Utrecht was just an end to a means

Van heel veel mensen krijg ik de vraag wat ik post-Utrecht ga doen.
Of ik niet bang ben dat ik in een zwart gat ga vallen nadat ik mijn Hogere Doel heb gehaald.

Nee, ik heb geen plannen
Behalve het hazen van Ineke naar haar eerste halve marathon.
Behalve het lopen van Zandvoort Circuit Run (inmiddels vorige week).
Behalve uitkijken naar Leiden marathon en de 10 km die ik daar wil lopen en de BBQ met al mijn maatjes achteraf.
Behalve het lopen in London als ik daar een congres heb, en in Duitsland en in Denemarken.
Behalve het lopen in Kroatië op vakantie.
Behalve het plannen van nieuwe loopjes in het najaar.
Weer eens het Zorg en Zekerheid Loopcircuit doen?

Utrecht was altijd een ultiem doel.
Een baken.
Als ik Utrecht 2012 kon, kon ik de bestralingen aan.
Om mijn leven te redden.
Als ik Utrecht 2015 kon, kan ik weer normaal leren leven.
Dingen afsluiten.
En doorgaan. Echt doorgaan.

Ik tel geen fysio meer
Ik check niet meer in op four square op mijn zebrapad.
Ik loop gewoon hard, omdat hardlopen een essentieel onderdeel van mijn leven is.
Daar was Utrecht 2015 voor bedoeld.

Het nog hogere doel:
Ik ben een werkende moederkloek, een liefhebbende echtgenote.
Ik meen empatisch te zijn, bevlogen en optimistisch.
Ja, ik ben een vechter. Maar ik ben na het doel van Utrecht, vanwege het doel van Utrecht weer meer dan degene die alles overwon.

Ik ben ook een faler die ruzie maakt met de verkeerde, die afspraken vergeet, die op slakken zout legt en snauwt tegen haar echtgenoot als die 1,2 minuten te laat thuis komt, die uit haar slof schiet tegen haar kinderen. Die te vaak op de weegschaal staat en haar wallen telt. Die onattent is en altijd kaartjes krijgt en nooit stuurt. Die mooi weer speelt ook als het geen mooi weer is.

Ik had een sokkel nodig om te kunnen revalideren. Utrecht had ik nodig om mezelf weer van die sokkel te krijgen.

Zwart gat my ass. Utrecht had ik nodig om weer Repel te worden

Advertenties

Waarom het het hier zo stil is…

Doet ze niet meer schrijven, vraagt u zich af.
Jawel, ze doet schrijven.
Sterker nog: ze schrijft zich te pletter.
Alleen tijdelijk niet hier.

Ik mag namelijk bloggen op de website van Utrecht Marathon.

Als ik dacht dat Utrecht 2012 speciaal was, gaat Utrecht 2015 daar minimaal overheen.
En dus mag ik mijn training op weg naar Utrecht Marathon 2015 bloggen op hun website.
776 dagen na het ongeluk loop ik Utrecht Marathon weer met startnummer 776.

En ik mag erover bloggen *HIER*.

Als u me zoekt…..ben ik daar te vinden!

Durf en vertrouwen

En dan sta je in Etten-Leur waar Frank je beloofde te hazen.
Tijdens Dam tot Dam kon je het niet op safe spelen omdat je geen horloge had…en liep je op gevoel tijdens de 10 EM (=16,1 km) een tijd die je niet voor mogelijk hield #postongeluk.

Want dat is inmiddels blijkbaar het enige dat me terughoudt: het idee, de notie….alles wat niet meer kan #postongeluk. Playing it safe.
Mijn been kan weer heel veel, ook op hardloopgebied! Maar ik durf niet te denken dat mijn been dat allemaal kan. Ik had alles afgeschreven.
Maar net als met weer leren lopen: je moet leren vertrouwen dat het kan. Ooit weer zonder krukken. Ooit weer zonder strompelen. Ooit weer zonder te harken. Met heel veel oefenen.

Alles kan weer: het kost alleen trainen en trainen en kilometers maken en spierkracht en nog wat fysio….maar nu met name durf en vertrouwen.

En voor durf en vertrouwen heb je….op hardloopgebied…een haas nodig!

En dus besloot je twee dagen voor het evenement overmoedig te worden en te zeggen dat je die tijd van de Dam tot Dam wel even door kan trekken naar een halve.
En laat dat nu net eventjes 2 uur rond zijn.
Maar een halve is best wel 5 kilometer verder dan de 10 EM.

En dan sta je in dat startvak in Etten-Leur.
Je bent niet waar je was maar je bent zoveel verder dan je durfde te denken.
Durf en vertrouwen.
En ik herinner me de woorden van Edwin bij mijn laatste loop “na de kankerdiagnose maar nog voor de operatie 2012”: je mag tot snot kapot.
Ik kijk naar Frank die me wil hazen en vol vertrouwen is.
Ik denk aan de woorden van Sierd van 5 minuten daarvoor.

1:59:19
5’37″/km

Ja, het waren mijn eigen benen die het deden, maar durf en vertrouwen mogelijk gemaakt door Frank die bij 12 km zei dat ik wat moest aanzetten, die me de laatste 400 meter wegstuurde, die me 21,1 km lang uit de wind hield en bij de verzorgingsposten #bnaan voor me haalde. Die 21,1 km vertrouwen had. Zei dat het goed ging.

Mede mogelijk gemaakt door Edwin die 21,1 km lang in mijn kop zat en verzuchtte dat ik nooit tot snot kapot durf te gaan gaan.
Mede mogelijk gemaakt door de woorden van Sierd van 10 minuten voor de start.

Dat je je Garmin stopt maar uitzet zonder op te slaan.
Dat je je loopshirt in de wasmachine gooit zonder het startnummer er vanaf te halen.

Dat heet geloof ik tot snot kapot.

Ik was vandaag even mijn collega van het romantische hardlopen

De wekker gaat om 6 uur; dan kan ik een kort rondje doen voor ik naar werk ga. Ik hoef toch pas half 10 ergens extern te zijn.
Mijn benen voelen goed na de 22 van zaterdag.
Het is donker.
Een beetje spannend vind ik dat in verband met verstappen.
Ik geloof dat ik een valpartij nog niet ga waarderen…maar ik durf het toch.
Mijn horloge trilt bij de 1 km, ik kijk.
Oh kak, geen licht.
Hoe zat dat ook alweer met die Garmin?
Ik ben het vergeten…sinds 4 februari 2013 niet meer die functie gebruikt.
Nou ja, dan maar op gevoel.
Maar ik loop super lekker, het gaat als vanzelf.
Ik voel mijn horloge bij elke kilometer trillen en als ik meer tijd had gehad was ik doorgelopen, maar #spitsuur roept thuis.
Volgens mij loop ik best hard, voor mijn post-ongeluk-doen dan.
Ik kruip langzaam richting denken dat ik over een jaar richting oude tijden kan, maar ik loop nu verdomde lekker.
Ik geniet en ga als een tierelier lichtvoetig relatief keihard, denk ik.

En dan kom ik thuis en check.
Da fucq?
Ik ging zelfs voor mijn doen post-ongeluk-technisch-gezien onwijs traag!
Bizar traag!
Maar ik liep zo lekker?
En het meest bizarre van allemaal is dat ik nog steeds vind dat ik echt superlekker heb gelopen.
Ik begin mijn collega van het romantische hardlopen te begrijpen, het moet niet gekker worden!
Sterker nog: vanmorgen was ik hem!
Als ik zonder Gadgets had gelopen had ik mezelf een onverslaanbare superheld gevonden…had ik genoten van ik en de natuur en niks anders.
Had ik zelfs het ruiterpad genomen, als het er had gelegen!
Morgen mijn midweekse iets langere duurloopje.
Ik ben benieuwd welke hardloper ik dan ben…..

Dam to Dam Repel Style *Ode aan mijn Collega van het Romantische Hardlopen*

His side of the story

Ik loop op maandagmorgen het kantoor in.

Damn’, zijn kamer is nog donker.
Maar zodra hij, Mijn Collega van het Romantische Hardlopen (Google maar, er staan 4 verhalen over hem), mijn kamer binnen loopt, schiet ik hem aan.
Ik: Ik heb de hele Dam tot Damloop aan jou moeten denken!
Hij kijkt me vertwijfeld aan (“wat moet ik hier nu weer mee”).
Ik: Je duikt na de start natuurlijk die IJ-tunnel in en dan verliest je gadget z’n GPS!
Hij begint te grinniken. Vindt ‘ie leuk, zie ik nu al.
Ik: Maar dat Nike horloge pikt de pace na die tunnel nooit meer op, na die tunnel zie je niet meer hoe hard je gaat.
Alleen maar hoe veel tijd er verstreken is. En bij de Dam tot Dam geven ze geen kilometerpunten aan, dus je weet niet hoe hard je gaat en waar je bent!
Hij glundert inmiddels.
Ik: Tot overmaat van ramp word ik vlak na die tunnel ingehaald door iemand en die stoot tegen me aan. Even later kijk ik op mijn horloge. Mijn horloge zegt “PAUZED”. Wat nou PAUZED? HELP? Nu weet ik niet eens meer hoe lang ik onderweg ben!
Hij (triomfantelijk): Dus toen moest je op gevoel lopen!
Hij: Repel, Ik zweer je, vroeger of later, het kost je een paar jaar maar dan begrijp je het! […]
We gingen nog even door. Hij begreep in ieder geval waarom ik de hele Dam tot Dam aan hem moest denken.

My side of the story

Ik kijk naar mijn horloge. PAUZED.
Ik was al ongelukkig dat ik niet wist hoe hard ik ging.
Het was warm, te warm was ik bang, ik kan niet tegen warm en ik had geen idee hoe hard ik ging.
Blaas ik mezelf op?
Ik had de man zelf niet zien liggen in die IJ-tunnel, maar de ambulance wel gezien.
Nog voor ik de tunnel in ging.
God, het is weer zo ver warm. Er gaan weer mensen vallen bij bosjes en ik kan niet tegen hitte. Ga ik te hard? Mijn zenuwen spelen me parten. Post-ongeluk-totaal-gebrek-aan-zelfvertrouwen.
Ik zet mijn GPS dan maar uit, dan fliept hij op de tijd en dan weet ik in ieder geval hoe laat het is en ik weet ongeveer hoe laat ik onder START doorkwam…indicatief dan maar. Hopelijk geven ze 5, 10 en 15 km punt weer.

Een mens denkt wat af in die eerste 2 kilometer.

Dan nadert het 5 kilometerpunt.
Ik zie het aangegeven, ik zie de matten voor de chipregistratie in je startnummer.
Ik doe vast ergens *blieb* in de registratie.
Ik kijk hoe laat het is en kan het niet geloven.
Ik reken. Het is 12:32 PM zegt mijn horloge. Ik startte om 12:04 PM officieel, tijdvertraging erbij….
Mijn brein gaat heel snel, ik ben blij dat de foto’s het weergeven. Ik kan niet geloven dat ik dit loop, post-ongeluk, maar ik loop het.
En blijkbaar op gevoel want ik loop het al 5 kilometer en volgens mij loop ik constant. Okay, we gaan op gevoel door. Damn’ you Repel, dit tempo to the finish! d.e.t.er.m.i.n.e.n.d.

Bij de matten van 10 kilometer zet ik mijn horloge weer aan: nieuw loopje.
Ik wil nu graag weten hoe hard ik ga omdat ik niet wil vertragen. Ik weet nog steeds niet hoe ver ik ben na die 10, maar ik wil tempo houden. Ik heb een steuntje in de rug nodig. Ik ben gestopt bij drankpunten en koolhydraatpunten, nu niet meer stoppen, deze post-ongeluk-PR is mijn!

Bij 15 kilometer weer sirenes, ik moet aan de kant, ik moet weg, loper op de grond. Een donkere man. Maar hij ziet grijs.
Ik zie vandaag terug aan mijn GPS van dat stukje dat ik daar heb stilgestaan.
Zowel mijn brein als mijn lijf.
Ik had geen hartslagmeter, maar ik voelde hem bonken tot in mijn nek en het deed pijn.
Ik ga door. Mijn been heeft moeite weer te starten, ik voel het. Mijn been heeft genoeg gehad.

Ik heb dankzij hoe laat het is en mijn tempo sinds de 10 kilometer enig idee waar het schip gaat stranden. Ik knok me te pletter.
Mijn Collega van het Romantische Hardlopen weet dit gelukkig allemaal niet.

Ik loop een tijd waar ik voor het ongeluk een minachtend schouderklopje voor had gegeven: “knap hoor, tap tap tap”.
Ik loop een tijd post-ongeluk waarvan ik letterlijk moet huilen omdat ik dit nooit had gedacht dit ooit weer te kunnen.

The picture side to the story

Ik haat loopfoto’s van mezelf. Always have, always will.
Maar hier.
Mijn verbazing bij 5 km,
Mijn blik bij realisatie…
En alle littekens buiten beeld.
Alleen de blik….

SONY DSC SONY DSC

Lopen

Al inpakkend vind ik mijn vakantiedagboek.
Ik lees vakanties terug.
Tot 2012.
Toen het leven een beetje een chaos werd.

Ik lees terug in 2011.
Toen we waren daar waar we nu naartoe gaan.
Ik lees terug in 2009, toen we waren waar we nu naartoe gaan.

In 2009 pikte ik het hardlopen eindelijk weer op na #3, toen de laatste 2 werd.
Daar, waar we nu weer naartoe gaan.
In 2011 waren we er weer, waar we nu naartoe gaan.
Ik noteerde daar al mijn loopjes.
Niet online, maar in mijn boekje.
Dat boekje gaat nu weer mee.
Ik lees ontroerd/verbaasd mezelf terug.
Toen het leven nog niet knokken was.
Damn’, wat was het leven easy met 3 als je gezond bent.

Ik was heel trots in 2011; ik noteerde 58,72 km die 2 weken.
Ik schreef het op, met vulpen.
Ik heb mijn boekje weer mee deze vakantie.

Ik kijk naar mijn vitrine-salontafel.
Daar ligt mijn dagboek van 2012.
Er komt een dag dat ik die ook durf open te slaan.
Maar nog niet nu.
Dit boekje tot 2012 was confronterend genoeg.

Nu heb ik 58,72 km te verslaan.
Dat is wat lopen is voor mij:
ik knok niet tegen het veld, niet tegen jullie.
Ik loop met mezelf, tegen mezelf, tegen mijn gehavende lijf….
en stiekem sterker dan dat….als het kan…

In 2011 was ik gezond en stond niks me in de weg.
58,72 km my ass……

Mijn vulpen gaat deze vakantie mee…

Rentree Revisited

Picture it, Zandvoort, 30 maart 2014.

Ik stap uit de trein en herken Zandvoort.
Ik ben er niet geweest sinds Zandvoort Circuitrun 2012.
Toen ik “alleen nog maar kanker te dealen had”.
Mijn been heeft er een mening over.
Mijn borst ook.
Ik voel mijn ogen volstromen.
Ik weet weer hoe ik moet lopen op weg naar de start.
Ik vind dat mijn ogen moeten stoppen met tranen, en dat ze dat pas mag mogen na de finish die ik nog niet heb gehaald en aangezien het VEULS  TE WARM is twijfel ik over het halen van die streep.

Lopend naar de start loop je het laatste stuk van de loop.
Je ziet de spandoeken voor de huizen.

Ik loop langs het punt waar ik Ruben twee jaar terug zag.
Toen ik besloot hem niet te roepen omdat ik in me mezelf gekeerd was en hem pas bij de start zag.
Met Cor en Cis en Pas.
De foto die werd gemaakt staat in mijn geheugen gegrift.
De hechtingen van de operatie nog in mijn borst.
Drie sportBH’s, laag over laag.
Maar als ik deze kon, zou ik de marathon kunnen,
en als ik die kon, zou ik de bestralingen aankunnen.
Het was een drietrapsraket.

1975136_853528001339987_1659471589_n

Maar deze keer was het warm en mijn been wil nog niet alles.
En ik wist niet zo zeker als toen of ik het dit keer ging fixen.
Maar ik zou hem doen, dat moest….de cirkel rond.
Maar ik twijfel.

Ik zag Ruben en zijn gezin en ouders en dat vond ik heerlijk.
Ruben en zijn 3 Girliez zien is altijd een feestje.
Looptechnisch was ik er niet zeker van.

image

Erwin kan “een tikkie” harder dan ik.
Jullie begrijpen wat ik met “een tikkie” bedoel.
Maar Erwin liep met me mee.
Ik zag hem pas in het loopvak.
*stresspuntje*

Erwin liep met me mee.
“Nou Colpa, we zijn op een derde”
zijn exact de woorden die ik wil horen
als de zon te heet is
en de wind te weinig waait
en we uphill gaan als dat klotebeen dat niet wilt.

“Blijf lopen, ik regel het”
Als de drankpost er is.
**Twee water in de nek, twee AA door de strot**

Ik kom het strand niet af.
Mul zand en een kuit die niet wil.
Voor het eerst in mijn leven wandel ik tijdens een loopje.
Boeien meis, vertel ik mezelf.
Maar het hoort niet bij de loper die ik ben was ben.
Boeien meis, vertel ik mezelf weer.
Boven de heuvel gaan we weer.

De hitte speelt me parten.
Ik moet grinniken om Erwin die me steunt.
Maar heb geen energie om het te laten merken.
Ik heb hoofdpijn van de hitte.
Voel me er niet lekker van.

Bij 9 kilometer gaat de knop om.
Deze was voor mij, genieten van elke stap.
Boeien die hitte!
De knop gaat om en ik voel de hitte niet meer echt.
Wel mijn been, maar dat mag.
Het mag, het is goed.
Met twee armen in de lucht kom ik over de finish.
Mijn ogen wateren niet eens echt.
De bitch is back.

image-1

 

Loper 2.0 Under construction

Under construction
In transition
Upgrading
New release downloading

Dat ben ik nu.
Ik loop weer.
Ik loop.
Ik loop weer hard binnen de grote beperkingen van de pen.
Het mag van Dr. Bud.
Ik loop weer ruim 5 kilometer….gehinderd door de pen.
De plaat is groter, maar de pen loopt door mijn merg en hindert het meest.
Maar ik bouw conditie op.
Ik bouw spieren op.

Tweede week november gaat alles eruit.
7 schroeven
1 pen
1 plaat.

Ik blijf wakker, ik blijf bij.
Ik wil het bewust ervaren.
Met spatscherm en ruggenprik.

Daarna mag ik tempo gaan maken.
Mag ik serieus klappers maken bij het hardlopen.
Mag mijn bot de demping doen zonder die k.a.l.o.t.e.n. pen.

Mijn Dr. Bud, mijn fysio en zwemfysio hebben keihard gewerkt om mij zover te krijgen.
Nog steeds denk ik dat ze above and beyond hebben gehandeld.

Vertrouwen is hier.
Eerste inschrijving voor een loop is daar.
Prestaties van voor het ongeluk zijn wat ze zijn en ik ben trots op ze.
Mooiste gedachte is dat toen het einde nog lang niet in zicht was.
Toen kon ik nog veel meer…..
Dus nu ook!
Ik streep een mooie streep onder mijn PR lijstje van toen en ga voor nieuwe PR’en.

Ik ben loper 2.0.

Het pijndossier dat hardlopen heet headfirst getackeld.

Picture it. Leiderdorp. 27 mei 2013, ik loop op krukken het schoolplein op.
Schoolpleinmoeder: “Voor jou gisteren zeker geen marathon Leiden, hè ?”

Ze probeert een praatje aan te haken, ze kan het niet slecht bedoelen.
Hoop ik dan maar.
Maar de opmerking snijdt door mijn hart, door mijn ziel, door elke vezel van mijn lijf.
De opmerking doet aan alle kanten pijn.
Vraag dan hoe het met me gaat…
Ik kan godverdomme niet eens lopen, welk gedeelte van je brein vond dit een goede vraag om te stellen?

Ik glimlach naar beneden kijkend, naar mijn voeten, “nee, niet voor mij, nee”.
“If ever”, denkt mijn brein erachteraan.
Ze geeft geen antwoord.
De ijskoningin is onbenaderbaar.

“Je zult het wel missen hè, dat lopen!”
Ik quote de gemiddelde willekeurige andere persoon.
Die opmerking heb ik te vaak gekregen.
Welk gedeelte van dat brein vond dat een logische vraag om te stellen?
Ze snappen het dus echt niet.
Ik lul eromheen, feit is dat ik nog niet de ruimte heb gehad het te missen
Als je aan de morfinepomp ligt, kan je lopen niet missen.
Je hebt het te druk met pijn hebben.
Als alles in het leven, en dan bedoel ik letterlijk ALLES in het leven, moeite kost kan je lopen niet missen.
Je hebt het te druk met dat alles energie en moeite kost en dat je voor alles dank je wel moet zeggen.
Dat je je eigen kinderen niet naar bed kan brengen.
Dat je de wc deur op je werk niet in je eentje kan openen.
Dat je een vreemde moet aanspreken om je te helpen tanken.
Dat je je energie steekt in dat je echtgenoot je echtgenoot moet blijven en niet tot je verzorger verwordt.
Ik heb vanaf 4 februari elke dag continu pijn.
Nee, ik kan lopen nog niet missen.
Ik heb het te druk met overleven.
Met helen, met bouwen.
Met Taking Back My Life.

Maar ik kan wel boos zijn dat ik het niet meer kan.
Sterker nog, dat ben ik ook en dat doet onwaarschijnlijk veel pijn.
In de zin dat ik boos ben dat me wat is afgenomen.
Wellicht voor altijd.
Ik was nooit zo fit, ironisch genoeg na borstkanker.
Ik verpulverde PR’s. Op mijn bescheiden niveau, maar…
Ik vind 1.46 op de halve nog steeds kick ass voor een moeder van 3 van 42.
Nog geen jaar na borstkanker.
Het smaakte naar meer.
Verbetering was mogelijk. Zoveel zat er nog in.
Binnen 45 op de 10, binnen 1.40 op de halve en mijn tweede marathon ruim binnen 4 uur.
Ik was zo trots op mijn niveau. En het was mogelijk. En stiekem hoopte ik op meer.
Nog voor de zomer van 2013.
Het was, terugdenkend, mogelijk.

Maar een trut met haar rechtervoet op het gaspedaal neemt het me af.
Nam het me af. Neemt het me af.

Wil je bij de finish komen van marathon Rotterdam?
Nee sorry, ik kan het niet.
Ik kan niet daar zijn en de sfeer proeven, meemaken.
De lopers, de speaker, het publiek.
Het werd begrepen, of het werd onbegrepen geaccepteerd omdat ik het was, dat weet ik niet.

Toen kwam Leiden.
En toen kwam Leidse Glibber.
Hij dus.

Of ik bij de finish wilde zitten.
Bij de VIPs.
Ik wist meteen dat dit het moment zou zijn.
Ik moet er een keer doorheen. Nu dus.
Bitterzoet.
Met iets te natte ogen.
Met pijn.
En toen ik daar doorheen was kon ik genieten.

Ik zag Emile voor het eerst, na vele vele jaren online!
Bizar en bijzonder en fijn. En raar vertrouwd.
Het is een bijzondere man, kan ik verklappen.

Ik zag Marnix finishen. Ik was te laat voor een foto helaas, maar ik wist het verhaal en de achtergrond dus ik vond het gaaf te zien.
Ik heb Frank gemist, maar hij belde gelukkig en wist op het VIP platform te sneaken.
Toen zag ik mijn vader aan de overkant staan in het publiek.
We zwaaiden.
Mijn vader met 86 marathons op naam.
PR van 2.54. In 1988.
We zagen Ruben finishen en ik nam een “krukkensprintje” naar de finishline.
Ik heb honest to god nog nooit een bezweette man zo’n grote knuffel gegeven.
Toch een PR voor hem, ondanks de idiote wind. Ik was zo trots op hem!
“Als jij hier niet aan de finish had gezeten, zou ik zijn gestopt!”
Woorden die ik voor altijd meeneem.
Ik nam Ruben mee, en wees mijn vader aan.
De mannen die allebei 2.54 op hun naam hebben staan zwaaiden naar elkaar.
Wendy en ik zagen samen haar man Marek finishen.
Heerlijk moment.
Wendy en Wendy hadden er al vele vele babbelminuutjes op zitten, overigens.

Jan heb ik niet zien finishen, maar we troffen elkaar wel.
Met Jan en Marek en Ruben en Wendy togen we richting terrasboot in de zon.
Dorothé sloot aan. Zij verpulverde haar PR.

Op een goed moment zegt Marek tegen mij: dat is toch jouw man?
Er liep een Bevelvoerder zoekend langs het terras.
Mijn moeder paste op. Blijkbaar.

Ik heb met een dikke vette glimlach gezeten en neem de woorden van Dorothé ook mee.
Dit was mijn eerste stap hard op weg naar weer hardlopen
Hardlopen is geen pijndossier meer.
Wat niet wil zeggen dat het geen pijn meer doet.
Hurts like hell.
Still.
Maar blijkbaar kan je ook genieten als het pijn doet.
Het mag naast elkaar bestaan.

Image Hosted by ImageShack.us

Een (on)gewisse toekomst

Het moment dat de auto me raakte gingen er heel veel gedachten tegelijk door me heen. Ik maakte alles heel bewust mee, tot op de milliseconde.

Een ongeluk? Dit is een auto.
Een zebra, dit is een zebra!
Nee, de marathon, 14 april!
Kom ik eronder? Ga ik leven?
Bevelvoerder, ik moet de Bevelvoerder bellen!

Toen de klap op het asfalt en de pijn en de instantane wetenschap. Ik keek om en zag mijn been in de wielkap. “Wat moet ik doen, wat moet ik doen?” De chauffeuse gilde in paniek. Ik gilde terug dat ze achteruit moest. Toen kon ik mijn been uit de wielkap halen en die als een harmonica op het asfalt leggen. Toen gilde ik het uit van de pijn. Hoe het been daarvoor in die wielkap zat was zo niet verenigbaar met de anatomie dat ik geen pijn ervoer bij dat buitenaardse beeld. Maar toen. Mijn been, mijn been…MIJN BEEN! Kermend, creperend. Ik gilde met mijn lippen tegen het asfalt. Waarom val ik niet flauw, deze pijn kan niet. Kan ik niet. Is onmogelijk.

Ik besloot te kalmeren en helder na te denken. Ik zette mijn loophorloge uit en keek of mijn iPod het nog deed. Ik deed mijn heuptasje open en belde de Bevelvoerder. “Ik ben aangereden…” En ik wilde aanvullen met “en ben wat later thuis”, maar voor ik die kans kreeg pakte iemand mijn telefoon af. “Uw vrouw is aangereden en de ambulance is onderweg.” Ik werd boos: geef mijn telefoon terug, mijn been, mijn been! De vrouw deed streng en ik moest kalmeren. Het was als olie op het vuur gooien. Mijn been, wat is er over. Mijn enkel, mijn knie? Wat is er nog meer kapot behalve de harmonica die ooit mijn onderbeen was? Dit wordt opereren, maar hoe erg? Kan ik ooit nog lopen, wandelen überhaupt? De Bevelvoerder arriveerde toen ik al op de plank geïmmobiliseerd in een nekbrace lag. Ik peilde zijn blik toen hij naar mijn been keek. Zijn blik verried niks.

Een week later lig ik nog hier. In het ziekenhuis. Als we even niet nadenken over hoe erg het had kunnen zijn (dood, coma) is het zo erg als ik dacht. En erger. Een onmogelijke breukencombinatie met onmogelijke pijn. Een operatie die langer duurde dan verwacht en een opname die langer duurt dan verwacht. Open botbreuken. Open wonden. Pijn. Pennen, krammen, zwellingen, morfine. Complicaties en een heel lange weg. En afschuwelijke pijn. De beelden in mijn hoofd van het ongeluk. De dromen. Het wakker liggen. En de pijn. De angst voor de toekomst. De wondverzorging, de komende weken gehandicapt thuis.

Mijn been. Hardlopen. Een jaar uit de roulatie. Op z’n minst. En nu is er iets heel geks. Ik voel me niet genaaid en ik voel niet alsof er iets is afgepakt. Mijn been is er zo erg aan toe dat ik alleen maar gedreven ben om te herstellen. Daar waar ik vorig jaar gedreven was om de marathon te lopen om met kanker te kunnen dealen, ben ik nu alleen maar gedreven om te herstellen. Uit de pijn te komen. Dan weer kunnen wandelen, dan weer kunnen fietsen en dan weer kunnen lopen.

En plotseling blijkt de wereld voor me open te liggen. Ik kan aantoonbaar hardlopen en als ik ga opbouwen vanaf 0 kan ik alles wat ik wil. Ik kan een aantoonbare snelle tien kilometer (49 minuten) en ik kan een marathon lopen (een maand na borstkanker mijn eerste in 4uur14). Ik heb nu geen grenzen en ik heb geen beperkingen. Alle zelfopgelegde barrières en richtingen zijn weg. Ik mag opnieuw beginnen met de wetenschap dat ik alles kan wat ik kies tegen de tijd dat ik weer alles mag kiezen wat ik wil. Ik heb tegen die tijd een pit in handen, ik mag troef maken en ik mag nog uitkomen ook.

Ik probeerde Wijzemans uit te leggen dat hij niet bang hoeft te zijn. Mama ligt dan wel weer aan draadjes en naalden liggen en aan toeters en bellen, maar het probleem is alleen maar mechanisch. Heus. Mama kan gewoon even niet meer hardlopen. Hij keek me aan met glinsterende oogjes. Hij vroeg me letterlijk: “je gaat dus niet meer uren weg in het weekend?” Mijn antwoord toverde zijn mooie Wijzemans’ lach op zijn smoelwerk. Hij heeft mama terug in de weekenden.

Nu de kinderen nog klein zijn, kan ik me bijvoorbeeld gaan toeleggen op de tien kilometer binnen 45 minuten. Of de vijf rond de 20 minuten. Tegen de tijd dat Wijzemans 15 is gaat hij me vragen of ik in Godsnaam een paar uur wil gaan lopen in het weekend. Het liefst nog langer. Dan wil hij chillen met zijn vriendin. Dan ga ik voor de marathon in 3uur40. Tegen die tijd heb ik nog jaren marathonleeftijd voor de boeg. Of niet. Wie weet ga ik toch voor Rotterdam 2014 en traint Wijzemans op de fiets met me mee.

Ik heb niks te bewijzen. Tegen de tijd dat ik weer mag, kan ik alles kiezen wat ik wil. Want dat ik het kan weet ik al. Opbouwen vanaf nul is zelfs iets om naar uit te kijken.

Ik ga herstellen. Dat is het hogere doel. Lopen komt daarna. Want dat ik weer ga lopen staat buiten kijf. Het herstellen wordt de uitdaging.