Thuiskomen

We zijn thuisgekomen.

Ja, figuurlijk dan. Thuisgekomen ben ik ook op 6 december 2016 toen ik, nadat ik mijn handtekening had gezet onder het koopcontract, de zojuist overhandigde sleutel omdraaide in de voordeur en naar binnenliep. In dit huis. Dit thuis waar ik dit nu type. Maar vandaag kwamen we ook thuis. En geen draad minder belangrijk dan dat ene moment.

Op weg naar het schrijven van dit logje scande ik mijn blog. Dat ik overigens een pietske heb verwaarloosd en waarvan ik overweeg het weer op te poetsen tot het glimt in plaats van alleen maar het stof eraf te blazen zo af en toe. Maar dat terzijde.

Enfin, ik scande mijn blog. En er alleen al diagonaal doorheen lezend vloog de ongerustheid voor Wijzemans me naar de keel. Doorspekt ermee, is het. Doorspekt was mijn leven ermee. Maar vandaag kwamen we thuis.

Toen ze het op de crèche zeiden, dacht ik verongelijkt, “wat weten jullie er nou van”, jullie zijn maar een stelletje crècheleidsters. We hebben het hier over mijn kind en die ken ík toevallig beter.” Toen ze het op de crèche zeiden klonk het als afserveren, als afdoen met het grote stempel “niet geschikt”. En eerlijk? Zo dachten die crècheleidsters er nog echt over ook. En ik ontkende wat ze zeiden vanwege de negatieve connotatie die ze eraan gaven.

Tegen de tijd dat ik het zelf in de gaten had en ermee kon lezen en schrijven maakte het niet meer uit. En had ik geen behoefde aan een diagnose (“label”) omdat het gewoon een integraal onderdeel is van mijn kind. Niet iets dat hij heeft, maar iets dat een deel is van hoe Wijzemans is en aangezien hij perfect is, is dit onderdeel dat ook. Net als zijn blauwe ogen.

Maar ergens zat het niet goed. Hij was en bleef toch altijd de jongen met het wolkje boven zijn hoofd. Ik kon het wel okay vinden, elk integraal onderdeel van hem, maar pas nu weet ik dat bij hem de schoen wel wrong (wringde?)…iets klopte niet. En het werd niet benoemd.

Toen hij door het ijs zakte en ik ingreep, was het duidelijk dat we toen wel wat moesten. Het devies was eerst “het woord” bij hem weghouden. Op aanraden van professionals dan hè, juist vanwege de negatieve connotatie en zijn enorm fragile toestand, omdat hij nog verder weg zou kunnen zakken. Maar toen we serieus het pad opgingen en we intakes moesten gaan doen, bleek het kind zelf te moeten medetekenen. Hij is 12. Dus toen heb ik het hem zo het goed en zo kwaad als ik kon, zo voorzichtig als ik het in me had, uitgelegd.

Dat ik weet dat hij beter naar me kan luisteren als hij me juist niet hoeft aan te kijken. Dat “kijk me aan als ik tegen je praat” funest is. En als de kamer vol visite zit en hij weg wil naar zijn kamer, dat dat in zijn geval niet onbeleefd is, maar overleven. Dat verplichten te blijven letterlijk hem martelen zou zijn, niets minder. Dat hij alles observeert met al zijn zintuigen zonder filter en zonder scheiding van hoofd- en bijzaken. En dat hij daarbij is als een whiteboard zonder wisser. (Die beeldspraak van geen wisser heb ik van een lieve collega en sloeg bij mij in als een bom.)

Dat ik dat allemaal weet, maar ook een heleboel niet. Dat ik niet de fout maak dat hij me aan moet kijken, maar misschien wel andere die net zo groot en pijnlijk zijn voor hem. En dat we daar achter moeten komen. En hij ook. Om zichzelf te leren kennen. En ja, daar hangt het labeltje autisme aan vast.

Ik keek hem angstig aan om te kijken hoe de boodschap landde. En toen? Holy crap. De jongen was blij. Opgelucht, blij. De grote roze olifant was eindelijk aangewezen. Serieus genomen. En “geef me de vijf” (waar wie wat hoe wanneer), (ik wist niet dat ik de methode al intuïtief hanteerde zonder van het bestaan te weten, ik had toch gezegd dat ik met het kind kon lezen en schrijven, ik heb het alleen naar hem stom genoeg nooit benoemd, maar dat terzijde) toen ik hem uitlegde dat we naar het Centrum voor Autisme zouden gaan, via een wachtlijst tot minimaal mei maar zelfs in het ergste geval de grote vakantie, en dat we na een intakegesprek handvatten zouden gaan krijgen hoe we zorgen dat hij met het leven en de wereld kan dealen en vise versa op vlakken waar dat nu spaak loopt, was hij nieuwsgierig en eager as hell.

Jippie, ik kan het nog, onmogelijk lange zinnen zonder mijn punt te verliezen. Aktiepunt “Blog oppoetsen” staat weer ietsje hoger op mijn prio-lijstje. Maar dat terzijde.

Vandaag hadden we de intake. En mogen we het onderzoek skippen. Zonder onderzoek nemen ze na een simpel intake gesprek met hem en met mij de diagnose officieel over. Blijkbaar kan je ook voor deze test falen en moet je toch nog een onderzoek ondergaan, ik weet zeker dat mijn Wijzemans dat moet hebben gedacht. Ocharme. Het onderzoek gaan ze natuurlijk toch doen want we willen Wijzemans in beeld, niet simpelweg een parapluterm als label op zijn voorhoofd.

Toen we achteraf naar de auto liepen op weg naar een frietje bij de Mac bespraken we hoe fijn het was. “Jezus man, dat van die kapper hè, dat je dat zo haat, dat hoort er ook gewoon bij he?”. “Ja!”, riep hij blij volmondig. “Dat wist ik dus echt niet he?”, zei ik. Nou, en toen glimlachte hij zijn tevreden wetende glimlach. Als hij zo glimlacht zit het goed. Mensen die hem echt kennen kunnen hem met deze glimlach uittekenen.

Mag Wijzemans jullie iets leren? Op de vraag hoe het is om de middelste te zijn, zei hij: “Best heel moeilijk en dubbel. Want je bent niet de baas maar je bent ook niet de kleinste en dat is best veel werk.” Mijn God wat houd ik van mijn perfecte middelste en wat ben ik onwaarschijnlijk trots op hem.

Advertenties

18 thoughts on “Thuiskomen

  1. Wat enorm fijn om dit zo te lezen ,jij hebt ervoor gezorgd dat jullie echt stappen hebben gezet .
    Jij bent trots op hem ,wees ook trots op jezelf ,ik ben trots op jullie samen .
    Liefs Rene .

  2. Klinkt als een hele fijne thuiskomst; alsof je zo’n welkom-deurmat hebt liggen en daar steeds maar je voeten op blijft vegen, gewoon omdat het zo goed voelt thuis te zijn en niet omdat er een kilo zand onder bungelt. Zoiets dus … En je gaat nog veel meer aha-momenten krijgen waarbij steeds meer puzzelstukjes in elkaar vallen en je middelste nog beter leert begrijpen ondanks dat je zonder al die boeken en handleidingen al zoveel gewoon vanuit je moedergevoel in de goede richting doet!

    Waarbij de Geef me de Vijf iets is om dat puzzeltje – in kleur – uit te printen en waar nodig (vooral bij al je frustratiemomenten of in jouw geval de rukjekopaf-momenten) uit te delen. Waarbij ik mededeelde dat ze het hele boek niet eens hoefden te lezen maar gewoon op Jip&Janneke manier (in geval van dochter dus) moesten leggen wat (en eventueel met wie) ze moest doen, waar en wanneer en hoe en dat graag laten herhalen. Reactie van school / stage: wat een fijne simpele manier en ze begrijpt het zo nog ook; ergens gaat er iets niet goed in onderwijsland dat ze dit niet kenden, maar goed … ik help graag als het om mijn kind gaat * kuch *

    En nog fijner; er samen ook gewoon om kan lachen juist als het even ruk is, kind weer vastloopt etc (waarbij ik hier gewoon kan roepen of ze dat auti-knopje als-je-blieft gewoon even uit kan zetten en zij dan antwoordt dat ze dat niet van plan is want ze is zo geboren … heerlijk!).

    Blijf jij lekker de boel oppoetsen want ik kan het dus nog altijd niet in één zin en toch laat ik de laag stof op mijn blog vooral dikker worden, dan lost hij ooit vanzelf vast op als niet-bestaand-hebbend ofzoiets 🙂

  3. Heerlijk om te lezen dat jullie op je plek zijn nu en het hopelijk voor Wijzemans zo een beetje makkelijker gaat worden. Het is zo’n fijne methode!

  4. Zo herkenbaar. Hier ervaring met een wijs jochie (bijna 11, groep 8) met dezelfde diagnose. Als je behoefte hebt om je verhaal te delen, of tips te krijgen, geef je maar een seintje.
    Hij was vorig jaar ook thuiszitter en is nu weer helemaal happy.

    Ik hoop dat jullie nu de spiraal naar boven weer vinden!

  5. Toevallig las ik net het boek ‘zondagskind’ van Judith Visser. Bij haar is de diagnose pas als volwassene gesteld. Een aanrader om te lezen, je zal er denk ik veel in herkennen. Wat fijn dat jullie weer wijzer samen op weg kunnen

    Groet, Claudia

  6. Zo herkenbaar…. Hier net zoveel ervaring… Mijn Oudste is nu inmiddels 19 … hij was 13 toen de diagnose werd gesteld. Ook hij heeft een enorm pad afgelegd… Hij was 15 toen hij zijn broertje van 13 dood aantrof in de badkamer (bleek achteraf een erfelijke hartritmestoornis te hebben gehad) Ik ben zo trots op hoe Oudste zich door die ervaring heen geknokt heeft, zich staande heeft gehouden en hoe hij zich nu als een vis in ruim water voelt op het MBO , met begeleiding, maar hij doet het toch maar mooi.
    Mooi om jullie vertrouwen in elkaar te lezen, dat is wat jullie verder helpt.

    Groet Marjan

    • Ik schiet helemaal vol van jouw bericht. Ik heb geen woorden maar niet reageren was ook geen optie. hij vond zijn broertje…..en jij verloor een zoon. Wat een te groot verdriet. Ik wilde je een virtuele knuffel geven.

      • Wat lief van je, dank je wel. Er zijn ook geen woorden voor, maar ik vind het zó enorm lief, dat je juist dat wel zegt, dát er geen woorden voor zijn.
        Je kunt verdriet niet meten, gelukkig ook maar.. want elk verdriet is voor ieder die het dragen moet vaak te groot. Maar de compassie van de mensen om je heen, maken de allermoeilijkste momenten een beetje minder allermoeilijkst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s