Whatsapp etiquette: duimsnelheid en blauwe vinkjesstress

Ik ga een boek schijven lui. Over whatsapp etiquete. Maar ik begin bescheiden met een logje. Maar deze log is dan wel direct mijn patent-aanvraag-in-de-dop. I kid you not.

Whatsapp etiquette mensen, daar wil ik het over hebben. De voor onze generatie ongekende gevoeligheden en ongemakkelijkheden waar onze kinderen ongetwijfeld minder last van zullen hebben.

Whatsapp etiquette voor dummies, wordt mijn vervolgproject.

Vandaag was ik met ik met mijn 45+ vriendinnen en we ervaren allemaal de duimen-stress in het dagelijks leven. Onze kinderen typen met duimen……wij niet. And we don’t care. Ware het niet dat. Het gros van ons gebruikt wijsvingers en dat moeten we horen. Van onze kinderen. Geen app zonder commentaar. Twee van ons doen het wel omdat we onder zware druk van onze kinderen zijn bezweken. Maar dan nog kunnen wij niet typen met de snelheid van 2 duimen zodanig dan het whatsapp waardig is in de ogen/vingers van onze kinderen.

En zo heb ik ook van die whatsapp contacten (ik noem geen namen) die langzaam typen. Dan stuur je bijvoorbeeld een berichtje, en ploep, komt die ander toevallig direct online en begint terug te typen. En weet je, je voelt je dan (althans ik) sociaal veplicht online te blijven. Als ik het niet zou doen, geeft dat mij het gevoel dat die ander zegt “aan het typen…” en ik roep gewoon terug “laatst gezien 1 seconde geleden”. Alsof je iemand die zijn zin start de rug toe keert. Not done.

Maar dan begint het. Het wachten. Er staat “aan het typen…” bij de status. Die springt dan even naar “online” en weer terug naar “aan het typen…”. Mijn scherm springt vervolgens op bijna donker. Even snel aanraken. Ik ben nog online. “aan het typen…..” Ik voel mezelf zinloos naar het scherm staren maar ik ben sociaal heel verantwoord bezig.

Bovenin beeld plopt een andere whatsapp op. Iemand met wie ik eigenlijk ook wil appen. Ik doe het gewoon, denk ik dan stoer, de ander is toch nog aan het typen.

Ik app en paar snelle tak-tak-tak berichten heen en weer, ik raffel het af op weg nar degene met wie ik als eerste in gesprek was, al was het een wisselgesprek en keer terug naar “is aan het typen…..”

Mijn toontje komt. Pling nieuwe whatsapp. De “aan het typen….” Is klaar met zijn bericht.

Er staat: “ok”.

Iets anders. Ik werd van de week gebeld door huiswerkbegeleiding dat mijn zoon nog niet was gearriveerd. Da fuq? Ik bel hem op (hoe deden onze ouders dat in onze tijd? Maar dat is een ander logje waar ik een mening over heb) en krijg uiteraard geen gehoor. Ik app. En ik krijg slechts 1 grijs vinkje. Ik ben INSTANTAAN ongerust. Het kind is niet waar het hoort te zijn en de app komt niet aan. Ik check elke 5 minuten. Plop: 2 grijze vinkjes, het moet niet gekker worden. Even later zijn de vinkjes blauw en ik bel hem op. En hij neemt niet op.

Ik heb op dat moment erg veel last van “blauwe vinkjes stress” ( Van Dale woord 2016?).

Ik heb nog minimaal 15 voorbeelden….

Dat boek? Gaat er komen!

Zo echt en rauw dat het met echte namen gaat.

Machteloosheid maakt woedend.
Wist ik, weet ik.
Het meemaken echter, gooit alle rationaliteit overboord.

Ik krijg het verhaal te horen over de telefoon terwijl ik 40 kilometer verderop zit.
Ik kan niks.
Ik ben alleen maar HEUL erg woedend.
Lees: machteloos.

Carsten, 6 jaar oud.
Op het speelplein door 7 kinderen uit groep X op de grond gegooid.
Hardhandig.
Op de grond gehouden tot en met een schoen op zijn hoofd.
Er werd gescandeerd dat zijn broek en onderbroek uit moesten worden gerukt.

Carsten schreeuwde huilend om zijn broer Tijn.
Tijn kwam aangehold, en heeft hem letterlijk gered.
Vriendje Robin van Tijn hielp.
Tijn sprak de aanvallers ( ik noem het niet eens meer “pesters”) aan:
Niks te ja maar! Jullie mogen dit niet doen bij mijn broertje!
Ze lieten los. Tijn had overwicht en overmacht met woorden en uitstraling.
Tijn had er een mening over. Geen vuist nodig.

Tijn sprak vervolgens ook de juffen van Carsten en van de kinderen van groep X aan.
Wat moeten zij zich kapot geschaamd hebben!

Ik zit hier nu thuis met een Carsten die is aangeslagen tot en met.
Gekwetst, verwond, bang. Beschadigd. Heel erg beschadigd.
En ik zit met een Tijn met een trots en zelfvertrouwen dat nieuw voor hem is.
Het staat hem goed!
En met 3 broers die aan elkaar geklonken zijn, nog meer dan normaal.
Carsten weet nu heel zeker: Tijn’s got my back, voor altijd.

En ik?
Ik ben ziedend.
Nee, ik ben machteloos.
Mijn gevoel zegt me dat ik staat ben kinderen uit groep X met hun haren uit huis te sleuren en ze tot moes te slaan.
Maar dat ben ik niet. Daartoe ben ik niet in staat.
Ik ben machteloos. Ik voel me machteloos.

Carsten heeft met 6 ontdekt hoe rot de wereld kan zijn.
Dat ik niet met kussens en bubbeltjesplastic om hem heen kan lopen along the ride om hem te beschermen.
Dat hij builen gaat vallen.
Maar hij heeft tegelijkertijd ontdekt hoe goed de wereld kan zijn.
Geen mooiere grote broer kan hij zich wensen.

En oh kak, zo moet het zijn.
Als ouder wil je dat je kind weerbaar wordt tegen het rotte in de wereld met de wetenschap dat het niet zuiver rot is en dat er zoveel moois is.

Ik geloof dat Carsten met 6 de les, een bietske jong, wel heeftgeeerd.

Om een kort verhaal lang te maken: bezuinigingen suck

Heb geduld, dit verhaal begint met mijn fysio, maar eindigt met iets heel anders. Iets wat me aan het hart gaat! Maar ik kan het niet in het kort vertellen.
So please. Bare with me!

Vandaag was mijn 132ste fysio sessie. En de 22ste keer in het zwembad.
Drie keer per week standaard fysio. En het lukt niet elke keer, maar als ik het red heb ik op dinsdag zwembadfysio.
In het zwembad durf ik het meest, ga ik mentaal het hardst vooruit.
Ik heb er leren lopen. In een bad waar het water tot je navel staat kan je je been gaan belasten zonder de echte kilo’s gewicht die je op het land draagt en kan je gaan oefenen zonder dat het erg is als je valt.

In het zwembad krijg ik mijn coördinatie terug, mijn balans, mijn aansturing.
Je raakt met een rolstoel namelijk niet alleen je spieren kwijt, maar ook het algehele vermogen het  bewegen aan te sturen. “Niet gebruikte pictogrammen verdwijnen naar de achtergrond”, zo werkt ook je brein als het gaat om lopen en coördinatie.
De fysio geeft je een commando en je kijkt naar je benen die niks doen en je kijkt terug naar je fysio: ik wil wel, maar ik weet niet hoe. Ik krijg mijn benen niet “aan”….
Later krijg je oefeningen om te bewegen terwijl je armen ook wat moeten doen en dan val je om. Want je bent je coördinatie kwijt. Je brein had het niet meer nodig en heeft het gearchiveerd.

Omvallen in het water is plons in plaats van bonk. En met een been dat pijn doet ben je enorm bang voor bonk, niet voor plons. In het water durf je dus te proberen tot de grens te gaan. En verder.

Ik had altijd zwembadfysio op dinsdag om 12 uur.
Heel rustig. Een verdwaalde oma met kleinkind her en der en voor de rest Debby en ik.
Maar sinds ik weer probeer volledig te werken zit ik op haar laatste stekkie om half 3.
En dan zijn we er samen met een bus vol geestelijk gehandicapten.
Hun wekelijkse uitje naar het zwembad.

In het begin moest ik enorm wennen aan het feit dat het kleine aantal begeleiders op de grote groep zich niet hielden (konden houden!) aan dames en heren kleedkamer etiquette en ik me (maar dat is mijn gène) naar zo’n hokje moest verplaatsen.

In het begin moest ik enorm wennen aan die groep in het zwembad die niet kunnen begrijpen dat ik geen evenwicht heb en dus vaker bijna plons doe omdat ik afgeleid ben, of omdat ze te dichtbij komen. Ze zijn onvoorspelbaar voor me.

Maar dat ze lol hadden was zo absurd duidelijk dat je je ongemak inslikt. Sterker nog: je geniet van het feit dat ze dit uitje hebben.
Niet eens meer nadenken over hun al dan niet zindelijk zijn terwijl jij daar ook bent.
Ik vermoed dat Draakje er vaker in heeft gepiest *just because he can* dan de rest.

Later ging ik wennen aan ze.
Later ging ik ze herkennen.
Vandaag wist ik: half 3…het is druk, ze zijn blij, ik oefen, ik ben blij: bring it on!

Aan het eind van de sessie vandaag zegt Debby dat het volgende week vakantie is.
Oh ja, beter geen zwemfysio want dan ligt heel basisschoolgaand Repeldorp in dat zwembad. We slaan een weekje over.
Ja, zegt Debby, en na de vakantie blijven er maar heel weinig van hun groep over.
Doelend op de groep gehandicapten.
Bijna niemand.

Bezuinigingen.
Het zijn niet eens de zwembadkosten van 3 euro nog wat per kaartje per persoon.
Het zijn de personele kosten.

Ik ben er best heel sip over.
Ik ga een heleboel blije gezichten missen.
Nou ja, eigenlijkweet ik dat een boel heel blije gezichten voortaan om half 3 op dinsdag geen blij gezicht meer hebben.
Niet zo blij als dit.

Happy Life FaceBook

Toen ik de verwachte cito score van Spelmaker postte op Facebook kreeg ik het verwijt dat ik het niet gepost zou hebben als de score lager was geweest.
Ik vond dat zo onwerkelijk oneerlijk: je kan je namelijk per definitie niet verdedigen tegen een situatie die zich nog niet heeft voorgedaan.

Dus poste ik het volgende op Facebook.
Uit verdediging maar ook uit laffigheid.

Want ik hik al dagen aan tegen het bellen van vrienden.
Tegen het vertellen aan mensen.
Ik wil geen telefoontjes.
Ik wil het niet vertellen.
Met de angst dat het werkelijkheid wordt.

Maar wat wel zo is is dat ik mijn zus belde.
De denkbare situatie deed zich voor en ik deed het.
Bij deze heb ik heel veel mensen ongeldig verklaard met hun “wat als”.
Ik belde mijn zus.

——————-

Facebook happy life-weergeefbook?
Jullie kennen me beter.
Ik ben rauw eerlijk.
Als mijn zoon een hoge score haalt post ik dat, maar ook als het niet goed gaat post ik dat.

Mijn vader is sinds vorige week tijdelijk terug uit Lanzarote voor verdere medische onderzoeken.
Ze komen er daar niet meer uit.
Het gaat op heel veel fronten verkeerd.

Hij is hier.
Ik heb mijn zus gebeld (niet flauwvallen lui) omdat het nodig is.
En dat liep verbazingwekkend soepel.
We hebben het logistiek op de rails.
Wij zetten voorzichtige stappen in de wereld die wellicht mantelzorg gaat heten, maar ik hoop vooralsnog dat dat te somber is.
Drie keer per dag gaat iemand bij hem kijken. Zijn buren, mijn zus en ik.
Mijn zus en ik hebben meerdere keren per dag contact.
Omdat het nodig is. En ik vind het bizar en wellicht wel een beetje knap dat wij het zo doen. We vinden elkaar nog steeds niet aardig maar we houden blijkbaar allebei genoeg van hem.

Zou zomaar kunnen dat mijn week naar Lanzarote in maart wederom niet doorgaat, net als vorig jaar.
Maar dit keer niet vanwege mij.
Dit keer vanwege hem.
En dat is enger.

Papa en ik hebben toch uitgesproken dat we samen naar Lanzarote gaan op 6 maart. Of liever dat ik ga omdat hij er dan alweer zit.

Maar zeker is dat niet en dat weten we ook allebei.

————————–

Laagjes afpellen

Ben is rustig. Erg rustig.
Hij is blij me te zien. Nu ik zelf een hondje heb, weet ik dat hij me herkent.
Ik herken zijn “mij herkennen”.

Dat het uitloopt daar in de hal bij Baasje van Ben vind ik niet erg.
Ik hoor de client voor me lachen in die kamer en ik vang bij vlagen flarden van kwarten van zinnen op. Omdat zij lacht.
Ze is nieuw. Dit is haar eerste keer, ik merk dat op.
En ik weet uit ervaring dat de eerste keer dat je als (ex-)kankerpatiënt bij haar komt

als thuiskomen voelt.

Een veilige haven in het woud van kanker (en post-kanker).
Haar lach doet me goed.
Ik ken haar niet, maar ze heeft/had kanker en ze lacht want ze kwam terecht bij Baasje van Ben en ze weet nu al dat het goed komt. Of niet. Maar in het koppie wel.
Ik zie haar de kamer uitkomen en schrik. Ze moet minimaal 10 jaar jonger zijn dan ik.

Ik heb al met het Mannenbaasje van Ben gepraat en ik weet dat hij (Ben) ziek is.
Na mij gaan ze naar de dierenarts.
Ben eet niet sinds gisteren.
En ze hebben een feestje daarna.
Baasje van Ben verontschuldigt zich dat het uitliep.
No Problem!
Het eerste dat ik zie zijn de Killer Heels van Baasje van Ben.
Zij noemt het de voordelen van een rolstoel, die Killer Heels dragen.
Zij kan alles aan.
Ze verontschuldigt zich dat ze overdressed is, maar een tweede keer omkleden kost teveel energie.
Ik blijf maar kwijlen over haar schoenen.
Geef me 2 maanden dame, en ik loop op 2 keer dat plus 2 centimeter!
(Uitgesproken woorden, uiteraard!)

We gaan zitten en ze vraagt hoe het is.
Voor de eerste keer heb ik de inzichten zelf.
Maar ik breng het als een vraag: is dit niet stom?
Maar zij geeft me de bevestigende context dat het hoort bij het pad dat ik volg.

Hardlopen was geen hobby. Het was een groot deel van wie ik was, en heeft me daarbij geholpen te overleven in 2012.
Nu ben ik geen hardloper meer.
Een half jaar lang was ik invalide met een hele dikke stempel.
Nu niet meer.
Ik ben geen invalide meer, maar ook geen hardloper.
Wie ben ik dan?
Mijn baanonzekerheid is groot.
Kans is groot dat ik binnenkort niet meer de expert ben op mijn vakgebied.

Er worden lagen na lagen van mijn identiteit gepeld.
Ik heb een idee wat ik zou willen in de toekomst, maar daaraan denken geeft aan dat ik moet afscheid nemen van een stukje identiteit.
Weer een laag weggepeld.

Als je lang genoeg pelt.
Wat blijft er dan over?
Niets?
Nee.

Ik.
Ik. Zonder alle afgepelde rollen.
Zwevend. Een zwevend vlokje.
Ik ben een heleboel niet meer.
Wat ik ga worden weet ik nog niet.
Maar zonder alle rollen…..ben ik.
Ik ben.
Ik ben.
Mijn been ook.

“Ik geloof dat ik bang ben toe te geven dat ik er stiekem heel veel zin in heb, ik geloof dat ik bang ben toe te geven dat er ernaar uit zie.
Dat toegeven betekent afscheid nemen.
Opnieuw, van het volgende.
Het worstelt in me.
Ik heb al zoveel afscheid genomen.”

Belangrijkste is dat ik nu een appje ga sturen hoe het met Ben gaat.

 

Wij beloven plechtig…

Draakje was blij dat hij het niet was met zijn broertjes.
Wijzemans wilde er niet meer over praten.
Spelmaker liet ons beloven dat wij dat nooit zouden doen.

Wij hebben vandaag met ze gepraat.
Dat wij het ook niet begrijpen hoe het kan, waarom.
Wij begrijpen het ook niet.
Hoe kan iemand dat doen?
Nee, wij beloven plechtig dat wij dat nooit zouden doen.
Het liefst zouden we alle kindjes willen beschermen tegen kwade en nare dingen, maar dat kunnen we niet.
Wij kunnen alleen jullie 3 beschermen en dat zullen we voor altijd doen.
Beloofd is beloofd.

Wij wisten ook niet wat we anders moesten zeggen.
Hebben we het goed gedaan?

L’histoire stikt er maar in: die gaat zich dus echt niet répèten!

Vanavond bij het naar bed brengen kwam ineens die waterval. Met zijn bedachtzame (op het randje van ongeruste) grote wijze ogen die me niet aankeken maar heen en weer flitsten omdat zijn brein het te druk had met teveel gedachten die versnellen. Soms zochten zijn ogen me op om mijn blik te peilen. En deze avond zag ik telkens die flits van geruststelling die te snel verdween omdat die radertjes weer versnelden. En voor het eerst sinds ooit? sinds ik weet niet hoe lang sprak hij open en vrijuit en kwam er een waterval.

Ik ben naast zijn bed op de grond gaan zitten en heb met hem gepraat zoals ik nog nooit heb gedaan. Niet alsof hij 7 was, maar op mijn eigen toon. Repel Style.

En dan blijkt dat je hoogbegaafde van de schaal gepleurde kind gepest wordt op school. Ongelukkig op school is hij ook, in den brede.
Hij is anders. En dus wordt hij gepest. Om die simpele reden. En hij is nu oud genoeg om zich te realiseren dat hij anders is. Dus naast het pesten ziet hij ook nog de oorzaak van het pesten die, als je het niet uitlegt, voor een zeven jarige ook nog wel eens als legitiem kan worden uitgelegd. En hij gaat uiteraard anders om met alles dan de rest van ons stervelingen. En dus zagen wij het niet.

Het was de hoogste tijd. Hij is mij en ik ben hem. Hij is mijn kloon. Dat hij wordt gepest op die leeftijd is alleen maar een “duh-huh!” momentje. De tijd was aan alle kanten rijp. De moeder in mij had heel veel pijn. Het leed van je kind voel je namelijk minimaal zo hard in je eigen hart en daarbij voel je je verantwoordelijk. Het kind ondertussen voelde zich begrepen, dat zag ik in zijn ogen. Ik zag een geruststelling. Ik zag ook zelfbevestiging in zijn ogen: dit nu vertellen aan mij was de goede optie. God, wat moet hij gepiekerd hebben. Eerder had zijn moeder het te druk met andere zaken. Ik vroeg bij de nachtkus alleen maar “hoe gaat het op school”….

Hij is mijn kloon.
Niet alleen qua uiterlijk.
Ik moest 41 worden om dat te begrijpen.
Hij heeft dat ingewikkelde randje dat hoogbegaafden hebben.
En dat is mijn grootste angst.
Gelukkig heb ik dit jaar een heleboel lessen geleerd.
Ook op het vlak van van de schaal vallen.
En van randjes.
Ik snap zijn ogen die je niet aankijken en zijn versnellende radertjes.
Omdat ik nu pas die van mij snap.

L’histoire stikt er maar in: die gaat zich dus echt niet répèten.

Dubbel blind

Ik omschrijf Draakje bijna altijd als een karikatuur van zichzelf omdat ik hem zo fantastisch vind. Ik omschrijf hem in kreten, in typerende termen. “Voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang”, “bloedspoed om zijn broers in te halen”, “ongeleid projectiel”, “doldriest maar met geen vezel kwaad in zijn donder”, “slim wellicht, maar sowieso Streetwise as Hell!”.

Wat ik natuurlijk ook weet is dat hij stiekem enorm kwetsbaar is.
Dat onder al die bravour een kwetsbare kant zit die stiekem best groot is.

Net als bij zijn moeder.

Vandaag ontdekte ik met een schok dat ik een belangrijk aspect van Draakje compleet heb gemist.
What happened? Picture it. Zwemles. Wij op weg naar het zwembad, broertje gisteren net geslaagd voor B, hij voor het eerst alleen.

Ik: Volgens mij is het kijkles, vind ik leuk!
Hij: Waarom?
Ik: Ik wil je graag zien zwemmen, ik wil zien hoe het met je gaat!
Hij (letterlijke (letterlijke!) woorden): Ik zal het je alvast maar vertellen, ik heb moeite met het plankje.

Het kind van 5 bezigt de woorden “moeite hebben met”.
Maar erger…..daar waar de faalangst er bij de oudste twee nog drie vingers dik op lag, heeft de derde het zorgvuldig verstopt kunnen houden onder een laag bravour.

Net als zijn moeder.

Tot nu. Ik moest er alvast maar even rekening mee houden dat hij niet perfect zou zijn.

Net als zijn moeder.

Dus. Nummer 3 is ook slim en heeft ook faalangst.
Maar….daar waar de oudste zich ooit op de kleuterschool twee dagen ziek meldde om te verhullen dat hij iets niet durfde uit faalangst, heeft de jongste toch Streetwise Kick-Ass Attitude genoeg om het te durven zeggen.
En ik heb dankzij het feit dat hij de derde is enige ervaring met het coachen van zonen met faalangst en ik geloof dat ik denk dat ik er goed mee omging.

Dat gezegd hebbende…

De pil is bitter

Disclaimer:

1. Ja, er zijn ergere dingen. Zelfs ik heb inmiddels voldoende meegemaakt *kuch* om me dat aan mijzelf te vertellen. So shoot me.
2. Ja, het was een open deur die ik niet zag. Maar in de achtbaan der deuren heb ik sommige open deuren gemist. So shoot me.
3. Ja, ik kwak het allemaal op de log. So shoot me.
4. Ik heb een dosis zelfmedelijden. So shoot me.

*****

Ik had de inschattingen van specialisten als waarheden genomen.
Zes dagen na de operatie liep ik weer.
Ik liep een maand na de operatie een marathon.
Ik liep op en neer naar de bestralingen.
Ik deed stoer.
Een oedeemarm *mijn ultieme nachtmerrie* zou mij niet gebeuren.
Bewezen, bevestigd, niet gebeuren.

Maar vorige week, 3 maanden na de laatste bestraling, stond ik op met een oedeemarm.
Ineens.
Ruim 150o kilometers in 2012 hardlopen, sommige daarvan te zwaar voor woorden, hebben het tij niet kunnen keren.
Niet “heel erg dik” en “niet heel erg afzichtelijk” (maar wel een beetje) (dus ik dacht dat ik “een beetje” oedeem had).
De gespecialiseerde verwezen fysio zette daar echter bij de eerste afspraak afgelopen vrijdag direct een dikke streep door.
Accuut ontstaan binnen een nacht en dus ernstig.

Ik heb “matig tot ernstige” oedeem.

De open deur: bestralingsschade is op DNA niveau, dus werkt door.
Nog wel een hele lange tijd. #we’retalkingyears
Kanker gaat dood van bestraling, gezonde cellen veranderen op DNA niveau.
De veranderde gezonde cellen blijven zich delen en dus werkt de schade door.
Huidschade was gestabiliseerd, maar kan erger worden.
Oedeem kan erger worden. Of niet.
Oedeem is sowieso Here to Stay.

De uitleg was niet zo steno zoals ik het hier schrijf, maar zo nam ik het wel op, en zo nam ik mijn gifbeker.

Niet hardlopen is geen optie.
Zij keek mij aan.
Ik mag een heleboel niet meer, de lijst is lang.

Lopen heb ik afgedwongen…..ik krijg een mouw.

Heul triest

Dat je boos zijn op mij belangrijker vindt dan

de verjaardag van een 7 jarige

kan ik niet begrijpen.

Wijzemans hoopte op een telefoontje, kaartje, berichtje.

Ik heb hem getroosd, maar kon het niet uitleggen,

want ik snap het zelf ook niet.