Van oude besjes en de dingen die voorbij gaan

Ik woon nu 20 maanden in mijn flat en het verandert, het wonen hier. Er is al veel veranderd en ik voel nu dat hoe het hier was, deel was van mijn aarden en landen hier. En met alles wat verandert moet ik afscheid nemen van datgene waardoor ik mede van deze flat ging houden. En dat maakt me nostalgisch.

De buurvrouw die me verwelkomde met de woorden dat ze zes jaar ervoor had gedaan wat ik had gedaan en hier zo zielsgodsgelukkig was met haar drie kinderen is inmiddels overleden. Daar woont nu een koppeltje dat niet groet. Voor het eerst bewoners in de flat die niet groeten.

De onsympathieke sophisticated vrouw die in haar tijd erg mooi geweest moet zijn, is nu zo slecht ter been dat ze de trap echt niet meer kan nemen. Ik zie haar nooit meer in haar schitterende bordeaux rode robe de trap af gaan, de leuning met twee handen vasthoudend. Ze is nu zo slecht ter been dat ik haar laatst moest helpen met haar extra tas, zo slecht ter been dat ik de tas tot in haar appartement moest brengen en dat ze me bedankte. Zo oud, dat ze niet eens meer onsympathiek kan doen. Dat kan ze zich niet meer veroorloven. Ze stelde zich weer voor en vroeg wie ik was, voor de ughste keer. Dat verandert dan weer niet.

De buurvrouw die na een breuk zo ineens heel slecht ter been was zie ik niet meer, al een poosje niet. Ik zie wel twee bordjes VERKOCHT. Eentje nog onder voorbehoud. Alle oude besjes gaan dood en dan verkopen ze de oeroude huurwoning aan een gescheiden vrouw of aan koppeltjes die niet groeten.

Alle eerste huisjes op de gallerijen zijn piep kleine 2-kamer appartementjes, en het stel op mijn etage is deze maand verhuisd. Zo’n ontzettend lief heel jong stel. Die groetten wel. Maar ze hebben een huisje gekocht, geef ze eens ongelijk. Wie weet kom ik haar ooit nog tegen met een dikke buik in het winkelcentrum. Maar niet meer op mijn galerij.

De flatkat is dood. De flatkat woonde op de zesde en dat wist iedereen. Als je thuiskwam en de flatkat zat voor de lift, dan drukte je eerst op 6 om de flatkat naar haar verdieping te brengen en dan ging je terug naar je eigen verdieping. Maar meestal zat de flatkat buiten voor de hoofdingang gewoon lekker een beetje te hang-oudere-katten. Maar als ik nu thuis kom, zit er geen flatkat meer.

De langste bewoonster van de flat verandert voorlopig niet. Ruim in de tachtig. Fier, trots, stoer. Die wast haar auto nog zelf en groet. Ze is de Madre van de flat. Alleen de hond van haar zoon is dood dus heeft ze geen hond meer om uit te laten. En dan loopt ze de flat uit en zegt ze “nou, dan laat ik mezelf maar uit!”, met haar zware stem en ferme tred.

De klusjesman van de flat met zijn herkenbare bus, de Spaanse dame die op Fletcher paste….dingen lopen zoals ze lopen en ik heb minder contact met ze dan toen ik hier kwam. Jammer, gewoon niet expres, maar zo loopt het.

Mijn bizar hard hoestende onderbuurvrouw blijft onveranderd. Mijn dementerende buurman blijft gestaag dementeren en zijn bejaarde echtgenote blijft gestaag meer doen voor hem. Er komt een binnenkort dat ook hij weg zal zijn uit de flat.

Mijn liefste Dinnetje blijft dat en woont godzijdank ook nog hier.

Ik ben niet meer vers gescheiden, ik ben inmiddels een co-ouderende moeder van, en een lattende vriendin van. En ik ben mezelf. Blij in mijn flat en ik heb gewoon moeite met het feit dat dingen die ik fijn vind veranderen. Nu al. Kan je nagaan hoe ik zal zijn als ik bejaard ben. Word ik een onsympathieke dame waar mannen ooit naar floten, of word ik de Madre van de flat die in haar tachtiger jaren gaat hardlopen met de woorden “dan laat ik mezelf wel uit?

Advertenties

Ontdekken en groeien

Ik geloof dat ik nu weet wat licht autistisch is. Licht autistisch is volgens mij dat de omgeving het licht merkt, er licht last van heeft en het licht opneemt.

Ik weet nu wat autistisch werkelijk ís. Ik wist wat de verschijnselen waren, ik wist wanneer je iemand al dan niet onterecht mocht uitschelden (al dan niet liefkozend) voor autist, en ik wist autistisch gedrag te herkennen. Maar daarmee wist ik niet wat autistisme nou precies ís. Dat is heel wat anders.

Nu wel. En autisme is er altijd, de hele tijd, constant. Met alles. De hele dag door. Niet alleen op het moment van overprikkeld zijn, niet alleen op het moment dat de buitenwereld een moment heeft dat het denkt “ja, er is toch wel iets anders aan hem of haar, ja.” Nee. Het is er ook op het moment dat hij of zij gewoon net als de rest lijkt te zijn.

Ook dan verwerkt de autist werkelijk alle signalen die binnenkomen autistisch. Ogenschijnlijk volkomen functionerend als een niet-autist.

En dat kan een slimme autist -die geen andere mentale “gebreken” heeft- heel goed. Heeft het gemasterd. Maar het kost de autist ongelofelijk veel energie.  Energieverbruik die de buitenwereld niet ziet. En het licht opneemt, dat lichte autisme. “Je merkt (bijna) niks aan hem”, denkt de buitenwereld. En ze zeggen het zelfs.

Maar als je weet wat autisme is, de oorzaak snapt achter de signalen, dan merk je het aan alles en herken je het in alles. En dan herken je het ook bij het normale gedrag. En dan neem je het totaal niet meer licht op.

Next step: opvoeden en moederen op de manier die goed is voor de “lichte autist”. Licht autistisch? Laat me niet lachen. Mooi autistisch, dat wel. Altijd. Constant, de hele dag door.

We doen allemaal maar wat

Ik heb de neiging te denken dat ik de enige ben die twijfelt over juiste beslissingen en die zich sociaal onhandig voelt en die altijd denkt dat de héle wereld om zich heen volwassen is en ik…maar wat doe.

Vanmorgen moest ik tanken met de scoot voordat ik naar werk kon Hollederen. (Dat is een werkwoord, ja.) Ik kom bij die pomp, trek mijn pas eruit en lees “pomp is beschikbaar”. Ik steek dat ding die in die scoot, ik knijp…niks.

Werkelijk, het eerste wat ik doe is kijken via de pinautomaat, naar het benzinedisplay, naar het vulpistool (ja, dat woord moest ik opzoeken ja) om te kijken wat ík nou fout deed. Ik doe namelijk maar wat. Ik kan niks vinden en vraag dan pas mijn buurman aan de pomp naast me of het hem lukt. Nee dus. En die daarnaast ook niet en die daarnaast ook niet.

Ik ga wel naar die pomp een stukje terug, zegt mijn buurman.
Nee joh, veel te duur, je moet naar die in dat industrieterreintje hier verderop, scheelt wel 10 cent de liter, zegt de man ernaast.
Waar is dat, vraag ik.
Hij begint uit te leggen maar zegt al snel “rij maar achter me aan”. En ik voel me dus weer zo onhandig dat ik zijn aanwijzingen niet snap. Ik doe maar wat.

We rijden het pompstation af en ik rij achter hem aan naar het stoplicht. Volkomen illegaal, want hier moet ik met mijn scoot op het fietspad Hollederen. We staan bij het stoplicht en ik zie zijn benzineklepje open staan. Ik stap af en klap hem dicht. Hij lacht in de buitenspiegel naar me en ik lach terug. Ik meen nog te zien dat zijn benzinedop er niet op zit, maar dat kan toch niet zo zijn? Ik schuif de gedachte weg want iedereen is volwassen en ik doe maar wat.

De man stapt ineens uit en klapt dat klepje weer open en kijkt.
IK BEN MIJN BENZINEDOP VERGETEN!, roept hij. Hij twijfelt en kijkt naar pomp en naar het rode stoplicht en naar mij en weer naar de pomp.
Ik haal hem zometeen wel, zegt hij, terwijl hij weer wil instappen. En dan stapt hij, half ingestapt nog maar, weer uit. Hij realiseerde zich dat met een volle tank zonder tankdop terugrijden geen goed idee is. Maar hij staat voor een stoplicht en iedereen gaat zo rijden en dan? Hij kijkt weer naar het rode licht en dan naar de pomp.
Ik ga hem halen!, roept hij en sprint richting pomp. De auto’s die van achteren komen bonjour ik om mijn scoot en zijn auto heen, het is gelukkig niet druk.

De man is al vrij snel weer terug en draait de dop erop en klimt zijn auto weer in. Wat een begin van de maandag, zegt hij lachend. Zijn deur stond zelfs nog open.

Ik rij achter hem aan naar de pomp die hij bedoelde en realiseer me dat hij een heel slimme korte route heeft naar dat industrieterreintje dat hij bedoelde. Zo slim zou ik nooit gereden zijn. Maar ik aan de andere kant was ik mijn benzinedop weer niet vergeten.

Ik rij achter hem aan en bedenk me voor de zoveelste keer: we doen allemaal maar wat…