Bijzondere ontmoetingen

Picture it. Repeldorp.
Repel wordt in de verf gezet bij de kapper.
De assistente doet de verf, Mijn Kapper, de mooiste en liefste homo van Repeldorp en omstreken zal zo knippen.
Nu knipt hij mijn buurvrouw.
De assistente vraagt hoe het gaat en we hebben het over rolstoelen en krukken en leren lopen.
Mijn buurvrouw haakt af en toe in en ik kan concluderen dat zij exact weet hoe het is om weer te moeten leren lopen
Ik weet alleen niet wat ze heeft (gehad).
Mijn buurvrouw praat ook met haar buurvrouw, die 2 kennen elkaar, dat is duidelijk.
Haar buurvrouw heeft het over haar zus die vorig jaar borstkanker heeft gehad.
Zij begeleidde haar zus dagelijks bij de bestralingen.
Voor ik het weet hebben we een intens gesprek.
We zijn de enige 3 in de zaak.
Ongeveer even oud.
Mijn buurvrouw heeft een hersenbloeding gehad, 14 maanden geleden.
Ze vecht zich keihard terug naar herstel.
Het is een heel bijzonder gesprek, een heel bijzondere ontmoeting met onbekenden.

Onbekenden?

Ze vertelt over een overleden vriend van haar.
Aldo? Vraag ik? Daar voetbalde mij man mee!
Jaren geleden.
Mijn man ook, zegt ze!
Als we namen uitwisselen zegt ze: de Bevelvoerder?
Ik was op jullie bruiloft!
Ik schiet in de lach en grap sorry dat ik haar niet heb herkend.
Mijn Kapper bemoeit zich voor het eerst met het gesprek.
Hij zet een hand in zijn zij en zwaait met zijn schaar naar mijn buurvrouw:
Ja maar, kun je je haar schitterende bruidskapsel dan niet meer herinneren?!

Met een dikke glimlach op mijn vers gecoupte hoofd kruk ik even later naar mijn auto.
Geniet van kleine dingen, heb ik van Baasje van Ben geleerd.
Binnen is binnen.
Na zonneschijn komt heus ook weer regen.
Maar als het dan een keer hagelslag regent ben je verplicht je boterham buiten het raam te houden.

Advertenties

14 maart 2013

Het loopt uit. En ik ben an emotional wreck.
Als deze uitslag niet goed is, weet ik werkelijk niet hoe ik dat moet gaan processen.

De eerst mammo na een jaar.

Ik ken de routine goed genoeg dus ik kan de vertraging uitrekenen aan de dames voor mij.
Vrouw naar binnen, 1e keer, gesprek en een knijponderzoek.
Vrouw terug naar wachtkamer.
Vrouw naar binnen voor 2e keer, de 4 foto’s.
Vrouw terug naar wachtkamer.
Vrouw naar binnen voor 3e keer, de uitslag.

De vrouwen in de wachtkamer kijken naar mijn rolstoel en mijn been en kijken verongelijk of verdrietig. Ik heb het blijkbaar makkelijk, zo interpreteer ik hun blikken. Ik kan het wel uitschreeuwen: de memmenpletter is het enige apparaat hier, ik kom hier ook voor mijn tiet, ik ben net zo bang als jullie, mijn been is bijzaak! ik zal nooit meer lopen, nooit meer Running Repel, boeien, als deze uitslag slecht is ga ik dood.

De vrouw net voor mij is zolang binnen voor de foto’s dat de Bevelvoerder terug naar huis moet. Een uur vertraging hebben we niet kunnen opvangen en ik moet dus alleen de foto’s dealen zodra ik eindelijk aan de beurt zal zijn. En, daar waar ik de hele nacht al wakker van lag: alleen de uitslag moeten aanhoren.

Ik zit in mijn rolstoel met de krukken paraat, ik vraag me af hoe ik die memmenpletter moet gaan dealen met dat been en ik vervloek haar. Die vrouw voor mij. Ze is oud. Minimaal 18 jaar ouder dan ik. Ik haat haar. Haar man zit in de wachtkamer. Hij leest iets en is zich totaal niet bewust van het feit dat ik zijn vrouw wel kan wurgen.

Die vrouw komt terug met een rood hoofd en heeft pijn. En ze klaagt. Tegen haar man. De foto’s lukten niet. Ik vind haar een watje. Ik ben boos.
En ik zit er nog een half uur lang. Net als zij. Ik wachtend op de foto, zij wachtend op de uitslag.
Zij met haar man, ik alleen.
Zij huilend, ik haar hatend.
Ik zit er godverdomme in een rolstoel jij stomme oude taart! Zeur niet! What do you know?
Maar ik zeg niks en ben een onbereikbare ijsberg.

Ze zegt tegen haar man dat het uitloopt.
Ik antwoord ongevraagd dat ik al 5 kwartier zit.
Ze geeft antwoord en voor ik het weet komt ze naast me zitten.
Om me te troosten.

En dan.

Zij is ook terug voor de eerste controle na exact 1 jaar.
Zij had ook borstkanker vorig jaar.

En ineens ben ik niet die sjachereinige bitch meer die iedereen dood kijkt en is zij niet meer die oude taart. We knuffelen elkaar.
En ik troost haar. De foto’s deden haar teveel pijn met het littekenweefsel.
Ze was zoooo bang voor de controle.
En de foto’s deden zoveel pijn. Teveel pijn.
Ik was de eerste vrouw die ze zag die hetzelfde meemaakte.
Ze heeft zoveel pijn gehad…

Na de foto’s met de speciale memmenpletter-rolstoel (ja! die bestaat!) komt een mammo-pleeg me lastig vallen:
Sorry, ik moet het vragen: heb je die marathon nog gelopen vorig jaar?
Dat ik nog met blote tieten zit boeit me niet; ik laat met trots mijn tattoo zien.
De datum van de marathon.
Een maand na de operatie.
Maar ik ben met stomheid geslagen. Dat weet je nog? Ja, zegt ze, sommige gevallen vergeet je niet.
Die opmerking heb ik voor altijd in mijn zak gestoken!

De pleeg die me van de speciale memmenpletterstoel in mijn rolstoel helpt zegt me:
Het is de taak van de arts om je te zeggen, maar het is goed.

Mijn lieve arts geeft me de goede uitslag en raadt me aan te zwemmen tot ik weer kan lopen.
Dat ik watervrees heb, durf ik niet te zeggen.

Ik rol mezelf met moeite richting lift en whatsapp de Bevelvoerder.
Hij belt terug en ik sta even stil met de rolstoel met krukken lekker onhandig.
De receptioniste blijkt net op weg naar het toilet en grijpt mijn rolstoel.
“Oh, lieffie….je kan naar de invalidenplek komen, ik word ernaar toe gerold!”

Loodrecht

14 februari 2012 de foute mammo.
4 februari 2013 het ongeluk.

En met ‘februari’ stoppen dan vervolgens ook echt alle overeenkomsten.

Nu een pijnniveau dat sinds het ongeluk volcontinu in het rood ligt. In verhouding tot elkaar valt die van vorig jaar weg in de ruis.
Toen de overheersende angst. In verhouding tot elkaar valt die van nu weg in de ruis.
Nu lichamelijk beperkt tot het uiterste. In verhouding tot elkaar valt die van toen weg in de ruis.
Toen emotioneel niet in staat te functioneren. In verhouding tot elkaar nu afgerond naar boven totaal wel, maar lichamelijk afgerond naar beneden totaal niet.
Toen een serieus afgetopt energieniveau. In verhouding tot elkaar nu afgerond naar boven een volle batterij.
Toen vocht ik tegen kanker in mijn hoofd naar herstel. Nu vecht ik met mijn lichaam naar herstel.
Toen was ik super fit en gezond en maakte de genezing van het onzichtbare me ziek.
Nu ben ik vleugellam en moet de genezing me weer doen vliegen.

Ik kan me niet verplaatsen in de hoofden van anderen, maar ik heb wel een onwillekeurige interpretatie van de reactie van familie, vrienden, collega’s en kennissen toen en nu. En die interpretatie is door sommigen zelfs uitgesproken.

Oh wacht. Er is nog een overeenkomst, behalve ‘februari’.
De ongelofelijke steun en onverwachte steun en lieve steun van iedereen in mijn leven. Toen en nu. Op uitzonderingen na. De onverwachte steun even onverwacht als de uitzonderingen. Toen en nu.

Maar binnen die overweldigende steun is er wederom een levensgroot verschil tussen toen en nu.

Toen overkwam mij iets waarvan men niet denkt ‘dit kan mij overkomen’, maar iets waarvan men hoopt ‘laat het in Godsnaam mijn deurtje voorbij gaan’.
Toen overkwam mij iets dat onzichtbaar en ontastbaar is, waarvan de geneeswijze bestraling zelfs nog onzichtbaarder en ontastbaarder is dan de kwaal. Een sluipmoordenaar.

Nu maak ik iets mee waarvan men zich met schrik realiseert ‘dit had mij kunnen gebeuren’.
En dan met name de lopers onder ons.

Met borstkanker beleef ik niet iedereen’s nachtmerrie, aangereden tijdens het hardlopen op het zebrapad wel.

Buddyrun

Zaterdagmiddag. Moeder van vriendje van Wijzemans brengt haar zoon voor een logeerpartijtje bij ons.

Zij: Als ik hem morgen kom halen, heb je dan tijd dat ik een kopje thee blijf drinken?
Ik: Nou, ik ben er dan zelf niet; ik ben dan naar Leeuwarden om een rondje te lopen met een vriend van me.
Zij: Je gaat naar Leeuwarden om een stukje te lopen?
Ik: Ja?

Ja natuurlijk begreep ik haar verbaasdheid, maar ik vond het gewoon leuk om het zo vanzelfsprekend mogelijk te brengen. En natuurlijk ga ik niet voor iedereen 171 kilometer heen en 171 kilometer terug om een stukkie te hollen. Maar we hebben het over Bud.

Hij is iemand die in de loop der tijd getransformeerd is van virtuele kennis naar een kennis in het ecchie. We zijn samen naar een aantal concerten geweest en we hebben elkaar gezien bij een loopje met twittermaatjes. Hij en Spelmaker kenden elkaars virtuele naam op de PS3. En ondertussen maar lol hebben op twitter. Gedeelde humor, gedeelde looppassie (elk op zijn eigen niveau (lees: als ik twitterde “I ran 12 km”, twitterde hij “I ran 76 km”, maar we liepen dan wel weer virtueel samen)), gedeelde muzieksmaak. En ergens ook een vergelijkbare kijk op mensen/twitter/wereld. Ook op het internet heb je mensen met wie je meer contact hebt dan met anderen. En Bud was daar een van. Een waardevolle.

Maar toen kwam 2012 en zoals ik eerder heb geprobeerd te formuleren, telde alles in 2012. Niemand deed mee voor spek en bonen. De mensen die het hebben laten afweten in die tijd, hebben het laten afweten op het moment dat het er toe deed. En dat wordt nooit meer vergeten. Dat is geen belofte, maar een gevoel dat blijkbaar “is”. Een conclusie die ik heb moeten trekken omdat het zo voelt onder de streep. En de mensen -sommigen uit onverwachte hoek- die er waren, staan voor altijd op de goede bladzijde van mijn schriftje. Ook dat is niet meer uit te gummen. Ook aan de goede kant werkt het zo. 2012 was voor het ecchie. En dan…heb je die paar die above and beyond serieus een verschil hebben gemaakt.

Bud is daar een van. Zijn Budhumor heeft me op cruciale momenten door emotionele momenten en crisis situaties geleid. Pats: keer op keer op het juiste moment en met de juiste toon. Bud Style, humor style. Exact wat ik nodig had, elke keer juist als ik het nodig had. Lees me goed: ik bedoel dus echt niets af te doen aan de essentiële knuffels en liefde en troostende armen die ik kreeg van zoveel anderen die ik net zo hard nodig had, moet ik het echt toevoegen als disclaimer? Nee toch?

Dus. Zondag gingen we eindelijk, eindelijk samen een rondje doen. In Leeuwarden. En voor Bud rij ik dus wel 171 km heen en 171 terug om samen te lopen en vervolgens samen met Mevrouw Bud een hapje te eten!

Bud stippelde de toeristische route uit. Langs het monument van de 11 steden, en de start van de 11 steden, de scheve toren in het centrum, het bruggetje met de tegeltjes van alle finishers van de 11 steden en de finish bij de Bonkervaart en door de straat waar Mevrouw Bud bijna klaar was met werken.

Een kleine 22 kilometer met mijn Bud. Gevolgd door een paar uurtjes bij hem en mevrouw Bud thuis. Ik heb zelden zo’n leuke, zo’n ontzettend leuke zondag gehad. Nike zou zeggen: Make It Count.

I did!

buddyrun

BBo-3MrCUAA-7Iv.jpg-large

Dit was er nodig om mij weer aanspreekbaar te maken

De woorden van de lui bij de spoedeisende hulp hebben de weg van mijn buis van Eustachius tot het rationele gedeelte van mijn brein niet gehaald.
Daarvoor was ik teveel in paniek.

Pas de volgende dag, bij het baasje van Ben, landden de woorden.
Uiteraard bij het baasje van Ben. Zij redt mijn leven keer op keer op keer…

Borstkanker zaait niet uit naar darm. Bijna per definitie.

Ik ga een nieuw medisch circuit in.
Misschien ben ik een zeldzaam geval van begin 40 dat in korte tijd twee primaire tumoren ontwikkelt die totally unrelated zijn (tijd om een staatslot te kopen?),
misschien is het tweede gevalletje zelfs totally harmless.

Ik heb een paar dagen nodig gehad om het te kunnen plaatsen.
Paniek voelen is niet nodig, Repel. Sterker nog:
Paniek is improductief.
Paniek zou betekenen dat ik zou moeten handelen.
Maar ik kan deze realiteit niet veranderen.
Paniek is nuttig als er een leeuw op je af komt.
Of als je kind onder een auto dreigt te komen.
Nu heb ik gedaan wat ik kan: ik ging naar de dokter.
Voor de rest kan ik niet veranderen wat is:
paniek is useless.

Ik kwam sterker uit 2012.
Dat is niet onwaar gegeven nu.
Ze mogen zij aan zij bestaan.

Ik ga door op mijn nieuwe pad.
Hier heel verdrietig om zijn maakt dat ik nog meer waardeer hoeveel ik heb gewonnen in 2012.

Ik heb op 15 januari 2013 weer ervaren wat het is om doodsangst te voelen.
En ik had zo gehoopt dat gevoel zoveel jaren te mogen uitstellen.

True.

11 Februari ga ik Niemandsland weer in.
Een werkdag of 5 tot 7 later weet ik wat ik headfirst ga doen.

14 april staat mijn tweede marathon…..jullie mogen 1, één, EEN keer raden wat ik wil…..

Ik kan nog nog niet tegen een stootje, maar ik heb hele lieve mensen om me heen!

Bericht van mij heen.
(waarheidsgetrouw, op namen na)

Beste TreenerT,

Gisteravond was ik heel erg verdrietig over werkgerelateerde zaken (grote baanonzekerheid) en het feit dat lopen niet liep. En later realiseerde ik me: ik ben op weg, maar ik ben er nog niet. En ook al ben ik er, ik heb nog lang geen reserves en ik heb geen buffertje: ik kan nu nog niet tegen een stootje. In 2012 had ik lopen nodig als baken om door de hel te komen. Gisteravond realiseerde ik me dat het niet meer zo sterk is als dat, maar dat het nog steeds geldt: met lopen kan ik dealen met dingen. Lopen is nog veel te veel mijn buffer, mijn stootkussen. Als lopen niet lekker gaat is dat enerzijds een item op de stapel dingen die spelen en anderzijds ben ik mijn steuntje kwijt. Het telt dubbel. En toen ineens toen ik de Bevelvoerder aan de lijn had klikte het: ik wil mijn lopen terug. En toen ik me dat bedacht voelde ik me zo opgelucht! Dan maar niet de marathon onder de 4 uur, maar ik wil terug wat het voor me deed. Mijn Bud probeerde me nog tegen te houden (ik vroeg hem om advies) maar hij zei op het laatst dat ook al is het schema betere voorbereiding, en de eigenlijke manier om het te doen, ik wellicht nog te vroeg ben, teveel aan mijn hoofd heb. Lopen is mijn boei en ik heb geen zwemdiploma. Daarbij werk ik weer fulltime, we hebben wisseldiensten, 3 kinderen met sport, dieren, ik werk veel uithuizig….lopen wanneer ik wil, wat ik wil is logistiek ook de betere optie. Ik word daar een lievere mama en een lievere echtgenote van. Ik liep vandaag van werk naar huis helemaal op mijn eigen manier als test en toen wist ik dat ik dit mailtje moest schrijven.

Sorry dat ik opgeef, maar het voelt voor mij niet als opgeven. Het voelt als iets terugvinden. Dank je wel voor de moeite die je in me hebt gestoken. Ik zal mede in dat licht dit jaar weer meedoen aan een Run for Kika en Lopen Tegen Kanker.

Ik hoop niet dat je boos bent.
Bedankt en liefs,
Repel

Toen kreeg ik dit antwoord.
(waarheidsgetrouw, op namen na)

Hoi Repel,

Eigenlijk wist ik dit al wel. De laatste zin van mijn mailtje van gisteren
hield dat al in.
Gewoon je ding doen met lopen zoals je altijd gedaan hebt. Lopen zien als
een bevrijding van al je beslommeringen, om je gezin, om je werk, om je
gezondheid. Dat is zeker voor nu het beste medicijn en dan idd. niet jezelf
ook nog vastpinnen op een schema dat dan alleen maar werkt als een keurslijf
dat je geen ruimte laat.

Boos? Ben daar maar niet bang voor. Er moet heel wat meer gebeuren om mij
boos te krijgen. Jammer? Ja.. dat wel omdat ik je zo graag mee onder die 4
uur geholpen zou hebben. Ben er nog steeds van overtuigd dat dat ruim binnen
je (loop)mogelijkheden ligt.
Ik hoop je binnenkort nog eens ergens te ontmoeten bij wat voor gelegenheid
dan ook.

Mocht je ooit nog loopvragen hebben en je denkt dat ik daar een antwoord op
zou weten dan weet je me te vinden.

Maak er een leuk weekend van.

Groetjes TreenerT

Dat je ineens bij Xander zit. Dat dus.

Picture it, Repeldorp, donderdagmiddag namiddag, ergens in december.

Dinnetje en ik hangen met een wijntje aan het aanrecht. Onze zonen spelen boven. Wij kletsen over serieuze en minder serieuze zaken. De Bevelvoerder kondigt aan dat hij nog een kratje bier moet kopen, waarop Dinnetje roept dat hij naar de C1000 moet gaan want dan maak je kans op kaarten voor een privéconcert van Xander Buisonje diezelfde avond nog: slechts 75 mensen kunnen 2 kaarten winnen. We maken nog grapjes: het zou wel typisch voor de Bevelvoerder zijn als hij zou winnen! De Bevelvoerder vertrekt en wij kletsen door over serieuze en minder serieuze zaken. Ik hou van die namiddagen met Dinnetje.

De Bevelvoerder komt even later terug (ik was het Xander gebeuren allang weer vergeten) en drukt een CD in de handen van Dinnetje. Gesigneerd. “Voor Dinnetje, X Xander”. Dan drukt hij mij een CD’tje in mijn handen. Gesigneerd. “X Xander”. “Ja,” verklaart hij, “jij houdt toch niet van die muziek, dus die hoefde niet met naam!” Ook dat is typisch Bevelvoerder.  Wat hou ik van die man. Je kan je afvragen of Xander het leuk had gevonden te signeren met mijn naam en een kruisjekusje, maar okay, dat terzijde. En vervolgens doet hij zijn jas open en blijkt hij volbehangen met key cords met iets eraan. Hij kocht twee kratten en had dus twee maal kans op 2 kaarten. Hij kreeg van degene voor hem in de rij ook twee maal kans omdat die persoon aankondigde toch niet te kunnen die avond. De Bevelvoerder liep naar het scanapparaat om te kijken of hij had gewonnen en hij scande raak- raak- raak- raak. Alle vier de kansen waren raak en zo zaten wij ineens met acht kaarten voor Xander die avond. Wat zeg ik: acht kaarten voor een concert binnen drie uur. Dat…en geen oppas. Van een rustig wijntje-momentje aan het aanrecht waren wij ineens een ops room geworden en moesten er dingen geregeld worden. Met spoed.

Drie uur later stond ik dus ineens bij een mini-privéconcert tussen de vleeswaren van de C1000. Een heel aparte ervaring kan ik verklappen! Op een meter afstand van een artiest die het eigenlijk ook wel heel leuk vond om weer even kleinschalig te zijn, geloof ik. Wat een leuke vent is dat en wat deed hij het leuk! Nee, nog steeds niet mijn muziek, maar met nieuwe waardering voor de artiest. Oma pastte op (een druk op de knop ver weg, priceless) en wij hadden wat mensen kunnen optrommelen om te gaan.
Nee, ik lieg. Niet “wat mensen”. Bevelvoerder: Weet je, de zus van mijn ex is wezenloos van hem. We zouden haar kunnen vragen. Zus van ex: Ik heb geen vervoer maar Ex wil me wel rijden. Ik: maar dan komt zij toch ook? Uiteindelijk ging de Bevelvoerder geflankeerd door 5 vrouwen (waaronder zijn vrouw en zijn ex) naar Xander.

Het is niet mijn muziek, maar wat was het een leuke avond! Ik genoot. Toen “Zeg dat je niet hoeft te gaan schat” kwam, was ik even vervuld van een geluksgevoel. Daar stond ik met mijn man, genezen, kankervrij en er sterker uitgekomen, te genieten. Genieten van het leven. Genietend van het moment op dat moment, binnen is binnen: ellende gaat heus wel weer komen, maar nu ben ik even perfect gelukkig met dit onverwachte uitje, met mijn lief die van me houdt en met wie ik samen 2012 heb overleefd. En dat is wat gelukkig zijn inhoudt. Ik moest een beetje huilen; de tranen (de zogenaamde happy tears) biggelden over mijn wangen.

En toen wees de Bevelvoerder me op die camera van SBS6 Shownieuws die me van twee meter afstand VOL in mijn huilende smoelwerk aan het filmen was. Oh My God. Oh. My. God. OH. MY. GOD! De blinde paniek die zich van mij meester maakte verliet mijn brein pas toen de avond daarop bleek dat ik vakkundig uit Shownieuws was geknipt. Mijn kop heeft de eindredactie niet overleefd….een mens moet een beetje geluk hebben in het leven…

Een dingetje blijft nog hangen…

1998: maar we gaan wel opereren want gezien je genetische aanleg kan het kwaadaardig worden
2002: maar we gaan het wel opereren want gezien je genetische aanleg kan het kwaadaardig worden
2009: maar we gaan niet opereren want het komt zo vaak voor maar gezien je genetische aanleg kan het kwaadaardig worden dus ga je jaarlijks op controle

Ik: sloop maar leeg, dit kan ik niet meer, genoeg is genoeg
2009: doen we niet
Ik: niet acceptabel
2009: we sturen je naar genetica om je over te halen, want we gaan niet naar je luisteren

2009, zij van genetica: dus theoretisch geen verhoogde kans op papier, lekker laten zitten en je hoeft niet eens op controle omdat je geen verhoogde kans hebt en wat je hebt komt zo vaak voor

2012: en we gaan opereren en bestralen en je gaat nu voor de volle DNA want de kaarten liggen nu anders: zelfs als het niet genetisch is, is je kans verhoogder dan verhoogd

2012, diezelfde zij van genetica: oh, ik zie het, jij bent het. Dus toch gekregen. Jeetje. hoe kwam je er achter?
Ik: toevallig, tijdens de jaarlijkse controle

Zij van de genetica, volslagen met grote ogen en al verbaasd en totaal oprecht: Ja maar, ik had toch gezegd dat dat niet hoefde?

Ze zei dus eigenlijk: Het gaat allemaal om de statistiek en die heeft gelijk en waarom heb jij niet geluisterd? Jij moet gewoon dood gaan omdat de statistiek zegt dat je het niet zou krijgen! In plaats daarvan luister je niet, blijf je leven en ruïneer je daarbij mijn beeld van de statistiek! Moet ik weer gaan herberekenen!

En weet je: dat je het vindt is één ding…..maar dat je het zegt tegen de vrouw met kleine kinderen tegenover je die het daadwerkelijk kreeg en dood zou zijn gegaan ergens binnenkort als ze wel had geluisterd in 2009 is een tweede.
Daar kan ik gewoon niet over uit.
Als zij van de statistiek en zij van de controle in hetzelfde ziekenhuis hadden gewerkt had ik wellicht niet op controle gemogen en was ik doodgegaan.
Daar kan ik gewoon niet over uit: “Ik zei toch dat je niet hoefde?”
Dat en hoe ze het woord borstkanker uitsprak.
Dat was wellicht nog ergerlijker. Met die r van d’r.

En toen was er geen vuurwerk

Niet genetisch.
Mijn eierstokken mogen blijven zitten, mijn beide borsten ook.
We gaan geen Dr. Bibber met mijn lijf spelen.
Mijn zonen krijgen niet per definitie kanker en ze geven ook per definitie niks aan hun dochters door.
Ik mag de tijd nemen het nieuws door te geven (doe ik dat en hoe) aan de zus met wie ik gebrouilleerd ben: zij en haar dochters lijken in de clear.
Och natuurlijk heb ik het laten weten….

Or are we? In the clear…
We hebben sowieso 25% kans, mijn zus en ik. Zij om het te krijgen, ik om het opnieuw te krijgen.

De artsen vermoeden daarbij in families als de onze een derde gen waarvan ze het bestaan nog niet weten.
Met nieuwe DNA technieken gaan ze aan de slag en ze hopen met 3 tot 5 jaar iets te weten.
Dat is belangrijk voor de generatie van onze kinderen en de kinderen na hen.

Ik ken, al wachtend in de wachtkamer, dit scenario allang.
Ik ben namelijk uiteraard enigszins bekend met het onderwerp.

Ik weet ook dat het andere scenario inhoudt dat ik het eufemisme van een medisch heel zwaar circus inga.
Met heel veel operaties en nul garanties.
En mijn zonen.
En hun kinderen.
En mijn zus, met wie ik gebrouilleerd ben.
En haar kinderen.

Al wachtend in de wachtkamer op dit nieuws rinkelt mijn werktelefoon te hard en te veel op de trilstand en ik besluit tegen wil en dank op te nemen.
En te antwoorden.
En te reageren.
En te handelen.
Voor, tijdens én na de uitslag.
En zoals dat gaat…..
De uitslag is goed.
Werk wordt (uiteindelijk) ook opgelost.

En ik?
Ik hoor alles aan.
De uitslag.
De boze telefoontjes.
De teleurgestelde reactie van mijn Bevelvoerder: we gingen toch nu iets vieren?
Hij had bijzonder verlof, om samen het nieuws te vieren.

Sinds de uitslag ben ik aan het huilen. En ik kan niet stoppen.

En geen hond die het begrijpt.

 

Leven anno nu

Het is november 2012 en ik kan niet anders concluderen dan dat ik me weer druk maak om een gebroken nagel, bij tijd en wijle. Ik heb blijkbaar weer de ruimte en de energie.
Het is november 2012 en ik kan niet anders concluderen dan dat ik een veel te kort lontje heb, bij tijd en wijle. Ik heb blijkbaar nog niet de ruimte noch de energie.

I have come a long way. Daar mag ik trots op zijn. Maar ik zie waar ik vandaan kwam en waarvan ik niet weet of ik dat ooit nog ga halen en ik puf en zucht. Blijven knokken is best zwaar….

Ik zie ook hoe een positieve houding tegen je kan werken. Optimistisch zijn, blijven, headfirst de wereld in kijken is hoe ik wil zijn. De wereld ziet dan echter te weinig hoe kapot je je huis binnen strompelt soms en opgerold je bed in rupst. De opmerkingen die het oplevert kunnen enorm kwetsend zijn. Ik creëer mijn eigen onbegrip. Lang leve de boemerang!

Dit is de Afterparty in zijn Bitterste Vorm.

Het is november 2012 en de wereld heeft geen geheimen meer.
De wereld en mensen erin hebben allemaal hun true colours, hun ware aard laten zien.

Van een beresterk huwelijk, tot een ‘je hoeft maar op de knop te drukken’, tot een ‘ik ben blij dat je er weer bent’, tot een ‘je bent een kanjer’, tot een ‘ik leef mee’. Och, ik doe teveel mooie mensen tekort in deze opsomming.

Tot een ‘het is voor jou ook nooit genoeg he?’ (Van dezelfde persoon die bij een bestraling mocht zijn en na afloop *letterlijk* zei ‘nou, dat viel toch best wel mee?’), tot een ‘wees een grootte meid excuus krijg je niet’ (ja letterlijke woorden, anders zou het er zonder taalfouten hebben gestaan) en een ‘I support breastcancer’-posting (no kidding? hoe dan? iig niet naar degene die het trof! je houdt gewoon van roze?) door close by-mensen die alles hebben gedaan behalve diegenen bij te staan die het daadwerkelijk trof. Och, ik doe teveel mensen tekort in deze opsomming.

Ik leer leven met angst en ik leer leven met de true colours. En ik ben godverdorie zo blij met mijn headfirst instelling, ik blijf extravert en positief. Meer builen dan dit kan ik niet vallen. Als dit alles is? Ja, het doet pijn, maar oh mensen….die andere kant…

Ik kijk naar de weegschaal. Man oh man. Wat slaat hij mooi uit.