Mooi afscheid van een oude Indo

Toen ik 10 jaar geleden aan mijn nieuwe baan begon, ging ik met het OV.
Ik liep 500 meter naar mijn bushalte, stapte 5 kilometer later over op een ander OV en kwam dan standaard te laat op werk.

En vanaf dag 1, stapte die ene oudere Indo met mij op dezelfde bus op 500 meter van mijn huis in, en ook hij stapte over op 5 kilometer afstand op diezelfde andere OV, en ook op dat eindpunt stapten we samen uit. En als we het bont maakten, zo’n 3 keer per week, deden we dat op de terugweg nog een keertje. En ik had geen idee waar hij werkte. Hij liep weg in zijn meute en ik liep weg in mijn meute.

Maar. Na een x aantal dagen in je nieuwe routine, zit die man ook in je reis-routine.

Er komt een punt dat je “hoi” tegen elkaar gaat zeggen.
Er komt een punt dat je het gaat hebben over het weer.
Er komt een punt dat je weet dat zijn jongste dochter uit huis is, en dat mijn zoon voor het eerst naar school is.
Er komt een punt dat je standaard naast elkaar gaat zitten.

En dan ineens kom ik voor werk veel buitengaats en ga ik met de auto in plaats van met het OV.

En dan ineens ben je 10 jaar verder en woon je ergens anders.
Je gaat soms weer wat vaker met OV omdat, nou ja, lang verhaal. Veel meer buitengaats dan ooit, maar het OV lonkt. Alleen niet meer met de bus naar de overstap, maar met de fiets. Da’s dichterbij, in mijn nieuwe huis.

Picture it. Deze maandag.

Ik zet mijn fiets in de stalling en al lopend kijk ik naar het bord: nog 8 minuten. Ik ben ruim op tijd. Ik kijk voor me en zie hem ineens staan.
Ik heb eigenlijk sores aan mijn hoofd en wilde alleen zijn, maar sommige dingen kan je simpelweg niet over doen. Ik zucht inwendig en ga “de confrontatie” aan. Zo voelt het.

Ik loop op hem af en hij keek al die tijd al naar me, maar ik zie zijn blik langzaam veranderen in herkenning.
De glimlach van blijdschap die hij me geeft doet me heel veel goed!
We hebben ongeveer een kwartier, op weg naar onze eindbestemming.

Hij gaat met pensioen. Met 66.
Hij hoeft nog maar 7 dagen te werken tot 1 april.
Ik heb zijn vraag beantwoord met dat de reden dat ik hier opstap in plaats van “daar” komt omdat ik verhuisd ben en dat we co-ouderen. In 1 zin zeg ik alles. Hij stelt vijf heel lieve vragen die ik graag beantwoord.

We komen aan op eindbestemming en we nemen afscheid van elkaar. Wie weet zien we elkaar nog in de Albert Heijn.

Afscheid nemen hoort bij het leven. Deze voelt als weer een stapje afscheid van het oude huis en alle routines die daarbij hoorden. Dit afscheid was zo mooi dat het me vertrouwen geeft.

 

Goed wonen Repel Style

Als ik thuis kom pak ik mijn sleutel om het hok van de bergingen in te gaan als ik een nog voor mij onbekende flatbewoner uit de hoofdingang zie komen. Ze komt op me af met uitgestoken hand: “u moet de nieuwe buurvrouw zijn!” Met mijn fiets aan de hand maken we een praatje. Ze vraagt me of ik het hier naar mijn zin heb en ik roep volmondig ja, en dan blijkt dat zij deed wat ik deed, maar dan 6 jaar geleden. Drie kinderen, komend van een kilometer afstand, hier een appartement in de flat kopend, goed met de ex omgaand. Ze is net zo vriendelijk als de rest van de mensen in de flat. Ik ben keer op keer aangenaam verrast. Wat een heerlijke sfeer heerst er hier in dit complex.

Ik vertel haar mijn indruk van de samenstelling van de flat en zij beaamt dat: de flat is uit 1970 en is nu bevolkt met hoogbejaarde weduwen (die hierin kwamen als deel van een echtpaar 46/47 jaar geleden maar de mannen bliezen als eerste hun laatste adem uit) en als er weer een keer een bejaarde weduwe het loodje legt, stoppen ze er een gescheiden vrouw in met kinderen. We liggen dubbel.

Op dat moment gaat de deur van hoofdingang weer open en komt Tijn hard huilend naar buiten. Mijn buuv ziet aan mijn reactie dat het om een kind van mij gaat, ze pakt mijn arm even beet en zegt glimlachend “tot later he”.

Ik realiseer me binnen een seconde dat Tijn van mij de opdracht had gekregen de hond uit te laten en wat ik zie is een huilende Tijn en geen hond en ik schrik. Oh dear, de hond is ontsnapt. Nee, roept Tijn hard huilend: ik ben mijn sleutels kwij-hij-hij-hijt! Het kind is zo overstuur dat de gedachte dat die pokke-voordeursleutel bijna 20 euro kost plus 18 euro-nog-wat aan administratiekosten voor de VvE (iedereen moet er nog wat aan verdienen) me even geen ene moer kan interesseren. Maar die sleutel kan niet ver zijn. Kom Tijn, we lopen het rondje na dat je met de hond hebt gedaan. Al speurend in het gras stel ik hem gerust, maar hij blijft huilen. Nog geen 15 meter op weg passeren we een vrouw die met één blik snapt wat er aan de hand is en ze knipoogt naar me met een blik vol medelijden en steun. Grappig, wat een mens in een blik kan leggen.

We keren om waar Tijn met de hond ook omkeerde. Geen sleutel. Ik heb me er al bij neergelegd. En Tijn is gekalmeerd: weet je Tijn, het is prima, had hij maar geen sleutelbos moeten worden, we regelen gewoon nieuwe sleutels. Maar dan ineens hoor ik die vrouw die ons passeerde roepen en ik zie haar zwaaien naar ons aan het eind van het pas: ze staat er te zwaaien met Tijn’s sleutelbos in haar hand. Tijn rent op haar af.

Als ik naderbij kom zegt ze me dat de sleutel in de binnendeur van de hoofdingang zat. Haar ouders wonen in de flat. Hmmmm, een van de weinige echtparen, bedenk ik me, fijn voor ze. Maar de vrouw is lief en de flat blijft maar vriendelijker en vriendelijker worden.