Reality Check 1, 2, 3, …

Mijn EHBO diploma is verlopen in 2007 en ik wilde eigenlijk al een poos een nieuwe certificering omdat ik wist dat er best een hoop veranderd moest zijn sinds die tijd.
Voortschrijdend inzicht, en zo.
Dus toen de mogelijkheid kwam, schreef ik me in voor een nieuwe cursus.
De docent maakte afspraken met mij : ik houd mijn mond. Wat ik weet is oud idd, maar ik ga leren.Want nieuw is nieuw.

My side of the story:
Ik was geen EHBO’er, ik was een EHBO’er met speciale bevoegdheden.
Ik was bevoegd om dingen te doen die een EHBO’er niet mag doen.
Ik wist best veel #anno2007.
Maar dat was 2007.

Wat blijkt tijdens mijn cursus EHBO basis anno nu:
1. Een mensch vergeet veel. #Imustbeover40
2. Voortschrijdend inzicht is geen loze management kreet maar The God Damn’ Truth. Zeker in de medische wereld.
3. Herhalen is niet nuttig maar noodzakelijk.
4. Als je iets leert omdat je snapt waaróm het zo moet, onthoud je het.
5. Ik wil graag weten waarom het zo moet.

Vandaag:
Cursisten oefenen op elkaar wat ze allemaal geleerd hebben.
Mijn mede-cursist heeft een drukverband aangelegd op mijn “actieve bloeding” op mijn onderarm.
De docent heeft commentaar op zijn werk.
Mijn mede-cursist reageert op haar tip: Ja, dat zei Wendy ook al.

Docent (ik quote letterlijk en de intonatie mag je invullen) : Ja, dat klopt, maar Wendy weet het namelijk altijd beter.

Ik heb 4 lessen geleerd deze EHBO:
1. Als je er dood van gaat in 2007, ga je er dood van in 2014.
2. Als je anno nu een EHBO’er nodig hebt en hij/zij is in de buurt, dan ben je in goede handen.
3. Dat mijn EHBO docent niet bij het examen aanwezig mag zijn, gaat zorgen dat ik ga slagen.

Zo echt en rauw dat het met echte namen gaat.

Machteloosheid maakt woedend.
Wist ik, weet ik.
Het meemaken echter, gooit alle rationaliteit overboord.

Ik krijg het verhaal te horen over de telefoon terwijl ik 40 kilometer verderop zit.
Ik kan niks.
Ik ben alleen maar HEUL erg woedend.
Lees: machteloos.

Carsten, 6 jaar oud.
Op het speelplein door 7 kinderen uit groep X op de grond gegooid.
Hardhandig.
Op de grond gehouden tot en met een schoen op zijn hoofd.
Er werd gescandeerd dat zijn broek en onderbroek uit moesten worden gerukt.

Carsten schreeuwde huilend om zijn broer Tijn.
Tijn kwam aangehold, en heeft hem letterlijk gered.
Vriendje Robin van Tijn hielp.
Tijn sprak de aanvallers ( ik noem het niet eens meer “pesters”) aan:
Niks te ja maar! Jullie mogen dit niet doen bij mijn broertje!
Ze lieten los. Tijn had overwicht en overmacht met woorden en uitstraling.
Tijn had er een mening over. Geen vuist nodig.

Tijn sprak vervolgens ook de juffen van Carsten en van de kinderen van groep X aan.
Wat moeten zij zich kapot geschaamd hebben!

Ik zit hier nu thuis met een Carsten die is aangeslagen tot en met.
Gekwetst, verwond, bang. Beschadigd. Heel erg beschadigd.
En ik zit met een Tijn met een trots en zelfvertrouwen dat nieuw voor hem is.
Het staat hem goed!
En met 3 broers die aan elkaar geklonken zijn, nog meer dan normaal.
Carsten weet nu heel zeker: Tijn’s got my back, voor altijd.

En ik?
Ik ben ziedend.
Nee, ik ben machteloos.
Mijn gevoel zegt me dat ik staat ben kinderen uit groep X met hun haren uit huis te sleuren en ze tot moes te slaan.
Maar dat ben ik niet. Daartoe ben ik niet in staat.
Ik ben machteloos. Ik voel me machteloos.

Carsten heeft met 6 ontdekt hoe rot de wereld kan zijn.
Dat ik niet met kussens en bubbeltjesplastic om hem heen kan lopen along the ride om hem te beschermen.
Dat hij builen gaat vallen.
Maar hij heeft tegelijkertijd ontdekt hoe goed de wereld kan zijn.
Geen mooiere grote broer kan hij zich wensen.

En oh kak, zo moet het zijn.
Als ouder wil je dat je kind weerbaar wordt tegen het rotte in de wereld met de wetenschap dat het niet zuiver rot is en dat er zoveel moois is.

Ik geloof dat Carsten met 6 de les, een bietske jong, wel heeftgeeerd.