Zelfs de bedrijfsarts waar ik werk is goud waard

k kijk Arthur aan.
(Na zoveel jaren “gedoe” zijn de bedrijfsarts en ik “on first name basis” uiteraard.) 
En ik stel een lange vraag in de zin van: Is dit normaal wat ik voel en qua energie en dat opbouwen hoe doe je dat het beste en is dit normaal? Dit is voor mij de eerste keer, zeg maar.
 
En hij heeft een lang antwoord waarin hij onder andere zegt:
 
Mijn recept voor terugkeer (naar werk) is altijd hetzelfde, ongeacht de kwaal. En dus heb ik het opgeschreven, ik heb een heel makkelijk beroep. (Hij overhandigt me een A4’tje.)
[…] Ik wil dat je me nu geen antwoord geeft (over de planning van nu tot volledig herstel), want dan geef je me een sociaal wenselijk antwoord. Ik wil dat je het meeneemt en me over een poosje antwoord geeft. De ervaring leert dat dat antwoord van jou dan het beste klopt.
[…] Het is de kunst van het begrenzen. Als je gaat tot “nu kan ik niet meer” ben je te ver gegaan.
[….] Een volkomen lege batterij is moeilijker op te laden dan een lage batterij.
[….] Zet laag in en maak een plan. Die mag je altijd aanpassen, plannen zijn er om aan te passen anders hoef je überhaupt geen plannen te maken.
[….] Ga vooral niet IJzeren Heinen.
[…] Accepteer dat het op en neer gaat en dat het soms minder gaat dan je denkt. En soms ook veel beter.
[….] Wat ik bij jou zie past volkomen bij het beeld van een acute overspanning: je middelt vrij snel weer uit naar jezelf, maar het kost wel tijd. Accepteer dat.
Nou. Dat dus. Ik liep volkomen happy zijn kantoor uit. Een beetje het tegenovergestelde als waarmee ik het inliep. Al had ik beter moeten weten.
Advertenties

Daar sta je dan, kankervrij

Het kostte enige moeite om uit te leggen aan de coördinatrice der donateuren des KWF’s dat ik wel wil lopen, maar echt niet meer in mijn oude wijkje, en na een minuutje of tien  begreep ze het geloof ik.

Dus vandaag liep ik voor het eerst in mijn nieuwe wijk. Voor de KWF. Nieuwe wijk in 4 jaar. Let’s go. Ik hou van collecteren. In een vorig leven had ik marktkoopman kunnen wezen! Kid you not.  Al die stuivers die kleine kindjes erin doneren en dat ik dan zeg “hoe zwaarder hoe beter!” Ik bel aan en ik geniet! Ik kijk in die keuken, ik zie een heel leuke theemuts en dan blijkt die theemuts ineens het bloesje van de bewoonster met een bochel. Poeha, hoe grappig. En dat je aanbelt op een onbekend huisnummer en je oude buurvrouw opendoet en zegt dat ze uit principe niet geeft. Kan ook. Ook best bitter.

Maar. Waar doe ik het voor? Voor mij. Voor jou. Voor mijn kinderen. Voor jouw kinderen Daar doe ik het voor . En ik ben er goed in.

Ik zeg nooit “heeft u iets over”, ik zeg altijd “goedenavond, ik collecteer voor het KWF.”

It’s all good fun, isn’t it.

Vanavond.

Ik bel aan. Ergens…..”Ik collecteer voor…..”
Hij (huilend): U heeft geen flauw idee waar u aanbelt
Hij huilt en er komt een jonge vrouw in de deuropening.
Ik pak zijn onderarm vast en de ophaalbus zit in de weg.

Ze loopt langs hem om naast mij. Ik pak ook haar vast.

Ze is heel jong, Begin 20. Ze pakken mij ook allebei vast.

“Mijn zus wordt ingeleid, nu, want onze moeder ligt heel slecht.”

Ze sprint de galerij af.

Ik sta met de collectebus aan mijn onderarm haar na te kijken.
Daar sta je dan, zelf vijf jaar kankervrij.
Daar sta je dan.

Ik loop naar huis en ben totally klaar met collecteren.

 

 

De prijs van een gebroken hart

Vanmiddag liep ik toevallig samen met de lieve Brompot van een paar deuren verder over de galerij. De man is getrouwd met een heel lieve dame die zo zoet is èn oogt dat hij nog brommeriger lijkt dan hij wil doen voorkomen. Met zijn borstelige zwarte wenkbrauwen bij die grijze bos haar en zijn vreselijk onverschillige sloffende tred. De eerste keer dat hij me zag wenste hij me veel geluk hier in de flat. “Huh, maar ik zou het niet gekocht hebben”, bromde hij erbij, “het is oud, die troep hier.” Maar hij wenste me wel geluk. Een andere keer zag hij me spinrag bij de voordeur en de kozijnen weghalen met een borstel. “Heeft geen zin!”, bromde hij, “Met de herfst wordt het alleen maar erger, komt door die lamp bij je deur.” Hij knikte erbij naar die lamp om aan te duiden welke lamp hij bedoelde, mocht ik het niet begrepen hebben. Die oude troep hier heeft namelijk van die typische galerij-lampen. Maar ik zag wèl dat hij zag dat ik geniet van mijn huisje. Dat zag ik. Dit is gewoon zijn manier van een geïnteresseerd praatje pot: een praatje Brom. Ik persoonlijk vind dat de man een enorm hoog knuffel-gehalte heeft. Maar dat doe ik niet. Anders krijg ik zo’n reputatie in de flat.

Maar goed. Lang verhaal kort. Vandaag liep ik toevallig met de lieve Brompot over de galerij. “Heb je dat hondje niet meer.”, bromt hij. Hier in de flat met 36 appartementen ziet en hoort iedereen uiteraard alles. Het is een mini-dorp in ons dorp. Ik leg uit wat er is gebeurd en waarom Fletcher hier niet meer woont maar is herplaatst. Hij luistert met een opgetrokken borstelige wenkbrauw. “Het is ook best een wildebras, één baasje is beter voor dat beest.”, bromt hij vriendelijk. Om er vervolgens van de weeromstuit achteraan te bulder-brommen: “En anders was ze álles in je huis gaan slopen van ellende!” Maar hij had oprecht aandacht voor mij en mijn verhaal, die lieve Brompot. Het doet wel weer zeer. Fletcher missen, ik voel het in mijn buik terwijl ik de voordeur opendoe.

Als ik even later terugkom from running another errand open ik beneden mijn brievenbus. Post van de dierenarts. “Die rekening komt later wel, ga maar naar huis voor nu.”, had hij gezegd. Drie weken voordat Fletcher naar het betere baasje ging, deden Luuk en ik onverwachts het enige humane dat we konden doen voor Miss Marple. Binnen 8 dagen weggevreten door kanker in haar lijfje. Ik maak de enveloppe open en kijk naar het bedrag dat lager uitvalt dan ik had gedacht. De man heeft werkelijk alle alle tijd voor ons genomen. “Dit kán zijn uurtarief en de chemicaliën niet dekken.”, denk ik belachelijk rationeel. Om erachteraan te denken dat ik nu weet wat het kost om je hart te breken. Best weinig.WhatsApp Image 2017-09-05 at 17.01.42