Juno

Ik behoor denk ik tot een grote categorie mensen die in februari niet voorzag dat we in juni nu op deze wijze zouden leven.
Ik behoor denk ik ook tot een grote categorie mensen op wie dit sowieso niet de ergste, grootste impact heeft gehad, ook niet de minste, maar toch wel min of meer “fors”. En dan heb ik nog niemand verloren aan corona.

Fors omdat? Laat ik even vergeten dat de trip New York in april mijn Grande Finale als moeder van 3 middelbare schoolgaande kinderen had moeten zijn, laat ik even vergeten dat mijn werk volledig op zijn gat ligt. Laat ik even vergeten dat mijn vader vast zit op Lanzarote met een tekort aan medische hulpmiddelen. Ik bedoel met fors wat anders.

Drie schoolgaande jongens, single mom. Lange tijd was het onzeker wat er met het eindexamen van de oudste zou gebeuren. En terwijl mensen in Brabant voor hun leven aan het vechten waren, zag ik de toekomst van mijn oudste in onzekerheid. Zelfs toen kon ik niet voorzien dat we anno nu in juni zo zouden leven als we nu doen.
Ik ben op geen enkel moment worst case scenario gaan leven. En leven we nu eigenlijk überhaupt wel worst case scenario? Ik denk het niet. Worst case scenario’s? Ik kan ik nog wel een paar oplepelen die beyond dit gaan, eerlijk gezegd.

Enfin, dat terzijde.

Forse impact. Een brugklasser die ineens alles alleen moet doen. De planning, de discipline, parabolische vergelijkingen vanaf de computer moet gaan leren snappen in plaats van in de les, en dat allemaal co-ouderend. Een school met heel weinig online les, dus hij alles zelf moeten doen. Forse impact: ik nam 50% zorgverlof om te voorkomen dat hij verzoop. Wat dit voor mijn werk gaat betekenen? I do not know. Deze ging voor.

En dan een knul met ASS die voor het eerst op speciaal voortgezet zit en die er FLOREERT. En…die…floreert nog meer bij de corona crisis. Hij heeft nog nooit zo prikkelarm mogen leven. De maatschappij heeft nog nooit zo weinig van zijn aanpassingsvermogen gevraagd als nu.

En nu zijn we anno nu. In juni. Juno, zoals we tegenwoordig zeggen. Juno. (Kots.) En mijn ASS’er is onze maatschappij zoals hij was, en ooit weer zal worden, ontwend. De aanpassingen, de versoepelingen die voor ons een verademing zijn, zijn voor hem een vernauwing.

De scholen zijn weer open, maar niet voor hem. Het gebouw is er letterlijk niet op gebouwd. Hij zal prikkelarm mogen blijven, met online les, totdat de anderhalve meter maatschappij niet meer hoeft en hij weer moet. Het proces van versoepeling “mogen” gaat zijn inverse “moeten” worden. De skills die hij heeft aangeleerd om in onze maatschappij te moeten leven gaat hij weer moeten leren.

We gaan af en toe naar zijn natural habitat, de vinyl Beatles selectie van elke platenzaak in onze buurstad. Ik verwen hem te pletter.

Degene die nog niet naar school mag. Naar school hoeft.

Ik wil van alles af. Van het nieuwe normaal. Van juno. Van kinderen om wie ik me zorgen maak. Ik bedoel niet dat ik van mijn kinderen af wil, nou ja, dat dus. En dan heb ik nog niemand in mijn nabije omgeving verloren aan Corona. Kan ik 2020 nog ergens inleveren, anyone?

Naar eer en geweten wikken en wegen

Toen de eerste berichten van corona kwamen, dacht ik dat het wel mee zou vallen.
Gewoon een nieuwe SARS, ver van mijn bed.

Toen corona dichterbij kwam dacht ik wel dat het wel erger was dan dat, maar dat het nog steeds wel mee zou vallen. Nog geen paniek scenario.

Toen corona nog dichterbij kwam baalde ik in eerste instantie van mijn New York trip. Nog voordat ik dacht “stel je voor dat ik er vast kom te zitten”, en zelfs dat was nog ver (10 stappen minder ver) voordat ik anno vandaag, 3 dagen voor het eigenlijke vertrek, kijk naar New York anno vandaag. Er zat slechts luttele dagen tussen die 10 spreekwoordelijke stappen.

Toen corona bij de oosterburen was, had ik het nog steeds niet goed en wel door.
Ik had al wèl moeite met die volle lift op die externe locatie op afspraak van werk, al een beetje.
En die elleboog beviel me wel.
Toen al. Een vaag ongerust gevoel, maar anno vandaag zag ik echt niet aankomen.

We leven nu op 5 april 2020.

Persoonlijk ken ik mensen die ziek zijn geweest, vermoedelijk ziek zijn geweest en niet ziek zijn geweest. Maar ik ken (nog) niemand persoonlijk die is overleden.
Corona is inmiddels full blown hier en binnen de grenzen en context van bovenstaande zin (disclaimer mensen, disclaimer), ligt mijn leven redelijk overhoop.

Het eindexamen van oudste. Hij moet nog een toetsweek.
Bijzonder onderwijs van middelste….hoe dan…
Brugklas jongste, hoe motiveer je zonder school iemand met de motivatie van een pepernoot.

Mijn vader is (godzijdank) nog niet terug van zijn eiland en zit daar voorlopig vast. Redelijk veilig.
Die hoop ik na 7 maanden afwezigheid in mijn armen te kunnen sluiten. Voor nu is hij veilig.

En ik? Ik probeer me aan de regels te houden en aan de richtlijnen.
En ik geef er een persoonlijke invulling aan.
Ik doe wat ik doe met het hoofddoel om de verspreiding te vertragen, niet perse om het zelf niet te krijgen.
Ik wik en weeg.

Met kinderen namelijk, is je kring op minder dan 1,5 m groter dan je gekozen zou hebben zonder kinderen.
Met een co-ouderend gezin is je kring ineens zo groot als die twee samen, want terug van de andere kant houd je (zonder klachten) geen 1,5 meter afstand van je eigen kinderen.
Mijn kring is groot.
Ik moet naar werk, de ex moet naar werk, zijn vriendin moet naar werk, mijn vriend heeft kinderen….onze gezamenlijke kring is groot.
En dan weet ik nog niks van de nieuwe partner van de ex van mijn vriend noch van de ex van de nieuwe vriendin van mijn ex en of haar kinderen daar nog komen.

Ik wik en weeg.
De jongste (12) mag buiten spelen met 1 (één) vriendje, mits ik weet per dag dat daar thuis alles ook klachtenvrij is.

Ik doe het met het hoofddoel de verspreiding te vertragen en daarmee de zorg te ontlasten, niet perse om het zelf niet te krijgen.
Sterker nog; stel dat ik het zelf krijg zonder veel klachten kan ik dan bijdragen aan de 60% die nodig is voor de kudde immuniteit?
Ik wik en weeg.

En ondertussen vraagt het thuisscholen van drie verschillende zonen op drie verschillende scholen ook best wat aandacht.

Ik gooi geen bordje “blijf binnen” tegen het raam.
Ik heb wel beren opgehangen aan mijn balkon.
Doe ik het goed?
Naar mijn mening wel.
Maar is dat het juiste?
Ik geloof dat ik naar eer en geweten de richtlijnen volg.
Daar waar ik niet binnen blijf doe ik het met een afweging, daar waar mijn kinderen naar buiten gaan doe ik dat ook met afweging.

Mijn god, ik hoop dat ik het al gehad heb.

Maandag Wisseldag

Nou
Het is 19:15
Maandag wisseldag
Het huis is oorverdovend stil
#HetWentNooit
Middelste riep rond avondeten: ik ga je missen mam!
Zonder knuffel, zonder drama
Hij riep het gewoon
Als hij het zegt is het niet uit nood
Niet omdat hij zich niet op de week bij zijn vader verheugt
Niet om iets voor elkaar te krijgen
Maar omdat hij het voelt
Zo puur als dat
De 14yo autist kan het wellicht beter verwoorden dan iedereen

Ruim 3 jaar verder is de wereld anders
Levens zijn anders
Sommige dingen lijken zelfs een heel leven geleden
Maar maandag wisseldag is een stilstaand gegeven in de tijd

Ik ga jullie missen jongens

De oudste gaat zo zoetjes aan uit huis en dat is hoe het hoort
Op een natuurlijk manier
Ik mis hem op een natuurlijke manier
Niks is, noch blijft natuurlijk aan maandag wisseldag

Ik ga jullie missen jongens

Morgen pak ik mezelf op en ga ik de voordelen pakken van ze niet hebben
Ik heb de prijs al betaald, het is daarna altijd noodzaak om de keerzijde te pakken
Anders betaal ik dubbel
Voor nu ga ik bedden afhalen en wassen draaien en zorgen dat alles klaar is
Voor de komende maandag wisseldag
Al ze weer komen

Ze doet nog steeds loggen anno 2020

Ik volgde kort geleden een training om een BOT’er te worden. Iemand van het Bedrijfs Opvang Team dus. Super nuttige training. Je leert gesprekstechnieken, je leert een stukje psychologie voor dummies en je leert (en dat is waar ik het voor deed) een collega te helpen die iets schokkends heeft meegemaakt. De eerste opvang. Ik moest solliciteren en ik moest slagen voor de training en alles. Ik ben er best trots op!

De man die de training gaf, had het op een gegeven moment in de training over een poppetje dat iedereen op zijn schouder heeft zitten. En ook (zelfs) als iemand iets schokkends heeft meegemaakt, is dat poppetje op die schouder de eerste die zijn mond opendoet. Dat poppetje is namelijk je innerlijke criticus. De taak van dat poppetje is jou meteen op je eigen fouten te wijzen in de situatie waar je je op dat moment in bevindt. Jouw “eigen schuld aandeel” in de situatie. Maakt niet uit hoe heftig en buiten jouw schuld om de gebeurtenis, dat poppetje is de eerste die weer terug op die schouder is gekropen om in je oor te fluisteren hoe stom je wel niet was dat je hierin terecht kwam, of hoe stom je hebt gehandeld in een situatie waarin je beter had kunnen handelen. Aan jou de taak als BOT’er (onder andere) om overtuigender te zijn dan dat poppetje op de schouder van die ander.

Ergens wist ik natuurlijk wel dat iedereen zo’n poppetje heeft. Maar het was toch wel fijn te horen van een deskundige dat ik niet de enige ben. Dat is namelijk hoe ik in elkaar zit: ik heb blijkbaar niet een, maar twee poppetjes op die schouder zitten, waarbij het tweede poppetje me zegt hoe stom het is zo’n poppetje te hebben omdat níemand anders dat eerste poppetje heeft. Die innerlijke critici kunnen heul vermoeiend zijn, kan ik u verklappen.

Daarbij heb ik soms niet eens een poppetje op mijn schouder, soms voelt het alsof er achter mijn rug, live in de situatie, een compleet operakoor in een Griekse tragedie aan het zingen is (met ontblote schouder en al) “Zij doet het niet goeoeoeoeoed, zij doet het niet goeoeoeoed, zij doet het noooooooooooit goed, zijijijijijijij doet het nooooooooooit goeoeoeoeoeoeoed!!!!!!”

(sidenote: mensen die mij een beetje kennen herkennen de stem van Baasje van R.I.P. Ben in de laatste metafoor.)

Ik kan nog niet mijn eigen BOT’er zijn, maar ik ben met een aantal treffende en enigszins hilarische handvatten nu wel in staat dat koor van het podium te knikkeren en dat poppetje van mijn schouder te vegen alsof het roos is op een zwart shirt.

Mijn ergste “fouten” in dit leven zijn (zijijijijijijij doet het nieieieieieiet goeoeoeoeoed) dat ik mensen vertrouw, dat ik lief heb, dat ik aantoonbaar nooit zuur word, en dat ik altijd en opnieuw mijn hart open stel. Wantrouwen is überhaupt geen garantie nóch bescherming tegen belazerd worden, en zuur worden is geen bescherming van je hart.

Je hart opnieuw openstellen is veerkracht, levenslust en getuigt van de onmetelijke hoeveelheid liefde die te geven is die ik te geven heb. Voor alle soorten van liefde. Van de boterham of geld voor de zwerver (ik doe het altijd letterlijk altijd geven), tot de vriendjes (“heb je nou nog steeds geen sleutel”) van je kinderen, tot de BOT’er voor je collega, tot de nieuwe liefde voor een nieuwe liefde. Dit is wie ik ben en wie ik kies te zijn en te blijven. En waar ik trots op ben te zijn.

Als je met hem kan lezen en schrijven

Voor mij is het zo klaar als een klontje en is hij transparanter dan een vers gelapt raam, en daarom heb ik zo slecht zicht op hoe de wereld hem ziet.

Maar soms in de Grote Buitenwereld, krijg ik inzicht in hoe de wereld tegen hem aankijkt. En dat is meestal niet leuk, maar soms heel erg leuk. En die twee liggen zo ver uit elkaar als je kan voorstellen.

Van de huisarts-co, bijvoorbeeld, die het echt niet begrijpt en tijdens een lichamelijk onderzoek bijna ongeduldig wordt van hem omdat ze hem zonder waarschuwing en al te veel uitleg wil prikken en bewegen en hij dat dus niet kan, en ik hem voor mijn ogen zie veranderen in iets apathisch, angstigs, non-cummunicatiefs, locked down. (En ik dan achteraf boos op mezelf dat ik haar niet vloerde.) Wat ziet zij in hem? Een non-cooperateive patiënt die tijd kost. Met een diagnose waarin ze zich niet verdiept heeft.

Van een out of the ordinary best friend, een totale tegenpool, maar ook een soort van buitenbeentje op zijn manier. Als die twee samen zijn zie ik hem voor mijn ogen veranderen in een totaal onbezorgde jongen van 14 die alles aankan en gaat chillen met zijn vriend. Wat ziet “heb je nou nog geen sleutel?” in hem? Nou, gewoon Middelste zoals hij is: zijn kern, zijn wezen. Met alles wat erbij hoort. En allebei heel, heel mooie misfits.

Lang intro.

Als Middelste iets samen wil doen, is dat naar zijn Natural Habitat gaan. En zijn Natural Habitat is tegenwoordig de Beatle section van èlke vinyl store.  De Haarlemmerstraat in Leiden is een plek die hij fijn vindt. Vroeger waren het de game stores en Intertoys, tegenwoordig de Vinyl Stores.

En nu is daar dat ene winkeltje. Vintage, mag ik vintage zeggen? Puur en echt en origineel is wat ik bedoel. Op zijn verjaardag scoorde hij er daar iets wat hij heel graag wilde, en sindsdien is het zijn vaste stop al zit er 2 dagen tussen.

De eigenaar glimlacht tegenwoordig als hij hem ziet als we binnenkomen. Hij zei een keer “Ik heb nog niks nieuws van de Beatles hoor”, en vandaag vertelde hij dat hij een geweldige DVD had van een film van de Beatles die we toevallig (matig toevallig) hadden gekeken op vakantie via YouTube.

In ieder geval, de eigenaar kijkt op als we binnenkomen en glimlacht en reageert op hem. Vroeg hoe de vakantie was (want we hadden op vakantie de film gekeken….)

En Middelste kijkt hem weinig aan, maar slurpt elk woord op dat hij zegt. Ik zie hem lachen en genieten. De man moet het in de gaten hebben. Middelste is een onzichtbare autist als je niet oplet, maar zo dichtbij als de Beatles komen in de Vinyl Store glijdt hij communicatief van onze schaal. En moet je iemand vinden die met je kan communiceren.

En dat is wat de eigenaar van dit winkeltje op Vinyl Beatles gebied kan.

Ik, dames en heren, ben ook een moeder die haar kinderen vergat in de auto

Ik heb mijn sleutel wel eens in de garagedeur laten zitten. Een hele avond lang.
Mensen vergeten tassen in treinen. Bedrijfsgeheimen zelfs.
We vergeten afspraken.
We vergeten pinpassen in automaten en paspoorten op weg naar Schiphol.
We rijden op de automatische piloot de route naar werk op zaterdag terwijl we op bezoek gingen bij onze ouders.
We rijden een routineweg en realiseren ons soms dat we niet kunnen terughalen hoe we bepaalde kruispunten zijn overgekomen: ons brein heeft het vast wel gedeald, maar wij weten het niet meer.
Zeker als het aantal gejongleerde ballen in de lucht te hoog is, vallen er ballen op de grond.
En iedereen snapt dat.
Maar als we door dezelfde mechansimes heel belangrijke ballen laten vallen, is het ineens onbegrijpelijk en onvergefelijk.
Een chirurg mag geen instrument vergeten in het lijf van een patient en een ouder zijn kind niet in de auto.

Er stierf vorige week een tweeling van een jaar oud in een snikhete auto in New York. Vader was ze vergeten.
Het gebeurt met enige regelmaat dat ergens op deze wereld een vergeten kind in een hete auto sterft. En de reacties op (social) media zijn niet mals en vol onbegrip en ongeloof: slechte ouder, hoe kan je dat nou vergeten, moord, doodslag, …..
Gelukkig verscheen er deze week ook een stuk in -ik meen het AD- van een wetenschapper  die het fenomeen verklaart: hoe kan een liefhebbende en zorgzame ouder zijn kind vergeten? Nou, was het betoog, dat kan.

En ik kan het weten. Want:
Ik, dames en heren, ben ook een moeder die haar kinderen vergat in de auto.

Het was voor de derde werd geboren. Mijn oudste twee waren allebei op crèche-leeftijd. Bijna 4 en bijna 2.
Het leven was gigantisch druk met een wisselend rooster, en wisselende crèchedagen. Geen vaste dag, voor niks. Zelfs de weekenden kenden geen routine.
Ik reed 3 dagen per week naar werk, en 1 dag per week via de crèche naar werk.
Geen vaste dag, maar flexibel en wisselend. Geen routine. En slaapgebrek.
Op een goede dag had ik de kinderen klaar voor de crèche. Mijn ex was altijd zo vroeg de deur uit dat de ochtendstress altijd de mijne was: jezelf en twee kinderen klaarmaken voor crèche en werk en op tijd de deur uit.
Ik zette de kinderen in de auto in hun stoeltjes en de jongste (inmiddels middelste) viel in slaap. De oudste was stil. En zo draaide ik het dorp uit, op de automatische piloot, de snelweg op, op weg naar werk.

Halverwege de A4 hoor ik een stemmetje op de achterbank: “moeten we niet naar de crèche?”

Mijn inwendige ik stortte in. Ik kreeg het zo heet van binnen? Ik reed op de snelweg, geen bewust idee hoe ik daar was gekomen en hoe kwam het dat ik wel in de achteruitspiegel heb gekeken in al mijn verkeersbeslissingen en hen niet heb zien zitten? Hoe kan ik zijn vergeten te stoppen bij de crèche?

Als mijn oudste niet had gevraagd moeten we niet naar de crèche…had ik dan ook in het nieuws gestaan? Zou ik de auto hebben geparkeerd bij mijn oude werk met hen in de auto? Was ik verguisd als slechte moeder terwijl zelfs mensen die me niet aardig vinden het eens zijn dat ik op z’n minst geen slechte moeder ben en alles voor haar kinderen doet?

Think about it people. Mijn hart gaat uit naar deze vader. En al die andere ouders. Mijn hemel wat heb ik een geluk gehad.

Heb je nu nog steeds geen sleutel?

Toen ik nog in het oude huis woonde had Middelste hem al als vriend. Wonderbaarlijke combi.

Hij belde zo vaak aan met zijn glimlach, zijn lieve blik. Hij belde veel te vaak aan. En ik opende de deur altijd met “heb je dan nog steeds geen sleutel!” Zo noemde ik hem. “Heb je nu nog steeds geen geen sleutel”.

Toen ging ik scheiden. En verhuizen. En scholen wisselden. En hij kwam nooit meer. Hun contact is online geworden tot 1 keer per jaar op 4 juli.

Vanavond stond hij voor de deur (hij heeft nog steeds geen sleutel) en hij is er voor Tijn. Zijn grijns. Ik vraag hem hoe het gaat. Hij antwoordt in de deur opening dat het niet gaat: ik ben “weer” een niveau gezakt. Hij kijkt me vanuit onder zijn wenkbrauwen aan.
Hij is weer een niveau gezakt. Dat is de boodschap die de wereld hem zendt. Van havo/vwo naar mavo/kader naar basis.

Ik heb een praatje gemaakt op dat moment (er kwam visite!) maar had iets beters in petto.

Hij ging gamen met de jarige en ik pakte mijn extra reservesleutel in met een briefje: in mijn ogen ben je al twee niveaus gestegen.

Nailed it. Ik gaf het hem en zijn ogen straalden.

Autism Mom: Not for the Weak.

Tijn.

Anderhalf jaar lang heb ik me gevoeld alsof ik in Ahoy een wereldrecord domino op heb staan bouwen. Alsof ik miljoenen steentjes heb gepositioneerd. Alleen was ik nooit degene die ging over het zetje geven aan de eerste. Dat over de top machteloze gevoel. Niet positioneren van al die steentjes betekent sowieso geen kans, wel positioneren betekent nog niet dat het eerste steentje daadwerkelijk wordt omgeduwd.
Zijn vader en ik hebben het zo goed mogelijk proberen te doen bij de scheiding destijds, maar maakten (maken) af en toe toch zeperds helaas, maar nooit als het om hem ging. Die samenwerking was *excusez le mot* rete-strak. Anders was het zeker weten niet gelukt.

Bottom line van het verhaal.
Als je ziet dat je kind het weer niet gaat redden op school, en als wel dit jaar, dan volgend jaar waarschijnlijk niet, en als niet: dat hij een niveau lager ook niet gaat redden omdat het niet aan het niveau ligt maar aan het pulletje dat regulier onderwijs heet, en als je weet dat er een school is, in Leiden dan ook nog eens, zo grijpbaar maar zo ver weg, waar hij wel op zijn plek zou zijn, als je weet dat de wachtlijst humongeous is vanwege de waanzinnige reputatie van die school, als je weet dat de oude school mee moet werken, als álles op het juíste moment op het juíste plekje moet vallen…
Als je weet dat als het niet lukt, je een zeer intelligente, lieve, zachtaardige, gevoelige, introverte, van de Beatles houdende, slimme jongen met autisme moet sturen naar een 2 VMBO waar ze hem op 4 van de 5 scholen rauw lusten nog voor de korte pauze, als je weet dat je dan een jongen met autisme dan waarschijnlijk van jaar tot jaar moet gaan laten school-hoppen tot hij thuisblijver wordt…
Dan weegt je hart als lood.
Vandaag hangt de vlag uit: Tijn wordt met OPEN ARMEN ontvangen op het Leo Kanner College in Leiden. Tijn’s lichaamstaal vandaag toen het rond was maakte het plaatje compleet.
My tattoo says it all: Autism Mom, not for the weak….
IMG_1727

Macht

“Wat ging er hier mis? Denk je.”
Je kunt de toon erbij verzinnen.
Dat u mij tutoyeert, om maar eens mee te beginnen, dacht ik.
Maar het leek me beter om dat niet hardop te zeggen.
Zijn intonatie, blik en lichaamshouding vertelden mijn onderbuik dat ik een half weerwoord was verwijderd van een bekeuring.
Maar ook, dat ik met de juiste houding en reactie die bekeuring niet ging krijgen.
Wonderbaarlijk hoeveel je je kan realiseren in een split second.
En dat gebeurde allemaal terwijl ik net in between songs was op mijn playlist.
“Pardon, wacht even”, zeg ik, terwijl ik op pauze druk terwijl een nieuw liedje begint.
“Dat is ook niet goed he? Dat leidt af in het verkeer. Stop die oortjes maar weg.”
Hij sloeg zijn armen over elkaar en nam een houding aan die mij moesten bewegen de oortjes letterlijk fysiek op te bergen terwijl hij boven me uit torent.
Ik ben een vrouw van middelbare leeftijd, geen kleuter noch puber, en u moge dan in functie zijn, ik ben uw gelijke, geen ondergeschikte. Geloof het of geloof het niet, maar ik dacht woorden van die strekking (maar dan in het heel boos), en het leek me veel beter dat niet hardop te zeggen. Zeker met de golf van woede die ik voelde. Het had zomaar gekund dat ik een half weerwoord was verwijderd van het beledigen van iemand in functie.
“Je was zeker afgeleid he? Je zat zeker mee te zingen?”
Ik keek hem met oprechte verbazing en inmiddels los van de woede ook met onderkoelde minachting aan.
“Maar wat ging hier nou mis?”, ging hij door.
Ik gaf het antwoord waarvan ik wist dat hij het wilde horen.
“Precies”, zegt hij, “en wat nou als er op dat moment net….”
Ik liet hem uitpraten terwijl ik hem vol in de ogen keek. Ik maande mezelf tot geduld, want een houding van ongeduldheid zou averechts werken.
Hij liet een pauze vallen.
” Je bent geschrokken he?”
Ik keek hem weer vol aan. “Ja”, loog ik. Het stormde inmiddels nog harder in mijn buik.
“Ga dan maar even aan de overkant stilstaan om daar even tot rust te komen”
“Nee hoeft niet, ik ben er al.” Het eerste niet gelogen antwoord kwam uit mijn mond.

Een en ander totaal onafhankelijk van of ik verkeerstechnisch fout zat. In dit geval is dat werkelijk irrelevant voor mijn blog.

Het is het ergste voor de kinderen

Zeggen ze. Het is het ergste voor de kinderen.

Ik had me dat gerealiseerd toen ik de beslissing nam.
Ik had het me alleen niet gepermitteerd dat het voor mij ook moeilijk was.

Ik had me gerealiseerd dat ik de kinderen zou gaan missen met co-ouderen.
Ik had me alleen niet gerealiseerd en niet gepermitteerd dat ik het alleen maar rationeel wist, en dat ik dat ook echt fysiek en emotioneel tot in het diepst van mijn hart en ziel zou gaan voelen, dat missen. Totdat het fysiek pijn doet.

Ik had me gerealiseerd dat alleen doen zwaarder is, veel zwaarder.
Ik had me alleen niet gerealiseerd en niet gepermitteerd dat ik het ook zou ervaren, dat het zwaarder is.

Het is de top drie dingen die ik verkeerd had ingeschat omdat ik alles op standje handelen deed. Dat voelen kwam pas later, zoals het bij mij altijd gaat.

Zo ontzettend goed als het was om de beslissing te nemen, zo ontzettend heb ik me verkeken op het leed dat er voor mij impliciet bij hoorde.

Ik had voor de kinderen gehoopt dat hij snel een nieuwe partner zou vinden,
met zijn 24 uurs diensten.
En toen ik na anderhalf jaar echt niet meer mijn leven nog steeds wilde schikken naar, en passen en meten aan zijn dagdagelijkse rooster en er bot een week-op-week-af door forceerde, was ik blij dat die er was, die nieuwe partner.
Ik was toen pas eindelijk los van mijn oude leven en had het motto: als ik dan de prijs heb betaald van de kinderen missen, heb ik ook recht op enig voordeel van zonder ze te zijn. Een stuk echt eigen leven.

Toen bleek dat de kinderen dol op haar zijn had ik gehoopt dat ze zouden gaan samenwonen, dan kon ik mijn zorgen die ik had over “hoe gaat het met ze als hij 24 uurs diensten draait” loslaten.
Toen ze gingen samenwonen was ik opgelucht en kon ik ook die box afvinken.

De afgelopen week schreeuwde mijn onderbuik net zo hard tot ik eindelijk een keer luisterde.
Ik had me niet gerealiseerd (nee: niet gepermitteerd) dat het pijn doet dat als ik ze een week niet heb, er een andere vrouw bij ze is. Iemand die ze troost, iemand die met ze lacht, iemand die er is als ze thuiskomen, iemand met wie ze naar hun serie kijken, die huiswerk met ze maakt, die met ze eet. Een week lang, vol in hun leven.

En die iemand is niet ik.

Ik had me niet gerealiseerd (gepermitteerd) hoeveel pijn dat doet.