Collecteren voor dummies

Deze week liep ik voor de tweede keer voor het KWF langs de deuren. Ik heb mijn eigen wijkje; drie straten. Dat kleine straatje waar nooit iemand thuis is behalve op de hoek, die grote straat waar rijke mensen wonen en dat grote appartementencomplex waar je kan zien dat de mensen elk dubbeltje moeten omdraaien. Het is gek, maar ik herken sommige mensen en sommige interieurs en ik verbaas me weer over een aantal zaken. Collecteren is een feest der clichés, daar ben ik nu al achter.

  • Mensen die willen geven lopen naar binnen om hun portemonnee te halen en laten de deur wijd open staan. Blind vertrouwen.
  • Achterdochtige mensen kijken eerst door het raam voor ze open doen, maar bij het zien van de bus van het KWF doen ze steevast open. Blijkbaar zijn sommige goede doelen goeder dan andere goede doelen.
  • In de “arme” flat doet het gros van de mensen de deur niet eens open. Ze turen zelfs niet door het raam.
  • In de “arme” flat hebben de mensen de dikste sloten en de grootste anti-inbraak beveiligingen. Het contrast met het jaren zeventig deurslot op de rijke huizen is schril.

Twee dingen bleven me deze keer bij, over schril contrast gesproken.
In het appartementencomplex bel ik aan bij een huis waarvan ik sinds vorig jaar weet dat het schoolvriendje van Draakje er woont. Destijds schrokken we toen de deur open ging  en we beiden een bekend gezicht zagen en was het voor beiden gênant dat ze nee moesten zeggen. Nu kwam hij aangelopen en hij zei verontschuldigend dat ze deze week erg krap zaten en dat ze geen geld hadden. Het was voor geen van beiden meer gênant, maar het was een neus op de feiten momentje.
In het rijke rijtje bel ik aan en een enigszins bekakte meneer met een “golf meets rotary”-outfit doet open. Hij heeft een glas wijn in de hand en zijn bekakt klinkt ook enigszins aangeschoten. Uiteraard (op z’n Wassenaars uitgesproken) heeft hij wat over voor de KWF. Hij loopt naar binnen en de deur blijft wagenwijd open. Ik zie een eettafel met allemaal enigszins bekakte mannen in een “golf meets rotary”-outfit en heel veel lege flessen wijn en heel veel half volle glazen. Ze zijn zeker weten half vol voor deze mensen. De enigszins aangeschoten bekakte meneer komt naar de deur en zegt met een enigszins dubbele tong “Ik geef je maar papier, anders wordt die bus zo zwaar om te dragen.” En hij stopt een tientje in de bus.

Utrecht was just an end to a means

Van heel veel mensen krijg ik de vraag wat ik post-Utrecht ga doen.
Of ik niet bang ben dat ik in een zwart gat ga vallen nadat ik mijn Hogere Doel heb gehaald.

Nee, ik heb geen plannen
Behalve het hazen van Ineke naar haar eerste halve marathon.
Behalve het lopen van Zandvoort Circuit Run (inmiddels vorige week).
Behalve uitkijken naar Leiden marathon en de 10 km die ik daar wil lopen en de BBQ met al mijn maatjes achteraf.
Behalve het lopen in London als ik daar een congres heb, en in Duitsland en in Denemarken.
Behalve het lopen in Kroatië op vakantie.
Behalve het plannen van nieuwe loopjes in het najaar.
Weer eens het Zorg en Zekerheid Loopcircuit doen?

Utrecht was altijd een ultiem doel.
Een baken.
Als ik Utrecht 2012 kon, kon ik de bestralingen aan.
Om mijn leven te redden.
Als ik Utrecht 2015 kon, kan ik weer normaal leren leven.
Dingen afsluiten.
En doorgaan. Echt doorgaan.

Ik tel geen fysio meer
Ik check niet meer in op four square op mijn zebrapad.
Ik loop gewoon hard, omdat hardlopen een essentieel onderdeel van mijn leven is.
Daar was Utrecht 2015 voor bedoeld.

Het nog hogere doel:
Ik ben een werkende moederkloek, een liefhebbende echtgenote.
Ik meen empatisch te zijn, bevlogen en optimistisch.
Ja, ik ben een vechter. Maar ik ben na het doel van Utrecht, vanwege het doel van Utrecht weer meer dan degene die alles overwon.

Ik ben ook een faler die ruzie maakt met de verkeerde, die afspraken vergeet, die op slakken zout legt en snauwt tegen haar echtgenoot als die 1,2 minuten te laat thuis komt, die uit haar slof schiet tegen haar kinderen. Die te vaak op de weegschaal staat en haar wallen telt. Die onattent is en altijd kaartjes krijgt en nooit stuurt. Die mooi weer speelt ook als het geen mooi weer is.

Ik had een sokkel nodig om te kunnen revalideren. Utrecht had ik nodig om mezelf weer van die sokkel te krijgen.

Zwart gat my ass. Utrecht had ik nodig om weer Repel te worden

De mooiste 4 woorden die ik ooit heb gehoord

Ik heb er al ik-weet-niet-hoeveel logjes en Facebook berichtjes aan besteed.
Draakje’s boodschap aan mij (aan ons): ik ben van papa!

De boodschap werd een traditie met mijn traditionele antwoord.

Hij: ik ben van papa
Ik: nee, je bent van mij
Hij: nee ik ben van papa
Ik: nee, je bent van mij
*repeat endlessly*

En elke keer gebeurde er weer iets waardoor ons samenspel werd uitgebouwd en dat bouwden we in onze traditie in: hij werd steeds langer en inhoudelijker.

Ik: maar je komt uit mijn buik!
Hij: maar daar heeft papa mij ingelegd!

En elke keer dat we hem uitbouwden gebeurde er de keer erop iets dat ik me realiseerde “oh dear….hij meent het echt.” En ook “oh dear, ik snapte hem echt helemaal totaal verkeerd!”

Hij: maar daar heeft papa mij ingelegd!
Hij loopt triomfantelijk weg maar komt dan terug.
Hij: maar waarom heeft papa mij daar ingelegd? Als hij dat niet had gedaan was ik uit zijn buik gekomen…..

Ik legde hem uit dat we het samen hebben gedaan, dat we er allebei voor nodig waren.
Draakje is onverbiddelijk: maar papa heeft het meeste werk gedaan!
I dare to argue, iets met vacuum en hechtingen, maar dat terzijde.

Voorlaatste keer:
Ik (denkend hem een pleziertje te doen): jij was mijn kadootje van papa aan mij.
Hij is ontroostbaar en zegt oprecht heul verdrietig, nee niet verdrietig, overwonnen, defeated, zo klonk het:
Hij: dus dan ben ik dus echt van jou
Achtergrondgeluid voor de sfeer: mijn hart dat breekt in oneindig stukjes
Moederhart: Damn’, heb ik hem weer verkeerd begrepen!

Vanavond had mama even een door de hoeven zak momentje en de Bevelvoerder en ik zitten samen op de bank, hangend, knuffelend.

Draakje komt erbij. Nee, niet erbij: bij mij.
Ik fluister in zijn oor: wil je heel graag van papa zijn? Go, ga naar papa, je bent van hem.

Draakje (hardop, lachend, ons allebei knuffelend): IK BEN VAN ALLEBEI!

En daarom, niet een selfie, maar een carstenie IMG_2373

50 euro en elektrische ramen

Context: Die ene dag had ik toegezegd in de lucht te blijven. Telefoon stand-by.

Ik rijd het parkeervak uit met mijn jongste twee achterin als de telefoon gaat. “Jongens stil, mama moet even wat regelen.” Ik parkeer weer terug in en neem op. Dit gaat me een paar telefoontjes kosten. Maar de Daltons hebben storm in hun hoofd. Dat *kuch* stil zijn gaat hem dus zo niet worden. Ik draai de sleutel in het contact om en roep opvoedkundig verantwoord: “Ga maar met de ramen spelen!”, iets wat normaal nooit mag. Sterker nog, iets wat normaal op mijn “irritatie-aan”-knopje drukt. Het “whieieieieieieiep whoeoeoeoeoep whieieieieieieieiep” geluid linksachter en rechtsachter van de elektrische ramen is in ieder geval beter te handelen dan het gegiechel dat omslaat in gillen terwijl ze de tent èn elkaar afbreken omdat mama niet kan reageren als ze aan de telefoon zit.

Op een moment moet ik mijn collega van het romantische hardlopen bellen. Ik moet nog één keer “jongens: SSSSSSSSSSSHT!” sissen voordat hij opneemt omdat “whieieieiep whoeoeoeoeoep” èn de tent afbreken nóg leuker is.

Ik: met mij, stoor ik?
Hij: nee hoor, ik loop door Amsterdam.
**na een paar zinnen**
Hij tegen mij: Wacht even.
Hij op afstand: Kind2, Kind2, geef die 50 euro terug.
Hij tegen mij: Hij wappert op straat met 50 euro.
Hij op afstand: Kind2, kind2, als je me die 50 euro geeft, krijg je een tientje!
Hij tegen mij: dat is minder erg dan 50 euro.
**Ik hoor ondertussen steeds feller “whieieip-whoeoeoeoeeoeoeoep-whie-whie-whie-whoeoeoeep”**
Hij even later: okay, waar waren we.

Ik ondertussen moest me inhouden niet boos richting achterbank te snauwen dat ze zo “mijn” ramen kapotmaken. En dat deed ik ook nadat ik had opgehangen. Ik probeerde net zo relaxed over te komen als hij maar was het niet. Mijn collega van het romantische hardlopen is een stuk pragmatischer in zijn problem solven dan ik.

Complimenten krijgen Repel Style

Ik heb een drie daags seminar.
In een gebouw dat best beveiligd is.
En waar mensen in dure pakken rondlopen.
Zo’n plek dat je je zelfs in je duurste outfit zwaar under dressed voelt.
Een plek waar je de enige chemicus bent en je met je beste eyeliner en mascara er nog steeds uit ziet als Bassie de Clown tussen een wereld van Doutzens.

Op zo’n plek ben ik onzeker to da max.
Ik ben aan het eind van mijn chemische kennis en moet me als wereldvreemde nerd bewegen tussen mensen met verstand van internationale politieke betrekkingen.
En hun verbale capaciteiten.

Dinsdag, dag 1.
Ik sta bij de beveiliging van een internationaal gebouw.
De beveiliger spreekt Engels, ziet er Noord-Afrikaans uit en hoort mij Nederlands praten met degene met wie ik arriveer.
Ik twijfel en vraag hem: English or Dutch?
Hij (met een heel lieve glimlach in het Nederlands): Nederlands, Engels, Duits, Frans, Spaans, Egyptisch, kies maar, alles mag!
Ik: Oh wow, Nederlands alstublieft! (Ik voel me echt *zo* klein!)
Hij pakt mijn ID aan en er is even gedoe met de naam waarmee ik ben ingeschreven en de meisjesnaam op mijn ID.
Ik ben doodongelukkig.
Zodra het rond is zegt hij: Chanel, Mademoiselle.
Yep, dat is exact wat ik op heb.
Hj zegt het impliciet met de toon van een compliment.
Met dat ervaarde compliment op zak kom ik de route van de beveiliging door.

Dag 3.
Ik sta bij de beveiliging.
Ik doe net alsof ik hem niet herken omdat ik weet dat hij veel meer mensen ziet dan ik en hij mij nooit kan onthouden.Ik blijf formeel.
Ik geef hem mijn ID en zeg erbij dat ik most likely onder de naam “echtgenoot van” ingeschreven sta.
Hij antwoord (nadat het formaliteiten gebeuren ineens slechts seconden duurt):

U heeft weer mademoiselle op. U heeft het begrepen: Niet iedereen kan elk geurtje hebben. Een geur moet passen bij de geur van u zelf.

Het was niet creepy, het was niet raar.  Dankzij hem durfde ik naar binnen. Wat ik ook zeg, ik ruik in ieder geval okay!

MH17

NCRV aflevering Altijd Wat: MH17

Het is mijn lange looprondje, door dat dorp.
Alle shots uit de docu ken ik en ik ervaar onwillekeurig shots endorfines uit mijn geheugen van mijn duurloopjes.

Truike.
Ik kan me het moment nog zo voor de geest halen.
Begin juli.
Ik stap op de hometrainer omdat Rudy zijn sessie met mij begint.
Truike plaagt hem, dat zij lekker op vakantie gaat en hij nog x weken moet werken voordat hij op vakantie mag.

17 juli.
Ik word gebeld dat de praktijk de volgende dag dicht is.

Die zondag (de 19de?/20ste?) loop ik -zonder na te denken- mijn standaard lange rondje en ik loop door het dorp.
Alle vlaggen halfstok. Door het hele dorp.
Ik ben alleen, ik kan aan niemand vertellen dat ik eer betuig, I walk alone, maar deze aanblik is zo onwaarschijnlijk indrukwekkend. Eer is betuigd, wie er dan ook getuige was.

Ik hoop dat de indirecte boodschap van de docu doorkwam: dit is 1 van de 298 verhalen van mensen achter 298 nummers. Dit verhaal is van 2 bijzondere mensen, Maar er zijn *zeker weten* 298 bijzondere verhalen.

Edwin en ik zijn toevallig geraakt door deze twee.

http://www.npo.nl/altijd-wat/04-11-2014/KN_1661778

Ik was vandaag even mijn collega van het romantische hardlopen

De wekker gaat om 6 uur; dan kan ik een kort rondje doen voor ik naar werk ga. Ik hoef toch pas half 10 ergens extern te zijn.
Mijn benen voelen goed na de 22 van zaterdag.
Het is donker.
Een beetje spannend vind ik dat in verband met verstappen.
Ik geloof dat ik een valpartij nog niet ga waarderen…maar ik durf het toch.
Mijn horloge trilt bij de 1 km, ik kijk.
Oh kak, geen licht.
Hoe zat dat ook alweer met die Garmin?
Ik ben het vergeten…sinds 4 februari 2013 niet meer die functie gebruikt.
Nou ja, dan maar op gevoel.
Maar ik loop super lekker, het gaat als vanzelf.
Ik voel mijn horloge bij elke kilometer trillen en als ik meer tijd had gehad was ik doorgelopen, maar #spitsuur roept thuis.
Volgens mij loop ik best hard, voor mijn post-ongeluk-doen dan.
Ik kruip langzaam richting denken dat ik over een jaar richting oude tijden kan, maar ik loop nu verdomde lekker.
Ik geniet en ga als een tierelier lichtvoetig relatief keihard, denk ik.

En dan kom ik thuis en check.
Da fucq?
Ik ging zelfs voor mijn doen post-ongeluk-technisch-gezien onwijs traag!
Bizar traag!
Maar ik liep zo lekker?
En het meest bizarre van allemaal is dat ik nog steeds vind dat ik echt superlekker heb gelopen.
Ik begin mijn collega van het romantische hardlopen te begrijpen, het moet niet gekker worden!
Sterker nog: vanmorgen was ik hem!
Als ik zonder Gadgets had gelopen had ik mezelf een onverslaanbare superheld gevonden…had ik genoten van ik en de natuur en niks anders.
Had ik zelfs het ruiterpad genomen, als het er had gelegen!
Morgen mijn midweekse iets langere duurloopje.
Ik ben benieuwd welke hardloper ik dan ben…..

Proberen Goede Moeder te zijn Backfiring to da Max :-(

Essentiële “wat vooraf ging”, hoe zat het ook alweer…
Draakje en ik hebben dus dat ene riedeltje samen.
Ik dacht tot gisteren echt dat het een geintje was.
Hij: ik ben van papa
Ik: nee je bent van mij
Hij nee van papa
[….herhaal 10 keer…..]
Ik: maar je komt uit mijn buik!
Hij: maar daar heeft papa mij in gelegd!
Altijd lachend en dan een knuffel en hij heel triomfantelijk.

Die ene keer dat hij terug kwam “maar waarom heeft hij me dan niet gehouden in zijn buik?” had ik voor mijn gevoel goed genoeg uitgelegd….obviously not…..

What happened next….
Ik aan tafel met de drie Daltons.
Ik geef een kind een compliment en merk aan een ander de behoefte ook een compliment te krijgen. En al pratend over elkaar voel ik dat ze de behoefte hebben te horen wat elk van hen uniek maakt. In een gezin van drie.
Ik begin te vertellen en denk dat ik het h.e.l.e.m.a.a.l. goed doe.
Boy, wat ben ik verguld met mezelf.

Ik:
Spelmaker. Jij bent speciaal omdat jij mij moeder maakte. En papa papa en opa opa en oma oma, heel speciaal.
Wijzemans, jij bent de enige van de drie die weet hoe het is om zowel een ouder als een jonger broertje te hebben. Je kan leren van de een, en profiteren van de ander.
Draakje, papa zei dat mijn wens voor drie groter was dan zijn wens om het bij twee te houden, dus jij bent zijn kadootje aan mij.

The twist in the plot…
Draakje, oprecht intens heel verdrietig: Dus dan ben ik toch echt van jou

Zwangere buiken versus dikke buiken

Ik wilde even gaan buurten bij mijn CollegaVriendin, maar op het moment dat ik haar kamer inloop is ze al in gesprek met iemand anders. Ik kom even later terug en vraag mijn CollegaVriendin: “Die collega die hier net was is zwanger, toch? Ik durfde het niet te vragen ook al was het overduidelijk.”

Op dat moment ontspint zich een discussie tussen haar en mij enerzijds en haar kamergenoot anderzijds. Ik heb haar kamergenoot meerdere keren kunnen betrappen op empathisch en zichzelf in de ander kunnen verplaatsen vermogen, maar nu begrijpt hij er geen jota van. 

Hij: maar dan vraag je dat toch?
Zij en ik: Nee, het is nóóit veilig om te vragen of iemand zwanger is, ook al zijn ze negen maanden zwanger. Gewoon niet.
Hij: Maar als je het verkeerd hebt dan zeg je toch sorry?
Zij en ik: Nee! “Sorry dat ik je dikke buik aanzag voor een zwangere buik.” Dan weet je hoe ze zich voelt, hoe mensen blijkbaar tegen haar lijf aankijken. Het kan gewoon niet. Je weet als vrouw zelf ook hoe je je zou voelen als iemand aan jou zou vragen of je zwanger was als je het niet bent.
Hij: Volgens mij kan je het gewoon vragen als je oprecht bent. Je bedoelt het toch niet slecht?
Zij en ik: Nee sorry, je zult het moeten aannemen als een gegeven. Je kunt het gewoon niet vragen totdat iemand persweeën heeft, dan is het pas veilig. En dan nog…

Het landt niet bij hem.

Zij en ik gaan ondertussen onderling verder. Want helemaal niets zeggen tegen een zwangere vrouw is ook niet goed. Als je zwanger bent, ben je zo blij en wil je dolgraag praten over hoeveel weken je bent en de echo en hoe lang je nog moet werken en zo. Dat die buik blind genegeerd wordt is niet fijn als je zwanger bent. Sta je met je dikke vochtvoeten te kletsen met iemand en die doet gewoon alsof je niet zwanger bent. Is ook niet okay. Damned if you do and damned if you don’t.

Zij: Het was allemaal zoveel makkelijker toen vrouwen van die belletjes op hun buik droegen als ze zwanger waren, dan wist je het meteen. Eigenlijk zouden ze dat weer verplicht moeten invoeren.

Vraag het maar aan CollegaVriendin en mij, wij hebben een oplossing voor alle first world problems

I forgot how to Repel

Als 2012 en 2013 me iets hebben geleerd is dat ik weet hoe ik moet knokken.
Verbeten en koppig de strijd aangaan omdat het je verdorie niet gaat gebeuren.
Er nooit geen puf voor hebben.
Ik weet dat ik er verhipte goed in ben en dat sterkte me.
De bewondering door anderen sterkte me.
De bewondering soms op het randje van het bizarre af.

Ik had het blijkbaar nodig om vol te houden, maar knokker werd een persoon.
Ik was letterlijk de knokker geworden: iets wat ik was in plaats van wat ik deed.
En nu ben ik weer terug als persoon en ik heb geen idee.
Ik ben niet meer wie ik was hiervoor, maar ben ook niet de knokker die ik twee jaar lang was.
Ik heb geen flauw idee.
Hoe ik een vriendin moet zijn.
Ik heb geen idee hoe ik een reguliere werknemer moet zijn.
Hoe ik collega moet zijn tussen collega’s.
Hoe ik iemand vriend(in) kan laten zijn met mij; niet met de stoere knokker die het zo goed doet,
maar met mij, de persoon.
Hoe ik aan smalltalk doe en dat ervaar als wezenlijk onderdeel van wat er in mijn brein omgaat.
Ik heb geen idee.

Ik was verbeten:
Kanker ging me niet mijn huwelijk kosten en het ongeluk ging me niet mijn lopen kosten.
En dat is exact wat ik voor elkaar geknokt heb: mijn gezin en mijn lopen.
Maar voor de rest?
Ik zie iedereen dansen en ik ken de pasjes niet niet meer zo goed.
Ik voel me uit de maat dansen in mijn eigen leven.
I forgot how to Wendy.