I forgot how to Repel

Als 2012 en 2013 me iets hebben geleerd is dat ik weet hoe ik moet knokken.
Verbeten en koppig de strijd aangaan omdat het je verdorie niet gaat gebeuren.
Er nooit geen puf voor hebben.
Ik weet dat ik er verhipte goed in ben en dat sterkte me.
De bewondering door anderen sterkte me.
De bewondering soms op het randje van het bizarre af.

Ik had het blijkbaar nodig om vol te houden, maar knokker werd een persoon.
Ik was letterlijk de knokker geworden: iets wat ik was in plaats van wat ik deed.
En nu ben ik weer terug als persoon en ik heb geen idee.
Ik ben niet meer wie ik was hiervoor, maar ben ook niet de knokker die ik twee jaar lang was.
Ik heb geen flauw idee.
Hoe ik een vriendin moet zijn.
Ik heb geen idee hoe ik een reguliere werknemer moet zijn.
Hoe ik collega moet zijn tussen collega’s.
Hoe ik iemand vriend(in) kan laten zijn met mij; niet met de stoere knokker die het zo goed doet,
maar met mij, de persoon.
Hoe ik aan smalltalk doe en dat ervaar als wezenlijk onderdeel van wat er in mijn brein omgaat.
Ik heb geen idee.

Ik was verbeten:
Kanker ging me niet mijn huwelijk kosten en het ongeluk ging me niet mijn lopen kosten.
En dat is exact wat ik voor elkaar geknokt heb: mijn gezin en mijn lopen.
Maar voor de rest?
Ik zie iedereen dansen en ik ken de pasjes niet niet meer zo goed.
Ik voel me uit de maat dansen in mijn eigen leven.
I forgot how to Wendy.

Advertenties

Geen milliseconde spijt van niet geloven in eigen schuld

Ons Winkelcentrum bereik je met een roltrap voor winkelwagens, eerste verdieping.
Wij hoopten met z’n vijven een ijsje te scoren maar alles op de appie na bleek al dicht
dus wij lopen door een verlaten winkelcentrum met een half lege verpakking mini-cornetto’s richting roltrap naar beneden als we hem spotten.

Een hoog bejaarde man met fiets de roltrap op.
Vallend, bijna bovenaan, hopeloos vast bij de laatste “trede”.
Ik prop op de automatische piloot mijn mini-cornetto in mijn mond en help hem staande blijven.
Zijn hulpeloosheid kan nog alle kanten op.
Ik zie vanuit mijn ooghoek dat Bevelvoerder hetzelfde ziet.
Hij heeft geen dienst en kiest de andere noodzakelijke dienst: hij kiest voor de zonen die angstig kijken. Deal, check.
Het kost me alle kracht om de man overeind te krijgen/houden.

Hij blijkt stomdronken. Nee, tegen delerious aan. Als niet verder.

Ik heb hem vast en zijn fiets en praat met hem en probeer te ontdekken waar hij woont.
Bevelvoerder ziet dat ik het red en houdt zich bezig me de jongens die het eng vinden.
Zolang hij dat kan, kan ik de man aan.
We zijn even heel ge-olied.

De man schaamt zich, is dan weer te dronken en dan weer te verbaasd dat hij wordt geholpen. En ik word maar geen wijs waar hij woont.
Iets met nummer 6.
Hij is wel heel ervaren in het stomlazerus zijn, dat heb ik dan wel weer door.
Ik sleur zijn arm om me heen en ondersteun hem en de fiets.
Bevelvoerder ziet dat ik het red en hij dealt de kinderen.

Ik had hem kunnen laten ploeteren.
Ik had hem kunnen laten vallen.
Maar ik heb niet EHBO om de beveiliging van de winkelhof te bellen:
“Joh, kijk nou wat ik hier buiten winkeltijd op de grond zie vallen!”
“Ik raak hem niet aan hoor: hij is dronken!”
Ik heb ooit iemand in dit winkelcentrum gered die een hypo had….dat was best een “kijk mij nou eens EHBO’er zijn”-waardig momentje! Rete trots toen.
Een dronkelap als deze laat je liggen? Dat is minder heldhaftig, zeker om na te vertellen….tot hij morgen niet meer wakker blijkt geworden?
Hij heeft hulp nodig…net als iemand met een gebroken enkel.

Een halve straat verder kan de man niet meer.
De Bevelvoerder en ik kijken elkaar aan, hij maakt afspraken met Spelmaker en de jongste twee en wij brengen samen de man naar hus.

We krijgen hem op zijn fiets en we rijden/rollen hem naar huis.
Zetten zijn fiets op slot.
Halen zijn portemonnee uit zijn fietstas.
En brengen hem naar zijn deur.
300 meter van het winkelcentrum.

Hij blijft maar praten.
Zonder huilen.
Dat hij nog nooit dit heeft meegemaakt.
Nog noot zo’n lieve vrouw (jaja, charmeur zelfs dan nog, och arme).
Hij meent het echter wel en ik geloof helaas serieus wel wat hij daarbij zei:
“nog nooit meegemaakt dat iemand dit voor mij deed”.

Zijn huis is een zooi.
Ik leg zijn portemonne en sleutels bij elkaar op een hopelijk hervindbaar hoekje van de tafel.
Ik ben er niet zeker van: kan ik iemand zo achterlaten?
Ik bel bij thuiskomst de politie.
Weet ik veel. Via hulpinstanties een bekende?
Ik heb naam en toenaam!

Ik word afgeserveerd als een zorgzaam typje.
Ik quote: “zorgzaam typje”
Als ik het niet had gedaan was hij ook wel thuis gekomen, maar dan veel later.
Zeiden ze letterlijk.
Mevrouwtje.
Zorgzaam typje.

Ik vind zorgzaam typje een eretitel.
Maar niet met die intonatie.

Repel Style: de tieners, de poezel Sherlock en de collecte

*Ding Dong*
Net na avondetentijd.
Ik kijk uit het keukenram en zie 3 tieners, tandje ouder dan Spelmaker maar niet veel.
Dan weet ik voldoende: ze motten geld voor een goed doel en ze motten het op maandelijkse basis.
Ik zie namelijk *circumstantial evidence* ook geen collectebus, maar de moderne afscheurboekjes met doordruk carbon. Oh ik Sherlock ik!

De reden dat ik überhaupt uit het keukenraam keek is het feit dat Sherlock (de poezel Sherlock) op het aanrecht staat te BEH-LÈREN om eten.
De redenen dat ik uit definistisch principisch oogpunt weigerde deze poezel op het aanrecht eten te geven stammen zelfs nog uit het tijdperk voordat we een hondje van 23 kilo kregen. Principes-Shmincipes: Sherlock krijgt eten op het aanrecht.

Ik doe de deur open en het meisje van de drie doet het woord.
In plaats van een geoefend “wij zijn van de errug-hè-errug-hè”, zegt ze enthousiast :
“Is die kat van u?” *wijzend door het keukenraamraam naar Sherlock* “Dat is mijn stagiaire!”
“Hij doet al drie straten mee! Ik heb zelfs foto’s van hem! Het is toch een Maine Coon?”
Yep, dat klinkt als Sherlock. We zitten al snel in een geanimeerd gesprek over katten en het zijn heerlijke tieners.

Op een moment vraag ik waar ze van zijn (er moeten Daltons naar bed, ik heb geen zeeën van tijd), maar al snel hebben we het weer over katten. De jongemannen in de dop incluis. Ik krijg de ene na de andere kattenfoto te zien op hun mobielen.
We zijn beyond verkooptruc, we hebben contact over generaties heen.
Ik ben vast die leuke bejaarde.

Ik teken uiteindelijk uiteraard voor een maand of wat, het doel is retegoed.
Daarbij: deze tieners doen dit uit mooie motieven op hun vrije avond.
Ik vergeet heus vast wel maanden te laat op te zeggen, maar eerlijk is eerlijk:
als ik braaf thuis mijn bammetjes zou smeren laat ik geen traan om 8 euro per maand en kan ik vast een boel tranen niet gelaten laten worden.
(Sterker nog: als ik blijf lunchen in de kantine laat ik nog steeds geen traan om 8 euro per maand.)
(Sterker nog: als 10% van mijn acht euro doel treft gaan er 80 cent heen die er anders niet heen gaan en ik laat geen traan om 7,20 euro.)

Ik heb getekend, een van de jongens mag van mij  naar binnen zijn flesje water voltappen in de keuken (ik zie hem Sherlock knuffelen).
Het meisje laat me bij vertrek van de drie nogmaals de foto’s zien die ze van Sherlock heeft gemaakt en zegt dan met een oprechte lach richting de jongens: ” Dit is het eerste gesprek dat ik heb gehad vandaag!”
Ik: en die andere deuren dan?
Zij: “Ze sloegen allemaal de deur dicht.”

Dat ene afgescheurde bonnetje van haar boekje? Dat ben ik.
And God damn’ proud of it.

https://www.cordaidkinderstem.nl

 

 

Als voetbalatheist het WK door de ogen van mijn voetbalminnende man en kind

Ik heb zo weinig met voetbal dat ik het WK niet eens haat.
Ik heb zo weinig met voetbal dat ik denk dat de haters er een grotere mening over hebben dan ik.
Ik snap namelijk wel het concept passie.
En dat ik toevallig deze specifieke passie voor al dit oranje niet deel, houdt niet in dat ik het niet kan waarderen. Die passie.

Ik had al niks met voetbal toen ik mijn Bevelvoerder leerde kennen.
Dat hij binnen 2 dagen na onze eerste gepassioneerde nacht zoen al vertelde en droomde van een zoon met wie hij langs de lijn kon staan, in de Kuip kon staan, coach van kan worden, veranderde niks aan mijn non-passie voor de sport.

Maar ik wist wel dat ik met die passie moest gaan rekening houden.
Want het was zijn passie.
Ging ik niet aan tornen.
Maar meegaan in die passie ging ik ook niet.

Lo and behold…..de man kreeg de zoon die hij verdiende.
Spelmaker eet, leeft en ademt voetbal.
En eet, leeft en ademt het cluppie van zijn vader.

Ik vind het de ultieme droom: papa draaft elke zaterdag langs de lijn, als fluiterT.
Zoals hij voor ogen had als droom, toen hij nog geen kinderen had.
En Spelmaker heeft een dedicated vader die er is voor hem, om te delen in zijn passie.

Ik heb niks met voetbal. Maar ik weet alles van voetbal omdat 2 mannen uit mijn top 4 in mijn leven ervan houden. Hun passie. Voor hen belangrijk.
Spelmaker lijkt blijkbaar niet alleen op zijn vader en wil blijkbaar niet alleen zijn voorbeeld volgen.
Hij zei me vorige week dat hij met mij wil gaan trainen omdat hij de 10 km wil kunnen. Met mij.
Zijn ding is niet duurlopen maar hij ziet dat het mijn passie is. En hij waardeert het.
Hij wil dat duurlopen een keer kunnen, een keer snappen omdat het mijn passie is.
Maar hij hoeft geen marathon.
En dat is hoe het werkt.Vind ik.

Luuk kwam vandaag thuis uit kamp en wilde vanavond voetbal kijken bij Verkering omdat Nederland speelt tegen WeetIkVeelWie.

Verkering weet wel wie WeetIkVeelWie is en niet ik dus gaat hij beter daar kijken.
Heeft hij meer fun, denk ik.

Natuurlijk weet ik wie WeetIkVeelWie is.
Maar het boeit me niet. Voetbal boeit me niet.
Zijn passie voor voetbal boeit me wel.
Hij boeit me wel.
Hj en zijn passies.

En dus laat je je zo schminken als hij vertrekt om te kijken naar het WK terwijl jij zelf niet gaat kijken.
Omdat de foto goud is.
Boeien wat jij zelf van voetbal vindt.

Reality Check 1, 2, 3, …

Mijn EHBO diploma is verlopen in 2007 en ik wilde eigenlijk al een poos een nieuwe certificering omdat ik wist dat er best een hoop veranderd moest zijn sinds die tijd.
Voortschrijdend inzicht, en zo.
Dus toen de mogelijkheid kwam, schreef ik me in voor een nieuwe cursus.
De docent maakte afspraken met mij : ik houd mijn mond. Wat ik weet is oud idd, maar ik ga leren.Want nieuw is nieuw.

My side of the story:
Ik was geen EHBO’er, ik was een EHBO’er met speciale bevoegdheden.
Ik was bevoegd om dingen te doen die een EHBO’er niet mag doen.
Ik wist best veel #anno2007.
Maar dat was 2007.

Wat blijkt tijdens mijn cursus EHBO basis anno nu:
1. Een mensch vergeet veel. #Imustbeover40
2. Voortschrijdend inzicht is geen loze management kreet maar The God Damn’ Truth. Zeker in de medische wereld.
3. Herhalen is niet nuttig maar noodzakelijk.
4. Als je iets leert omdat je snapt waaróm het zo moet, onthoud je het.
5. Ik wil graag weten waarom het zo moet.

Vandaag:
Cursisten oefenen op elkaar wat ze allemaal geleerd hebben.
Mijn mede-cursist heeft een drukverband aangelegd op mijn “actieve bloeding” op mijn onderarm.
De docent heeft commentaar op zijn werk.
Mijn mede-cursist reageert op haar tip: Ja, dat zei Wendy ook al.

Docent (ik quote letterlijk en de intonatie mag je invullen) : Ja, dat klopt, maar Wendy weet het namelijk altijd beter.

Ik heb 4 lessen geleerd deze EHBO:
1. Als je er dood van gaat in 2007, ga je er dood van in 2014.
2. Als je anno nu een EHBO’er nodig hebt en hij/zij is in de buurt, dan ben je in goede handen.
3. Dat mijn EHBO docent niet bij het examen aanwezig mag zijn, gaat zorgen dat ik ga slagen.

Zo echt en rauw dat het met echte namen gaat.

Machteloosheid maakt woedend.
Wist ik, weet ik.
Het meemaken echter, gooit alle rationaliteit overboord.

Ik krijg het verhaal te horen over de telefoon terwijl ik 40 kilometer verderop zit.
Ik kan niks.
Ik ben alleen maar HEUL erg woedend.
Lees: machteloos.

Carsten, 6 jaar oud.
Op het speelplein door 7 kinderen uit groep X op de grond gegooid.
Hardhandig.
Op de grond gehouden tot en met een schoen op zijn hoofd.
Er werd gescandeerd dat zijn broek en onderbroek uit moesten worden gerukt.

Carsten schreeuwde huilend om zijn broer Tijn.
Tijn kwam aangehold, en heeft hem letterlijk gered.
Vriendje Robin van Tijn hielp.
Tijn sprak de aanvallers ( ik noem het niet eens meer “pesters”) aan:
Niks te ja maar! Jullie mogen dit niet doen bij mijn broertje!
Ze lieten los. Tijn had overwicht en overmacht met woorden en uitstraling.
Tijn had er een mening over. Geen vuist nodig.

Tijn sprak vervolgens ook de juffen van Carsten en van de kinderen van groep X aan.
Wat moeten zij zich kapot geschaamd hebben!

Ik zit hier nu thuis met een Carsten die is aangeslagen tot en met.
Gekwetst, verwond, bang. Beschadigd. Heel erg beschadigd.
En ik zit met een Tijn met een trots en zelfvertrouwen dat nieuw voor hem is.
Het staat hem goed!
En met 3 broers die aan elkaar geklonken zijn, nog meer dan normaal.
Carsten weet nu heel zeker: Tijn’s got my back, voor altijd.

En ik?
Ik ben ziedend.
Nee, ik ben machteloos.
Mijn gevoel zegt me dat ik staat ben kinderen uit groep X met hun haren uit huis te sleuren en ze tot moes te slaan.
Maar dat ben ik niet. Daartoe ben ik niet in staat.
Ik ben machteloos. Ik voel me machteloos.

Carsten heeft met 6 ontdekt hoe rot de wereld kan zijn.
Dat ik niet met kussens en bubbeltjesplastic om hem heen kan lopen along the ride om hem te beschermen.
Dat hij builen gaat vallen.
Maar hij heeft tegelijkertijd ontdekt hoe goed de wereld kan zijn.
Geen mooiere grote broer kan hij zich wensen.

En oh kak, zo moet het zijn.
Als ouder wil je dat je kind weerbaar wordt tegen het rotte in de wereld met de wetenschap dat het niet zuiver rot is en dat er zoveel moois is.

Ik geloof dat Carsten met 6 de les, een bietske jong, wel heeftgeeerd.

Italy 2014: Sometimes all a woman has left is being a bitch

Picture it.
Italy, May 2014.
Adriatische kust.

We zitten in een humongeous vakantiepark aan de kust. En die hele kust is een aaneenschakeling van vakantieparken. Bij ons op het park hangt een heel groot bord dat je nu kan boeken voor 2015.

Het is hier een complete industrie, dat toerisme. Ik vermoed dat het hier dé industrie is. Er is niet veel te zien in de omgeving, de omgeving is niet heel bijzonder. Ik kan niet anders dan concluderen dat men hier komt voor de kust en het klimaat.

In Italië kennen ze geen meivakantie dus het is extreem rustig op het park. Bijna geen huisje is bezet. Aan de grootte van de supermarkt, de zwembaden, het restaurant en het aantal paaltjes aan het strand waar parasols in geprikt gaan worden, krijgen wij een goede indruk van hoe druk het moet zijn hier in het hoogseizoen. En wij concluderen dat wij hier dan niet willen zijn. Het is zo groot en kolossaal, dat is niet leuk meer. Nu? Heerlijk. Mooi….rustig. Och, en de accommodatie roels!

Enfin. Mijn rode draad, waar is hij. Het is dus extreem rustig en dat is aan het personeel te merken. Ze zijn professioneel en vriendelijk en dat is fijn maar ze hebben daarbij van hun bazen overduidelijk een opdracht gekregen: ze hebben de omzet nodig. Er staat personeel dat betaald moet worden, evenals water en licht; men heeft betalende klanten nodig. En wij concluderen dat we die keizerlijke behandeling in het hoogseizoen waarschijnlijk niet gekregen zouden hebben. Sterker nog…

De avond dat we arriveren regent het. We zijn moe van de autorit die het einde van het geduld van ons alle vijf heeft gehaald. We gaan niet koken, niet uitpakken…we gaan uit eten. We zijn de eersten in het restaurant. Uiteindelijk zijn er die hele avond drie tafeltjes bezet. Er is de eigenaren -mijn conclusie- alles aan gelegen dat wij nog een keer terugkomen: verlies draaien ze toch in deze tijden…elke betalende klant is welkom.
Personeel is here for us.

In het restaurant ligt pal over de drempel een handdoek over de entreemat. Ik stap er wat op om de onderkant van mijn schoenen te drogen. De serveerster glimlacht enorm vriendelijk. Ik zie dat Spelmaker en Wijzemans mijn voorbeeld volgen, maar Draakje dendert door en maakt vieze voeten op de vloer. Ik roep hem: “Draakje!” Ik zeg niks en wijs naar de doek. Draakje loopt een stap door. Ik herhaal: “Draakje!” en wijs naar de mat. Draakje komt terug en droogt de onderkant van zijn schoenen.

En dan spreekt Zij.
Gruella de Ville.
Ze observeerde mijn actie.
Ze kijkt naar Draakje en de hele mooie oudere dame zegt met doorrookte stem drie octaven lager dan de rest en een “glimlach”:
“Buona mama”
~fonetisch~
Het klonk meer als een dreigement dan als een compliment.

Ik zie haar en weet instantaan 4 dingen heel zeker:
1. Als ze scheidsrechter zou zijn geweest bij het betaalde voetbal, zou geen voetballer ooit nog een overtreding maken, sterker nog, het zou geen voetballer ooit nog een redelijke optie lijken, al staat de winst van de Champion’s League op het spel.
2. 100% van toepassing: You can never be too rich or too skinny.
3. She ownes the place. Ze moge dan op papier wellicht niet de eigenaar zijn, but she ownes the place.
4. 100% van toepassing: Sometimes all a woman has left is being a bitch.

We hebben een heerlijke avond en het eten is voortreffelijk en we glijden uit de lange autoritstress in de vakantiesfeer. Aan het eind van het diner wordt mijn fooi door de bediening geweigerd en mag ik alleen maar het echte bedrag afrekenen. Mijn creditcard wordt in een apparaat geprikt en ik toets mijn pincode in.
En dan gaat het mis.

Het duurt en het duurt en het duurt.
En dan produceert het apparaat een aantal piepjes waaruit je kan opmaken dat iets niet in de haak is.
Hij spuugt een bonnetje uit met in het Italiaans wat het euvel is.

Ik weet dat er voldoende saldo op mijn rekening staat.
Ik weet dat het mijn kaart is, niet gestolen van iemand anders.
Ik weet dat allemaal.
Maar toch voel ik me net als bij de Albert Heijn bij random controle bij de zelf scan:

Oh kak. Wat heb ik fout gedaan en wat heb ik gejat?

De serveerster kijkt op het bonnetje en legt uit dat de verbinding is verbroken omdat het te lang duurde, hun schuld. Iets met trage verbinding.
We proberen het nog een keer.
Ik steek mijn kaart weer in het apparaat en het duurt en duurt…

Gruella de Ville is ondertussen aan komen lopen.
De trage verbinding kan haar een potentiële terugkerende klant kosten.

En ik zweer het, ze komt aan, kijkt naar het apparaat, buigt zich voorover….
Het apparaat zweet en trilt bijna letterlijk onder haar blik en besluit binnen een milliseconde tot akkoord over te gaan.

De serveerster grapt terwijl ze het bonnetje aanrijkt: “That look, it’s the look!”

De serveerster staat blijkbaar op een geheim lijstje van mensen die ermee wegkomen, dat te zeggen.
Dat lijstje is vast 1, hooguit 2 mensen lang.
En geschreven in bloed. Dat lijstje.

Vandaag leefde ze nog…die serveerster.

Later thuis zal blijken of het apparaat echt verbinding had met mijn bank thuis, of dat het eieren voor zijn geld koos onder dwang van haar blik.
Als het bedrag nooit wordt afgeschreven geloof ik het ook.

 

 

 

Het 2 minuut 17 seconden gevoel

Sinds de (oneerbiedig het was veel meer) Kanjertraining voor Hoogbegaafden begint Wijzemans een idee te krijgen van hoe dat werkt, dat groepsgedrag.
Het komt uiteraard verre van natuurlijk, maar hij begint zijn brein er langzaam omheen te krijgen.
Dat is hoe het werkt voor hem: hij gaat het met zijn brein bevatten en tackelen in tegenstelling tot instinctief aanvoelen.
Hij is gelukkiger en zelfverzekerder dan voorheen, het is niet meer alsof we allemaal Chinees praten voor hem.
Hij is niet meer een mens tussen Aliens, of erger: een Alian tussen de mensen.

Maar toch, als we dan bij de brandweer zijn met pasen om er te eten met de dienstdoende ploeg en het is druk en iedereen praat luid en de groep vindt elkaar in voetbal en de ene Feyenoorder valt over de andere Ajaciet onder heel veel grapjes en lawaai….
…dan vindt hij dat te druk. Dat….en het gaat hem ver boven zijn pet.
Iets teveel groepsgedrag voor het mooie, zeg maar.

Dus neem ik zijn computer mee en sluit ik hem aan op de Wifi en gaat hij Mindcraften.
Oefenen met functioneren in een groep is een ding, dit van hem verlangen is het equivalent van Rijexamen-Vrachtwagen-Met-Oplegger-Of-Je-Leven na een eerste proefrijles in een Peugeot 206. Zeg maar.
Gewoon niet willen, niet doen, niet forceren. Sterker nog: niet kapot maken.

We zitten buiten en Spelmaker leert Draakje voetballen. Iets met de wreef en kort houden.
Draakje steelt de show en doet ondeugender en ondeugender en (want) hij geniet van de spreekwoordelijke spotlight. Hij bespeelt iedereen instinctief.
Spelmaker heeft puur plezier met zijn broertje, wars van of er iemand kijkt of niet: hij is zichzelf. Zuiver, puur.
Wijzemans zit binnen.

Collega van de Bevelvoerder komt naar buiten.
Hij kent de Gamer wereld, zo blijkt.
Hij kan aardig meedraaien, al zegt hij het zelf,
en als hij het niet kan, herkent hij het wel.
(Aan zijn toon weet ik genoeg: hij is beter dan hij claimt.)
Maar, vervolgt hij, wat Wijzemans deed gaat hem ver boven zijn pet.
Wijzemans is extreem goed en hij kent de goeden onder de gamers als hij het zelf niet kan herkent hij skills bij anderen. Hij herhaalt het een paar keer.
Dit was niet normaal. Hij kon het niet eens volgen.
Of ik enig idee had hoeveel beslissingen hij per minuut nam.
Nou, eerlijk gezegd niet, maar ik weet wel wat hij bedoelt.
Want ik ken Wijzemans.
Hij wil me waarschuwen voor hoe goed hij is en voor de valkuilen van de Gamer’s wereld.
En dat vind ik tof.
En ik knoop het in mijn oren, wat hij zegt.
Ik ben namelijk geen gamer.

Enige tijd later zit ik in een ander gesprek met anderen.
Collega van de Bevelvoerder komt naar me toe.
Hij was Wijzemans kwijt.
Ja, zo ging het: HIJ was Wijzemans kwijt, niet ik.
Die zat namelijk niet achter zijn computer.
En toen was hij gaan zoeken.
Wijzemans bleek door gangen gegaan die ineens one way waren (vroeger niet) vanwege een voor hem nieuw sleutelsysteem en moest verplicht naar de buitendeur.
Daar was hij geëindigd voor de uitrukdeuren.
En daar was geen bel.
En niemand die hem zag of hoorde.
Wij zaten achter in de tuin.
Hij was buitengesloten.
Vijf minuten? Tien seconden?
Voor èlk kind sowieso te lang.
Maar Collega van Bevelvoerder vond hem.

Deze keer was ik er niet voor hem, maar ik leerde wel een les.
Wijzemans gaat zijn weg moeten vinden tussen ons stervelingen.
En wij als ouders zullen handvatten moeten geven of zorgen dat anderen dat kunnen.
Maar vandaag zag ik iets moois.
Ook hij gaat mensen op zijn pad tegenkomen die hem snappen.
En die er voor hem gaan zijn.
Today, he had my son’s back.

Het 2minuut17seconden gevoel uit deze clip (die je alleen snapt als je het begin keek):

 

De wondere wereld die pubertijd heet

Ik bots soms gigantisch met hem.
Want ik zie hem worstelen met dingen waar ik ook mee worstel(de).
Dat ik hoop dat hij het makkelijker heeft dan ik het deed, ik raak gefrustreerd: doe nou niet zo moeilijk vent! Doe nou niet dezelfde onzekerheden als ik!
Een minuut later weet ik dat het niet zo werkt.
Maar hij kan zo op mijn knoppen drukken.
Zijn pubertijd is helaas voor hem mijn eerste pubertijd met mijn kinderen en hij baant de weg voor zijn broers.
Ik moet het allemaal nog leren.

Hij heeft de humor van zijn vader.
De kwaliteiten van zijn vader.
En hij heeft mijn valkuilen.
En nu in de pubertijd ben ik ervan.
We knallen.
Omdat hij zo absurd verantwoordelijk is geweest de laatste twee jaar.
Als een tweede vader heeft hij het gezin draaiende gehouden.
Zo verantwoordelijk.
En we zijn hetzelfde en kennen elkaars knoppen.
Omdat we zo close zijn.
Omdat hij zo op zijn vader lijkt dat we dus net zo klikken als zijn vader en ik.

Maar pubertijd gaat om loslaten.
Dat hij nu *eindelijk* de ruimte heeft èn voelt: het gaat goed met mama, ik kan mijn eigen pad kiezen.
Dat puberen te maken heeft met onthechten omdat het moet.

Dus ja. Ik ben ervan, in deze pubertijd.

Maar we maken het altijd goed en dan moeten we lachen om en met elkaar.
Als dit is wat de pubertijd is….bring it on!
I could learn to live with this.

We zijn uit de kleine kinderen.
Draakje is bijna 7.
Wijzemans is bijna 9.
Spelmaker gaat naar het gymnasium volgend jaar.
Heeft een vriendin.
Meestal knallen we niet.

Dat hij na het avondeten naar het winkelcentrum gaat om ingrediënten te kopen voor de paaslunch op school en me dan appt vanuit de AH.

En dat zijn antwoord me ontroert tot op het bot.
En dat ik eigenlijk heel blij ben met het totale screenshot.

Als dit de pubertijd is….BRING IT ON!!!!!!

Screenshot_2014-04-16-19-29-20

10 april 2012-2013-2014

Roerend in mijn kopje cappuccino, wachtend op mijn afspraak, schrijf ik een mail in draft.
Ik moet nadenken over formuleringen en scroll al denkend door mijn inbox op de iPad. Iets met gedachten ordenen.
Er staat niet zoveel in, in die inbox, ik mail niet zoveel vanaf de pad. Voor ik het in de gaten heb ben ik bij 10 april 2013. Een jaar geleden. Grappig, denk ik nog. En dan zie ik een reply mail van mijn vader van die dag.
Dat hij zo blij was met de uitslag van de foto dat ik het been voorzichtig mocht gaan belasten. Langzaam oefenen tot 20 kilo.
Ik roer verder in mijn koud wordende cappuccino en kijk uit het raam. Ik was het bijna vergeten. Maar wat ik zeker weten was vergeten was hoe het voelde, zowel in mijn lijf als in mijn hoofd.
Bij de fysio arriveren met de rolstoel. Met krukken de oefenzaal in. Rudy die een weegschaal neerzet en ik verbeten en met tranen van de pijn mijn been op de weegschaal zetten en druk zetten tot de weegschaal 10 kilo aangeeft. De pijn met geen pen te beschrijven. Maar na 23 dagen morfinepomp in februari was deze pijn een peuleschil. Zo dealde ik ermee, dat was mijn manier. Ik vond mezelf een held met 10 kilo.
Ik laat de herinnering me overdonderen als een tsunami. Djiez…look at me now. Ik keer terug naar de mail. Ik ben er tevreden mee en sla hem op. Ik ben tevreden met mezelf. Look at me now…
Ik ben diep in gedachten verzonken en lees de mail van mijn vader na. Ik zit diep in 10 april 2013 en realiseer me een jaar daarvoor: 10 april 2012 . De eerste bestraling. Vandaag 2 jaar geleden. Exact. Voor de eerste keer in dat apparaat, met geblokkeerde adem door die vreselijke slang in mijn mond, in dat apparaat met die laserstralen op de tatoeagestippen. Het geluid, het gedempte licht, de misselijkheid. De haat voor die plek. Vandaag 2 jaar geleden. Look at me now.
Zo diep in gedachten verzonken dat ik mijn afspraak niet zie aankomen. Ik word letterlijk opgeschrikt.
Just look at me now. Ik schud de herinneringen van me af.
Ik leef nu, 10 april 2014.