Taking the credits – finally

Mijn kanker en mijn auto ongeluk heb ik full monty online beleefd en gedeeld en ervaren. Dat hele online gebeuren was namelijk ook een beetje een reddingsboei. Hysterische tweets als je in de wachtkamer zit van de radiologie. Bloggen om van je af te schrijven. Dat, en…de aandacht deed me goed. Een welgemeend “sterkte” van een wildvreemde telt ook als je sterkte nodig hebt. En ook al is het niet welgemeend: “sterkte” van een ramptoerist helpt ook als je het niet identificeert als ramptoerisme omdat je in standje overleven staat.

Life is never boring als je Repel heet, dus scheiden en een kind dat spreekwoordelijk verzuipt, doe ik er ook nog wel even bij. Binnen 5 jaar kanker, auto ongeluk, scheiden, kind door het ijs. “Doe ik er ook nog wel even bij.” En ik meen het zo cynisch als dat. Maar die twee laatste zaken kon ik niet online beleven en delen en ervaren. Geen hysterische tweets, geen aandachttrekkerij, hoezeer ik het ook nodig had.

Geen blogs over de achtbaan die het is. Geen virtuele steun. Wel verguisd, dat dan weer wel en die was ik niet gewend. Kanker ondergaan is heroïsch. Vindt men. Leren lopen opnieuw ook. Vindt men. Kiezen voor een echtscheiding echter, maakt je kakkerlakken-blik waardig. Niet voor degenen die ertoe doen, uiteraard niet, maar soms moet je ook ontdekken dat sommigen er inderdaad ook niet toe blijken te doen, helaas. Een echtscheiding op jouw initiatief is de beste manier om je vrienden te leren kennen. En je familie, for that matter. En ik meen het zo cynisch als dat.

En een kind met problemen maakt je slachtoffer van alle meningen die het beter weten dan jij. Een kind met problemen is ook niet sexy. Tenzij het kanker heeft. Sorry, ik meen het zo cynisch als dat.

Anyway. Dit is een samenvatting van alle hysterische tweets en van-me-af-schrijven-blogs die ik had kunnen plaatsen en niet heb gedaan in het belang van. Ja, van wie eigenlijk. Ja, dat weet ik wel, maar niet mijn eigen belang, die stond niet voorop. En daarom deed ik het (niet). En nog steeds ben ik daar trots op.

We zijn verder. Ik heb jassen van schuld afgegooid, jassen van schuld genomen en verwerkt, en ik ben klaar. Ik heb alle schulden, terecht of onterecht, fysiek en geweten, afgelost.

Picture it. Leiderdorp, 16:50, de telefoon gaat.
Het is Schoolmaatschappelijk werk.
Hoe het gaat (ze heeft de afgelopen periode elke zoveel weken gebeld).
We staan op de wachtlijst bij de juiste instantie en de ambulante educatieve dienst (AED) zit er al op en het kind heeft een klik van jewelste met haar, en….de dame (die van de maatschappelijk werk, niet van de AED) gaf aan dat haar taak erop zit. Dat gaf ze de vorige keer ook al aan, maar ze bleef het even volgen.
De mentor, schoolmaatschappelijk werk, de AED, de zorg-coordinator, allemaal zitten ze vol op een lijn voor mijn kind. Ik weet dat ik het label nodig had om dit voor elkaar te krijgen, maar ik weet ook dat ik alleen daarvoor het label nodig had. Om dit voor elkaar te krijgen.

Ik bedankte haar voor haar hulp. Ik trof haar toen alles een blinde chaos was en nog niet eens het begin van een dolhof. Nu hebben we een pad. En toen zei ze (en ik ga hem gewoon keihard online kwakken, omdat deze net zo’n grote prestatie is als weer leren lopen (en kanker ondergaan is sowieso geen prestatie)):

Ja maar jij hebt aan de bel getrokken, jij hebt gesignaleerd en je hebt actie ondernomen (en ze stopte niet he, ze ging gewoon door). Jij hebt de samenwerking gezocht met alle partijen, met school met anderen en jij hebt partijen verbonden tot samenwerking. Jij hebt dit voor elkaar gekregen. Je bent niet gestopt. Maar wel met samenwerking, dat is heel knap. Dit heb jij voor elkaar gekregen.

Ik lieg geen woord. Dit zei ze. Vond ik ook best ongemakkelijk, maar deze keer wuifde ik het niet weg.

Ik ben gaan zitten op bed en ik heb het tot me genomen. Geen ramptoeristische “goed gedaan” kan hier overheen, ook geen likes. Deze heb ik wel vol genomen. Ik heb mijn kind gered. Letterlijk.

Hij pakte ooit een mes uit de vaatwasser aan de lemmet-kant en toen viel hij flauw van het aanzien van het bloed. Hij zou met zijn hoofd op de punt van de vaatwasser zijn gevallen. Ik greep hem toen bij zijn pols, en boeien het bijkomende letsel, ik greep hem en rukte hem omhoog, net op tijd. En dat ik exact wat ik nu heb gedaan. Ik greep hem toen hij mentaal het mes bij het lemmet greep en flauwviel. En het lukte.

 

Advertenties