Rouwen om een collega Repel Style

Ik werk er op een haar na 10 jaar.
Elke ochtend kom ik binnen en dan zitten er lui achter die balie.
Ik maak er een gewoonte van goeiemorgen te zeggen.
Ze zeggen allemaal goeiemorgen terug, maar sommigen enthousiaster dan anderen.
Ik zeg het vast ook enthousiaster dan anderen.

Je hebt die ene die ook loopt, en die weet dat ik date en die wil weten hoe het gaat.
Je hebt die ene die lijkt op het jongere broertje van de manager van de AH reclame.
Je hebt degene die altijd grapt dat ik gewone kleren aan heb en geen hardloop kleding.
Je hebt degene die altijd lacht en lief is en bijna flirt.
Je hebt degene die me altijd in de maling neemt en die er altijd in slaagt.
Je hebt degene die er op hetzelfde moment kwam werken als ik. Op de dag af.
Je hebt degene met die mooie sleeve tattoo.
Je hebt degene die…..nou ja, U snapt: ik ken ze…..allemaal

Op een moment heb ik ze ook allemaal “les gegeven” in mijn vak. Zij kennen mij ook.

Ik zie de nieuwe bril.
ik zie het nieuwe kapsel.
Ik wens ze een goeie dienst.
Ik maak een praatje.
Zeker als ik druipend van het zweet terug kom van een #rondjeindebaaszijntijd.
Zij lachen, ik lach.

Sommigen zijn me dierbaarder dan anderen.

Vanmorgen deed ik mijn computer aan en zag ik dat “een oud collega” was overleden.
Ik zag de naam en herkende hem niet.

“Vast van voor mijn tijd”, dacht ik, terwijl ik op de link klikte.

Bam. Die foto.

Hij.

Je hebt degene die altijd lacht en lief is en bijna flirt.
Als je ’s ochtends op werk komt en hij zit achter de balie is het okay.
Dn loop je naar je kantoor met een blij gevoel.
Tien jaar lang was hij een hoofd dat het fijn maakte op werk te komen.
Ik heb nooit geweten hoe hij heette.Maar hij was 10 jaar lang een constante blije factor.

Ik wist niet dat je twee maanden geleden was gestopt met werken. En nu ben je echt weg.

Advertenties

Een heel leuk oud wijf

Ik wil mijn flat in gaan als er net een hoogbejaarde dame met een klein hondje mijn flat uitloopt. Verhip, denk ik, die ken ik nog niet. Het hondje wil de flat-kat te lijf (die flat-kat is overigens voer voor een ander logje, maar dat terzijde), maar de hoogbejaarde dame geeft het hondje op z’n kop. Dat mag hij niet van mij, zegt ze.

Ze begint tegen me aan te ratelen en er is geen stoppen aan. Een half uur lang. Ze woont hier niet, ze was op bezoek bij haar hoogbejaarde vriendin. Anders was die maar zo eenzaam en het hondje heeft toch ook beweging nodig, niewaar. Ik knik meelevend, nee, dat is inderdaad helemaal waar. Maar dan neemt wat lijkt op het begin van een heel moeilijk “hoe kom ik hier in godsnaam weg” gesprek een plotselinge wending.

Ze vertelt dat ze 87 jaar oud is en dat ze het hondje uit het asiel had gehaald, omdat het zo doods en zo stil was in huis. Ja, als je 57 jaar samen bent geweest is het veel te stil zonder je man. En ze wilde [quote] geen nieuw oud mannetje [unquote], dus nam ze een hondje. En als oude mannetjes hoopvol aan haar vragen of ze alleen is, zegt ze “nee, ik heb een hondje”. Toen ze zei dat ze geen nieuw oud mannetje wilde, schaterde ik het uit van het lachen en de rest van het gesprek kon ik niet meer stoppen met lachen.

Ze vervolgt dat ze was getrouwd op haar 21ste, en dat vond ze achteraf best wel dom van zichzelf.  (Ik rekende snel uit dat dus al bijna 10 jaar weduwe is.) Ze zei: “Ik wist nog niks, het enige dat ik in mijn hele leven heb gezien is de p.iemel van mijn man. Best wel stom van mezelf.”

Ik schiet weer in de lach. “Ja”, zegt ze, “en mijn man was nogal donker, dus die van hem was natuurlijk ook nogal gekleurd, en toen ik bij die supermarkt was en die potloodventer met rood haar daar stond, wist ik niet wat voor wit ding hij in zijn handen had! Maar dat kon ik toch niet weten? Ik had alleen die van mijn man gezien. Vind je dat nou niet grappig?”

Ik moest op dat moment echt mijn buik vastpakken, zo hard moest ik lachen. Deze dame had op het podium moeten staan!

Mooi afscheid van een oude Indo

Toen ik 10 jaar geleden aan mijn nieuwe baan begon, ging ik met het OV.
Ik liep 500 meter naar mijn bushalte, stapte 5 kilometer later over op een ander OV en kwam dan standaard te laat op werk.

En vanaf dag 1, stapte die ene oudere Indo met mij op dezelfde bus op 500 meter van mijn huis in, en ook hij stapte over op 5 kilometer afstand op diezelfde andere OV, en ook op dat eindpunt stapten we samen uit. En als we het bont maakten, zo’n 3 keer per week, deden we dat op de terugweg nog een keertje. En ik had geen idee waar hij werkte. Hij liep weg in zijn meute en ik liep weg in mijn meute.

Maar. Na een x aantal dagen in je nieuwe routine, zit die man ook in je reis-routine.

Er komt een punt dat je “hoi” tegen elkaar gaat zeggen.
Er komt een punt dat je het gaat hebben over het weer.
Er komt een punt dat je weet dat zijn jongste dochter uit huis is, en dat mijn zoon voor het eerst naar school is.
Er komt een punt dat je standaard naast elkaar gaat zitten.

En dan ineens kom ik voor werk veel buitengaats en ga ik met de auto in plaats van met het OV.

En dan ineens ben je 10 jaar verder en woon je ergens anders.
Je gaat soms weer wat vaker met OV omdat, nou ja, lang verhaal. Veel meer buitengaats dan ooit, maar het OV lonkt. Alleen niet meer met de bus naar de overstap, maar met de fiets. Da’s dichterbij, in mijn nieuwe huis.

Picture it. Deze maandag.

Ik zet mijn fiets in de stalling en al lopend kijk ik naar het bord: nog 8 minuten. Ik ben ruim op tijd. Ik kijk voor me en zie hem ineens staan.
Ik heb eigenlijk sores aan mijn hoofd en wilde alleen zijn, maar sommige dingen kan je simpelweg niet over doen. Ik zucht inwendig en ga “de confrontatie” aan. Zo voelt het.

Ik loop op hem af en hij keek al die tijd al naar me, maar ik zie zijn blik langzaam veranderen in herkenning.
De glimlach van blijdschap die hij me geeft doet me heel veel goed!
We hebben ongeveer een kwartier, op weg naar onze eindbestemming.

Hij gaat met pensioen. Met 66.
Hij hoeft nog maar 7 dagen te werken tot 1 april.
Ik heb zijn vraag beantwoord met dat de reden dat ik hier opstap in plaats van “daar” komt omdat ik verhuisd ben en dat we co-ouderen. In 1 zin zeg ik alles. Hij stelt vijf heel lieve vragen die ik graag beantwoord.

We komen aan op eindbestemming en we nemen afscheid van elkaar. Wie weet zien we elkaar nog in de Albert Heijn.

Afscheid nemen hoort bij het leven. Deze voelt als weer een stapje afscheid van het oude huis en alle routines die daarbij hoorden. Dit afscheid was zo mooi dat het me vertrouwen geeft.

 

Goed wonen Repel Style

Als ik thuis kom pak ik mijn sleutel om het hok van de bergingen in te gaan als ik een nog voor mij onbekende flatbewoner uit de hoofdingang zie komen. Ze komt op me af met uitgestoken hand: “u moet de nieuwe buurvrouw zijn!” Met mijn fiets aan de hand maken we een praatje. Ze vraagt me of ik het hier naar mijn zin heb en ik roep volmondig ja, en dan blijkt dat zij deed wat ik deed, maar dan 6 jaar geleden. Drie kinderen, komend van een kilometer afstand, hier een appartement in de flat kopend, goed met de ex omgaand. Ze is net zo vriendelijk als de rest van de mensen in de flat. Ik ben keer op keer aangenaam verrast. Wat een heerlijke sfeer heerst er hier in dit complex.

Ik vertel haar mijn indruk van de samenstelling van de flat en zij beaamt dat: de flat is uit 1970 en is nu bevolkt met hoogbejaarde weduwen (die hierin kwamen als deel van een echtpaar 46/47 jaar geleden maar de mannen bliezen als eerste hun laatste adem uit) en als er weer een keer een bejaarde weduwe het loodje legt, stoppen ze er een gescheiden vrouw in met kinderen. We liggen dubbel.

Op dat moment gaat de deur van hoofdingang weer open en komt Tijn hard huilend naar buiten. Mijn buuv ziet aan mijn reactie dat het om een kind van mij gaat, ze pakt mijn arm even beet en zegt glimlachend “tot later he”.

Ik realiseer me binnen een seconde dat Tijn van mij de opdracht had gekregen de hond uit te laten en wat ik zie is een huilende Tijn en geen hond en ik schrik. Oh dear, de hond is ontsnapt. Nee, roept Tijn hard huilend: ik ben mijn sleutels kwij-hij-hij-hijt! Het kind is zo overstuur dat de gedachte dat die pokke-voordeursleutel bijna 20 euro kost plus 18 euro-nog-wat aan administratiekosten voor de VvE (iedereen moet er nog wat aan verdienen) me even geen ene moer kan interesseren. Maar die sleutel kan niet ver zijn. Kom Tijn, we lopen het rondje na dat je met de hond hebt gedaan. Al speurend in het gras stel ik hem gerust, maar hij blijft huilen. Nog geen 15 meter op weg passeren we een vrouw die met één blik snapt wat er aan de hand is en ze knipoogt naar me met een blik vol medelijden en steun. Grappig, wat een mens in een blik kan leggen.

We keren om waar Tijn met de hond ook omkeerde. Geen sleutel. Ik heb me er al bij neergelegd. En Tijn is gekalmeerd: weet je Tijn, het is prima, had hij maar geen sleutelbos moeten worden, we regelen gewoon nieuwe sleutels. Maar dan ineens hoor ik die vrouw die ons passeerde roepen en ik zie haar zwaaien naar ons aan het eind van het pas: ze staat er te zwaaien met Tijn’s sleutelbos in haar hand. Tijn rent op haar af.

Als ik naderbij kom zegt ze me dat de sleutel in de binnendeur van de hoofdingang zat. Haar ouders wonen in de flat. Hmmmm, een van de weinige echtparen, bedenk ik me, fijn voor ze. Maar de vrouw is lief en de flat blijft maar vriendelijker en vriendelijker worden.

Op de voetbalclub, subtitel: verrassende ontmoetingen en inzichten

Nu mijn leven weer langzaam op orde dreigt te raken, pik ik ook mijn kantinediensten bij de voetbalvereniging weer op. Sterker nog: ik ga ook de planning van die diensten weer oppikken. Ik ben weer zover. Weer zover op orde en weer zover in mijn leven.

Die voetbalvereniging waar wij zitten voldoet in weinig aan de cliché’s die horen bij een voetbalvereniging. En zelfs als het dat zou hebben gedaan, zou ik graag kantinediensten hebben gedraaid, want ik houd sinds ik een kleutertje was nog steeds onverminderd van “winkeltje spelen”, maar voor deze vereniging doe ik het dubbel zo graag.

Ik houd van contact met mensen, van interactie. Met veel verschillende mensen, Ik houd van verhalen en types die ik niet ken. Ik houd van kinderen. Dat er zo’n kleintje aan de bar komt en schuchter iets bestelt, een fristy of een zakje chips, of zo, en dat je het muntje van zo’n koter aanneemt en vraagt hoeveel wisselgeld ze dan krijgen. En als ze dan het goede bedrag noemen, je ze extra bij het wisselgeld zo’n 5 cent snoepje van de balie geeft met de woorden “een “wisselgeldsnoepje voor het goede antwoord”. En dan die blik in hun ogen.

Dat dus. Win-Win behalve de kassa die 5 cent misloopt.

Maar goed, zo blij ben ik daar dus. Anyway, vandaag stond ik met iemand die niet bij de vaste crew hoort, maar met een ouder die aangeleverd is door een team omdat elk team eens in de ugh tijd een ouder moet aanleveren. De man is humor technisch gezien totaal mijn type, dat merk ik meteen en we hebben al direct de grootste lol om futiliteiten. Maar op een moment geeft hij ergens een mening over. Hij begint een relaas, bijna een monoloog. De eerste 5 stappen ben ik het totaal met hem eens want zo zie ik het ook, maar al snel merk ik dat hij verder heeft nagedacht over het thema. En dat…..gebeurt me niet vaak.

We hadden het over dit: Op zaterdag als de jeugd speelt wordt er pas later dan normaal/wettelijk gezien mag, alcohol geschonken. Gewoon, omdat de jeugd speelt. We hebben het erover en ook over het doortrekken naar frikadellen verkopen om half 10 ’s ochtends aan kinderen en het rookverbod tot in het belachelijke. We hebben het over de subjectieve selectiviteit van regels.

Hij:

We maken steeds meer regeltjes omdat we elkaar niet meer durven aan te spreken op gedrag. Bij de tennisvereniging waar ik zit werden ooit regels ingevoerd voor leden. Prima, prima regels an sich. Maar toen werden er regels ingevoerd voor ouders en toen voor vrijwilligers en toen voor bezoekers aan de club.
Op zich stonden er echt geen rare dingen in de regels, maar er werden meer en meer regels ingevoerd tot op het belachelijke. Tot over de grens. Zonder dat de aard van de regels niet klopte.

Dit komt omdat we elkaar niet durven aan te spreken op normaal gedrag.

Maar nu bereiken we niet ons doel. Nu bereiken we dat we niemand meer kunnen aanspreken op gedrag.
“Oh ja, ik nergens staan dat dat niet mag! Huh! Rot op!”

Ik keek hem aan en kon alleen maar beamend knikken.
Kantinediensten bij onze voetbalvereniging zijn leuk!

“Mevrouw, het is kerst”, zei de loodgieter

Wat vooraf ging….op zaterdag 24 december zette ik op facebook:

“So, according to the emergency plumber, if I hadn’t been at home at the exact moment that I was, or exactly in the bathroom at that exact moment for that matter, my laminate flooring would have been floating along with all of my new furniture. And so would have been the furniture of my downstairs neighbours.
I heard drip, and then another drip and then drippetydrip and then drippetydrippetydrippetydrip and then I decided to turn off the main water supply.
Best 350 euros I have spend during my moving over to my new place.
Sometimes you have to be a little lucky in life.”

En toen kwam eerste kerstdag. Ik zit met mijn jongens aan het kerstdiner aan mijn gloednieuwe gourmetset. De jongens bakken een end weg en we zijn blij. We zijn bijna klaar als ik de keukenkraan zie druppen. Nee, oh nee. Ik draai hem dichter en de kraan gaat alleen maar harder druppen. Ik draai er iets van af en weer op en doe iets onprofessioneels met een rubbertje maar er gebeurt niks. Het kreng blijft druppen. Zomaar ineens, toen ik erbij stond. hoeveel kranen zijn er nog in het huis? Druppetiedrup.

Ineens ben ik al mijn stoer kwijt. Ik bel de loodgieter die ik onder de speed dial heb gezet en ik hoef niet eens het hulpeloze mevrouwtje te spelen, op dat moment ben ik het ook. Ik ben moe en de afgelopen maanden waren, hoe zeg je dat, bewogen, to say the least, en ik wil geen lekkende kraan op eerste kerstdag. Iets met weinig reserves…niet mentaal en financieel al helemaal niet. Als de 24e al duur was, wat gaat eerste kerstdag dan kosten?

De loodgieter zit aan het kerstdiner maar belooft er binnen een uur te zijn. Ik voel me bezwaard maar ik kan niet tot de 27e wachten met een lekkage. Een uurtje later staat hij inderdaad voor de deur. Op z’n kerstbest. Poep-chique. Een heel andere man dan degene die de dag ervoor op de stoep stond. “Heb je ooit zo’n loodgieter gezien?”, zegt hij lachend. Hij loopt mee naar de keuken en kijkt naar de boiler en de kraan en zegt: “Mevrouw, dit is een boilerkraan.” Ik vrees het ergste, ik vrees dat hij zijn zin gaat afmaken met “en die is niet te repareren”, of “we moeten nu het hele flatgebouw evacueren”. Maar hij zegt: “Dit hoort. Als de boiler verwarmt, gaat de kraan druppen om de overdruk kwijt te raken. Ik sta met mijn mond vol tanden. Mijn onderkaak ligt op de grond. En ik voel me oer- en oerstom.

“Je vrouw moet me haten”, kan ik alleen nog uitbrengen. “Mevrouw, ik zou er voor niemand uit zijn gegaan maar voor jou deed ik dat. Geef me een bak koffie en dan ga ik lekker naar huis.” Opnieuw springen de tranen in mijn ogen. “Mevrouw, het is kerst.”, zegt hij opnieuw lachend.

 

Ze deed nog nooit over haar scheiding loggen…

De scheiding was een verrassing voor iedereen. Got it.
Behalve voor mij. Nou ja, inhoudelijk ook weer niet en ook weer wel….

Maar als ik dat ga uitleggen moet ik inhoudelijk worden en dat gaat niemand wat aan.
En daarom heb ik nooit wat gelogd over de scheiding.
Met toestemming van Edwin en de kinderen gooide ik mijn eigen naam weer op Facebook.
Ik wilde hun toestemming omdat ik wist dat ze vragen zouden krijgen…

Het put van loggen is dat je een dagboek online zet.
En het is je eigen keuze als je over jezelf schrijft.
Over kanker en gebroken benen loggen gaat mij aan. Mij en alleen mij. Zelfs het effect dat het had op mijn familie ging mij aan en mij alleen als ik blogde over wat dat met mij deed.
En ik logde heel veel tot op het bot persoonlijk.

Heus had ik logjes in mijn hoofd in de maanden aanlopend naar de breuk.
Ik verwerk in schrijven.
Maar over je relatie loggen gaat niet alleen jou aan, zelfs niet alleen jou en je partner, maar ook je kinderen en je familie en je al dan niet gedeelde vrienden. En je kan het effect dat het heeft op jou persoonlijk niet veranonimiseren tot een logje.

Daarover loggen vond ik een no go area.

Pas nu ik verhuis en fysiek weg ga ben ik opener. En bijna weer net zo open als vroeger. De scheiding is uitgesproken, de regelingen zijn gemaakt….it giet oan. Tot en met het kadaster openbaar, zeg maar. Als het kadaster het op het web gooit, dan mag ik ook, toch?

Ik durf nu pas te bloggen over verhuizen, over mijn nieuwe huisje en zelfs nu nog met terughoudendheid omdat ik mensen niet tegen het hoofd wil stoten.
Dat en, omdat ik merk dat ik heel slecht kan in deze fase tegen “kort door de bocht” reacties.
Dat en, omdat ik bang ben mensen te kwetsen met mijn blijdschap over mijn huisje.

Zolang terughoudend zijn geweest, houdt in dat men niet kan zien na hoeveel maanden van breken dit mooie bouwen weer begint. En wat dat met een mens als mij doet.

De initiatiefnemer loopt niet weg met blijdschap (althans, niet ik)
De initiatiefnemer vindt de ex niet ineens het slechtste dat haar ooit is overkomen (althans, niet ik)
De initiatiefnemer heeft last van schuld en moet laveren tussen “mijn schuld” en “we zijn samen hier beland”.
De initiatiefnemer moet haar deel in de reden van weglopen onder ogen zien.

Ik ben supertrots op hoe Edwin en ik dit hebben gedaan.
Hij vanuit zijn rol ik vanuit de mijne….we hebben het geen van beide makkelijk gehad.
Allebei hadden we een ding voor ogen: de kinderen voorop.
Als het goed is voor hem, is het goed voor de kinderen.
Als het goed is voor haar, is het goed voor de kinderen.

Edwin en ik deden en doen het op onze manier.

Voor mij? Ik verheug me op mijn eigen plek, sorry als ik iemand kwets, ik verheug me erop alleen te zijn, met voor de helft van de tijd de jongens bij me….en als ze er niet zijn, zijn ze bij Edwin op 1 kilometer afstand en daar hebben ze het goed.
Ik ga me inzetten op het helpen inregelen van alles voor de jongens. Samen met Edwin.

Edwin is de vader van mijn jongens.
En alle kwade woorden die ik over hem heb gezegd in tranen moeten in de context van die tranen worden geplaatst.
We gaan co-ouderen. Want we hebben 3 schitterende jongens.

Dt is het eerste en laatste logjes dat k over de scheiding plaats….

 

Van je collega’s moet je het hebben….

Mag ik mee?

Ze vraagt het met een ongelukkige blik in haar ogen.
We zijn mensen aan het verzamelen voor de lunch en zij staat “matig toevallig” in een van de kantoren op onze afdeling.
Ze werkt al een poosje volgens het organigram al niet meer op onze afdeling, maar sinds een nog korter poosje ook niet meer fysiek.
Maar lunchen doet ze nog heel graag met ons.
Ik snap het helemaal, dat ze met ons wil lunchen, zelfs al was ze niet ongelukkig geweest met de sfeer op de nieuwe afdeling.

Onze afdeling heeft iets.

We zijn een stel karikaturen bij elkaar en we houden ervan elkaar te jennen, zeker tijdens de lunch, maar er is een diepgeworteld vertrouwen dat het veilig is. We respecteren elkaar bovenal om de kwaliteiten die we in elkaar zien en we grinniken tegelijkertijd op een liefkozende wijze om elkaars rariteiten. Elk van ons heeft wel een kerfje of wat op zijn of haar kerfstok en op een rare tedere manier houden we rekening met elkaars littekens en gevoeligheden. Soms gaan we tot het randje en soms gaan we er net overheen. En we kunnen het nog steeds hebben over die ene keer dat die collega echt boos weg liep. Met dienblad en al. Toen gingen we serieus over het randje. We weten het allemaal nog exact. Toen gingen we echt te ver. Maar vandaag was niet zo’n dag.

Vandaag zat “degene die niet echt meer bij ons zit” te praten over de rare gewoontes op die nieuwe afdeling. Vandaag zat “degene met de ex” zo trots als een pauw aan tafel omdat zijn favoriete nichtje een kind had gekregen. Scheelde emotioneel niet zo gek veel van opa worden, zo leek het. Vandaag misten we “degene met de mooie vlammende ogen” omdat ze verplichtingen elders had.  Vandaag deed “degene met de scherpe tong met de glimlach” exact wat ze altijd zo goed doet: die ene vraag met een lach openlijk stellen die iedereen zich inwendig al afvroeg maar niet durfde te stellen tijdens een willekeurig verhaal. Vandaag zat “degene die het altijd heeft over haar kinderen en nu in scheiding ligt” er niet stil bij, dat kan ze namelijk niet, maar ze observeerde wel meer dan dat ze sprak.

Degen met de ex stipt het letterlijk aan deze lunch: wij zijn bijzonder. Ik hoop dat iedereen aan tafel het in de gaten had. Ik in ieder geval wel.

Ik moest snel weg van de lunch omdat ik een presentatie moest geven bij een andere afdeling. Op verzoek.

Ik startte aldaar de computer en het scherm op en de eerste kwam binnen. “Hoezo ben jij hier?” Ik leg vrolijk uit dat ik op verzoek ben van een van zijn collega’s die dacht dat het inhoudelijk best een goed idee was dat ze mijn verhaal zouden horen.

Hij: “Oh, dus een eenmans actie van iemand zorgt ervoor dat dertig man (met de nadruk op tig, derTIG man) moeten luisteren naar jouw verhaal, zonder dat iemand heeft gevraagd of we erop hebben zitten wachten?”

Ik, totaal uit het lood geslagen, stamel dat ik er niks aan kan doen en dat ik ook alleen maar gevraagd ben. Ik ben stiekem echt heel slecht in het reageren op dit soort besteklades in mijn rug. Wat zeg ik: borstkas.

De computer doet het vervolgens niet, ik moet afhaken vanwege techniek, en ik moet terug naar mijn bureau en voel me een kind uit de 4e. “Wendy moet wat minder druk doen dan krijgt ze een voldoende”. Zo voel ik me.

Een half uur later word ik gebeld. Er is een nieuwe computer geregeld en of ik nog wil komen. Ik steek mijn verhaal af met iets minder vrolijkheid vanwege die twee ogen in de zaal, maar ik steek hem af met de passie die me eigen is. Het is goddulleme wel MIJN verhaal!

Even later terug op mijn plek krijg ik een mail van een iemand uit de zaal die had genoten van het verhaal en me bedankte voor de flexibiliteit toen de techniek het liet afweten. En ik denk aan de woorden van mijn collega en ik denk aan mijn collega die niet meer bij ons werkt. Ja. Je collega’s maken alle verschil in een wereld waarin je het grootste gedeelte van je wakkere uren met hen doorbrengt. En wat ben ik blij met hen.

Overdag heet zij Wendy….

We zitten in het kantoortje van mijn teamhoofd.
We plannen snode plannen voor het afscheid van mede-teamhoofd.
Nu weet ik dat mijn teamhoofd foute muziek niet schuwt.
Ik bedoel, lid worden van de Nederlandse Songfestival Vereniging om kaartjes voor Stockholm volgende week te scoren…is een dingetje!
Maar goed. (Dat wist zij overigens van mij niet meer dan tot een sociaal geaccepteerd pub quiz waardig niveau.)
We plannen een gepast cadeau en we plannen een lied. Een goed fout gepast lied.
 
Het cadeau wordt een verzamelbox: een anti-heimwee-doos.
Met pindakaas en hagelslag en Haagsche Hopjes, met een flesje èchte Hollandsche lucht en een flesje echt Schevenings zand. Met briefjes: “ga naar youtube en zet Andre Hazes op”, met een opdracht “wat mis je niet aan Nederland?”. Met een gebruiksaanwijzing voor de dosering a la apotheek: als de heimwee te erg wordt, mag een pakje worden geopend. Pas op voor overdosering, en zo.
 
En dan het lied.
De tekst moet gemaakt worden op het meest Amerikaanse nummer denkbaar. Fout Amerikaans. Diverse nummers passeren de revue. New York New York, Burning Ring of Fire, Working 9 to 5, …
(Ik interrumpeer omdat ik het niet laten kan en mijn baas kan de Jolene op 33 rpm echt wel waarderen, we staan er even bij stil.)
We besluiten uiteindelijk te gaan voor de Carpenters, Top of the World.
 
Ze zet het op en ik ga op de automatische piloot, het eerste couplet vanaf de eerste regel, de tekst uit mijn hoofd.
Haar ogen worden zo groot als schoteltjes en ze wijst naar me: “Jij! Jij! Dus jij Ook!!!!!”
 
Ik antwoord (zodra ik weer kan praten na de slappe lach) in mijn beste Jambers:
“Overrrdag is Wendy een Metal Head en luisterrt ze naar Thrash”
 
Mijn bazin vult aan zonder pauze in nog beter Belgisch:
“Maar ’s nachts luisterrt ze naarr Dolly Parton in haar bedje en biggelt ze een trraan.”
 
Er kwam weinig serieus meer uit ons daarna….

Whatsapp etiquette: duimsnelheid en blauwe vinkjesstress

Ik ga een boek schijven lui. Over whatsapp etiquete. Maar ik begin bescheiden met een logje. Maar deze log is dan wel direct mijn patent-aanvraag-in-de-dop. I kid you not.

Whatsapp etiquette mensen, daar wil ik het over hebben. De voor onze generatie ongekende gevoeligheden en ongemakkelijkheden waar onze kinderen ongetwijfeld minder last van zullen hebben.

Whatsapp etiquette voor dummies, wordt mijn vervolgproject.

Vandaag was ik met ik met mijn 45+ vriendinnen en we ervaren allemaal de duimen-stress in het dagelijks leven. Onze kinderen typen met duimen……wij niet. And we don’t care. Ware het niet dat. Het gros van ons gebruikt wijsvingers en dat moeten we horen. Van onze kinderen. Geen app zonder commentaar. Twee van ons doen het wel omdat we onder zware druk van onze kinderen zijn bezweken. Maar dan nog kunnen wij niet typen met de snelheid van 2 duimen zodanig dan het whatsapp waardig is in de ogen/vingers van onze kinderen.

En zo heb ik ook van die whatsapp contacten (ik noem geen namen) die langzaam typen. Dan stuur je bijvoorbeeld een berichtje, en ploep, komt die ander toevallig direct online en begint terug te typen. En weet je, je voelt je dan (althans ik) sociaal veplicht online te blijven. Als ik het niet zou doen, geeft dat mij het gevoel dat die ander zegt “aan het typen…” en ik roep gewoon terug “laatst gezien 1 seconde geleden”. Alsof je iemand die zijn zin start de rug toe keert. Not done.

Maar dan begint het. Het wachten. Er staat “aan het typen…” bij de status. Die springt dan even naar “online” en weer terug naar “aan het typen…”. Mijn scherm springt vervolgens op bijna donker. Even snel aanraken. Ik ben nog online. “aan het typen…..” Ik voel mezelf zinloos naar het scherm staren maar ik ben sociaal heel verantwoord bezig.

Bovenin beeld plopt een andere whatsapp op. Iemand met wie ik eigenlijk ook wil appen. Ik doe het gewoon, denk ik dan stoer, de ander is toch nog aan het typen.

Ik app en paar snelle tak-tak-tak berichten heen en weer, ik raffel het af op weg nar degene met wie ik als eerste in gesprek was, al was het een wisselgesprek en keer terug naar “is aan het typen…..”

Mijn toontje komt. Pling nieuwe whatsapp. De “aan het typen….” Is klaar met zijn bericht.

Er staat: “ok”.

Iets anders. Ik werd van de week gebeld door huiswerkbegeleiding dat mijn zoon nog niet was gearriveerd. Da fuq? Ik bel hem op (hoe deden onze ouders dat in onze tijd? Maar dat is een ander logje waar ik een mening over heb) en krijg uiteraard geen gehoor. Ik app. En ik krijg slechts 1 grijs vinkje. Ik ben INSTANTAAN ongerust. Het kind is niet waar het hoort te zijn en de app komt niet aan. Ik check elke 5 minuten. Plop: 2 grijze vinkjes, het moet niet gekker worden. Even later zijn de vinkjes blauw en ik bel hem op. En hij neemt niet op.

Ik heb op dat moment erg veel last van “blauwe vinkjes stress” ( Van Dale woord 2016?).

Ik heb nog minimaal 15 voorbeelden….

Dat boek? Gaat er komen!