Net als je denkt dat je onmogelijk nóg meer van MiniMe kunt houden…

Wijzemans:

Als ik drie wensen zou krijgen, zou ik wensen dat
1. Ik kon vliegen
2. Ik kon ademen onder water
3. Nog drie wensen

1. Dat ik kon zien onder water, anders is onder water kunnen ademen niet zo leuk
2. Dat ik in het donker kon zien
3. Dat iemand anders 3 wensen kreeg

Advertenties

Diploma B….èn Z

Omdat Bevelvoerder er niet bij kon zijn.
Niet mocht.
Omdat hij ook wel weet wat het kind moet kunnen.
Omdat hij de procedure heus wel kent.
Omdat het *yawn* het laatste diploma van de derde is.
Been there done that.

Juist daarom.
Hierbij het sfeerverslag waar het echt om gaat.
Omdat het de laatste keer is.
Omdat het telt.

Sfeerverslag bij onderstaande link:

(1) Het kind kannie zwemmen nie. Maar bommetjes maken? Hell yeah!
Onze belofte: Kind, deze zomer, als je dan je A nog niet hebt mag je stoppen:
Je verzuipt toch niet en djiez, als er een diploma zou bestaan voor bommetjes zou je Z hebben!
Dussssssss…..

(2) Het Grote Geheim kennen telt niet: toch zenuwachtig to da bone

(3) Potlood het water in…..here we go. Dit was het moment dat ik zenuwachtig werd.

(4) Hier wordt hij ingehaald door het kind zonder been. Dit is ook het moment dat ik bijna zelf het water in sprong. Om te frauderen. Djiez, vier banen schoolslag….alsof je schoolslag doet als je in een noodsituatie zit….kikker-haakje-intrekken-spreid-sluit-vliegtuig-potlood-boem-slaat-nergens-op. Zo werkt ons lijf niet!

(5) Papa werd op de hoogte gehouden. Na die verhipte schoolslag wist ik, haha, hier komt de crawl…dit kan hij….en dat drijven truukje: #nailedit!

(6) Nog steeds weet hij het niet zeker….on the side: alle aanwezigen rooten voor het jongetje met de prothese! (zittend op de foto)….was echt pretty damn cool!

(7) Heb je dan even mazzel dat je naam met een C begint! Ik ondertussen totally verliefd op Joey omdat hij het zo waanzinnig gaaf deed voor de kinders.

(8) Kijk kan papa! Het kind was de hele avond blijer met Z dan met B. Ik weet niet of ik trots moet zijn of me zorgen moet maken…

Deze dus:

Als voetbalatheist het WK door de ogen van mijn voetbalminnende man en kind

Ik heb zo weinig met voetbal dat ik het WK niet eens haat.
Ik heb zo weinig met voetbal dat ik denk dat de haters er een grotere mening over hebben dan ik.
Ik snap namelijk wel het concept passie.
En dat ik toevallig deze specifieke passie voor al dit oranje niet deel, houdt niet in dat ik het niet kan waarderen. Die passie.

Ik had al niks met voetbal toen ik mijn Bevelvoerder leerde kennen.
Dat hij binnen 2 dagen na onze eerste gepassioneerde nacht zoen al vertelde en droomde van een zoon met wie hij langs de lijn kon staan, in de Kuip kon staan, coach van kan worden, veranderde niks aan mijn non-passie voor de sport.

Maar ik wist wel dat ik met die passie moest gaan rekening houden.
Want het was zijn passie.
Ging ik niet aan tornen.
Maar meegaan in die passie ging ik ook niet.

Lo and behold…..de man kreeg de zoon die hij verdiende.
Spelmaker eet, leeft en ademt voetbal.
En eet, leeft en ademt het cluppie van zijn vader.

Ik vind het de ultieme droom: papa draaft elke zaterdag langs de lijn, als fluiterT.
Zoals hij voor ogen had als droom, toen hij nog geen kinderen had.
En Spelmaker heeft een dedicated vader die er is voor hem, om te delen in zijn passie.

Ik heb niks met voetbal. Maar ik weet alles van voetbal omdat 2 mannen uit mijn top 4 in mijn leven ervan houden. Hun passie. Voor hen belangrijk.
Spelmaker lijkt blijkbaar niet alleen op zijn vader en wil blijkbaar niet alleen zijn voorbeeld volgen.
Hij zei me vorige week dat hij met mij wil gaan trainen omdat hij de 10 km wil kunnen. Met mij.
Zijn ding is niet duurlopen maar hij ziet dat het mijn passie is. En hij waardeert het.
Hij wil dat duurlopen een keer kunnen, een keer snappen omdat het mijn passie is.
Maar hij hoeft geen marathon.
En dat is hoe het werkt.Vind ik.

Luuk kwam vandaag thuis uit kamp en wilde vanavond voetbal kijken bij Verkering omdat Nederland speelt tegen WeetIkVeelWie.

Verkering weet wel wie WeetIkVeelWie is en niet ik dus gaat hij beter daar kijken.
Heeft hij meer fun, denk ik.

Natuurlijk weet ik wie WeetIkVeelWie is.
Maar het boeit me niet. Voetbal boeit me niet.
Zijn passie voor voetbal boeit me wel.
Hij boeit me wel.
Hj en zijn passies.

En dus laat je je zo schminken als hij vertrekt om te kijken naar het WK terwijl jij zelf niet gaat kijken.
Omdat de foto goud is.
Boeien wat jij zelf van voetbal vindt.

Zo echt en rauw dat het met echte namen gaat.

Machteloosheid maakt woedend.
Wist ik, weet ik.
Het meemaken echter, gooit alle rationaliteit overboord.

Ik krijg het verhaal te horen over de telefoon terwijl ik 40 kilometer verderop zit.
Ik kan niks.
Ik ben alleen maar HEUL erg woedend.
Lees: machteloos.

Carsten, 6 jaar oud.
Op het speelplein door 7 kinderen uit groep X op de grond gegooid.
Hardhandig.
Op de grond gehouden tot en met een schoen op zijn hoofd.
Er werd gescandeerd dat zijn broek en onderbroek uit moesten worden gerukt.

Carsten schreeuwde huilend om zijn broer Tijn.
Tijn kwam aangehold, en heeft hem letterlijk gered.
Vriendje Robin van Tijn hielp.
Tijn sprak de aanvallers ( ik noem het niet eens meer “pesters”) aan:
Niks te ja maar! Jullie mogen dit niet doen bij mijn broertje!
Ze lieten los. Tijn had overwicht en overmacht met woorden en uitstraling.
Tijn had er een mening over. Geen vuist nodig.

Tijn sprak vervolgens ook de juffen van Carsten en van de kinderen van groep X aan.
Wat moeten zij zich kapot geschaamd hebben!

Ik zit hier nu thuis met een Carsten die is aangeslagen tot en met.
Gekwetst, verwond, bang. Beschadigd. Heel erg beschadigd.
En ik zit met een Tijn met een trots en zelfvertrouwen dat nieuw voor hem is.
Het staat hem goed!
En met 3 broers die aan elkaar geklonken zijn, nog meer dan normaal.
Carsten weet nu heel zeker: Tijn’s got my back, voor altijd.

En ik?
Ik ben ziedend.
Nee, ik ben machteloos.
Mijn gevoel zegt me dat ik staat ben kinderen uit groep X met hun haren uit huis te sleuren en ze tot moes te slaan.
Maar dat ben ik niet. Daartoe ben ik niet in staat.
Ik ben machteloos. Ik voel me machteloos.

Carsten heeft met 6 ontdekt hoe rot de wereld kan zijn.
Dat ik niet met kussens en bubbeltjesplastic om hem heen kan lopen along the ride om hem te beschermen.
Dat hij builen gaat vallen.
Maar hij heeft tegelijkertijd ontdekt hoe goed de wereld kan zijn.
Geen mooiere grote broer kan hij zich wensen.

En oh kak, zo moet het zijn.
Als ouder wil je dat je kind weerbaar wordt tegen het rotte in de wereld met de wetenschap dat het niet zuiver rot is en dat er zoveel moois is.

Ik geloof dat Carsten met 6 de les, een bietske jong, wel heeftgeeerd.

Genezen duurt lang

“En dan mag jij grote giraffe een week hebben mama”
Draakje komt ’s ochtends met zijn giraffe en de grote giraffe bij me liggen.
Hij legt grote giraffe bij me.
In ruil voor Ollie.
Dat was de trade off.

Grote giraffe ligt net zo lekker als een extra kussen.
Ik slaap graag met een extra kussen waar ik mijn arm omheen sla.
Maar een grote giraffe werkt ook.

Na een week krijg ik Ollie terug zoals beloofd.
Maar ik mag grote Giraffe nog één nachtje houden.
En na dat nachtje nog een nachtje.

Puntje bij paaltje is dat ik al een paar weken met grote giraffe slaap.

“Waarom mag ik grote giraffe zolang houden?”
“Omdat ik wil dat het goed gaat met je.”
“Maar het gaat toch goed met me?”
“Maar je kan wel eens pijn hebben.”
“Oh.”

Genezen kan best lang duren.

Brief aan mijn zoon

Je belt ons om half elf ’s avonds op om te vertellen dat je jongste broertje ziek is geworden tijdens de logeerpartij.
Pas later begrijp ik dat opa en oma niet wilden bellen, maar dat jij erop stond omdat je je zorgen maakte.
De volgende ochtend bel je al om half tien om te informeren naar je broertje.

Bij de verjaardag van je beste vriend ga je mee buiten spelen met hem en zijn twee vriendjes uit de buurt, ook al mag je die jongens niet.
Je doet het voor je vriend.
Maar als die jongens eieren willen kopen en die naar binnen willen gooien bij mensen die de deur voor ze opendoen haak je af.
Je gaat niet mee, je gaat buiten op een bankje zitten.
Als jullie gezamenlijk naar binnen komen verraad je ze niet in de kamer vol visite.
Je vertelt het ons later.
Wat jouw vriend siert is dat hij het later opbiecht aan zijn moeder.
Je kiest mooie vrienden.

Als je op school je mediakring presentatie hebt, doe je hem zonder de juf te informeren dat je vreselijke hoofdpijn hebt.
Dat ik je in de lunchpauze besluit je ziek te melden op school en dat jij je afvraagt of je geen aansteller bent.

Ik ben trots op het feit dat jij mijn zoon bent.
Ik ben trots op het feit dat ik jouw moeder ben.
En nu wordt het tijd dat je gaat puberen, stout gaat doen.
Word eens brutaal!
Laat je spullen eens slingeren!
Oh wacht, dat doe je dan weer wel.
Het is de hoogste tijd dat je weer kind wordt zonder zorgen.
Zonder een overmaat aan verantwoordelijkheidsgevoel.
Is dat het gevolg van de laatste twee jaar?
Of zou je onbezorgd ook zo bijzonder zijn geweest?
Ga heen en ga lekker bijna 12 zijn.

Hij en ik. Ik en hij. Wij.

Wat vooraf ging….
Ik kocht Wreck this Journal al vier keer.
Drie keer heb ik het weggegeven aan iemand van wie ik dacht dat hij of zij het fantastisch zou vinden.
En dan kocht ik een nieuwe voor mezelf.
Al vier keer krijg ik het niet voor elkaar er zelf in te beginnen.
Ik lees ik blader, ik geniet van het boek maar krijg het niet voor elkaar te starten.
Ik stond op het punt om deze weer weg te geven aan iemand waarvan ik wist dat hij het fantastisch zou vinden.

Hoe het verder ging….
Ik zit bij het Baasje van Ben en we hebben het over Wijzemans.
Wijzemans die te vaak aan mij vraagt of het goed met me gaat.
Die te vaak zegt dat hij wilde dat ik geen ongeluk had gehad.
Die nu pas weer kan lachen nu ik zonder krukken loop.
Die het leven moeilijk vindt. Heel moeilijk.
Heel zorgwekkend moeilijk.
Die de omgang met de groep moeilijk vindt.
Die in paniek aan me vraagt waar ik ben, waar ik naartoe ga, als ik de gang in loop.
Die de grootste knauw van Kanker en Ongeluk heeft gekregen.
Misschien nog wel meer dan ikzelf.

Dankzij Baasje van Ben weet ik dat we hetzelfde zijn.
Meer dan alleen in uiterlijk.
Ik ben net zo letterlijk als hij, en net zo vreselijk slecht in sarcasme.
Ik heb geleerd om om te gaan met de groep.
Cognitief, maar ben van binnen nog net zo bang als hij.
Ik snap het niet. Die groep.
Ik ben net zo faalangstig als hij omdat
ik net als hij niet ben gewend om fouten te maken.
En sinds haar weet ik dat dat allemaal komt omdat ik net zo van die schaal val als hij.
Hij snapt niet dat zij (de groep) hem niet snappen, ik heb mezelf geleerd dat te snappen.
Maar ik ben 42 en hij is 8.

Ik vroeg Baasje van Ben hoe ik hem kan helpen.
Zij valt nog verder van de schaal dan Wijzemans en ik.
Samen bij elkaar opgeteld keer twee.
Als iemand het weet is zij het.
Ze gaf me handvatten en ineens wist ik het.
Wreck this Journal. Dat moet hij hebben.
Wat jammer dat het in het Engels is.
Maar dan vertaal jij het toch in het Nederlands en tweak je het voor kinderen?
Zei Baasje van Ben.
Je bent er creatief genoeg voor.
Bloos.

Dus ik schreef een brief aan de schrijfster, of ik haar boek mocht vertalen en een beetje mocht tweaken voor slimme kindjes.
Een dag later kreeg ik dit antwoord:

Hi Wendy,
Thanks very much for your email.  I am so glad you are enjoying the book!  Wreck this Journal has already been translated into Dutch.  You can see it here:
http://www.bol.com/nl/p/wreck-this-journal/1001004008492721/

The version that exists is very popular with children already, so I am not sure how I would tweak it for them, or for the gifted.  Both groups are already working with it.
I think the book works so well because it is very simple, and because it is open to interpretation by the person who uses it (they essentially bring themselves to it).  

Hope that helps!
Tot zines (not sure if the spelling is correct).  I love the netherlands!
best,
Keri

Wat er toen gebeurde…
Dus ik kocht Wreck this journal voor Wijzemans in het Nederlands.
Hij pakte het uit en ik legde uit wat de bedoeling was.
En toen begon hij heel hard te huilen.
Hij wilde het Journal helemaal niet Wrecken.
Hij begon erin te bladeren en vond het fantastisch, maar uitvoeren wilde hij het niet.
Kon hij niet, hij wist dat hij dat niet wilde.

wreck3

Wat ik nu heel zeker weet…
Ik had het moeten weten.
Ik wilde het zelf toch ook niet?
Mijn Journal Wrecken?
Ik ben 42 en hij is 8.
Uitingsvorm is anders, het sentiment is hetzelfde.
Hij en ik. Ik en hij.
Wij zijn hetzelfde.
Dat weet ik nu echt heel zeker.
Dus: wij kunnen elkaar helpen.
Ik kon beginnen in mijn Journal toen Wijzemans zei dat hij wel wilde, maar niet alles.
Zelf kiezen wat wel en wat niet.
En we doen het samen.
Elke dag dezelfde pagina.

wreck1wreck2

Dat kind? Dat dus.

De baby die een maand te vroeg met de tang werd gehaald en door het oog van de naald de bevalling heeft overleefd.
Het faalangstige jongetje dat zich in groep 2 ziek veinsde omdat hij een werkje niet durfde te doen omdat het te moeilijk leek.
Het mooie kind dat in groep 4 bijna mentaal vermorzeld en verguisd is door een docente die het werkelijk niet begreep #ikrukhaarhoofderaf.
Het kind dat in groep 6 eindelijk een juf kreeg die de groeibriljant zag.

Het allround kind dat sociaal is, verantwoordelijk is, sportief is. Lief is. Veel vrienden heeft.
Zo allround kundig dat je bijna niet in de gaten hebt dat het zo pienter is.

Het kind dat het meeste heeft meegekregen van een zieke dan wel weer eens invalide moeder.
Het kind dat zijn broertjes naar school bracht, de hond deed, hielp in de huishouding, nooit klaagde.
Al anderhalf jaar lang.
De boel thuis opving op de schouders van een 10/11 jarige.
Zijn moeder trooste.

Het kind dat steeds meer de humor van zijn vader krijgt en zijn moedertje (nog net groter dan hij) in de maling neemt. Omdat ze daar vrolijk van wordt.
Het kind dat een twee-eenheid is met zijn vader.
De Feyenoorders.

Het kind dat zijn spreekbeurt voor de eerste keer wil oefenen voor 2 (voor hem onbekende) bomen van militairen die hier op de avond tevoren langs waren.
Dat de grootste van de twee later tegen mij zei: op die leeftijd was ik liever doodgegaan dan doen wat hij deed!

Het kind dat niet wil dat zijn moeder hem op het schoolplein kust.
Maar wel wil dat ze met krukken de klas in komt, want dat is stoer.

Het kind dat de bijna zittenblijver altijd helpt in de klas.
Het kind dat bevriend is met de “percentielscore 14%” van de klas.

Dat kind kreeg de uitslag van de Cito. Het voorlopige advies van groep 7.
Gymnasium.

Dat kind dat alles dealt en gymnasium advies krijgt.
Terwijl hij thuis de boel draaiende houdt.
Dat kind waar de juffen niet over uit konden, zo’n fijn kind in de klas.
Zo mooi en zo bijzonder.

Dat kind?

Is mijn kind.
Dat dus.

Giving back his life

Het is een lijfspreuk aan het worden. Taking back my life.
Opkrabbelen, weer dingen kunnen doen.
Honderd procent van de invulling van mijn leven was weg, afgenomen.
Niks van wat ik normaal deed kon ik.
Niet eens mijn kinderen verzorgen.

Het is zaterdag, de Bevelvoerder werkt.
Op het programma staan de boodschappen, Draakje brengen en halen van judo en uiteraard het uitlaten van de hond.
We zitten aan de lunch als een vriendje van de Spelmaker aanbelt.
Ik hoor Spelmaker tegen hem zeggen dat hij niet kan, hij moet zijn moeder helpen.
Hij moet zijn broertje naar judo brengen.
En de hond uitlaten.

Ik loop (ja loop!) naar de gang en zeg dat hij zijn telefoon moet meenemen.
En dat hij vijf uur thuis moet zijn.
Ik deal de judo en de hond.

Het Belangrijkste onderdeel van taking back my life
is giving his back.

Ik kan mijn kind zijn jeugd teruggeven.
Dat is het fijnste gevoel dat er is.

Wij beloven plechtig…

Draakje was blij dat hij het niet was met zijn broertjes.
Wijzemans wilde er niet meer over praten.
Spelmaker liet ons beloven dat wij dat nooit zouden doen.

Wij hebben vandaag met ze gepraat.
Dat wij het ook niet begrijpen hoe het kan, waarom.
Wij begrijpen het ook niet.
Hoe kan iemand dat doen?
Nee, wij beloven plechtig dat wij dat nooit zouden doen.
Het liefst zouden we alle kindjes willen beschermen tegen kwade en nare dingen, maar dat kunnen we niet.
Wij kunnen alleen jullie 3 beschermen en dat zullen we voor altijd doen.
Beloofd is beloofd.

Wij wisten ook niet wat we anders moesten zeggen.
Hebben we het goed gedaan?