Hoogbegaafde keersommen: By George he’s got it!

Keersommen (in mijn tijd nog “tafels”) en hoogbegaafden zijn olie en water.
Wacht.
Olie en water mengen niet.
Nieuwe metafoor.
*peinst*
Keersommen en hoogbegaafden zijn 2 magnetische noordpolen.
Ja, beter.
En als dat te nerderig klinkt:
Keersommen en hoogbegaafden zijn twee magneetjes die je op de verkeerde manier tegen elkaar probeert te houden; geen klik maar een onafwendbare, niet oplosbare afkeer.
Beide magneetjes vliegen uit je handen op de grond.
Magneetjes kunnen niet kapot vallen.
Kinderen wel.
Al dan niet zichtbaar, en het “al dan niet” is de crux in deze.
Je kind vliegt uit je handen in de jank en onzekerheid en onbegrip.
Je moet de andere pool van de magneet die je kind heet zien te vinden.
Als je die hebt, BAM! Zijn hij en keersommen best friends forever.

Een hoogbegaafd kind kan niet automatiseren zoals wij stervelingen dat kunnen.
Wij stervelingen hebben geleerd dat uit je hoofd leren makkelijker is dan rekenen.
En dat is wat een hoogbegaafde nu juist niet snapt #kortsluiting.
Een hoogbegaafd kind rekent liever elke keer opnieuw alle sommen uit.

Razend snel, want daar zijn ze hoogbegaafd voor.
Keersommen leren is voor ons stampen,
voor een hoogbegaafde is het een training snelrekenen.

Groep 6, Wijzemans snapt wat oneindig is.
Kan Engels spreken in diverse dialecten.
Maar 3×6 is hel voor hem.

Ik (boos, overhorend): je probeert het niet eens!
Hij (paniekerend): eeeeh 23 eeeeh 28? eeeeh 35?

Ik 15 minuten schaam (!)-pauze later:

(Ik weet het ineens)
Ik: (met mijn handen met mijn vingers gespreid om mijn hoofd):
Doe de deur dicht naar het kamertje waar je rekent, en doe het kamertje dicht waar je bezig bent met minecraft, en al die andere kamers, doe ze dicht en zet alleen de kamer voor je geheugen open waar je 3×6 heb je geleerd, die ga je halen uit die kamer, niet uit een andere.

Het kind heeft het te pakken.

Bij het naar bed gaan
Hij: “mag ik de andere kamers weer aanzetten?”
Was dan best wel weer een “Ik doe ook maar wat” Momentje.

Vandaag leerde hij de tafel van 23 uit zijn hoofd.
Omdat dat het kamertje waarin hij dat doet groter en mooier maakt.
Voor hem?
Omdat hij het kon!
Omdat mama de tafel van 23 niet uit haar hoofd kent en hij weet wanner hij zijn kamers uit en aan mag zetten

Advertenties

Mijn oorlel was het minst van mijn zorgen?

Donderdag keek ik verbijsterd naar het wattenstokje waar grote bloedkorsten op zaten. “Ze hebben echt alleen maar naar mijn oorlel gekeken…wat slecht?” Ik was te verbijsterd om boos te zijn.

De dagen na mijn klapper evalueerde ik alleen de schade aan mijn oorlel dagelijks (uurlijks? minutenlijks?) en minitieus. Gat nummer 2 van de 5 (tellend vanaf de binnenkant) was eerst horizontaal naar boven uitgescheurd en vervolgens zijwaarts omlaag tot “compleet door”. Een klassieke indrukwekkende winkelhaak. Gaten nummers 3 en 4 waren aan de voorkant intact, maar aan de achterkant wel uitgescheurd. Het was dus niet zo gek dat bij de eerste aanblik van mijn oor in die spiegel, mijn oorlel voor mij meer weghad van rundertartaar dan van de mooie lel die ik was gewend met 5 mooie bellen.

Aan mijn hoofdpijn besteedde ik niet zoveel aandacht. Dat hadden ze op de eerste hulp namelijk ook niet gedaan. Sterker nog, “Mag ik de Ladies Run nog lopen vanavond?”, had ik gevraagd. De dokter had gezegd dat dat voor mijn dijbeenspier nog niet eens zo’n slecht idee zou zijn, want daar was net een tetanus in gezet. Die zou wel eens stijf kunnen worden. Ik liep niet die avond, maar jeetjum: als ik die avond 10 kilometer mocht draven van de arts van de eerste hulp, dan kan ik moeilijk met droge ogen verkopen dat ik het rustig aan ga doen. Toch? Dus de volgende dag was ik de gastvrouwe op het verjaardagsfeestje van mijn zoon en liep ik als een bezig bijtje rond. Met bloedkorsten op mijn knieen en ellebogen. Pas later ontdekte ik mijn hoofdwond, de beurse plekken op schouder, heup en de pijn in mijn nek en pas veel later ontdekte ik mijn hoofdpijn. En zes dagen na mijn smakker zakte ik met een bijna verwaarloosde hersenschudding door mijn hoeven.

Toen de hechtingen na acht dagen uit mijn lelletje werden gehaald, kon ik het resultaat bewonderen van de noeste arbeid van een trauma-arts die later vast een briljant plastisch chirurg gaat worden. Mijn lel is schitterend. Maar van trauma heeft die arts denk ik, met alle *kuch* respect, iets minder verstand. De dienstdoende arts van de hechtingen controleerde acht dagen na mijn doodssmak mijn nekwervels. “Goh,”, merkte ik droog op, “het was wellicht slimmer geweest als ze dat hadden gedaan toen ik die vrijdag binnenkwam…nu heeft het denk ik niet zoveel zin meer!” Ze keek me aan met de volleerde blik van iemand die zijn collega niet afvalt.

En een paar dagen later komen er dus als bonus op donderdag ineens een paar flinke bloedkorsten uit mijn oor. Blijkbaar was er dus ook van alles kapot aan de binnenkant van mijn oor. Ik kijk in de badkamer verbijsterd naar het wattenstokje en kijk mezelf aan in de spiegel. “Djiez.” Je evenwichtsoorgaan zit daar toch ook ergens? Ik ben die middag volkomen daas na mijn doodssmak in mijn dooie uppie alleen naar de eerste hulp gefietst…en daar werd gezegd dat alles voorrang kreeg boven een oorlel. De eerste hulp had blijkbaar een fettish met mijn oorlel, want er is naar geen enkele andere millimeter van mijn lijf gekeken dan naar de rundertartaar die ooit mijn oorlel was.

Ik heb gezegd dat ik fietsend, met mijn kaak, oor en nek tegen een geparkeerd busje ben geklapt en vervolgens ben gevallen. Ik heb gezegd dat het busje geen schade had omdat mijn kaak en nek zachter waren dan de hoek van het busje. Zelfs met een trauma probeer ik grappig te doen. Ik heb gezegd dat er niemand bij was en dat ik na een poosje ben opgestaan en ben weggefietst. Ik heb me zodanig debiel gedragen dat elke willekeurige toiletdame moet hebben kunnen zien dat het serieus mis had kunnen zijn, sterker nog: mis was. Ik met mijn geschuddelde grijze massa zag dat niet en hey, ik mocht die avond 10 kilometer draven…wat kon er mis met me zijn behalve een lel als rundertartaar?

Image Hosted by ImageShack.us Ja. Het is every woman’s nightmare, een uitgescheurde oorlel. Maar mijn slechte-arts-slash-briljante-plastisch-chirurg-in-spe heeft zodanig mooi werk verricht dat het zelfs met de allerslechtse belichting een rood litteken is dat nog gaat vervagen. En ik, wellicht nog steeds daas van de schuddels, heb een belletje gepakt en voorzichtig geprobeerd. En verdomd als het niet waar is: alle gaten zijn nog intact.

My earlobe was the least of my worries…Voor de rest heb ik denk ik heel veel geluk gehad.

Schijn bedriegt…

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Ja.
Dit zijn donkere wolken.
En die pakken zich samen boven ons huis.
Letterlijk.

Figuurlijk?
Niet.

Het waren prachtige plaatjes om te schieten: die donkere wolken die ineens de blauwe lucht verdreven.
De stemming in Resort Repel gaat echter tegen die stroom in: blauwe lucht verdringt de donkere wolken.
Het gaat goedkomen met Wijzemans.
Op alle fronten, die overtuiging hebben we.
Draakje tiert welig op school.
Spelmaker wordt *prepuber* eindelijk stout.
De Bevelvoerder is versierd met mijn eigen ontworpen tattoo.
*voor eeuwig en altijd*
En De Repel is weer de Running Repel.
*Al houd ik nog steeds zielsveel van Rap&Scrap*

En na vele omzwervingen vanaf 2006 ben ik na 6 keer verhuizen en 3 verschillende webnamen via web-log, punt.nl, blogigo.com, wordpress en blogspot ook op het internet eindelijk

thuis.