Over wit kort haar

Ik zit bij de bedrijfsarts omdat ik door mijn hoeven ben gezakt. Ik kijk naar zijn bekende gezicht. Zo’n olijke man om te zien dat je niet verwacht dat hij zoveel in huis heeft. Of juist wel. Anyway. Ik had hem eerder deze week overstuur gebeld vanaf kantoor en hij had mijn agenda gevonden om de afspraak te maken dus ik nam aan dat hij wist wie hij voor zich had.

Maar hij is uiterst formeel en kijkt naar zijn scherm en laat het me zelfs zien: “Nou, ik zie een uiterst blanco medisch verleden.” Ondanks mezelf schiet ik in de lach en ik schiet in mijn cynische “ik voer een toneelstukje op want daar ben ik beter in dan emoties”.

“Serieus? Ik heb hier toch héél wat keertjes gezeten met jou, wat zeg ik, ik rolde hier meestal naar binnen! Misschien herken je me beter met een rolstoel!” En ik doe met gebaren alsof ik in een rolstoel beweeg. Ik lach erbij alsof ik een grap maak maar ik vind het qudt. Daar vloog mijn dunne vertrouwen uit het raam. Ik weet dat hij er nog niet was met kanker maar ik weet ook dat hij weet dat het niet zo lang voor het ongeluk was. Hoezo, blanco medisch verleden? Moet ik hem nu echt, echt alles, álles, a.l.l.e.s. gaan uitleggen? Het liefst was ik weggelopen. Zoveel gesprekken met hem en nul is blijven hangen. Ik ben tot de tanden gewapend. Slecht intro als je aan probeert te geven dat je het niet meer trekt.

Hij kijkt me opnieuw aan. “Oh, Wendy C., je heet toch C?” Ik kijk hem aan: “Nou nee, dus niet meer en dat is een van de redenen dat ik je belde.” Hij kent mijn voormalige (getrouwde) naam dus blijkbaar wel op afroep. Van de duizenden patiënten die hij heeft. “Ja maar”, vervolgt hij, “je had ook kort wit haar en niet dit.”  En hij wijst naar mijn haar dat alweer redelijk lang is geworden.

Needless to say hadden we daarna een goed gesprek. Met tranen. De man met het olijkste uiterlijk had het beste advies. Nu alles uit handen laten vallen. Alles. Je hangt aan de rand van de cliff en je moet loslaten. Alles. Als je nu niet loslaat kom je hier over een paar weken nog steeds hangend aan de cliff en hebben we alleen maar tijd verloren. En loslaten is niet alleen werk he, niemand zakt alleen door werk door zijn hoeven.

Ga ik morgen nog dan wel die afspraak door laten gaan? Die is toch best heul heul belangrijk! En de telefoon mee dit weekend? Er waren toch best wel dingen die speelden.
Ik besloot Arthur te vertrouwen. Los. Los. Weg. niet alleen de afspraken werktechnisch. Ook de rest.

Vandaag met de jongens vertel ik hen op mijn manier dat ik naar huis ben gestuurd door werk. En ze snappen het. Volwassen worden betekent niet dat je het allemaal zomaar kan, alles.

 

De dag die ik wist dat zou komen is eindelijk hier.

Ik loop met Middelste naar het huis van hun vader, de andere twee zijn op de fiets.
Hij huppelt en springt en keuvelt over Turkije.
Ik loop naast hem en keuvel mee en voel me dubbel.
Nee, ik lieg. Ik voel me niet eens dubbel.
Ik vraag me af hoe ik in godsnaam 3 weken zonder hen kan overleven.
Nee, ik voel me wel dubbel, ze hebben zoveel zin in Turkije dat ik dat ook voor ze voel.
En ik heb zin in vrijheid. Ook.

Als we aankomen in de straat zien we andere twee net aankomen op de fiets.
Op de verkeerde kant van de weg, zonder handen, minimaal 300 euro aan verkeersovertredingen waardig……
Ik besluit er niks van te zeggen en gewoon te observeren. Voor vandaag.

Ik lever Middelste af aan de voordeur en loop nog even naar binnen om de andere twee te knuffelen die achterom zijn gearriveerd.

Ze zijn hyper en blij, blij papa te zien en zijn vriendin, en blij omdat ze morgen op vakantie gaan.
Ik ben ook blij voor ze. Ook voor hun papa.

Terug lopend naar huis laat ik een paar tranen.
Ik ben de hele avond aan het tuttelen en scharrelen en doen in mijn huisje en voel me thuis en rustig in mijn thuis. Rustig verdrietig en rustig blij. Toch dubbel, dus.

De agenda staat bol van de afspraken, maar mijn ogen blijven een beetje wateren de hele avond. Het gaan best wel lange weken worden.

Rouwen om een collega Repel Style

Ik werk er op een haar na 10 jaar.
Elke ochtend kom ik binnen en dan zitten er lui achter die balie.
Ik maak er een gewoonte van goeiemorgen te zeggen.
Ze zeggen allemaal goeiemorgen terug, maar sommigen enthousiaster dan anderen.
Ik zeg het vast ook enthousiaster dan anderen.

Je hebt die ene die ook loopt, en die weet dat ik date en die wil weten hoe het gaat.
Je hebt die ene die lijkt op het jongere broertje van de manager van de AH reclame.
Je hebt degene die altijd grapt dat ik gewone kleren aan heb en geen hardloop kleding.
Je hebt degene die altijd lacht en lief is en bijna flirt.
Je hebt degene die me altijd in de maling neemt en die er altijd in slaagt.
Je hebt degene die er op hetzelfde moment kwam werken als ik. Op de dag af.
Je hebt degene met die mooie sleeve tattoo.
Je hebt degene die…..nou ja, U snapt: ik ken ze…..allemaal

Op een moment heb ik ze ook allemaal “les gegeven” in mijn vak. Zij kennen mij ook.

Ik zie de nieuwe bril.
ik zie het nieuwe kapsel.
Ik wens ze een goeie dienst.
Ik maak een praatje.
Zeker als ik druipend van het zweet terug kom van een #rondjeindebaaszijntijd.
Zij lachen, ik lach.

Sommigen zijn me dierbaarder dan anderen.

Vanmorgen deed ik mijn computer aan en zag ik dat “een oud collega” was overleden.
Ik zag de naam en herkende hem niet.

“Vast van voor mijn tijd”, dacht ik, terwijl ik op de link klikte.

Bam. Die foto.

Hij.

Je hebt degene die altijd lacht en lief is en bijna flirt.
Als je ’s ochtends op werk komt en hij zit achter de balie is het okay.
Dn loop je naar je kantoor met een blij gevoel.
Tien jaar lang was hij een hoofd dat het fijn maakte op werk te komen.
Ik heb nooit geweten hoe hij heette.Maar hij was 10 jaar lang een constante blije factor.

Ik wist niet dat je twee maanden geleden was gestopt met werken. En nu ben je echt weg.