Gastlog: Vijftig tinten oranje – aflevering 38

Mijn collega die me hielp bij mijn businesplan (je weet wel, dat van die kaas) gaf me toestemming haar “Vijftig tinten oranje” hier te plaatsen. Als gastlog. Het verhaal is geschreven ergens eerder dit jaar. Een poosje na de actualiteit van toen vind ik het nog steeds even grappig. Sterker nog: grappiger. Wie vaker een gastlogje van haar wil, say “aye”!
——————————-

Wat vooraf ging: Wim verruilt in een opwelling zijn grootste hobby voor zijn andere favoriete tijdverdrijf (hij noemt het, met veel aplomb, ‘watermanagement’) en laat daarbij zijn vrouw Blondie in hulpeloze toestand achter. Omdat Wim tóch al in het juiste materiaal is gehuld, kan hij zich onmiddellijk gaan uitleven en zo vergeet hij alles om zich heen. Ook Blondie…..

Vijftig tinten oranje – aflevering 38
‘PÁPPA!’ Insurantia stampvoet van woede en schreeuwt naar haar vader die niet wil luisteren en, geknield op de keukenvloer, driftig door-schrobt. ‘Ja wát nou’ snauwt Wim. ‘Irri vieze luier, ‘Irri huilen’ zegt Insurantia, de middelste van drie meiden. Wim zucht. Irrelevantia huilt altijd Insurantia bemoeit zich met alles en Ignorantia, de oudste, doet nooit een mond open. Stomme namen eigenlijk, denkt Wim. Het leek zo grappig toen hij triomfantelijk ‘triple I’ riep na de geboorte van Irri. Hij wist toen zelf niet precies wat hij daarmee bedoelde, maar later hoorde hij dat vrienden het hadden opgevat al opschepperij. Zoiets van ‘allemaal door mij voor elkaar gebokst’ en dat ze d’r juist dáárom aan waren gaan twijfelen. Want die Blondie, nou, nou, dat is me d’r een. Mooie vrienden! Zo komen geruchten in de wereld, denkt Wim, en die roddels blijven dan generaties hangen.

‘PÁPPA!’ roept Rantia, ‘moeten luistere!’. ‘Vraag maar aan je moeder’ zegt Wim en ziet met een zucht van opluchting zijn dochter de trap oprennen.
Weldadige stilte keert terug in de keuken, slechts verstoord door Wims ingespannen hijgen, het schuren van de borstel over het vinyl en het zachte geklots van het water in de emmer.
Daar is Rantia weer. O god, denkt Wim, Waarom moest ik nou zo nodig trouwen en seks hebben? Waarom was water niet voldoende? Waarom moest er nou zo nodig nóg meer rubber wezen? Zóveel rubber en dan toch nog niet genoeg. Stelletje rot-meiden.
“Ja, wat nou weer” buldert hij. Insurantia krimpt in elkaar en Wim hoort Irri nu inderdaad luidkeels jammeren in de kinderkamer. ‘Mamma nie vinde’ snike Rantia. ‘Mamma weg’. Wim verstijft. Zijn tot aan de mollige ellebogen in de roze gummi gestoken armen hangen plotseling bewgingloos in het lauwe sop. Wáár is Blondie? Waar waren we toen de spanning te groot en de lust tot boenen te sterk werd? Was ze al vastgebonden? Ja – waarschijnlijk wel want anders was ze zelf allang tevoorschijn gekomen. Waarom roept ze niet? Oh nee. Natuurlijk niet. Dat nieuwe maskertje…..maar WAAR? Dat lelijke takke-huis is ook veel te groot. En dan nog die tuin en het prieel, de wijnkelder, de theekoepel, de stallen, het boswachterhuis, de vleermuisbunker, de schuur, de kennel, nog een schuur, drie garages….

De deurbel onderbreekt Wims wanhopige mentale zoektocht naar de verblijfplaats naar zijn vrouw. ‘Ikke opedoen?’ vraagt Rantia. ‘Ja, toe maar’ zegt Wim en het kleine meisje dribbelt naar de voordeur. ‘ÓMAAAAA’ hoort Wim – Insurantia is opgetogen, maar Wim schrikt. Zijn moeder heeft commentaar op alles, op álles. En nu zal ze hem op de natte vinylvloer zien zitten, bezweet, roze, en gekleed in niets anders dan rubber laarzen, een plastic schoortje en gummi handschoenen. En ze zal vragen waar Blondie is en dat weet hij dan niet en ze zal Irri horen huilen en de vieze luier ruiken en merken dat Ignorantia nog steeds haar Jip&Jannekeboek niet begrijpt. Ohgottegottegot. WAAROM moest ze juist nú komen. Wat moet ze hier! Ze heeft d’r eigen huis! We hadden nooit zo dicht in d’r buurt moeten gaan wonen! Stiekem is Wim bang voor zijn moeder en als hij paniekerig overeind krabbelt glijdt hij uit op de gladde vloer en klapt wijdbeens achterover terwijl zijn schortje een niets-verhullend positie inneemt.
‘WIM! wat doe je dar in vredesnaam!’ De altijd overerven deftige stem van Wims moeder snerpt door de keuken. “Waarom zijn jullie nog niet klaar? Waar is Blondie? Waar is de babysit? We moeten weg, Wim! Vanavond is het etentje met het personeel. Om te vieren dat jij de zaak overneemt. Dat ben je toch niet vergeten? Oh, Wim! Soms vraag ik me echt af of ik hier wel goed aan doe. Je bent ook altijd zo onverantwoordelijk. Kijk nou eens naar jezelf! En waar is Blondie?!”
Wim luistert maar nauwelijks, behalve naar die ene vraag: Waar is Blondie.
“Ik weet het niet, mam”, kermt hij, en begint te huilen.

Volgende keer in 50 tinten oranje: wordt Blondie op tijd gevonden? Krijgt Irri haar schone luier? Komen Wim en zijn moeder nog op tijd voor het feestelijke etentje? Neemt Wim de goedlopende zaak van zijn moeder over? Wat gaat dit betekenen voor zijn huwelijk met Blonde en……waar blijft de baby-sit?

Advertenties

Buddyrun

Zaterdagmiddag. Moeder van vriendje van Wijzemans brengt haar zoon voor een logeerpartijtje bij ons.

Zij: Als ik hem morgen kom halen, heb je dan tijd dat ik een kopje thee blijf drinken?
Ik: Nou, ik ben er dan zelf niet; ik ben dan naar Leeuwarden om een rondje te lopen met een vriend van me.
Zij: Je gaat naar Leeuwarden om een stukje te lopen?
Ik: Ja?

Ja natuurlijk begreep ik haar verbaasdheid, maar ik vond het gewoon leuk om het zo vanzelfsprekend mogelijk te brengen. En natuurlijk ga ik niet voor iedereen 171 kilometer heen en 171 kilometer terug om een stukkie te hollen. Maar we hebben het over Bud.

Hij is iemand die in de loop der tijd getransformeerd is van virtuele kennis naar een kennis in het ecchie. We zijn samen naar een aantal concerten geweest en we hebben elkaar gezien bij een loopje met twittermaatjes. Hij en Spelmaker kenden elkaars virtuele naam op de PS3. En ondertussen maar lol hebben op twitter. Gedeelde humor, gedeelde looppassie (elk op zijn eigen niveau (lees: als ik twitterde “I ran 12 km”, twitterde hij “I ran 76 km”, maar we liepen dan wel weer virtueel samen)), gedeelde muzieksmaak. En ergens ook een vergelijkbare kijk op mensen/twitter/wereld. Ook op het internet heb je mensen met wie je meer contact hebt dan met anderen. En Bud was daar een van. Een waardevolle.

Maar toen kwam 2012 en zoals ik eerder heb geprobeerd te formuleren, telde alles in 2012. Niemand deed mee voor spek en bonen. De mensen die het hebben laten afweten in die tijd, hebben het laten afweten op het moment dat het er toe deed. En dat wordt nooit meer vergeten. Dat is geen belofte, maar een gevoel dat blijkbaar “is”. Een conclusie die ik heb moeten trekken omdat het zo voelt onder de streep. En de mensen -sommigen uit onverwachte hoek- die er waren, staan voor altijd op de goede bladzijde van mijn schriftje. Ook dat is niet meer uit te gummen. Ook aan de goede kant werkt het zo. 2012 was voor het ecchie. En dan…heb je die paar die above and beyond serieus een verschil hebben gemaakt.

Bud is daar een van. Zijn Budhumor heeft me op cruciale momenten door emotionele momenten en crisis situaties geleid. Pats: keer op keer op het juiste moment en met de juiste toon. Bud Style, humor style. Exact wat ik nodig had, elke keer juist als ik het nodig had. Lees me goed: ik bedoel dus echt niets af te doen aan de essentiële knuffels en liefde en troostende armen die ik kreeg van zoveel anderen die ik net zo hard nodig had, moet ik het echt toevoegen als disclaimer? Nee toch?

Dus. Zondag gingen we eindelijk, eindelijk samen een rondje doen. In Leeuwarden. En voor Bud rij ik dus wel 171 km heen en 171 terug om samen te lopen en vervolgens samen met Mevrouw Bud een hapje te eten!

Bud stippelde de toeristische route uit. Langs het monument van de 11 steden, en de start van de 11 steden, de scheve toren in het centrum, het bruggetje met de tegeltjes van alle finishers van de 11 steden en de finish bij de Bonkervaart en door de straat waar Mevrouw Bud bijna klaar was met werken.

Een kleine 22 kilometer met mijn Bud. Gevolgd door een paar uurtjes bij hem en mevrouw Bud thuis. Ik heb zelden zo’n leuke, zo’n ontzettend leuke zondag gehad. Nike zou zeggen: Make It Count.

I did!

buddyrun

BBo-3MrCUAA-7Iv.jpg-large

Interviewen is, zeg maar, niet helemaal mijn ding

Ik ken hem via twitter; hij is een van de virtuele loopmaatjes.
Bij de 20 van Alphen zag ik hem voor het eerst en we hit it off (lees: hij kletst net zo veel en enthousiast als ik).
De tweede keer dat ik hem zag was op het 10 kilometerpunt bij de marathon van Utrecht.
Hij kwam naast me fietsen en vroeg hoe het ging. Hij bleef een kilometertje bij me rijden.
Na de finish zag ik hem weer; hij was blijven hangen om te kijken in welke toestand ik over de finish was gekomen.

En net in de fase dat mijn interesse in andere logjes uitermate beperkt is, stuit ik op een logje van hem over zijn tiende marathon.
Ik reageerde met een vraag: welke was de leukste.
En voor we het wisten, was het idee geboren: ik zou hem voor de log gaan interviewen over de 10 marathons die hij heeft gelopen.
Over de moeilijkste, de leukste, en over degene die hem het meeste is bijgebleven.

En wat blijkt? Ik kan kletsen en kan een beetje schrijven…maar interviewen kan ik niet. Het werd geen Q&A.
Maar dat bleek ook helemaal niet erg. Zijn loopverslagen van de marathons op zijn eigen log zijn boeiend en beeldend…daar kan ik weinig aan toevoegen met een letterlijk verslag (de linkjes naar de logjes over zijn marathons staan onderaan dit logje!). Veel leuker is het meta-verslag van een avond kletsen met John over hardlopen en marathons lopen.

Want hoe zit dat? Waarom ga je een marathon lopen. Wat maakt dat je als hardloper ergens dat besluit neemt om die 42,195 kilometer te gaan lopen? Het blijft een magische afstand en de eerste keer dat je hem loopt is magisch. En de moeilijkste ook: het is onbekend terrein. In John’s geval had het na enkele jaren hardloopervaring iets te maken met 42 worden. Het leuke is dat hij al looptrainer was voor hij zijn eerste marathon liep. Iets kunnen en iets kunnen overbrengen zijn twee verschillende dingen. Maar in 2009 liep hij dus zijn eerste marathon. De marathon van Rotterdam. En die liep hij nog twee keer daarna. Want Rotterdam is bijzonder, Rotterdam is mooi. Rotterdam moet je een keer gedaan hebben volgens John. Die opmerking heb ik dus in mijn oren geknoopt! Hij liep er zijn eerste “sub 4” in 2010. Voor de niet-lopers onder jullie: sub 4 betekent onder de vier uur. Ook die gedachte heb ik in mijn oren geknoopt. Zijn PR staat overigens niet in Rotterdam: die staat in Terschelling: de tweede keer dat hij de Berenloop deed in 2011 knalde hij ruim 20 minuten onder zijn PR naar 3.28. Pas als je zelf loopt gaan die getallen betekenis krijgen: “sub 4 op de marathon” en “20 minuten van je PR af” zijn feiten die zelden landen in je omgeving der niet-lopers. Er zijn ook een heleboel dingen te vertellen over 3 marathons die hij liep 2011, maar opvallendste vond ik dat die marathons geen doelen op zich waren, maar lange duur”trainingen” op weg naar de 60 klometer van Texel. Ergens na het besluit om die 42,195 kilometer te gaan lopen, kwam dus het besluit om 60 kilometer te gaan lopen. Ik vraag me ook af hoe een niet-loper aankijkt tegen het verschil tussen 42,195 en 60 kilometer. Ergens na het besluit om 42,195 kilometer te gaan lopen komt dan het besluit om sub 3.20 te gaan lopen. In Boston, of all places. En waarom? Omdat je je voor Boston moet kwalificeren, da’s speciaal. En de marathon van Boston is geen rondje, maar gaat van A naar B.
En wat voor mij als een rode draad door zijn verhaal van de 10 marathons loopt, is het sociale aspect van de zogenaamde individuele sport hardlopen. Met wie hij over de finish kwam en waarom. Het samen beleven van een marathon. Met zijn loopmaatje, of als haas voor een maatje, of met zijn trainer van destijds…en wat ik heel mooi vond: met zijn meissie tijdens haar droomdebuut op de marathon van Berlijk in 2011. En met die gedachte gaat hij ook voor de Goofy Challenge in Florida: op zaterdag de halve marathon samen met zijn vrouw en op zondag de hele.

Voor we het wisten hadden we een hele avond wegekletst en al bladerend door zijn blog besloot ik dat het totaal niet erg is dat ik niet kan interviewen. Dit logje is veel meer Repel Style. Ik zou dat best vaker willen doen, er zijn nog zat lopers die ik een keer het hemd van het lijf zou willen vragen. Maar deze keer ging het over John, die ik zag vlak voor mijn operatie en die ik zag op de marathon die ik liep en voor mij symbolisch was.

In maart dit jaar bij de 20 van Alphen
Image Hosted by ImageShack.us

Een hardlopend stel en hun schoenen…
Image Hosted by ImageShack.us

De marathons van John:

http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2009/04/i-finished-2009-rdam-marathon-john.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2010/04/een-pr.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2010/11/bereloop-beregoed-en-beregezellig.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2010/12/spijkenissegeslaagd.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/02/dit-keer-wel.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/03/akrm-ultradebuut.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/04/mijn-derde-rotterdam-marathon.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathon-1.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathon-2.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathon-3.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/berlijn-marathonde-ontknoping.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/09/haar-eerste-42.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2011/11/berenloop-berengoed-pr.html
http://hardlopendeboer.blogspot.nl/2012/06/geslaagde-slachtemarathon.html

Genieten Repel Style

Nadat gisteren dat onherroepelijke periodieke emotionele “door de hoeven zak” momentje was aangebroken, had ik vandaag besloten toch maar weer thuis te blijven.
Ik holde een stukje, ik liep met de Bevelvoerder van en naar schooltje en ik deed een dut. Kortom, ik tuttelde en de zon scheen.

En er zou semi-laatste moment ook een blogvriendin langskomen. Iemand die ik al jaren van blogland ken.
Zo iemand waarmee het al zo lang digitaal klikt.
Zo iemand waarvan je zeker weet dat het in het echte leven ook gaat klikken.
Als je maar dichter bij elkaar in de buurt zou wonen en zij niet in, oh mijn God hoe heet dat durrup ook alweer waar zij woont?
Zij en ik lopen elkaar al jaren op grandioze wijze bij talloze blogmeetings mis en ook vandaag zou een file voor haar met een hoofdletter F bijna roet in het eten hebben gegooid. Maar ze kwam.
We zaten in de zon en deden een vruchtensapje (zij dan, ik een rosé, duh).

Zij doet *kuch* iets met interieur en ontwerpen en design voor haar beroep. Voor het ecchie dus!
Ik heb foto’s van haar huis en haar werk gezien. Zij is mooi, haar huis is mooi, haar werk is mooi.
Ik weet dat zij naar de mens kijkt en niet naar de uiterlijke schil. Ik weet ook dat ze kijkt naar inhoud en niet naar uiterlijk vertoon….maar toch keek ik vanmorgen kritisch rond in mijn huis.
De bank afgerafeld door de poezels, de tafelpoten aangeknaagd door het hondje, viltstift in het trapgat door de kinders, het likje verf van de kozijnen al 10 jaar oud en modetechnisch gezien dus ook al 10 jaar oud. Lees: Repel was nerveus voor de ontmoeting!

Ik heb dus de kinderen van te voren gedrogeerd en gehypnotiseerd zodat ze zich van hun beste kantje zouden laten zien.
Welopgevoed, welgemanierd, voorkomend….
Ook had ik de Bevelvoerder de huid vol gefoeterd omdat ons huis zo’n puinhoop is en slordig.

Maar….at the end of the day….zaten we in de achtertuin en toen de zon daar verdween zorgde de Bevelvoerder voor een zitje aan de voorkant.
En we kletsten.
En Draakje kwam langs voor stoepkrijtjes.
En Wijzemans kwam aan om te vertellen dat hij “een kikker of een pad had overgereden”.
En zij en ik kletsten.
En Spelmaker kwam langs en deelde tukjes (–> je weet wel, die zoutjes) uit.
En de zon scheen.
En Wijzemans kwam aan met “de kikker of pad” die “niet dood was maar alleen maar geschrokken”.
En we kletsten.
Wijzemans zette ondertussen op mijn verzoek de geschrokken kikker (of pad) bij de waterkant.
En Draakje was boos, zo boos.
Hij kon niet mee met de rest in de klimboom.
De Bevelvoerder legde uit dat dat niet mocht van de boom: dat mag pas als je groter bent, anders had de boom wel takken lager laten groeien.
En toen zagen wij vervolgens Draakje boos tegen de boom schoppen.

Het leven was heel, heel mooi vandaag.
We zwaaiden haar uit….oh ik jaloerse ik met haar gave ootootje!

Vandaag met haar, in de zon, met een glas rosé, met kinderen die blijkbaar mijn gemoed voelden en dus ook okay waren, met mijn Bevelvoerder….mijn Bevelvoerder mijn alles…

Vandaag was ik Repel de vrouw.

Morgen de afspraak bij de radioloog. Dan ben ik weer Repel met borstkanker.
Maar vandaag heb ik aan de oplader gelegen.

Oh….en zij?
Over wie ik het heb?
Dat is deze mooie vrouw: Lina

Empathie van de Bovenste Plank

Zondagmiddag. Casa Repel. Picture it.
Ik heb een loopje gedaan.
Spelmaker is naar Kind aan Huis, Bevelvoerder is met Wijzemans naar zwemles.
Draakje kijkt tv en ik doe de was.
Zondagser dan dit kàn je ons bijna niet aantreffen.

Mijn iPhone gaat en ik zie het smoelwerk van Mi in mijn scherm.
Ha fijn, denk ik nog, was gisteren nog zo gezellig, ze gaat vast vragen of Spelmaker mag blijven eten. Nog voordat ik opneem besluit ik dat mijn antwoord ja zal zijn.

Ik neem de telefoon niet op met “met Repel”, maar met “Heeeeey! Mi! Hoe is het?”
Ik krijg een huilend antwoord.
“Hey Reep, niet zo goed. Eigenlijk helemaal niet.”

Later is ze bij ons. Telefonetisch aan haar kladden door de glasvezel getrokken, zeg maar.
We bonjouren onze oudste *veel te wijze* jongens weg: Mi en ik willen babbelen, dit is onze wereld: ik mag jou geen afscheidskus geven op het schoolplein, en vergelijkbaar met dat mag jij hier niet bij zijn!
Zij praat. Ik praat. Op haar in.
Maar hoewel mijn troost en steun wel helpen, mijn woorden landen niet.
Ik praat te rationeel en te analytisch.
Moet ik nog toelichten aan de lezertjes dat ik heus wel vol emoties was op dat moment? Nee toch? Huilen deed ik later in bed.

De Bevelvoerder praatte totally unlike his usual self mee.
Hij sprak niet op haar in. Hij brak af en toe in, en legde kil en ragfijn bloot over wat voor een oetlul we het eigenlijk hebben. From a good man’s point of view.
En die woorden landden wel.

Mi is de nacht nauwelijks doorgekomen.
De oetlul heeft haar die nacht via de telefoon geestelijk bijna, maar nog net niet helemaal, gesloopt.
Tot ze bij haar huisarts terecht kon, whatsappte ik me het apelazerus met haar.
Ik en een paar anderen hielden haar de ochtend overeind.
Op het moment dat ze even uit de lucht was, zat ik met rokende hakken op de fiets naar haar, zo ongerust was ik.

Vanavond kwam ze gelukkig weer eten.
Ze was bij de huisarts geweest.
De blinde radeloosheid en paniek hebben plaatsgemakt voor een murw soort van verdriet. En een übervermoeidheid die aan alle kanten van haar afstraalt.
Emotioneel bont en blauw geslagen en beyond.
Dat ik die toestand herken, maakt dat ze bij me durft te komen.

“Die gekke moeder van jouw vriend, hè?!”, verontschuldigt ze zich met rode ogen en een halfbakken glimlach naar Spelmaker.
Spelmaker kijkt niet op of om, maar zegt met dezelfde matter of fact toon van zijn vader:
“Jij bent niet gek! Je bent lief!”
Hij zei het met een toon zodat iedereen direct van hem aanneemt dat het een natuurwet is.
Mi mocht hem toen wel een knuf geven, want we waren niet op het schoolplein. of zo.

Later tijdens het eten komt Wijzemans ineens out of the blue (let wel: hij was niet eens aanwezig bij bovenstaand incident, sterker nog: hij was aanwezig bij geen van de gesprekken, hij heeft alleen Mi en haar gezichtsuitdrukking gezien:):

(tussen de happen door)
“Mi?
Ik vind jou en Kind aan Huis een beetje lief.
Nou. Eeeeehm. Eigenlijk niet een beetje.
Eigenlijk gewoon heel veel.”

Laat gezegd zijn dat Spelmaker een hele wijze bijzondere prepuber is.
Wat een lef om dit te zeggen.
Petje diep af. Heel diep.
Wat gaat hij een mooie bijzondere grote kerel worden.

Maar….Wijzemans, met 6.
Wijzemans zou autistisch zijn? Zei iedereen?
Testmevrouw had het heel goed in de smiezen: dat je “best wel” laat bent met false belief wil niet zeggen dat je niet empatisch bent.

Best wel niet.

Mi komt de rest van de week bijna elke avond eten.
Ik hou mijn waffel, ik knuffel haar alleen maar.

Mijn 4 Daltons doen de rest.

Het polygoon journaal van zondag 11 september 2011

Na enen zware werkweek voor den twee hardwerkende mannen, gingen hun twee gehoorzame huischvrouwtjes gehoorzaam en jubelend akkoord met hun idee om met den twee gezinnen gezamenlijk naar het bosch te gaan.

De mannen discussieerden over de ingewikkelde zaken des levens waar vrouwmenschen zich niet mee dienen te bemoeien. De gehoorzame huischvrouwtjes hielden zich bezig met het eerzaam en deugdzaam opvoeden van den kinderen, die in het bosch hun dure zondagsche kledij niet mochten bevlekken.

Na afloop werd de zondagsche rust geëerbiedigd en gingen de twee gezinnen vroom en in alle stilte gezamenlijk een sober maal dineren.

Edoch, vlak voor het diner mocht het oudste jongmensch noch even naar den radio luisteren. Zijn favoriete stichtende radioprogramma kwam in den ether. Hij zou het zoo spijtig hebben gevonden de belerende boodschap van het programma te hebben moeten missen! Heur man gehoorzamend, pakte de gastvrouwe heur fotocamera en legde zij het deugdelijke jongmensch vast op den gevoelige plaat. Vertederd en trotsch van zoveel deugdzaamheid en dankbaar naar heur vriendin, glimlachte de moeder van het betreffende jongmensch trotsch en vouwde zij vroom heur handen in heur schoot.

Het was enen schoone dag.

{{{Yo Plofje! Gaan we naar Repelbos zondag? Na afloop pannenkoeken bij ons? Deal! Eeeeehm Plofje: ze zijn allemaal doorweekt en zwart van de modder. Ach, ze krijgen wel wat van ons aan. *Kwebbel, kwebbel, kletserdeklets* He Techneut: zijn die pannenkoeken nu nog niet klaar? *gloe-gloe-gloe-wijn* Jemig Spelmaker, niet zo zeuren! We zijn nu fijn met elkaar, even geen eredivisie live. Ja ik weet dat Feyenoord speelt. Nou, je hebt mazzel dat Plofje zo lief is om de radio in de keuken voor je aan te zetten! *Bij gebrek aan TV en teletekst en dergelijke, luistert het kind naar radio 1 en OH MY GOD wat is dat spannend!}}}

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us