Met angst en beven: grote, grote zorgen Repel Style

Ze liet Spelmaker gymmen in zijn onderbroek terwijl hij al 9 jaar oud was.
Hij had gesmeekt zijn vergeten gymtas te mogen halen in het andere gebouw, in zijn spijkerbroek te mogen, desnoods aan de kant te mogen zitten.
Maar nee. Niets van dat alles mocht. Hij moest in zijn onderbroek gymmen.
En hij werd niet alleen uitgelachen door zijn eigen klas.
Toen hij werd uitgelachen door de meisjes van groep 5 vanuit hun kleedkamer moest hij in zijn onderbroek naar die kleedkamer om die deur dicht doen.
Hij had gesmeekt of iemand anders dat mocht doen.
Maar nee: hij moest in zijn onderbroek lopen naar degenen die hem uitlachten.

Mijn lieve, verantwoordelijke Spelmaker. Die niet stout was, niet brutaal was.
Vermangeld door een tuthola van 1.55 m.
#ikrukhaarhoofderaf

Spelmaker verveelde zich te pletter, was aan het onderpresteren.
Maar durfde het niet te zeggen.
Maar thuis huilde hij dat hij niet vooruit mocht werken van haar.
Ze zei dat hij nooit als eerste klaar was, dus zo pienter was hij niet?
Nee muts, hij heeft faalangst; dank je de koekoek dat hij nooit als eerste klaar is!
#ikrukhaarhoofderaf

Ze plaatste hem uit zijn klas op weg naar de volgende groep.
Vier vrienden bruut uit elkaar gerukt, alle vier moesten ze huilen.
Maar nee, dat zag ik verkeerd.
Ik moest het zien als een kans voor Spelmaker.
De brave slimme leerling geplaatst bij de zittenblijvers en de onaangepasten.
Was het om de volgende juf te ontlasten of was het uit wraak naar mij omdat ik haar bloed wel kon drinken?

#ikrukhaarhoofderaf

En nu? Nu komt Wijzemans bij haar.
Wijzemans, die slimmer is dan 99% van alle mensen.
Wijzemans, die zich anders ontwikkelt dan de rest van ons stervelingen.
Wijzemans, die moet leren dat ons laddertje niet zo hoog reikt als dat van hem.
Wijzemans, die emotioneel met zijn op een haar na 7 ver uit de pas loopt met zijn intelligentie.
En die tuthola mag dat kwetsbare mannetje de komende 2 jaar (!) gaan begeleiden.

Toen ik die klassenindeling kreeg vandaag was mijn weekend grondig, maar dan ook heul grondig verziekt.

Advertenties

Valentijnsdag 2012

Zelfs voor de uitslag van het onderzoek wist de Bevelvoerder dat lingerie dit jaar niet het meest ideale cadeau zou zijn…

Image Hosted by ImageShack.us

Live Another Day

Vrijdag 20 januari, middernacht.
Bevelvoerder heeft me wakker gehouden met smoesjes (jamaar ik wil slapen) en om middernacht krijg ik dit.
Seizoen 1 t/m 6. Jullie kennen me…De Repel was heul erg blij! Hondje ziek, maar ze doet wel jarig zijn!

Image Hosted by ImageShack.us

Vrijdag 20 januari, rond 1 uur ’s nachts.
Repel en Bevelvoerder liggen diep in slaap.

Wijzemans staat dan ineens aan mijn kant van het bed:
“Mama, het stinkt zo.”

Ik kom van heul ver uit dromeland, moet erg mijn best doen om mijn brein naar het wakkere te trekken, maar ik ruik wat hij ruikt.
Slaapdronken en gealarmeerd tegelijk. Rare gewaarwording. Een spagaat.

Ik sla de Bevelvoerder en roep iets naar hem en sprint naar beneden, gammel, struikelend, bang.
De trap af naar beneden, overkomt mij de overgang van Slaap naar Terror in 0,3 seconden.
De kamer staat vol rook.
Dik met rook.
Ik zie niks, behalve 1 flammende roodgloeiende pit op onze kookplaat.
En mijn borrelende gesmolten handtasje daarop.
En oh my god, die rook.
Nog net geen vuur.
Kennen jullie het concept flashover?
Holy Crap, oog van de naald.

Een paar minuten later staan voor- en achterdeur open.
Sta ik in de kamer.
Totaal ontredderd, in mijn hempie, door en door koud.
Ik ril onophoudend door kou en schrik.
Te verbijsterd om te huilen.
De Bevelvoerder is ondertussen aan het handelen.
De rookmelder in het trapgat deed het niet.

En net als wij denken dat alles onder controle is, gaat de rookmelder in de kamer van Wijzemans af.
We kunnen er nog om lachen ook.

Als Wijzemans niet over the top eigenwijs, dolgraag met zijn kamerdeur open had willen slapen, had dit wel eens heel anders kunnen aflopen.

Vrijdag 20 januari, 7 uur ’s ochtends.
Die verjaardag kan me gestolen worden.
Ik weet dat ik mazzel heb dat ik nog leef.
Op rationeel niveau.
En Wijzemans wordt gelauwerd en bejubeld.
Maar ik  kan mijn mazzel moment de hele dag lang niet pakken.
Ik heb de hele dag lang teveel last gehad van het feit dat de adrenaline besloot dat mijn lijf het niet meer nodig had.

I’m still alive. Repel, kom op meissie, je leeft nog…

Maar dat realiseer ik me nu pas als positief. Ik heb veel tijd nodig gehad om dat punt te bereiken.
Image Hosted by ImageShack.us

Schat, we nemen een hondje!

Ik moet enorm de neiging onderdrukken om dit logje defensief te schrijven; om te beginnen met het ontkrachten van eventuele vooroordelen of stellingnames die er misschien zijn.

Want nee, de komst van het hondje was niet impulsief. Daar discussieerden we al 5 jaar over.
En ja, het tijdstip van de komst van het hondje was weloverwogen.
Evenals het ras.
En de financiën.

Heb ik het stiekem toch gedaan he? Mezelf verdedigen.

Toen we het belletje kregen dat er een teefje uit een nestje voor ons was, jubelden we.
Maar stiekem diep in mijn hart schrok ik.
Kan ik dit wel? Kan ik een hond opvoeden?
Was dit het juiste besluit? Help?

Toen we het hondje op 15 oktober ophaalden was ik al #fliefd.
Fletcher stal ons hart vanaf dat moment.
Maar de rit naar huis was ik ongerust.
Oh hemel, kan ik dit wel.

Volgens de boekjes had ze binnen 2 weken zindelijk moeten zijn.
Maar we hielden moed.
Wij wisten wel beter, want we kenden haar, moedeloos als we soms waren.

Ik wist wel dat ze niet zo rap zindelijk werd als gehoopt, maar ik merkte niet dat er iets anders speelde.
Ik heb niet gemerkt dat het bergafwaarts ging met haar, zo sluimerend ging het.
En toen werd ze ziek.
Blaasontsteking, blaasgruis.
De ontsteking was de reden dat we onderliggende blaasgruis ontdekten.
Blaasgruis is een oude kater ziekte, geen puppy teefje van 4 maanden ziekte?

Stemmetje achter in mijn hoofd: hey Reeeeepel…..fout hondje Repel! Dit wordt je financiële ondergang en je kinderen kunnen niet meer zonder haar….hey Reeeeepel!
Hey Reeeeepel: voor altijd zal je haar elk uur moeten uitlaten zoals de laatste 2 maanden, hey Reeeeeepel: je bent gegijzeld door je hondje!
Hey Repel, weet je nog dat je twijfelde? Eigen schuld dikke dult Repel! Je had nooit een hondje moeten nemen!

Een aderlating verder en een aanslag op ons gezin verder gaat ging het beter met haar.
Tot vandaag.
Weer helemaal loos.
Bij het inleveren van de urine bij de dierenarts krijgen we de andere arts en de andere assistente en de adviezen en voeraanbevelingen en medicijngegevens staan haaks op elkaar.
Nee, niet eens haaks: ze zijn elkaars inversen.

Over een ding zijn ze het echter allemaal eens: er is iets goed mis met het hondje.

De Repel heeft een afspraak afgedwongen met de arts die ze wel vertrouwt.
De Bevelvoerder gaat daar morgen naartoe.
Dan mag ik een rondje gaan draven.
Voor mijn 41’ste verjaardag.

Ik ga net zolang draven totdat dat stemmetje mijn kop heeft verlaten:

Hey Reeeeeeepel, komt niet goed niet! Het is een aangeboren afwijking en ze moet geopereerd worden.
En zelfs daarna wordt ze niet zindelijk en blijft ze aan dieetvoer!
Hey Reeeepel, jullie moeten de komende 16 jaar elk uur naar buiten, en nooit meer samen met je man weg want je vind nooit geen oppas meer die op 3 kinderen en een onzindelijk hondje wil passen…

Ja maar….ik hou van haar.
Ze is een gezinslid.
Ze is Fletcher.

 

Exact 2 jaar, Knobbels, Haiti en Controle

13 januari 2012
We hebben een hondje dat ziek is. Maar het schijnt allemaal goed te komen.
Ik zie beren op de weg. Maar hey: what’s new! Beren op de weg zien is mijn grootste hobby.
Het hondje dat ziek is, is overigens momenteel het grootste probleem in ons gezinsleven.
Lees: het leven is mooi en fantastisch en we hebben de wind mee.

Ergens op de achtergrond echter, daar in mijn achterhoofd begint er wel een stemmetje te zeuren over 14 februari.
“Hey Reeeeeepel…hey Reeeeeepel luister eens: Echo en mammografietijd! Wordt het niet eens tijd dat je alvast gaat stressen en je zorgen gaat maken over alles wat er eventueel mis kan zijn? Het is alweer een jaar geleden Repel! Hey Reeeeeeeeepel! 14 februari wordt een nare dag, hey Reeeeeeepel!”

Ik denk er maanden niet aan, aan mijn Knobbels in Tiet (mijn KIT), maar richting controle begint dat irritante stemmetje zich te roeren. Gaat mijn hand onder de douche onwillekeurig richting de knobbels.
Yep, still there. Groter? Gelijk?

Ik was in december 2009 heel stellig tegen de arts: Weet je wat: Sloop ze maar, die bo.rsten, trek ze maar leeg: ik heb kindjes gehad, en dit is de derde keer dat de alarmbellen op donkerpaars gaan als ik weer eens een knobbel ontwikkel die na belachelijke stress goedaardig blijkt te zijn. Ruk de boel maar leeg! I don’t give a s.hit. Maar je laat het niet zitten met de boodschap: het is een zwaard van Damocles. Zo kan ik niet leven.

Hij keek me aan. Ik meende het, dat zag hij. Maar hij was tegen leegtrekken. We gingen voor het compromis. Ik zou een erfelijkheidsonderzoek krijgen.

13 januari 2010
De Repel zit voor het erfelijkheidsonderzoek op het ziekenhuis.
De Bevelvoerder is niet bij mij. Hij is exact op dat moment op weg naar Haiti.
De Repel hoort de uitslag van het erfelijkheidsonderzoek ene oor in, andere oor uit (niet extra erfelijk belast, geen reden om leeg te slopen) maar zit met haar kop bij de Bevelvoerder.
Gelukkig heb ik hem de uitslag kunnen overbrengen voordat hij uit bereik was: zonder zorgen het gebied in.

13 januari 2012
Ik denk terug aan 2 jaar geleden en aan de totale ontreddering die ik toen heb gevoeld.
En ik geniet even extra van wat ik heb.
En gek genoeg voel ik een stukje verdriet. Huh? Had ik het niet al helemaal verwerkt?
En ik luister even naar het stemmetje achterin mijn hoofd.
“Hey Reeeepel…..14 februari Repel!”

24 januari 2010
4 dagen na mijn verjaardag kwam hij thuis.
5 jaar ouder in 11 dagen.

Image Hosted by ImageShack.us

Je hebt recht op de waarheid mijn lieve, lieve jongen

Korte terugblik: Onze buren kregen hun eerste kind toen Spelmaker anderhalf jaar oud was. Die twee werden vrienden toen ze anderhalf respectievelijk drie jaar oud waren. En toen wij het op een moment beu waren om die kids dagelijks over de schutting te tillen, hebben we na rijp beraad over een fles rosé besloten de schutting eruit te slopen. 

Die twee jongens zijn jarenlang joined at the hip geweest, ik heb er menig logje aan besteed in het verleden en we hebben albums en albums vol met foto’s.
Ze aten sowieso elke (en dan bedoel ik ook elke) avond samen: ze gingen kijken bij welk huis van de twee ze het lekkerste eten konden scoren en daar aten ze dan samen.

We hebben weekendjes weg met de buren gehad en we zijn tweemaal op vakantie met elkaar geweest. Simpelweg vanwege die twee en omdat onze respectievelijke middelsten versie 2.0 zijn en onze respectievelijke jongsten 3.0. En clichés zijn nu eenmaal clichés omdat ze meestal waar zijn: als de kinders het naar hun zin hebben, hebben de ouders het naar hun zin. We hadden geen kind aan onze kinderen als ze samen waren.

Er is heel veel gebeurd in al die jaren. Een ding bleef: de vriendschap tussen Spelmaker en Buurjongen. Ondanks het leeftijdsverschil tussen die twee dat af en toe relatief best heel groot kon zijn.

Maar vorig jaar begon het te veranderen. Anderhalf jaar leeftijdsverschil werd toen langzaam maar onafwendbaar gestaag onoverbrugbaar. Enerzijds vanwege het naderende prepuberschap van Spelmaker. Anderzijds vanwege het groeiende verschil in emotionele ontwikkeling. Spelmaker de tobbende verantwoordelijke, Buurjongen de sportende dartelaar met temperament.

En ergens realiseerde Spelmaker zich dat Kind aan Huis inmiddels zijn beste vriend geworden was. Maar hij vertrouwde mij toe dat Buurjongen dat niet mocht weten, want dat vond hij zielig voor hem. Ondanks dat hij het niet durfde te vertellen, groeiden ze uiteraard verder en verder uit elkaar. De scheiding van de buren zorgde er intussen voor dat het contact tussen ons als ouders onderling ook verwaterde.

Maar Buurjongen is hier na deze relatief korte afwezigheid weer dagelijks. Tegenwoordig komt hij echter voor Wijzemans. Wijzemans is 2 jaar jonger en momenteel lopen die twee met elkaar in de pas. Ze zijn leuk samen.

En toen vanavond ineens, barstte Spelmaker ineens tijdens het eten in huilen uit. Bevelvoerder en ik keken elkaar verbijsterd aan. We hadden net zo’n zeldzaam leuk avondeten met z’n vijven. Zonder geklier en geruzie over “en nu je bord leegeten” en zo.

We vroegen geschokt wat er was, maar Spelmaker wees -zijn huilen proberend in te houden- naar zijn broers. Die waren nog wakker, hij kon het niet vertellen. Dat op zich was al voldoende voor mij om in de zorgen te laten schieten: “lieve, lieve jongen, zoveel verantwoordelijkheid op je schouders voelen… je bent nog niet eens een week 10!”

Wat bleek…De afgelopen dagen hadden de kinderen kerstbomen verzameld in de buurt voor de loterij in het dorp en Spelmaker en Buurjongen hadden weer wat tijd samen doorgebracht. Toen alle bomen waren weggebracht, belde Buurjongen bij ons aan om met Wijzemans te gamen terwijl Spelmaker de tuin van de buurman ging opruimen en schoonbezemen. Exemplarisch voor die twee.

Spelmaker, onze tobbende verantwoordelijke, heeft toen een gesprek gehad met de buurman. De buurman heeft hem toen verteld dat Buurjongen het heel erg moeilijk heeft gehad vorig jaar en heel erg verdrietig is geweest. Omdat Kind aan Huis zijn beste vriend had afgepakt. Spelmaker moest enorm huilen uren later bij het avondeten omdat Buurjongen het toen zo moeilijk had gehad. Met terugwerkende kracht.

Uiteraard heb ik heel veel goede dingen tegen hem gezegd. Mede omdat ik ook zo ben, ik snapte zijn pijn zo goed dat ik bijna boos werd: “doe het nou niet, maak jij je het jezelf nou niet net zo moeilijk als ik het mezelf maak!” Maar ik zei voornamelijk het goede.

Al liet ik mezelf naast al die goede dingen ook “ontglippen” dat ik het niet zo handig vond van de buurman dat hij het had verteld, Spelmaker had al above and beyond the call of duty gehandeld, waarop Spelmaker antwoordde dat de buurman ook zoiets had gezegd, over dat hij toch al gevoelig genoeg was, had hij gezegd. Ik liet mezelf ook “ontglippen”, dat het gemis van een van zijn ouders tijdens de scheiding in diezelfde periode pijnlijker is geweest voor Buurjongen dan de komst  van Kind aan Huis. Ik liet mezelf “ontglippen” dat het in dezelfde periode gebeurde…dat Buurjongen het sowieso heel moeilijk had en heel jong was.

We hebben heel lang gepraat. En uiteraard snapt mijn Spelmaker alles. Hij is groot en verantwoordelijk en hij tobt. En oh, wat heb ik een mening over wat er is gebeurd. Maar oh, wat kan ik de positie van de buurman ook weer in zijn perspectief plaatsen. Ik kan het plaatsen vanuit zijn positie, net als de Spelmaker dat kan voor Buurjongen.

 

De week van veel

Zo vaak als ik liep in Duitsland tijens het congres, zo weinig liep ik deze week. Sterker nog; ik liep nul deze week. Ik kan daar slecht tegen, niet lopen. Dan gaat het kriebelen en doen. Maar het is elk jaar na Duitsland hetzelfde liedje: pal na thuiskomst is er de Sinterklaasviering van werk en de drukke tijd op werk richting sluiting der boeken voor het fiscale jaar. De ambtenaren onder jullie zullen dit fenomeen herkennen. Het was een leuke week, vol met spannende dingen en onverwachte successen. Maar erg vol. Ken je dat: die mailbox als je een week niet op kantoor bent geweest?

Deze week was de week van veel op school zijn. Helpen in de plusgroep, helpen met huiswerk en rondkijken in de klas. Zalig. Deze week was ook de komst van de nieuwe auto, de schoolfoto’s, de tandarts, een etentje en ineens weet je van voren niet meer dat je aan de achterkant nog leeft. Gek hè, het zijn echt allemaal leuke dingen, maar als het zo bomvol is raak ik in standje overload. De was blijft liggen, het huishouden blijft liggen en er zinkt zo’n volcontinu gevoel van “must nog forget” in mijn hoofd. Teveel ballen in de lucht. En zonder een rondje draven om mijn hoofd vrij te maken.

Ik heb de laatste weken ook geworsteld met mijn houding op het intermenselijke vlak en die stond in de weg van mijn logzin, van mijn verhaaltjesstroom. Ik ben niet van de directe aanpak, maar op een moment deze week knapte het. Ergens deze week besloot ik te stoppen met mezelf uit te blijven leggen. Ergens besloot ik te stoppen met het blijven verklaren en blijven uitleggen daar waar ik vanuit het diepste eigenlijk de verdediging op voelde borrelen “niet, zo is het niet”. Ik stapte los van de inhoud en ging in de meta zitten. Alsof er een touwtje knapte: klaar mee. Ik vind het niet meer belangrijk of iemand anders het juiste beeld heeft van de situatie. Ik snap het toch? Ik denk weer vanuit mezelf. Misschien ben ik erg laat met het leren van deze les, maar ik heb hem.

Zou mij logzin weer terug zijn nu?

Een week van uitersten. Een week van veel en een week van niks.

Op schoot bij de Sint. Omdat ik ooit logde dat ik voor hem werk. Je kan aan mijn gezicht alles zien: wanhoop, gelatenheid, opgelatenheid, “ik sta er boven”, “shoot him”, “shoot me”.
Image Hosted by ImageShack.us

De juf vond dat ik toch echt even naar de schilderijtekening van Draakje moest kijken. Links het voorbeeld en rechts de creatie van mijn 4 jarige. Echt, ik heb geen idee van wie hij het heeft: maar in ieder geval niet van mij of de Bevelvoerder! Man, wat vinden wij dit knap!
Image Hosted by ImageShack.us Image Hosted by ImageShack.us

Lange tijd hebben wij bekend gestaan om onze wansmaak in auto’s. Not anymore! Wij hebben geen pausmobiel meer. We hebben een heule nieuwe auto. Ik ga erin rijden en de Bevelvoerder gaat hem parkeren.
Image Hosted by ImageShack.us Image Hosted by ImageShack.us

Kan het nog mooier? Ja, het kan nog mooier.
Image Hosted by ImageShack.us Image Hosted by ImageShack.us

Ik hou van de blik van Wijzemans hier. Je kan zien dat hij er een mening overheeft.
Image Hosted by ImageShack.us

Ik ben 40. Ik ben ambtenaar. Ik heb een Opel en ik heb een hondje. Het leven is mooi.
Image Hosted by ImageShack.us

Empathie van de Bovenste Plank

Zondagmiddag. Casa Repel. Picture it.
Ik heb een loopje gedaan.
Spelmaker is naar Kind aan Huis, Bevelvoerder is met Wijzemans naar zwemles.
Draakje kijkt tv en ik doe de was.
Zondagser dan dit kàn je ons bijna niet aantreffen.

Mijn iPhone gaat en ik zie het smoelwerk van Mi in mijn scherm.
Ha fijn, denk ik nog, was gisteren nog zo gezellig, ze gaat vast vragen of Spelmaker mag blijven eten. Nog voordat ik opneem besluit ik dat mijn antwoord ja zal zijn.

Ik neem de telefoon niet op met “met Repel”, maar met “Heeeeey! Mi! Hoe is het?”
Ik krijg een huilend antwoord.
“Hey Reep, niet zo goed. Eigenlijk helemaal niet.”

Later is ze bij ons. Telefonetisch aan haar kladden door de glasvezel getrokken, zeg maar.
We bonjouren onze oudste *veel te wijze* jongens weg: Mi en ik willen babbelen, dit is onze wereld: ik mag jou geen afscheidskus geven op het schoolplein, en vergelijkbaar met dat mag jij hier niet bij zijn!
Zij praat. Ik praat. Op haar in.
Maar hoewel mijn troost en steun wel helpen, mijn woorden landen niet.
Ik praat te rationeel en te analytisch.
Moet ik nog toelichten aan de lezertjes dat ik heus wel vol emoties was op dat moment? Nee toch? Huilen deed ik later in bed.

De Bevelvoerder praatte totally unlike his usual self mee.
Hij sprak niet op haar in. Hij brak af en toe in, en legde kil en ragfijn bloot over wat voor een oetlul we het eigenlijk hebben. From a good man’s point of view.
En die woorden landden wel.

Mi is de nacht nauwelijks doorgekomen.
De oetlul heeft haar die nacht via de telefoon geestelijk bijna, maar nog net niet helemaal, gesloopt.
Tot ze bij haar huisarts terecht kon, whatsappte ik me het apelazerus met haar.
Ik en een paar anderen hielden haar de ochtend overeind.
Op het moment dat ze even uit de lucht was, zat ik met rokende hakken op de fiets naar haar, zo ongerust was ik.

Vanavond kwam ze gelukkig weer eten.
Ze was bij de huisarts geweest.
De blinde radeloosheid en paniek hebben plaatsgemakt voor een murw soort van verdriet. En een übervermoeidheid die aan alle kanten van haar afstraalt.
Emotioneel bont en blauw geslagen en beyond.
Dat ik die toestand herken, maakt dat ze bij me durft te komen.

“Die gekke moeder van jouw vriend, hè?!”, verontschuldigt ze zich met rode ogen en een halfbakken glimlach naar Spelmaker.
Spelmaker kijkt niet op of om, maar zegt met dezelfde matter of fact toon van zijn vader:
“Jij bent niet gek! Je bent lief!”
Hij zei het met een toon zodat iedereen direct van hem aanneemt dat het een natuurwet is.
Mi mocht hem toen wel een knuf geven, want we waren niet op het schoolplein. of zo.

Later tijdens het eten komt Wijzemans ineens out of the blue (let wel: hij was niet eens aanwezig bij bovenstaand incident, sterker nog: hij was aanwezig bij geen van de gesprekken, hij heeft alleen Mi en haar gezichtsuitdrukking gezien:):

(tussen de happen door)
“Mi?
Ik vind jou en Kind aan Huis een beetje lief.
Nou. Eeeeehm. Eigenlijk niet een beetje.
Eigenlijk gewoon heel veel.”

Laat gezegd zijn dat Spelmaker een hele wijze bijzondere prepuber is.
Wat een lef om dit te zeggen.
Petje diep af. Heel diep.
Wat gaat hij een mooie bijzondere grote kerel worden.

Maar….Wijzemans, met 6.
Wijzemans zou autistisch zijn? Zei iedereen?
Testmevrouw had het heel goed in de smiezen: dat je “best wel” laat bent met false belief wil niet zeggen dat je niet empatisch bent.

Best wel niet.

Mi komt de rest van de week bijna elke avond eten.
Ik hou mijn waffel, ik knuffel haar alleen maar.

Mijn 4 Daltons doen de rest.