Genezen duurt lang

“En dan mag jij grote giraffe een week hebben mama”
Draakje komt ’s ochtends met zijn giraffe en de grote giraffe bij me liggen.
Hij legt grote giraffe bij me.
In ruil voor Ollie.
Dat was de trade off.

Grote giraffe ligt net zo lekker als een extra kussen.
Ik slaap graag met een extra kussen waar ik mijn arm omheen sla.
Maar een grote giraffe werkt ook.

Na een week krijg ik Ollie terug zoals beloofd.
Maar ik mag grote Giraffe nog één nachtje houden.
En na dat nachtje nog een nachtje.

Puntje bij paaltje is dat ik al een paar weken met grote giraffe slaap.

“Waarom mag ik grote giraffe zolang houden?”
“Omdat ik wil dat het goed gaat met je.”
“Maar het gaat toch goed met me?”
“Maar je kan wel eens pijn hebben.”
“Oh.”

Genezen kan best lang duren.

Advertenties

Laagjes afpellen “to the max”

Vanmiddag bij het verlaten van werk had mijn Vriendin Loopmaatje dienst in de portiersloge.
Ze schoot me aan. Hoe het ging.
En ze was vol complimenten.
Want ik had dan wel geluk gehad hè, maar niks gaat goed zonder de juiste instelling.
Want ik ben zo’n knokker en ik laat de moed niet zakken.
Anders was ik nooit zo ver gekomen.
Gutteguttegut, eerst kanker en dan een ongeluk.
En dan nog zo lachen en knokken.

Ja ja. Ik ben me er eentje.
Ik probeerde te praten over haar blessure, maar dat lukte slecht. Nee nee, dat was niet vergelijkbaar.

En ik vond het lief en was blij met het compliment en het is ook waar wat ze zei en het kwam uit de grond van haar hart.
Maar.
Het zat niet lekker.
Ik liep verdrietig weg en begreep niet goed waarom.

Ik had de grootste moeite mezelf naar de fysio te slepen later de middag.
Moe. Pijn. Beu. Geen zin meer.
Maar ik deed het weer en ik stond er met een lach.
Ik kom van ver, ja ja, en ik blijf knokken.

Ik kan het verhaaltje wel uitkotsen.
Pijn of geen pijn.

Voordat ik kanker kreeg, voordat ik het ongeluk kreeg, was ik nog wel eens wat anders.
Dan had ik een goede smaak in kleding.
Och, slecht voorbeeld. Excuus.
Toen was ik een goede collega en deed ik het goed op werk.
Toen had ik humor als ik het over thuis had.
Toen genoot men van mijn passie over lopen.
Toen was ik een nerd, een moeder, een vrouw.
Toen was ik een vriendin.
Toen was ik de vrouw die zo onevenredig uit de bocht kon vliegen.
Die #ikrukhaarhoofderaf riep over de juffen.

Nu ben ik iemand met die retegoeie instelling met al die tegenslag.
En bijna niet meer dan dat.

Ik ben 1 tint Repel momenteel.
Ik kan oh zo knap knokken.
Ik liep verdrietig weg vanmiddag omdat ik ooit 50 tinten Repel was.
En voor mijn gevoel nog steeds ben.

Rauw

Ik werd uit het ziekenhuis ontslagen met een verwijsbrief voor de fysio.
De eerste 2 weken kwam hij aan huis.
Beetje littekens boetseren.

Toen moest ik naar hem.
De Bevelvoerder reed mij 3 keer per week naar hem toe,
en hij leidde mij naar de wachtkamer.
Tot ik het zelf kon.

De fysio leerde/trainde/leidde mij van okselkrukken naar gewone krukken.
Van twee krukken naar 1 kruk.
Van een kruk naar los lopen.

Van los lopen naar bewegen.
Vanaf hier naar november: metaal uit mijn been.
9 maanden, 4 keer fysio per week.

*********

Ik zie haar vaak in de wachtkamer.
Zij zit er (dus blijkbaar) ook 3 keer per week.
Minimaal.
Ze is ouder dan ik.
Ik gok minimaal 10 jaar, maar haar ziekte kan me in de maling nemen.
Graatmager.
Grijs geverfd haar.
ALTIJD opgemaakt.
De staart is slordig, het eyeliner lijntje is STRAK.

Zij heeft Parkinson.

Toen ik begon bij mijn fysio zag ik haar dingen doen waarvan ik dacht ze nooit meer te kunnen doen.

Nu revalideer ik en zie ik haar achteruitgaan.

En we komen elkaar 1 en soms 2 keer week tegen bij de fysio.
En we vragen elkaar hoe het gaat.
Ik zie haar lijf dat aan het falen is.
En dat bizar strak mooie eyeliner lijntje rond haar ogen.

En ik ga vooruit.

kak.

Geluk

We lopen het kantoor van Dr. Bud in.
Hoe gaat het, vraagt hij.
Zenuwachtig antwoord ik dat hij degene is die me dat nu moet gaan vertellen.
Dr. Bud lacht. Hij kijkt blij.
De breuken zijn dicht, zegt hij.
Ik kijk hem aan met ogen als schoteltjes.
Dr. Bud begint nog breder te lachen en laat de foto zien.
En hij laat zien waar de breuklijnen weg zijn, waar ze vervagen en waar er nog een miniem breuklijntje te zien is.
In november halen we de pen er uit. En eigenlijk wil ik de plaat er dan ook meteen uithalen. De breuken zijn zo goed herstelt dat dat kan.
Ik kijk nog net wat blijer dan hij.
Ja, je mag alles mee naar huis nemen, vervolgt hij zowat grinnikend.
Zo grinnikend als een chirurg kan.
Het is onwaarschijnlijk snel gegaan. Er staat een jaar voor.

Ik denk dat als de pen eruit is is alle belemmeringen weg zullen zijn.
Ik denk dat je er niks aan overhoudt.
Nu weet ik het zeker: hij kijkt echt blij.
Trots op zijn werk, ja.
Maar ik weet zeker dat hij ook blij is voor mij.
Er is een topskiër geweest die na een vreselijk ongeluk gewoon weer terug is gekomen op zijn oude niveau. Er is geen enkele reden dat je niet zou kunnen hardlopen.
Breed lachend schudden we elkaar de hand.
Tot november.

Exact 6 dagen later loop ik het kantoor van mijn oncologe in.
Je loopt, zegt ze blij.
Dat had ik zo gehoopt!
We kletsen een half uur over hardlopen.
Ik vertel haar dat alles goed gaat komen.
Dan kunnen we elkaar de hand schudden, zegt ze.
Haar hamstring blijkt te zijn afgescheurd in maart en ze revalideert, net als ik.
De borstcontrole verloopt vlekkeloos, alles is goed en ik ben weer voor een half jaar goedgekeurd.
We schudden elkaar de hand en beloven elkaar dat we volgend jaar bij de Marathon Leiden zullen lopen.
Welke afstand weten we nog niet. Maar daar gaat het niet om.
We zullen herstellen voor 95%.
Maar voor 90% hadden we ook getekend.
We lachen naar elkaar.

Ik moet denken aan Dr. Bud.
Hij regelde zomaar een second opinion met de beste van het land.
Hij heeft onwaarschijnlijk zijn best gedaan op de tweede operatie.
Ik hoorde van de andere arts dat ze dat niet hadden gedaan als ik niet een loper was geweest en iets ouder.
(En ik dacht erachteraan: ook omdat ze net had gevochten tegen kanker.)
Ik moet denken aan mijn oncologe.
De avond voor de marathon kreeg ik een sms van haar.
Ze stond de dag na de laatste bestraling met bloemen op de stoep.
En nu was ze zo blij dat we weer gaan lopen.
Ik moet denken aan het baasje van Ben.
Die vaak in het ziekenhuis langskwam met Ben en een kop echte koffie, voor haar werkdag uit.
Die haar elektrische rolstoel uitleende aan me.
Omdat er een lineair verband is tussen immobiliteit en depressiviteit.

Soms moet je een beetje geluk hebben in het leven.
En wat een enorm geluk heb ik met de professionals die mij oplappen en beter maken.

11 september

En de volgende controle foto is 11 september. En dan maken we een plan, zei Dokter Bud in juli na een voor mijn gevoel slecht nieuws gesprek, voor zijn gevoel je doet het goed gesprek.

In juli was er botaangroei (#galgjewoord) te zien en positief en duimen omhoog maar verre van voldoende.
Het is een groot bot met grote vierkante centimeters breukvlakken in al die breuken en er leunt een lichaamsgewicht op, bij lopen zelfs meer, laat staan bij hardlopen.
Er staat een jaar voor.
Voor die pen.

Ik ondervind nu wat Dr. Bud me destijds voorspelde: dat jaar ga je niet redden.

Want die pen gaat pijn doen.
Ik heb pijn.
Ja uiteraard heb ik pijn, “duh”, ik heb sinds 4 februari elke dag pijn, maar nu voel ik de penpijn. Erbij. Steeds meer.

De pen belemmert de revalidate.
De pen veroorzaakt pijn.
De pen maakt mijn knie kapot.
De pen veroorzaakt bloeduitstortingen vanwege de schroeven.

Maar dankzij de pen kan ik lopen terwijl mijn bot geneest.

Ik heb een haat/liefde verhouding met die pen.

De plaat is groter, meer schroeven, immenser.
Maar die voel ik niet.
Die mag blijven zitten tot ik er last van krijg.
(het klonk als een disclaimer)

Maar als ik tegen de plaat druk, drukken de schroeven van de plaat tegen de pen.
En dat doet pijn.
De pen doet pijn.

11 september maken we een plan, heeft hij beloofd.

Over exact 12 uur zit ik tegenover Dr. Bud die dan de uitslag heeft van de controle foto van morgenochtend vroeg.

Laagjes afpellen

Ben is rustig. Erg rustig.
Hij is blij me te zien. Nu ik zelf een hondje heb, weet ik dat hij me herkent.
Ik herken zijn “mij herkennen”.

Dat het uitloopt daar in de hal bij Baasje van Ben vind ik niet erg.
Ik hoor de client voor me lachen in die kamer en ik vang bij vlagen flarden van kwarten van zinnen op. Omdat zij lacht.
Ze is nieuw. Dit is haar eerste keer, ik merk dat op.
En ik weet uit ervaring dat de eerste keer dat je als (ex-)kankerpatiënt bij haar komt

als thuiskomen voelt.

Een veilige haven in het woud van kanker (en post-kanker).
Haar lach doet me goed.
Ik ken haar niet, maar ze heeft/had kanker en ze lacht want ze kwam terecht bij Baasje van Ben en ze weet nu al dat het goed komt. Of niet. Maar in het koppie wel.
Ik zie haar de kamer uitkomen en schrik. Ze moet minimaal 10 jaar jonger zijn dan ik.

Ik heb al met het Mannenbaasje van Ben gepraat en ik weet dat hij (Ben) ziek is.
Na mij gaan ze naar de dierenarts.
Ben eet niet sinds gisteren.
En ze hebben een feestje daarna.
Baasje van Ben verontschuldigt zich dat het uitliep.
No Problem!
Het eerste dat ik zie zijn de Killer Heels van Baasje van Ben.
Zij noemt het de voordelen van een rolstoel, die Killer Heels dragen.
Zij kan alles aan.
Ze verontschuldigt zich dat ze overdressed is, maar een tweede keer omkleden kost teveel energie.
Ik blijf maar kwijlen over haar schoenen.
Geef me 2 maanden dame, en ik loop op 2 keer dat plus 2 centimeter!
(Uitgesproken woorden, uiteraard!)

We gaan zitten en ze vraagt hoe het is.
Voor de eerste keer heb ik de inzichten zelf.
Maar ik breng het als een vraag: is dit niet stom?
Maar zij geeft me de bevestigende context dat het hoort bij het pad dat ik volg.

Hardlopen was geen hobby. Het was een groot deel van wie ik was, en heeft me daarbij geholpen te overleven in 2012.
Nu ben ik geen hardloper meer.
Een half jaar lang was ik invalide met een hele dikke stempel.
Nu niet meer.
Ik ben geen invalide meer, maar ook geen hardloper.
Wie ben ik dan?
Mijn baanonzekerheid is groot.
Kans is groot dat ik binnenkort niet meer de expert ben op mijn vakgebied.

Er worden lagen na lagen van mijn identiteit gepeld.
Ik heb een idee wat ik zou willen in de toekomst, maar daaraan denken geeft aan dat ik moet afscheid nemen van een stukje identiteit.
Weer een laag weggepeld.

Als je lang genoeg pelt.
Wat blijft er dan over?
Niets?
Nee.

Ik.
Ik. Zonder alle afgepelde rollen.
Zwevend. Een zwevend vlokje.
Ik ben een heleboel niet meer.
Wat ik ga worden weet ik nog niet.
Maar zonder alle rollen…..ben ik.
Ik ben.
Ik ben.
Mijn been ook.

“Ik geloof dat ik bang ben toe te geven dat ik er stiekem heel veel zin in heb, ik geloof dat ik bang ben toe te geven dat er ernaar uit zie.
Dat toegeven betekent afscheid nemen.
Opnieuw, van het volgende.
Het worstelt in me.
Ik heb al zoveel afscheid genomen.”

Belangrijkste is dat ik nu een appje ga sturen hoe het met Ben gaat.

 

Ontslagkans

Jezelf voornemen het je het te niet te laten raken is een ding.
Het je dan ook niet te laten gebeuren is een tweede.

Je hebt geen functie meer.

Als je ergens werkt waar een procentje of wat weg moet #enjeweetnietniethoeveelenjeweetniethoeoud…

Bottom line is gewoon angst en onzekerheid.

Door alle gangen van het gebouw.
Al heel lang.
En de zekerheid komt nog lange niet, nog lange niet.

Ik heb er letterlijk 1 nacht slaap om verloren.
Ik heb me er letterlijk 1 etmaal druk om gemaakt.

Als je 16 maal in dat stralingsding hebt gelegen met 2 maal 34 seconden geblockte adem,
en je besluit vervolgens met je been in een wielkast te gaan liggen…

….dan ben je niet meer bang

voor niks.

Rot maar op met je reorganisatie: IK LEEF!!!!!

Ik kan het negatieve gekrakeel niet meer aan.

Ik leer lopen. Ik leef.

Leren lopen

Ik loop.
Op en neer gewoon.
Op en neer knieën omhoog.
Op en neer hakken-billen.
Op en neer zijwaarts.
En dan nog een keer dit rijtje.
De spiegel helpt me om symmetrisch te lopen.

Rudi loopt naast me voor als ik mijn evenwicht verlies.
Wat nog wel eens gebeurt.

Ik loop in een tempo van lik me vestje, maar ik kan niet harder.
Ik heb moeite met mijn coördinatie en kan alleen praten als ik gewoon mag lopen.
Anders val ik. Het kost me al mijn concentratie om te hakken-billen.
Dat, en de pijn is killing me.
Hey Rudi, zeg ik.
Vanmorgen probeerde ik sneller te lopen, even aan te zetten,
Net even een tandje rapper. Niet eens hardlopen, maar gewoon iets harder wandelen.
En dat lukte niet. Gewoon “niet”, zo raar?

Nee, zegt Rudi, dat klopt.
Dat ben je kwijt.
Niet alleen je spierkracht, maar ook de aansturing vanuit je brein.
Het zit er nog wel ergens, maar het gaat tijd kosten om het terug te halen.

Stukje bij beetje, dat gaat tijd kosten.

Dat ben je kwijt. Het galmt een beetje na in mijn hoofd.

Even later zit ik op de Leg Extension.
Google maar op afbeeldingen.
Drie keer 20 keer 15 kilo.
Ik kijk naar de dame in de zaal die bij Debby over hekjes van 20 cm moet stappen, van zacht wiebelkussentje naar zacht wiebelkussentje.
En dan op één been op een wiebelkussentje moet staan.

Hey Rudi, zeg ik, zou ik dat kunnen?
Nee, zegt Rudi heel eerlijk en heel direct.
Hij kijkt me lief glimlachend aan.
Nog lang niet.
M
aar dat komt wel weer.
Eerst de controlefoto voor ik gekke dingen met je ga doen.

Ik concentreer me op de Leg Extension.
Het branden van mijn spieren overheerst de pijn in mijn onderbeen.
En dat is het punt dat ik het lekker ga vinden.

Even later bij de Leg Press.
Hey Rudi, zeg ik.
Heeft je makelaar nog gebeld.
Ja, zegt hij, ik heb een bod.

De rest van de sessie hebben we het over huizen en slimme beslissingen.
Morgen ben ik bij Debby in het zwembad.
Woensdag en vrijdag weer bij Rudi.

Ik ben ook ergens Kind aan Huis.

Giving back his life

Het is een lijfspreuk aan het worden. Taking back my life.
Opkrabbelen, weer dingen kunnen doen.
Honderd procent van de invulling van mijn leven was weg, afgenomen.
Niks van wat ik normaal deed kon ik.
Niet eens mijn kinderen verzorgen.

Het is zaterdag, de Bevelvoerder werkt.
Op het programma staan de boodschappen, Draakje brengen en halen van judo en uiteraard het uitlaten van de hond.
We zitten aan de lunch als een vriendje van de Spelmaker aanbelt.
Ik hoor Spelmaker tegen hem zeggen dat hij niet kan, hij moet zijn moeder helpen.
Hij moet zijn broertje naar judo brengen.
En de hond uitlaten.

Ik loop (ja loop!) naar de gang en zeg dat hij zijn telefoon moet meenemen.
En dat hij vijf uur thuis moet zijn.
Ik deal de judo en de hond.

Het Belangrijkste onderdeel van taking back my life
is giving his back.

Ik kan mijn kind zijn jeugd teruggeven.
Dat is het fijnste gevoel dat er is.

Bijzondere ontmoetingen

Picture it. Repeldorp.
Repel wordt in de verf gezet bij de kapper.
De assistente doet de verf, Mijn Kapper, de mooiste en liefste homo van Repeldorp en omstreken zal zo knippen.
Nu knipt hij mijn buurvrouw.
De assistente vraagt hoe het gaat en we hebben het over rolstoelen en krukken en leren lopen.
Mijn buurvrouw haakt af en toe in en ik kan concluderen dat zij exact weet hoe het is om weer te moeten leren lopen
Ik weet alleen niet wat ze heeft (gehad).
Mijn buurvrouw praat ook met haar buurvrouw, die 2 kennen elkaar, dat is duidelijk.
Haar buurvrouw heeft het over haar zus die vorig jaar borstkanker heeft gehad.
Zij begeleidde haar zus dagelijks bij de bestralingen.
Voor ik het weet hebben we een intens gesprek.
We zijn de enige 3 in de zaak.
Ongeveer even oud.
Mijn buurvrouw heeft een hersenbloeding gehad, 14 maanden geleden.
Ze vecht zich keihard terug naar herstel.
Het is een heel bijzonder gesprek, een heel bijzondere ontmoeting met onbekenden.

Onbekenden?

Ze vertelt over een overleden vriend van haar.
Aldo? Vraag ik? Daar voetbalde mij man mee!
Jaren geleden.
Mijn man ook, zegt ze!
Als we namen uitwisselen zegt ze: de Bevelvoerder?
Ik was op jullie bruiloft!
Ik schiet in de lach en grap sorry dat ik haar niet heb herkend.
Mijn Kapper bemoeit zich voor het eerst met het gesprek.
Hij zet een hand in zijn zij en zwaait met zijn schaar naar mijn buurvrouw:
Ja maar, kun je je haar schitterende bruidskapsel dan niet meer herinneren?!

Met een dikke glimlach op mijn vers gecoupte hoofd kruk ik even later naar mijn auto.
Geniet van kleine dingen, heb ik van Baasje van Ben geleerd.
Binnen is binnen.
Na zonneschijn komt heus ook weer regen.
Maar als het dan een keer hagelslag regent ben je verplicht je boterham buiten het raam te houden.