Dam to Dam Repel Style *Ode aan mijn Collega van het Romantische Hardlopen*

His side of the story

Ik loop op maandagmorgen het kantoor in.

Damn’, zijn kamer is nog donker.
Maar zodra hij, Mijn Collega van het Romantische Hardlopen (Google maar, er staan 4 verhalen over hem), mijn kamer binnen loopt, schiet ik hem aan.
Ik: Ik heb de hele Dam tot Damloop aan jou moeten denken!
Hij kijkt me vertwijfeld aan (“wat moet ik hier nu weer mee”).
Ik: Je duikt na de start natuurlijk die IJ-tunnel in en dan verliest je gadget z’n GPS!
Hij begint te grinniken. Vindt ‘ie leuk, zie ik nu al.
Ik: Maar dat Nike horloge pikt de pace na die tunnel nooit meer op, na die tunnel zie je niet meer hoe hard je gaat.
Alleen maar hoe veel tijd er verstreken is. En bij de Dam tot Dam geven ze geen kilometerpunten aan, dus je weet niet hoe hard je gaat en waar je bent!
Hij glundert inmiddels.
Ik: Tot overmaat van ramp word ik vlak na die tunnel ingehaald door iemand en die stoot tegen me aan. Even later kijk ik op mijn horloge. Mijn horloge zegt “PAUZED”. Wat nou PAUZED? HELP? Nu weet ik niet eens meer hoe lang ik onderweg ben!
Hij (triomfantelijk): Dus toen moest je op gevoel lopen!
Hij: Repel, Ik zweer je, vroeger of later, het kost je een paar jaar maar dan begrijp je het! […]
We gingen nog even door. Hij begreep in ieder geval waarom ik de hele Dam tot Dam aan hem moest denken.

My side of the story

Ik kijk naar mijn horloge. PAUZED.
Ik was al ongelukkig dat ik niet wist hoe hard ik ging.
Het was warm, te warm was ik bang, ik kan niet tegen warm en ik had geen idee hoe hard ik ging.
Blaas ik mezelf op?
Ik had de man zelf niet zien liggen in die IJ-tunnel, maar de ambulance wel gezien.
Nog voor ik de tunnel in ging.
God, het is weer zo ver warm. Er gaan weer mensen vallen bij bosjes en ik kan niet tegen hitte. Ga ik te hard? Mijn zenuwen spelen me parten. Post-ongeluk-totaal-gebrek-aan-zelfvertrouwen.
Ik zet mijn GPS dan maar uit, dan fliept hij op de tijd en dan weet ik in ieder geval hoe laat het is en ik weet ongeveer hoe laat ik onder START doorkwam…indicatief dan maar. Hopelijk geven ze 5, 10 en 15 km punt weer.

Een mens denkt wat af in die eerste 2 kilometer.

Dan nadert het 5 kilometerpunt.
Ik zie het aangegeven, ik zie de matten voor de chipregistratie in je startnummer.
Ik doe vast ergens *blieb* in de registratie.
Ik kijk hoe laat het is en kan het niet geloven.
Ik reken. Het is 12:32 PM zegt mijn horloge. Ik startte om 12:04 PM officieel, tijdvertraging erbij….
Mijn brein gaat heel snel, ik ben blij dat de foto’s het weergeven. Ik kan niet geloven dat ik dit loop, post-ongeluk, maar ik loop het.
En blijkbaar op gevoel want ik loop het al 5 kilometer en volgens mij loop ik constant. Okay, we gaan op gevoel door. Damn’ you Repel, dit tempo to the finish! d.e.t.er.m.i.n.e.n.d.

Bij de matten van 10 kilometer zet ik mijn horloge weer aan: nieuw loopje.
Ik wil nu graag weten hoe hard ik ga omdat ik niet wil vertragen. Ik weet nog steeds niet hoe ver ik ben na die 10, maar ik wil tempo houden. Ik heb een steuntje in de rug nodig. Ik ben gestopt bij drankpunten en koolhydraatpunten, nu niet meer stoppen, deze post-ongeluk-PR is mijn!

Bij 15 kilometer weer sirenes, ik moet aan de kant, ik moet weg, loper op de grond. Een donkere man. Maar hij ziet grijs.
Ik zie vandaag terug aan mijn GPS van dat stukje dat ik daar heb stilgestaan.
Zowel mijn brein als mijn lijf.
Ik had geen hartslagmeter, maar ik voelde hem bonken tot in mijn nek en het deed pijn.
Ik ga door. Mijn been heeft moeite weer te starten, ik voel het. Mijn been heeft genoeg gehad.

Ik heb dankzij hoe laat het is en mijn tempo sinds de 10 kilometer enig idee waar het schip gaat stranden. Ik knok me te pletter.
Mijn Collega van het Romantische Hardlopen weet dit gelukkig allemaal niet.

Ik loop een tijd waar ik voor het ongeluk een minachtend schouderklopje voor had gegeven: “knap hoor, tap tap tap”.
Ik loop een tijd post-ongeluk waarvan ik letterlijk moet huilen omdat ik dit nooit had gedacht dit ooit weer te kunnen.

The picture side to the story

Ik haat loopfoto’s van mezelf. Always have, always will.
Maar hier.
Mijn verbazing bij 5 km,
Mijn blik bij realisatie…
En alle littekens buiten beeld.
Alleen de blik….

SONY DSC SONY DSC

Advertenties

De virtuele achterkant van een whiteboard

Bij ons op kantoor hangt in elke kamer een whiteboard.
En in elke kamer is zo’n whiteboard een signature van wie er zit.
Onleesbare aantekeningen, meticuleus nauwkeurige lijstjes van interne telefoonnummers, knipsels met magneetjes opgehangen, you name it.
Als je weet wie er thuishoort in een kantoor kan je herkennend glimlachend kijken naar het whiteboard, als je niet weet wie er zit kan je aan het whiteboard afleiden wat voor soort persoon er zit.

Op het whiteboard van CollegaVriendin staat een enorm project uitgewerkt van haar en mij. Het project werd langzaamaan ook van “en de rest” van onze gang.
CollegaVriendin is verhuisd, maar het whiteboard hangt er nog als stille getuige van de lol die we hadden.
De kamer is donker, en oorverdovend stil als ik door de gang loop, maar het whiteboard straalt.

Op het bord staan schaamnamen.
“Ik kan niet geloven dat ze dat kind echt zo noemden” namen.
Voorwaarde: je moet daadwerkelijk een kind kennen dat zo is genoemd. Niet uit tweede hand: nee, zelf.
En als je collega’s hebt wiens partner in het onderwijs zit, wordt het bord vanzelf overvol tegen de tijd dat “en de rest” ook mee mogen doen.
Ik zal er slechts twee noemen, de rest mogen jullie aanvullen vanuit eigen inspiratie en ervaring.
Op ons bord staan, bijvoorbeeld “Creatura”, en “Cococorella”.
I kid you not. Niet gejokt.

Op het bord staan ook namen die op zich niet raar zijn, maar wel in de context “het zijn broers” of “gezien de ouders”. Ik bedoel, Jan-Joost is niet mijn smaak, maar niet bordwaardig. Maar als je broer Joost-Jan heet, zijn ze beiden bordwaardig.
Maar dan alleen als combi.

CollegaVriendin en ik werden soort van jury of een naam bordwaardig was ja of nee.
De criteria zijn ons woordeloos duidelijk.
We kijken elkaar aan, er beweegt een wenkbrauw en een halve schouder….en dat bepaalt of een naam bordwaardig is.

Het bord heeft een symbolische achterkant.

Op de achterkant staan virtueel namen die op het bord zouden moeten, maar die er om redenen van decency niet op kunnen.
Namen van kinderen van collega’s zijn uiteraard per definitie een no-no al heten ze Jan of Carsten, anders kan het bord niet starten.
De naam van je schoonmoeder mag er niet op als je zwager een collega is.
De naam die je op Facebook zag van een doodgeboren kindje.
De naam die je kende…..tooo close, kan je niet maken.
Hoe walgelijk de naam ook, als de context niet okay is, of naar….dan gaat de naam virtueel op de achterkant.

CollegaVriendin en ik zijn het integere geheugen.

Ik moet maandag een naam van het bord vegen.

De naam is mooi en staat alleen maar op het bord vanwege de context van dat ene geval.
De context was leuk, tot vandaag. Niet meer bordwaardig.

Maandag ben ik op kantoor en veeg ik haar naam uit.

Omdat ze dood gaat en haar 2 kinderen achterlaat die samen jonger zijn dan Draakje.

Tafels en hoogbegaafd: EUREKA

Keersommen. (Ik zat op de lagere school in de jaren zeventig en toen heette dat nog tafels) Mijn Oudste kende in groep 4 de tafels van 1 tot en met 12 uit zijn hoofd en door elkaar. Mijn Middelste zit nu in groep 6 en als ik hem vraag wat 3 keer 2 is kijkt hij mij glazig aan en duurt het 5 seconden voor hij het foute antwoord geeft. Zie hier het probleem geillustreerd van de hoogbegaafde versus de “gewoon” zeer slimme. Hoogbegaafden en keersommen. De hoogbegaafde kan niet automatiseren omdat hij alles blijft uitrekenen. Die zal niet leren middels paaaaaaagina’s en paaaaaaagina’s van heel veel sommetjes dat 19+3 hetzelfde is als 29+3 en hetzelfde is as 39+3. Omdat ze na drie veel te simpele sommetjes het nut van de paaaaaaaaaaaagna’s niet snappen. Dus leveren ze niks in, of afgeraffeld werk met veel foutjes. Maar wat dan? Hoe leer je het dan al het schoolsysteem niet werkt? Deze week had ik voor Wijzemans ineens de tool. De Eureka. Ik: 3 keer 6 Hij: die heb je al 2 keer gevraagd Ik: Keersommen gaan niet om rekenen. Je moet een robot zijn, je moet niet rekenen, je moet blind antwoorden. Ik: Je bent de kassa van de Albert Heijn en er komt iemand aan met 10 bolletjes saks. Bij elk bolletje roep jij “49 cent” De kassa roept niet na 4 bolletjes “ja stop eens eventjes, ik heb er al 4 gehad!” En als ik slordig ben aan de kassa en ik leg eerst mijn brood op de band en dan een bolletje saks en dan een blikje erwtjes en dan pas nog een bolletje saks zegt die kassa niet “heb ik al gehad!” Bellen naar de fabriek om te vragen wat het kost is ook geen optie want dan worden de rijen te lang. Dit verhaal begon gisteren en vanavond bij het eten werkten we het uit. Het werkte. Hij is nu de laatste groep 6’er van Nederland die de tafel van 3 kent. Het begrip oneindig snapte hij al toen hij 3 was, de tafel van 2 pas nu. Dat 3 keer 2 moeilijker is dan oneindig snappen is best wel eeeeehm….ik snap het niet.

Ooooooone hundreeeeeeeed and eeeeeeeeeeeeightyyyyyyyyyyyyyy

Na een juf-continuïteits-technisch gezien niet ideaal *kuch* verlopen jaar in groep 5, zeker niet voor een faalangstige hoogbegaafde, had ik vandaag een 10 minuten kennismakingsgesprek met de juf van groep 6.
Voor mij geen onbekende en ik had goede hoop, maar omdat we het hebben over Wijzemans ging ik er toch enigszins *kuch* argumenten-technisch-gezien tot de tanden toe bewapend naar toe.

Tien minuten later liep ik met een gerustgestelde glimlach en met een heel blije onderbuik het gebouw uit.

Ik heb geen argument ter tafel kunnen brengen, ik kon alleen maar het hele gesprek uitbrengen: “nou, dat dus”, “precies, exact dát!” 
Ze had voorbeelden die zo raak waren dat ze alleen maar “9 darters” gooide.

Ze heeft hem volledig in het snotje als kind, als MiniMe. Maar ze herkent daarbij ook alle valkuilen die hoogbegaafdheid met zich meebrengt. Ik bedoel het andersom: Alle lieve rare autistische dingen die hij heeft die domme, normale, slimme en heel slimme mensen zien als knulligheid en stommigheid of zelfs als ongeïnteresseerdheid of afwezigheid, herkent zij voor wat ze echt zijn: de typische valkuilen die horen bij een hoogbegaafde.
(Sorry voor de lange zin.)

Dat Wijzemans vanmiddag tegen me zei dat hij wat foutjes had gemaakt bij het rekenen (oh, humongeous bekentenis: foutjes gemaakt, de horror!) maar dat hij aangaf dat hij het met de juf samen had opgelost was de toef slagroom op de dag. Een juf die zijn foutjes mag aanwijzen en samen met hem mag oplossen is een Juf van de Buitencategorie.

Zwangere buiken versus dikke buiken

Ik wilde even gaan buurten bij mijn CollegaVriendin, maar op het moment dat ik haar kamer inloop is ze al in gesprek met iemand anders. Ik kom even later terug en vraag mijn CollegaVriendin: “Die collega die hier net was is zwanger, toch? Ik durfde het niet te vragen ook al was het overduidelijk.”

Op dat moment ontspint zich een discussie tussen haar en mij enerzijds en haar kamergenoot anderzijds. Ik heb haar kamergenoot meerdere keren kunnen betrappen op empathisch en zichzelf in de ander kunnen verplaatsen vermogen, maar nu begrijpt hij er geen jota van. 

Hij: maar dan vraag je dat toch?
Zij en ik: Nee, het is nóóit veilig om te vragen of iemand zwanger is, ook al zijn ze negen maanden zwanger. Gewoon niet.
Hij: Maar als je het verkeerd hebt dan zeg je toch sorry?
Zij en ik: Nee! “Sorry dat ik je dikke buik aanzag voor een zwangere buik.” Dan weet je hoe ze zich voelt, hoe mensen blijkbaar tegen haar lijf aankijken. Het kan gewoon niet. Je weet als vrouw zelf ook hoe je je zou voelen als iemand aan jou zou vragen of je zwanger was als je het niet bent.
Hij: Volgens mij kan je het gewoon vragen als je oprecht bent. Je bedoelt het toch niet slecht?
Zij en ik: Nee sorry, je zult het moeten aannemen als een gegeven. Je kunt het gewoon niet vragen totdat iemand persweeën heeft, dan is het pas veilig. En dan nog…

Het landt niet bij hem.

Zij en ik gaan ondertussen onderling verder. Want helemaal niets zeggen tegen een zwangere vrouw is ook niet goed. Als je zwanger bent, ben je zo blij en wil je dolgraag praten over hoeveel weken je bent en de echo en hoe lang je nog moet werken en zo. Dat die buik blind genegeerd wordt is niet fijn als je zwanger bent. Sta je met je dikke vochtvoeten te kletsen met iemand en die doet gewoon alsof je niet zwanger bent. Is ook niet okay. Damned if you do and damned if you don’t.

Zij: Het was allemaal zoveel makkelijker toen vrouwen van die belletjes op hun buik droegen als ze zwanger waren, dan wist je het meteen. Eigenlijk zouden ze dat weer verplicht moeten invoeren.

Vraag het maar aan CollegaVriendin en mij, wij hebben een oplossing voor alle first world problems