God dobbelt niet!

De Bevelvoerder heeft dienst.
Spelmaker heeft zijn broers uit school meegenomen en ik maak pita broodjes voor de lunch.
Pita broodjes met pindakaas. Dat is Dalton Style.

Ik baal ervan dat ik ze niet ging halen, maar ik geniet dat ik lunch kan maken. Zittend en trippelend vanuit de trippelstoel.
Ik maak lunch, en later maak ik appelmoes.
Ik doe en ik tuttel de hele middag.
Ik kan alweer zoveel!
Ik trippel me rot met mijn rechterbeen en mijn linkerbeen begint een mening te krijgen over het ‘niet omhoog liggen’ en het gebrek aan rust. Ik negeer dat been.

Spelmaker is ondertussen met Kind aan Huis naar de speeltuin.
Kind aan Huis is bijna 3 maanden ouder en door die timing zit hij in groep 8 en Spelmaker in groep 7.
Die twee. Niet op dezelfde school, niet in hetzelfde schooljaar. Niet in hetzelfde voetbalteam.
Desondanks zijn ze al jaren de beste vrienden. Van hetzelfde kaliber. Op veel fronten.
Ze zijn de categorie vrienden die je als moeder hoopt voor je kind: ze halen het beste in elkaar naar boven.
En elke woensdagmiddag spelen ze samen. Maar dit is vast het laatste jaar, want Kind aan Huis gaat volgend jaar naar de middelbare en Spelmaker naar groep 8.
Het schooljaar verschil gaat tellen. Meer en meer. Desondanks denken de moeder van Kind aan Huis en ik dat ze het gaan redden. Zelfs de aankomende brugklas en de brugklas daarop. Ze zijn van de buitencategorie.
De Moeder van Kind aan Huis en ik zijn overigens net als onze zonen: niet op dezelfde school, niet in hetzelfde jaar, en niet in hetzelfde team. En toch zijn we al jaren de beste vrienden.

De Moeder van Kind aan Huis arriveert ergens in de middag en zoals die dingen gaan blijven zij en Kind aan Huis eten.
Tijdens het eten vraagt Wijzemans aan mij wie Einstein was.
Kind aan Huis en Spelmaker springen al gaande in met vragen en antwoorden en….

….voordat ik het weet heb ik het over de lichtsnelheid, en het niet harder kunnen gaan dan dat. Over natuurkunde.
Trippelen en appelmoes maken is allemaal leuk en aardig, maar ik zit al bijna 9 weken mijn brein te verwaarlozen! Ik. Ga. Helemaal. Loos.
Over dat het bij natuurkunde geldt dat iets waar is totdat er iemand komt die zegt dat het anders is.
Dat Newton nog steeds gelijk heeft met zijn appel.
En Einstein nog steeds met zijn lichtsnelheid.
Maar dat Schrödinger en Heisenberg na Einstein kwamen en bewezen dat Einstein niet alles wist.
Dat Einstein het er daar moeilijk mee had: Heisenberg kon geen gelijk hebben, noch Schrödinger: “God dobbelt niet”

Terwijl ze aan hun derde pannenkoek stroop/suiker/zefgemaakte appelmoes/Franse stinkkkaas zitten (okay sorry, ik ben de enige die de stinkkaas op heur pannenkoek deed), leg ik uit aan Kind aan Huis hoe het een beetje kan.
Het kind hangt aan elk woord.
Spelmaker is wat stiller, die komt later wel. Het schooljaar verschil is nu aan het woord. Ik zie de bedachtzame blik en de raderen. Dit typeert de kracht van Spelmaker.
Ik leg uit, ik ben in mijn element en doe weer eens wat anders dan borduren en TLC kijken.

Wij kunnen die wereld van atomen en kleiner dan dat niet zien, niet aanraken en niet meten. Het is niet als een deur die we kunnen opmeten zonder hem aan te raken.
Wij kunnen de kleine wereld alleen indirect een rotschop geven en meten wat de reactie is, en die reactie proberen te vertalen naar wat er gebeurde.
We kunnen alleen energie stoppen in een apparaat en meten wat er daarna gebeurt en dat vertalen naar wat er werkelijk aan de hand is.
En de verklaring wat er aan de hand is klopt, tot er iemand komt die zegt dat het anders is…
Arme Einstein. Toen Schrödinger en Heisenberg met hun theorieën kwamen, was Einstein over zijn piek. Einstein wilde er niet aan. God dobbelt niet!

En dan zegt Kind aan Huis:
Maar kan het niet zo zijn dat er dan ook iets is veel groters is dan wij? Voor wie wij zo klein zijn dat we elkaar niet kunnen zien? Net zoals met elektronen?

Ik glimlachte heel erg breed. Het kind is een wetenschapper. Zoals je ze zelden ziet.
Wat hij begreep en tot welk abstractieniveau hij het kon doortrekken is heel bijzonder.
God dobbelt misschien wel.

 

Advertenties

L’histoire stikt er maar in: die gaat zich dus echt niet répèten!

Vanavond bij het naar bed brengen kwam ineens die waterval. Met zijn bedachtzame (op het randje van ongeruste) grote wijze ogen die me niet aankeken maar heen en weer flitsten omdat zijn brein het te druk had met teveel gedachten die versnellen. Soms zochten zijn ogen me op om mijn blik te peilen. En deze avond zag ik telkens die flits van geruststelling die te snel verdween omdat die radertjes weer versnelden. En voor het eerst sinds ooit? sinds ik weet niet hoe lang sprak hij open en vrijuit en kwam er een waterval.

Ik ben naast zijn bed op de grond gaan zitten en heb met hem gepraat zoals ik nog nooit heb gedaan. Niet alsof hij 7 was, maar op mijn eigen toon. Repel Style.

En dan blijkt dat je hoogbegaafde van de schaal gepleurde kind gepest wordt op school. Ongelukkig op school is hij ook, in den brede.
Hij is anders. En dus wordt hij gepest. Om die simpele reden. En hij is nu oud genoeg om zich te realiseren dat hij anders is. Dus naast het pesten ziet hij ook nog de oorzaak van het pesten die, als je het niet uitlegt, voor een zeven jarige ook nog wel eens als legitiem kan worden uitgelegd. En hij gaat uiteraard anders om met alles dan de rest van ons stervelingen. En dus zagen wij het niet.

Het was de hoogste tijd. Hij is mij en ik ben hem. Hij is mijn kloon. Dat hij wordt gepest op die leeftijd is alleen maar een “duh-huh!” momentje. De tijd was aan alle kanten rijp. De moeder in mij had heel veel pijn. Het leed van je kind voel je namelijk minimaal zo hard in je eigen hart en daarbij voel je je verantwoordelijk. Het kind ondertussen voelde zich begrepen, dat zag ik in zijn ogen. Ik zag een geruststelling. Ik zag ook zelfbevestiging in zijn ogen: dit nu vertellen aan mij was de goede optie. God, wat moet hij gepiekerd hebben. Eerder had zijn moeder het te druk met andere zaken. Ik vroeg bij de nachtkus alleen maar “hoe gaat het op school”….

Hij is mijn kloon.
Niet alleen qua uiterlijk.
Ik moest 41 worden om dat te begrijpen.
Hij heeft dat ingewikkelde randje dat hoogbegaafden hebben.
En dat is mijn grootste angst.
Gelukkig heb ik dit jaar een heleboel lessen geleerd.
Ook op het vlak van van de schaal vallen.
En van randjes.
Ik snap zijn ogen die je niet aankijken en zijn versnellende radertjes.
Omdat ik nu pas die van mij snap.

L’histoire stikt er maar in: die gaat zich dus echt niet répèten.

Dubbel blind

Ik omschrijf Draakje bijna altijd als een karikatuur van zichzelf omdat ik hem zo fantastisch vind. Ik omschrijf hem in kreten, in typerende termen. “Voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang”, “bloedspoed om zijn broers in te halen”, “ongeleid projectiel”, “doldriest maar met geen vezel kwaad in zijn donder”, “slim wellicht, maar sowieso Streetwise as Hell!”.

Wat ik natuurlijk ook weet is dat hij stiekem enorm kwetsbaar is.
Dat onder al die bravour een kwetsbare kant zit die stiekem best groot is.

Net als bij zijn moeder.

Vandaag ontdekte ik met een schok dat ik een belangrijk aspect van Draakje compleet heb gemist.
What happened? Picture it. Zwemles. Wij op weg naar het zwembad, broertje gisteren net geslaagd voor B, hij voor het eerst alleen.

Ik: Volgens mij is het kijkles, vind ik leuk!
Hij: Waarom?
Ik: Ik wil je graag zien zwemmen, ik wil zien hoe het met je gaat!
Hij (letterlijke (letterlijke!) woorden): Ik zal het je alvast maar vertellen, ik heb moeite met het plankje.

Het kind van 5 bezigt de woorden “moeite hebben met”.
Maar erger…..daar waar de faalangst er bij de oudste twee nog drie vingers dik op lag, heeft de derde het zorgvuldig verstopt kunnen houden onder een laag bravour.

Net als zijn moeder.

Tot nu. Ik moest er alvast maar even rekening mee houden dat hij niet perfect zou zijn.

Net als zijn moeder.

Dus. Nummer 3 is ook slim en heeft ook faalangst.
Maar….daar waar de oudste zich ooit op de kleuterschool twee dagen ziek meldde om te verhullen dat hij iets niet durfde uit faalangst, heeft de jongste toch Streetwise Kick-Ass Attitude genoeg om het te durven zeggen.
En ik heb dankzij het feit dat hij de derde is enige ervaring met het coachen van zonen met faalangst en ik geloof dat ik denk dat ik er goed mee omging.

Dat gezegd hebbende…

Logica Dalton Style

Zondag werd ik weer eens volkomen achterover geblazen door verkeerd begrepen logica van mijn kinderen. En daarmee bedoel ik dat ik hun logica niet begreep hè, niet dat hun logica niet klopte. En je zou toch zeggen dat ik voldoende ervaring zou moeten hebben in de Logica Dalton Style.

Picture it. Repeldorp, ergens in 2005. Wij zijn niet bepaald preuts in Huize Repel, dus Spelmaker had zijn moeder wel onder de douche gezien. En noem ons gek, maar ik doe de badkamerdeur niet op slot als ik op het toilet zit, dus hij was ook wel eens binnengekomen met een “oh, hij is al bezet”.
Hij: Zit je te poepen
Ik: Nee, ik zit te plassen
Hij (volkomen verbaasd): Huh? Maar jij hebt toch geen p.iemel?
Geen p.iemel hebben, had hij 1-op-1 gekoppeld aan niet kunnen plassen, want wees eerlijk: waar is dat ding anders voor!

Een paar weken later kwam hij helemaal in shock terug uit het zwembad: hij had een meisje gezien dat zich aan het omkleden was en “die had daar plat”, net als ik! Hij had geen p.iemel hebben 1-op-1 gekoppeld aan het concept “mama”, niet aan de regel “mannen wel, vrouwen niet”!

Kortom: ik had beter moeten weten.

Picture it. Repeldorp. Vorige week zondag. Ik zit met mijn faalangstige hoogbegaafde zoon in de auto. De hoogbegaafde die van de schaal is gepleurd en moeite heeft met het feit dat zwemmen niks met begrijpen te maken heeft, maar dat dat je dat moet leren. En iets moeten leren, daar is hij niet zo goed in. Dat is hij niet gewend want hij snapt en ziet en doorziet alles altijd in een keer. En dus is hij faalangstig met dingen die hij moet leren en begint er bij voorkeur maar liever helemaal niet aan.
Hij: Mama, ik mag van de zwemmeester geen foutjes maken
Ik: Wat een onzin, foutjes maak je niet expres, foutjes gebeuren en van foutjes leer je
Ik: Je moet je best doen en als jij je best doet en je doet alles fout ben ik vreselijk trots op je omdat je je best hebt gedaan. Meer kan ik niet van je vragen. Sterker nog; meer kan je van jezelf niet vragen!
Hij (matig overtuigd): Oh
Ik: Als het volgende week weer gebeurt, ga ik wel met meester S praten, maar ik weet zeker dat hij het zo niet bedoeld heeft.
Hij (nog steeds matig overtuigd): Oh

Dus, deze zondag zaten we weer in de auto op de terugweg van zwemles.
Ik: Hoe ging het?
Hij: Goed
Ik: Heb je je best gedaan?
Hij: Ja
Ik: Wow, ik ben echt trots op je! Heb je foutjes gemaakt?
Hij zwijgt.
Ik: Lieffie, iedereen maakt fouten! We zijn toch niet perfect? Ook de minister maakt fouten!
Zijn ogen werden een fractie groter en hij keek me voorzichtig aan.
Hij: Ook de burgemeester?
Ik: Ja natuurlijk! En ook de koningin!
Hij keek voor zich uit en ik zag allerlei kwartjes vallen bij hem. Hij mocht foutjes maken had hij 1-op-1 gekoppeld aan “hij” en “foutjes”, niet aan de regel “iedereen” en “foutjes”. Hij dacht dat hij de enige was en was daarom totaal niet gerustgesteld met het feit dat wij het wel oogluikend zouden toestaan, dat foutjes gebeuren.
Hij: Wie is belangrijker, de burgemeester of de koningin?
Ik (wetend wat voor hem het betere antwoord zou zijn): Hier in Repeldorp de burgemeester en die maakt ook foutjes, daar leert hij namelijk van!
Ik arriveerde thuis met een kind van wiens schoudertjes zichtbaar een enorme last was gevallen.

Dus vanaf nu gaan we geregeld thuiskomen met verhalen wat er allemaal niet fout is gegaan, vandaag op werk. En wat we allemaal niet hebben geblunderd met hele boze bazen en zo.

Woordenloos, deel II

Hij speelt PS3. Een oorlogspelletje.
Ik zit achter de compu. Ik twitter.
Het hele gesprek lang is hij niet dood gegaan in zijn virtuele wereld en heb ik doorgetwitterd.
Bijna zonder opkijken.
Onderstaande is een samenvatting….zijn online kameraden en mijn online matties deden we erbij…

Hij: hoe oud wil je worden
Ik: Eehm, ik kan er geen getal aan hangen. Oud genoeg.
Ik: Ik wil jullie groot zien worden.
Ik: Ik wil gezegd kunnen hebben, nu is het mooi, Bevelvoerder en ik hebben het mooi gehad. Het mag wel.
Ik: En niet te oud
Hij: Wat is te oud?
Ik: Als je nog wel leeft, maar niet meer kan wat je wil.
Ik: Maar ook daar is geen getal aan te hangen.

Ik: Heb je dat gehoord op het nieuws? Die man in Engeland?
Hij: Die met dat knipperen, ja.
Ik: Ik snap dat hij dan dood wil, want dit gesprek wat wij nu hebben al 40 minuten lang, daar had hij knipperend wellicht wel 2 dagen over moeten doen.
Hij: Ja, ik snap het.
Hij: wil ik ook niet. Dan wil ik ook niet meer leven.
Ik: Aan de andere kant….er was ook iemand die dat ook alleen maar kon en die heeft een boek geschreven, al knipperdend. Kostte hem maar 2 jaar, maar toen was het ook af.
*****ik wist de details niet meer, of het nou een boek was of iets ander, ik had zoiets gelezen*****
Ik: Maar dat moet toch een keuze zijn? Of dit het je waard is? Natuurlijk mag je niks vergooien voor niks….maar soms?
Hij: Nee klopt.

Ik: Met tien ben jij al een wijzere ethicus dan menig ander
Hij: Wat is een ethicus?

Woordenloos

In de auto.
Ik: wat ben je stil.
Hij: ik ben heel vaak heel stil.
Dat klopt. Ik ook.
Ik: denk je aan 1 ding of aan een heleboel?
Hij: een heleboel.
Ik: ik ook vaak. Vind je dat gek?
Hij, met een glimlach: nee!
Ik: maar niet iedereen heeft dat.
Hij op vanzelfsprekende toon: weet ik.
Ik: we lijken op elkaar.
Hij: we lijken heel veel op elkaar.

Met angst en beven: grote, grote zorgen Repel Style

Ze liet Spelmaker gymmen in zijn onderbroek terwijl hij al 9 jaar oud was.
Hij had gesmeekt zijn vergeten gymtas te mogen halen in het andere gebouw, in zijn spijkerbroek te mogen, desnoods aan de kant te mogen zitten.
Maar nee. Niets van dat alles mocht. Hij moest in zijn onderbroek gymmen.
En hij werd niet alleen uitgelachen door zijn eigen klas.
Toen hij werd uitgelachen door de meisjes van groep 5 vanuit hun kleedkamer moest hij in zijn onderbroek naar die kleedkamer om die deur dicht doen.
Hij had gesmeekt of iemand anders dat mocht doen.
Maar nee: hij moest in zijn onderbroek lopen naar degenen die hem uitlachten.

Mijn lieve, verantwoordelijke Spelmaker. Die niet stout was, niet brutaal was.
Vermangeld door een tuthola van 1.55 m.
#ikrukhaarhoofderaf

Spelmaker verveelde zich te pletter, was aan het onderpresteren.
Maar durfde het niet te zeggen.
Maar thuis huilde hij dat hij niet vooruit mocht werken van haar.
Ze zei dat hij nooit als eerste klaar was, dus zo pienter was hij niet?
Nee muts, hij heeft faalangst; dank je de koekoek dat hij nooit als eerste klaar is!
#ikrukhaarhoofderaf

Ze plaatste hem uit zijn klas op weg naar de volgende groep.
Vier vrienden bruut uit elkaar gerukt, alle vier moesten ze huilen.
Maar nee, dat zag ik verkeerd.
Ik moest het zien als een kans voor Spelmaker.
De brave slimme leerling geplaatst bij de zittenblijvers en de onaangepasten.
Was het om de volgende juf te ontlasten of was het uit wraak naar mij omdat ik haar bloed wel kon drinken?

#ikrukhaarhoofderaf

En nu? Nu komt Wijzemans bij haar.
Wijzemans, die slimmer is dan 99% van alle mensen.
Wijzemans, die zich anders ontwikkelt dan de rest van ons stervelingen.
Wijzemans, die moet leren dat ons laddertje niet zo hoog reikt als dat van hem.
Wijzemans, die emotioneel met zijn op een haar na 7 ver uit de pas loopt met zijn intelligentie.
En die tuthola mag dat kwetsbare mannetje de komende 2 jaar (!) gaan begeleiden.

Toen ik die klassenindeling kreeg vandaag was mijn weekend grondig, maar dan ook heul grondig verziekt.

Juffen met hoofden

Wijzemans van 6 is een lastig wezen om te begrijpen. Hij ontwikkelt zich anders dan de rest van ons stervelingen. Hij leert anders, hij denkt anders, hij functioneert anders. Daarbij kan hij ook echt alléén maar buiten de lijntjes denken. Hij zit met zijn gedachten vaak in zijn eigen wereld die wij niet begrijpen. Dat lijkt voor ons op dromen, maar hij hoort ondertussen alles. Emotioneel is hij ook nog maar een heel klein mannetje. We zitten nog steeds in het stadium dat zijn intellectuele bolletje oneindig veel meer begrijpt dan zijn emotionele bolletje kan bevatten. Hij snapt de vierde dimensie, hij snapt het concept “oneindig” en tegelijkertijd is hij oh zo blij dat het goed is gekomen met de intocht van Sinterklaas, zeg maar. Dat dus.

Spelmaker van op een haar na 10 is een indrukwekkend wezen om te begrijpen. Hij is een lieve populaire gast. Zonder uitsloverij. Een betrouwbaar typ. Pienter ook; een typische VWO-klant. Spelmaker is open en recht door zee. Ik kan met hem lezen en schrijven; voor mij is hij zo transparant als een net gelapte ruit. Spelmaker is verantwoordelijk en verstandig. En bizar gehoorzaam. Spelmaker is een rots waar je op kan bouwen. En dat doe ik ook. Soms teveel, hij is nog niet eens 10. Spelmaker is van een faalangstige kleuter uitgegroeid tot een vlotte positieve (bijna) tiener. Alle moeders van het schoolplein lijken Spelmaker te kennen: hij is een graag gezien speelvriendje. Wij worden er regelmatig letterlijk op aangesproken.

Wellicht is het omdat Wijzemans van de buitencategorie is, maar de school heeft het met hem altijd goed gedaan. Er was altijd tijd en extra capaciteit om hem te ondersteunen. Hij kreeg de juiste uitdagingen, de juiste stimulans en de juiste waardering. Het was voor de school eigenlijk altijd overduidelijk dat het kind bijzonder was. De uitslag van de testmevrouw vonden ze geloof ik ook wel stoer. Proef de cynische ondertoon mensen, proef de cynische ondertoon.

Wellicht is het omdat Spelmaker zo gehoorzaam is en niet klaagt, maar de school heeft het met hem altijd verkeerd gedaan. Hij is altijd onderschat en hij heeft nooit de juiste uitdagingen gehad. Dat het kind qua lesstof een jaar vooruit liep werd niet gezien: “ja maar, hij is nooit als eerste klaar”, dat soort voorbeelden. Toen de grote balletje-balletje-klassenhussel-truuk van vorig jaar plaatsvond, plaatste ik mijn eerste stomende #ikrukhaarhoofderaf tweets. Mijn voorspelling is uitgekomen: Spelmaker heeft het overleefd zoals ik het destijds de directrice met trillende stem van ingehouden tranen heb gezegd en trillende vinger van ingehouden woede: en dat heeft alles te maken met het karakter van Spelmaker en niks met de keuzes van de school.

Vanavond is het even anders.

Spelmaker heeft voor het eerst in zijn schooltijd een juf die hem op de korrel heeft. Vanavond kreeg ik van haar een verhaal te horen waarbij ik dacht: “Jeetjum, jij snapt het echt!” Daarbij bleek uit het verhaal dat Spelmaker opbloeit. Faalangst verdampt. Onzekerheid verdampt. En wat opkomt en opbloeit is enthousiasme en initiatief. Leergierigheid. De juf werd enthousiast bij het praten over hem. Ik keek naar haar hoofd. Het is een hele mooie dame, dat zei de Bevelvoerder ook al (al hij gebruikte een andere term). Ze is een juf met een mooi hoofd. Een juf met hoofd.

Wijzemans heeft voor het eerst in zijn schooltijd een juf die hem niet begrijpt. Dat zag ik al aan zijn rapport. #ikrukhaarhoofderaf. Maar tijdens het gesprek vanavond bleek dat ze met open vizier uitlegde dat ze tegen dezelfde problemen aanloopt als wij: Wijzemans is een lastig wezen om te begrijpen. Ze zoekt en ze worstelt, net als wij. Ze is net terug van zwangerschapsverlof en probeert binnen 2 maanden Wijzemans op de korrel te krijgen. En daar doet ze verschrikkelijk haar best voor. Ik keek naar haar hoofd. Het is een hele lieve dame met prachtige eerlijke grote ogen. Ze is een juf met een mooi hoofd. Een juf met hoofd.

Empathie van de Bovenste Plank

Zondagmiddag. Casa Repel. Picture it.
Ik heb een loopje gedaan.
Spelmaker is naar Kind aan Huis, Bevelvoerder is met Wijzemans naar zwemles.
Draakje kijkt tv en ik doe de was.
Zondagser dan dit kàn je ons bijna niet aantreffen.

Mijn iPhone gaat en ik zie het smoelwerk van Mi in mijn scherm.
Ha fijn, denk ik nog, was gisteren nog zo gezellig, ze gaat vast vragen of Spelmaker mag blijven eten. Nog voordat ik opneem besluit ik dat mijn antwoord ja zal zijn.

Ik neem de telefoon niet op met “met Repel”, maar met “Heeeeey! Mi! Hoe is het?”
Ik krijg een huilend antwoord.
“Hey Reep, niet zo goed. Eigenlijk helemaal niet.”

Later is ze bij ons. Telefonetisch aan haar kladden door de glasvezel getrokken, zeg maar.
We bonjouren onze oudste *veel te wijze* jongens weg: Mi en ik willen babbelen, dit is onze wereld: ik mag jou geen afscheidskus geven op het schoolplein, en vergelijkbaar met dat mag jij hier niet bij zijn!
Zij praat. Ik praat. Op haar in.
Maar hoewel mijn troost en steun wel helpen, mijn woorden landen niet.
Ik praat te rationeel en te analytisch.
Moet ik nog toelichten aan de lezertjes dat ik heus wel vol emoties was op dat moment? Nee toch? Huilen deed ik later in bed.

De Bevelvoerder praatte totally unlike his usual self mee.
Hij sprak niet op haar in. Hij brak af en toe in, en legde kil en ragfijn bloot over wat voor een oetlul we het eigenlijk hebben. From a good man’s point of view.
En die woorden landden wel.

Mi is de nacht nauwelijks doorgekomen.
De oetlul heeft haar die nacht via de telefoon geestelijk bijna, maar nog net niet helemaal, gesloopt.
Tot ze bij haar huisarts terecht kon, whatsappte ik me het apelazerus met haar.
Ik en een paar anderen hielden haar de ochtend overeind.
Op het moment dat ze even uit de lucht was, zat ik met rokende hakken op de fiets naar haar, zo ongerust was ik.

Vanavond kwam ze gelukkig weer eten.
Ze was bij de huisarts geweest.
De blinde radeloosheid en paniek hebben plaatsgemakt voor een murw soort van verdriet. En een übervermoeidheid die aan alle kanten van haar afstraalt.
Emotioneel bont en blauw geslagen en beyond.
Dat ik die toestand herken, maakt dat ze bij me durft te komen.

“Die gekke moeder van jouw vriend, hè?!”, verontschuldigt ze zich met rode ogen en een halfbakken glimlach naar Spelmaker.
Spelmaker kijkt niet op of om, maar zegt met dezelfde matter of fact toon van zijn vader:
“Jij bent niet gek! Je bent lief!”
Hij zei het met een toon zodat iedereen direct van hem aanneemt dat het een natuurwet is.
Mi mocht hem toen wel een knuf geven, want we waren niet op het schoolplein. of zo.

Later tijdens het eten komt Wijzemans ineens out of the blue (let wel: hij was niet eens aanwezig bij bovenstaand incident, sterker nog: hij was aanwezig bij geen van de gesprekken, hij heeft alleen Mi en haar gezichtsuitdrukking gezien:):

(tussen de happen door)
“Mi?
Ik vind jou en Kind aan Huis een beetje lief.
Nou. Eeeeehm. Eigenlijk niet een beetje.
Eigenlijk gewoon heel veel.”

Laat gezegd zijn dat Spelmaker een hele wijze bijzondere prepuber is.
Wat een lef om dit te zeggen.
Petje diep af. Heel diep.
Wat gaat hij een mooie bijzondere grote kerel worden.

Maar….Wijzemans, met 6.
Wijzemans zou autistisch zijn? Zei iedereen?
Testmevrouw had het heel goed in de smiezen: dat je “best wel” laat bent met false belief wil niet zeggen dat je niet empatisch bent.

Best wel niet.

Mi komt de rest van de week bijna elke avond eten.
Ik hou mijn waffel, ik knuffel haar alleen maar.

Mijn 4 Daltons doen de rest.