
Draakje steelt de show en doet ondeugender en ondeugender en (want) hij geniet van de spreekwoordelijke spotlight. Hij bespeelt iedereen instinctief.
Spelmaker heeft puur plezier met zijn broertje, wars van of er iemand kijkt of niet: hij is zichzelf. Zuiver, puur.
Wijzemans zit binnen.

Collega van de Bevelvoerder komt naar buiten.
Hij kent de Gamer wereld, zo blijkt.
Hij kan aardig meedraaien, al zegt hij het zelf,
en als hij het niet kan, herkent hij het wel.
(Aan zijn toon weet ik genoeg: hij is beter dan hij claimt.)
Maar, vervolgt hij, wat Wijzemans deed gaat hem ver boven zijn pet.
Wijzemans is extreem goed en hij kent de goeden onder de gamers als hij het zelf niet kan herkent hij skills bij anderen. Hij herhaalt het een paar keer.
Dit was niet normaal. Hij kon het niet eens volgen.
Of ik enig idee had hoeveel beslissingen hij per minuut nam.
Nou, eerlijk gezegd niet, maar ik weet wel wat hij bedoelt.
Want ik ken Wijzemans.
Hij wil me waarschuwen voor hoe goed hij is en voor de valkuilen van de Gamer’s wereld.
En dat vind ik tof.
En ik knoop het in mijn oren, wat hij zegt.
Ik ben namelijk geen gamer.

Enige tijd later zit ik in een ander gesprek met anderen.
Collega van de Bevelvoerder komt naar me toe.
Hij was Wijzemans kwijt.
Ja, zo ging het: HIJ was Wijzemans kwijt, niet ik.
Die zat namelijk niet achter zijn computer.
En toen was hij gaan zoeken.
Wijzemans bleek door gangen gegaan die ineens one way waren (vroeger niet) vanwege een voor hem nieuw sleutelsysteem en moest verplicht naar de buitendeur.
Daar was hij geëindigd voor de uitrukdeuren.
En daar was geen bel.
En niemand die hem zag of hoorde.
Wij zaten achter in de tuin.
Hij was buitengesloten.
Vijf minuten? Tien seconden?
Voor èlk kind sowieso te lang.
Maar Collega van Bevelvoerder vond hem.

Deze keer was ik er niet voor hem, maar ik leerde wel een les.
Wijzemans gaat zijn weg moeten vinden tussen ons stervelingen.
En wij als ouders zullen handvatten moeten geven of zorgen dat anderen dat kunnen.
Maar vandaag zag ik iets moois.
Ook hij gaat mensen op zijn pad tegenkomen die hem snappen.
En die er voor hem gaan zijn.
Today, he had my son’s back.

Het 2minuut17seconden gevoel uit deze clip (die je alleen snapt als je het begin keek):

 

De wondere wereld die pubertijd heet

Ik bots soms gigantisch met hem.
Want ik zie hem worstelen met dingen waar ik ook mee worstel(de).
Dat ik hoop dat hij het makkelijker heeft dan ik het deed, ik raak gefrustreerd: doe nou niet zo moeilijk vent! Doe nou niet dezelfde onzekerheden als ik!
Een minuut later weet ik dat het niet zo werkt.
Maar hij kan zo op mijn knoppen drukken.
Zijn pubertijd is helaas voor hem mijn eerste pubertijd met mijn kinderen en hij baant de weg voor zijn broers.
Ik moet het allemaal nog leren.

Hij heeft de humor van zijn vader.
De kwaliteiten van zijn vader.
En hij heeft mijn valkuilen.
En nu in de pubertijd ben ik ervan.
We knallen.
Omdat hij zo absurd verantwoordelijk is geweest de laatste twee jaar.
Als een tweede vader heeft hij het gezin draaiende gehouden.
Zo verantwoordelijk.
En we zijn hetzelfde en kennen elkaars knoppen.
Omdat we zo close zijn.
Omdat hij zo op zijn vader lijkt dat we dus net zo klikken als zijn vader en ik.

Maar pubertijd gaat om loslaten.
Dat hij nu *eindelijk* de ruimte heeft èn voelt: het gaat goed met mama, ik kan mijn eigen pad kiezen.
Dat puberen te maken heeft met onthechten omdat het moet.

Dus ja. Ik ben ervan, in deze pubertijd.

Maar we maken het altijd goed en dan moeten we lachen om en met elkaar.
Als dit is wat de pubertijd is….bring it on!
I could learn to live with this.

We zijn uit de kleine kinderen.
Draakje is bijna 7.
Wijzemans is bijna 9.
Spelmaker gaat naar het gymnasium volgend jaar.
Heeft een vriendin.
Meestal knallen we niet.

Dat hij na het avondeten naar het winkelcentrum gaat om ingrediënten te kopen voor de paaslunch op school en me dan appt vanuit de AH.

En dat zijn antwoord me ontroert tot op het bot.
En dat ik eigenlijk heel blij ben met het totale screenshot.

Als dit de pubertijd is….BRING IT ON!!!!!!

Screenshot_2014-04-16-19-29-20

10 april 2012-2013-2014

Roerend in mijn kopje cappuccino, wachtend op mijn afspraak, schrijf ik een mail in draft.
Ik moet nadenken over formuleringen en scroll al denkend door mijn inbox op de iPad. Iets met gedachten ordenen.
Er staat niet zoveel in, in die inbox, ik mail niet zoveel vanaf de pad. Voor ik het in de gaten heb ben ik bij 10 april 2013. Een jaar geleden. Grappig, denk ik nog. En dan zie ik een reply mail van mijn vader van die dag.
Dat hij zo blij was met de uitslag van de foto dat ik het been voorzichtig mocht gaan belasten. Langzaam oefenen tot 20 kilo.
Ik roer verder in mijn koud wordende cappuccino en kijk uit het raam. Ik was het bijna vergeten. Maar wat ik zeker weten was vergeten was hoe het voelde, zowel in mijn lijf als in mijn hoofd.
Bij de fysio arriveren met de rolstoel. Met krukken de oefenzaal in. Rudy die een weegschaal neerzet en ik verbeten en met tranen van de pijn mijn been op de weegschaal zetten en druk zetten tot de weegschaal 10 kilo aangeeft. De pijn met geen pen te beschrijven. Maar na 23 dagen morfinepomp in februari was deze pijn een peuleschil. Zo dealde ik ermee, dat was mijn manier. Ik vond mezelf een held met 10 kilo.
Ik laat de herinnering me overdonderen als een tsunami. Djiez…look at me now. Ik keer terug naar de mail. Ik ben er tevreden mee en sla hem op. Ik ben tevreden met mezelf. Look at me now…
Ik ben diep in gedachten verzonken en lees de mail van mijn vader na. Ik zit diep in 10 april 2013 en realiseer me een jaar daarvoor: 10 april 2012 . De eerste bestraling. Vandaag 2 jaar geleden. Exact. Voor de eerste keer in dat apparaat, met geblokkeerde adem door die vreselijke slang in mijn mond, in dat apparaat met die laserstralen op de tatoeagestippen. Het geluid, het gedempte licht, de misselijkheid. De haat voor die plek. Vandaag 2 jaar geleden. Look at me now.
Zo diep in gedachten verzonken dat ik mijn afspraak niet zie aankomen. Ik word letterlijk opgeschrikt.
Just look at me now. Ik schud de herinneringen van me af.
Ik leef nu, 10 april 2014.

Rentree Revisited

Picture it, Zandvoort, 30 maart 2014.

Ik stap uit de trein en herken Zandvoort.
Ik ben er niet geweest sinds Zandvoort Circuitrun 2012.
Toen ik “alleen nog maar kanker te dealen had”.
Mijn been heeft er een mening over.
Mijn borst ook.
Ik voel mijn ogen volstromen.
Ik weet weer hoe ik moet lopen op weg naar de start.
Ik vind dat mijn ogen moeten stoppen met tranen, en dat ze dat pas mag mogen na de finish die ik nog niet heb gehaald en aangezien het VEULS  TE WARM is twijfel ik over het halen van die streep.

Lopend naar de start loop je het laatste stuk van de loop.
Je ziet de spandoeken voor de huizen.

Ik loop langs het punt waar ik Ruben twee jaar terug zag.
Toen ik besloot hem niet te roepen omdat ik in me mezelf gekeerd was en hem pas bij de start zag.
Met Cor en Cis en Pas.
De foto die werd gemaakt staat in mijn geheugen gegrift.
De hechtingen van de operatie nog in mijn borst.
Drie sportBH’s, laag over laag.
Maar als ik deze kon, zou ik de marathon kunnen,
en als ik die kon, zou ik de bestralingen aankunnen.
Het was een drietrapsraket.

1975136_853528001339987_1659471589_n

Maar deze keer was het warm en mijn been wil nog niet alles.
En ik wist niet zo zeker als toen of ik het dit keer ging fixen.
Maar ik zou hem doen, dat moest….de cirkel rond.
Maar ik twijfel.

Ik zag Ruben en zijn gezin en ouders en dat vond ik heerlijk.
Ruben en zijn 3 Girliez zien is altijd een feestje.
Looptechnisch was ik er niet zeker van.

image

Erwin kan “een tikkie” harder dan ik.
Jullie begrijpen wat ik met “een tikkie” bedoel.
Maar Erwin liep met me mee.
Ik zag hem pas in het loopvak.
*stresspuntje*

Erwin liep met me mee.
“Nou Colpa, we zijn op een derde”
zijn exact de woorden die ik wil horen
als de zon te heet is
en de wind te weinig waait
en we uphill gaan als dat klotebeen dat niet wilt.

“Blijf lopen, ik regel het”
Als de drankpost er is.
**Twee water in de nek, twee AA door de strot**

Ik kom het strand niet af.
Mul zand en een kuit die niet wil.
Voor het eerst in mijn leven wandel ik tijdens een loopje.
Boeien meis, vertel ik mezelf.
Maar het hoort niet bij de loper die ik ben was ben.
Boeien meis, vertel ik mezelf weer.
Boven de heuvel gaan we weer.

De hitte speelt me parten.
Ik moet grinniken om Erwin die me steunt.
Maar heb geen energie om het te laten merken.
Ik heb hoofdpijn van de hitte.
Voel me er niet lekker van.

Bij 9 kilometer gaat de knop om.
Deze was voor mij, genieten van elke stap.
Boeien die hitte!
De knop gaat om en ik voel de hitte niet meer echt.
Wel mijn been, maar dat mag.
Het mag, het is goed.
Met twee armen in de lucht kom ik over de finish.
Mijn ogen wateren niet eens echt.
De bitch is back.

image-1